De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als de kerk geen tucht oefent

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als de kerk geen tucht oefent

7 minuten leestijd

Het Utrechts Nieuwsblad •d.d. 31 dec. '57 meldt het volgende:

Ontslag na preek over dansen

Het bestuur van de vereniging voor chr. middelbaar onderwijs te Groningen heeft ds. M, A. Krop, de hervormde studentenpredikant, die gedurende tien jaar enkele uren godsdienstonderwijs heeft gegeven aan de tweede chr. H.B.S. in Groningen, meegedeeld, dat hij per 1 september 1958 niet zal worden herbenoemd als docent van de H.B.S. Met ingang van 1 januari 1958 hoeft hij geen lessen meer te geven, zo gaf het bestuur de predikant te kennen.

Niet tegen de aard van het onderwijs heeft de vereniging bezwaar, maar wel tegen een preek die ds. Krop 8 september voor de IKOR-microfoon heeft gehouden onder de titel „In Gods nabijheid wordt gedanst". Hij zei in deze preek, dat de vreugdeloosheid een der belangrijkste oorzaken is van de huidige on-kerkelijkheid. Er dient een vorm te worden gevonden, waarbij de dans een gezonde uitingsvorm is voor de hedendaagse jeugd. De dans behoort volgens de predikant ook tot de christelijke levensstijl, want het Evangelie wil het hele leven bestrijken.

In aansluiting op de onlangs in Groningen gehouden kerkedagen werkte ds. Krop de gedachte uit, dat het voor de christelijke gemeente levensnoodzakelijk is geen kloof te laten bestaan tussen geloofsleven en levensstijl. De ongeschreven wet, waarbij de dans verboden is functioneert in vele gevallen niet meer.

In de betreffende preek was de predikant uitgegaan van de gelijkenis van de verloren zoon uit Lukas 15. Hij zei dat de verloren zoon bij zijn thuiskomst moest leren feestvieren. Op dat feest is vast en zeker gedanst, zo zei ds. Krop. De oudste zoon, die zich afzijdig wilde houden moest ook leren wat feestvieren is. Spreker noemde het een bezwaar dat de oudste zoon in de kerk tegenwoordig de lijn bepaalt. Deze oudste wijst op de gevaren van het dansen. De angst, die de mensen inspireert om het-niet-te-doen heeft in de kerk steeds gewonnen. Ook daardoor zijn volgens ds. Krop vele mensen van de kerk afgesneden. Op grond van deze visie wordt de predikant niet weer benoemd aan de school.

, , Als de kerk geen tucht oefent", zo begonnen wij, maar dat is verkeerd. De , , kerk" oefent altijd tucht in en door haar leden, al of niet volgens enige andere bevoegdheid als die van het kerkelijk ambt; en al of niet naar de maatstaf der belijdenis.

In boven omschreven geval is het Bestuur zonder enige twijfel bevoegd een leraar te weren, indien dat in het belang van de school en het onderwijs wordt geacht. Velen zullen het trouwens met het Bestuur volkomen eens zijn, dat een inrichting voor Christelijk Onderwijs een predikant, die er zulke merkwaardig onschriftuurlijke ideeën op na houdt en propageert, niet kan handhaven.

Het opvallende in deze zaak is al weer, dat een predikant in de Hervormde Kerk zulk een dwaalleer en zulke averechtse stellingen omtrent een Christelijke levensstijl openlijk kan verkondigen en zelfs studenten-predikant zijn, zonder daarover door kerkelijk opzicht en tucht te worden lastig gevallen.

Anderen worden niet weerhouden in openbare correspondenties en andere publicaties leringen te verkondigen, waarvan zij ook zelf de overtuiging hebben — en uitspreken —• dat zij in strijd zijn met het belijden der kerk overeenkomstig art. X.

Niemand, die daarvan moeilijkheden ondervindt vanwege de kerkregering.

Hoe zou het ook anders, als zelfs uit de kring van visitatoren-generaal beweringen kunnen worden gehoord, die geen kerkelijke tucht begeren, tenzij dan misschien tegenover een , , al te sterke nadruk" op 's mensen ellende.

Toch vergist hij zich, die meent, dat zulk een houding van de leiding aan de kerk en aan het kerkelijk leven ten goede zou kunnen komen.

Immers, als de leiding geen tucht oefent overeenkomstig de orde en naar de maatstaf van de Heilige Schrift als Gods Woord, gaat de kerk in haar leden tucht oefenen naar de maatstaf van persoonlijke meningen en gevoeligheden.

Deze soort tucht spreekt zich heel erg duidelijk uit in de kerkgang en wordt ten zeerste bevorderd door degenen, die streven naar een modaliteiten-kerk. Van modaliteiten kan n.l. alleen sprake zijn binnen het kader van overeenstemming in de fundamentele stukken der belijdenis, welke gemeenschappelijk worden erkend en geëerbiedigd.

Nooit kan men een modaliteiten-kerk bouwen op de grondslag van ene ongrijpbare waarheid, welke overigens door persoonlijk inzicht nader zou worden bepaald, of ook maar aangevoeld. Op zulk een basis zou men een individualisten-kerk moeten aanvaarden, waarin de kerk even weinig reeële gemeenschap zou kunnen zijn als een gemeenschappelijke kennis van de waarheid mogelijk zou wezen.

Hoe men dit ook wil zien, de practijk leert, dat de kerkgangers tucht oefenen. De kerkganger —• dat is dus de luisterende kerk, de kerk, die de samenkomst der gemeente zoekt, de kerk.

Deze de samenkomsten der gemeente in ere houdende kerkgangers komen veelvuldig op, waar naar de confessie gepreekt wordt: van ellende, verlossing en dankbaarheid.

Zeg nu niet, dat het ouderwets is en dat die samenkomsten alleen door oude mensen worden bezocht, want het is beide onjuist.

Wanneer en waarbij heeft Christus het evangelie, dat Hij de apostelen heeft toebetrouwd, opdat zij de wereld introkken, dit evangelie ouderwets verklaard en als afgedaan ter zijde gesteld, om daarVoor een nieuwerwets in de plaats te geven?

Dat is immers nooit en nergens geschied. •

Neen, zegt gij, Christus niet, want Christus was een kind van .... ja, nu loopt het vast. .. .

Zijn tijd? Was alleen die korte tijd van Zijn verblijf op aarde Zijn tijd, zoals ook wij van onze tijd spreken? 

Of is Hij de eeuwige Zoon van God, die getuigt: eer Abraham was, ben Ik?

Wat dat voor verschil maakt?

Wel, als Hij dé eeuwige Zoon van God is — gelijk wij met de kerk der eeuwen belijden — dan is het ten enemale menselijke dwaasheid Hem als gebonden aan de tijd van toen voor te stellen en dat nog wel met het oog op Zijn arbeid als 'Middelaar, welke een eeuwige verlossing voor de Zijnen heeft teweeggebracht.

Die stelling van tijdgebondenheid is een gevaarlijke stelling, want die ondergraaft het gezag der Heilige Schrift, omdat zij geen ernst maakt met de godheid en het goddelijk gezag van de Heere Jezus Christus.

Dat kunt gij aan die „nieuwerwetse" mensen merken. Omdat zij Christus en Zijn Evangelie als tijdgebonden beschouwen, menen zij zich daarin vrijheid en ruimte te kunnen toeëigenen om het , , tijdgebondene" van 't blijvende, — d.w.z. wat zij voor het , , blijvende" houden, — te onderscheiden.

Dat is louter subjectief, meent gij.

Dat is ook zo.

Er is een tijd geweest — en die duurt bij sommigen nog voort — dat rationalisten van de Heilige Schrift verwierpen, wat met de ervaring en met de rede niet scheen overeen te komen.

In onze tijd zijn er, die van de Heilige Schrift alleen accepteren, wat met hun religieuze inzicht en naar hun eis van modernisering van het evangelie schijnt overeen te komen! Een mens in deze moderne tijd kan toch niet geloven, dat. .. . en dan komt de afbraak van het goddelijk gezag der Heilige Schrift.

Wat is nu het geval?

De mensen, die uit het geloof, dat in de belijdenis der vaderen aan het Woord is, leven, zijn behoudens enkelen, wier belangstelling daarop gericht is, met de , , theologische" redeneringen, welke aan dergelijke beschouwingen ten grondslag liggen, niet op de hoogte, maar zij gevoelen, dat het buiten de zaak om, ja daartegen in, gaat en met het waarachtig Christelijk geloof in strijd is.

, , Napraten !""zegt iemand.

Ja, napraters zijn er ook.

, , De menigte nalopen!" zegt een ander.

Dat komt ook voor. Het merkwaardige is echter, dat de menigte er is.

De , , napraters" en de , , nalopers" maken intussen niet uit, dat de menigte daar is, waar overeenkomstig de confessie gepreekt wordt.

Dat is veeleer gevolg van een gave van geestelijke onderscheiding, welke aan het waarachtig geloof gepaard gaat en door het geloof werkt.

Deze gave der onderscheiding is helaas echter niet de enige factor, die tucht oefent in de gemeente.

Tenslotte oefent iedere richting op haar wijze tucht door allerlei voorkeur, misverstand en gebrek aan kerkelijk besef. Het resultaat is willekeur, verwarring en bevordering van , , buitenkerkelijkheid", omdat het ontbreekt aan waarlijk kerkelijk en geestelijk gezag.

Daarom is het gewenst en naar de orde als de kerk door haar wettige organen tucht oefent door de handhaving harer belijdenis onder het Goddelijk ge­zag der Heilige Schrift.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Als de kerk geen tucht oefent

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's