De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

11 minuten leestijd

Van een theologisch congres.— „De afwezigheid Gods" — Receptie ten stadhuize — Benadering van de „moderne mens" — Beduchtheid voor massaliteit — De Bilt-Bilthoven — „Decentralisatie" — „Sympathie-gemeente" — I.D. D.K. — „Zendingsperikelen" — Ambassade van het Rijk.

Begin januari j.l. hebben theologische studenten van alle universiteiten in Nederland te Groningen een congres gehouden. Misschien dat dit onze lezers niet bijzonder interesseert, maar het congresthema zal wel hun belangstelling hebben. Het luidde : , , De afwezige God". De praeses van het congres kwalificeerde dit met de woorden : „Een verontrustende zaak, die weinig verontrusting wekt in deze tijd". Als dat waar is —en ik meen dat het onze tijd wel snijdend-waar typeert —• geeft dit een aspect van het geestelijk leven onzer dagen, dat weer van een andere zijde dan die we gemeenlijk in het oog vatten , , vele noodsituaties" voor ons stelt.

De eerste spreker, die dit onderwerp belichtte, en wel van de , , Bijbelse kant", was prof dr. J. H. Bavinck. Hij zei, volgens het verslag van , , Trouw" d.d. 12-1-'58, waaraan ik het een en ander ontleen, het volgende :

, , Prof. Bavink behandelde een drietal begrippen uit het Oude Testament en wel Gods aangezicht. Zijn arm en Zijn naam. God ziet de mens en dan in de actief existentiële zin van helpen, troosten. Het aangezicht Gods sluit een reeks van weldaden in. God kan echter Zijn aangezicht ook verbergen, wat dan alleen maar onheil voor de mens inhoudt. Dan moet de mens uit zijn benauwdheid uittreden en Gods aangezicht weer zoeken. Bij Gods arm of hand hebben we te denken aan Zijn daden en Zijn leiding van de wereldgeschiedenis. Plotseling kan Hij soms Zijn arm ontbloten en het menselijk samenspel doorbreken, zodat dan opeens duidelijk wordt, dat Zijn leiding achter alle dingen staat.

Kan Gods aangezicht soms verborgen, Zijn arm omwonden zijn, bij het spreken over Gods naam is geen sprake van enige absentie. In Gods naam heeft de mens de garantie dat Gods aangezicht meegaat en dat Zijn arm kan ingrijpen. Gods aangezicht moet de mens individueel zoeken. Zijn arm moet verkondigd worden, maar Zijn naam moet alom worden gepredikt.

In het Nieuwe Testament ligt alles veel gecompliceerder. Prof. Bavinck ging hier niet ver op in. Ook daar is ab­sentie Gods, en wel op Golgotha. Op de paasmorgen blijkt dan weer, dat God niet absent is. Na Hemelvaart komt het grote interim. Is God afwezig ? Nee, er is slechts een schijnbare afwezigheid. Zijn Geest is bij ons en in Hem Gods naam".

Hierdoor is het onderwerp wellicht in zijn bedoeling wel iets toegankelijker voor ons geworden.

De , , Dordtse Leerregels" weten ook te spreken van wat het thema van dit congres bedoelde en inhoudt. Men kent wellicht die treffende zinsnede er uit: , , De verberging van het aangezicht des verzoenden Gods is den godvruchtigen bitterder dan de dood ; en de aanschouwing van het aangezicht des verzoenden Gods is den godvruchtigen zoeter dan-het leven". (V. 13).

Het congresthema werd door nog drie andere sprekers belicht: , , Dr. Groeneveld te Amsterdam gaf een psychologische beschouwing". Dr. Brongersma te Heemstede belichtte de practisch-sociologische zijde, terwijl prof. Miskotte het dogmatisch peilde. Van het door hem gesprokene geeft, , Trouw" het volgende:

, , Prof. Miskotte gaf analysering van het begrip afwezigheid Gods aan de hand van voorbeelden uit de litteratuur, o.m. door te wijzen op de romans van Francoise Sagan: , , Bonjour Tristesse" en , , Un certain sourire", die getuigen van de afwezigheid Gods. Zeer sterk bleek uit zijn referaat dat buiten de bijzondere openbaring geen Godskennis mogelijk is.

Tegenover de natuurlijke theologie stond prof. Miskotte afwijzend, een feit waartegen van r.-k. zijde vrij veel kritiek kwam".

Het verslag besluit daarna met de woorden: „Men kan het niet in alle opzichten met de sprekers eens geweest zijn, een feit is, dat vele begrippen tijdens dit congres zijn gezuiverd, waarmee het zijn nut ten volle heeft bewezen.

De congressisten werden, gelijk bij zulke bijeenkomsten meermalen gegeschiedt ten stadhuize door 't dagelijks bestuur der gemeente ontvangen. De eerste burger van Groningen, burgemeester Tuin, zei o.m. dat hij het congres als vrucht toewenste, dat het mocht dienen om de onkerkelijkheid, die procentsgewijs in Groningen niet gering is, te doen verminderen. Een woord adrem.

Ook het betoog van dr. Brongersma was uit de aard der zaak afgestemd op het verschijnsel van onkerkelijkheid of buitenkerkelijkheid. Hij moest immers de practische zijde in het oog vatten. Hij drong aan op het vormen van kleine groepen. , , De moderne mens heeft een afkeer van massaliteit", zo zeide hij.

— Hij voegde er aan toe : „Daarom moeten er meer kleinere kerkgebouwen en kapellen komen". Ik wil het waarheidsgehalte hierin niet betwisten. Onze tijd is nu eenmaal een tijd van voortgaande specialisatie. We merken het op onderwijsgebied. We worden er ook op kerkelijk terrein telkens vóór geplaatst. Het zal dus alles wel waar zijn.

Maar toch meen ik, dat het met die afkeer van , , massaliteit" wel meevalt, ook bij de moderne mens. Op 1 januari j.l. was de stadsschouwburg in Amsterdam bij de opvoering van de Gijsbrecht van Aemstel, heus niet slecht bezet, integendeel. En daar zullen voor het merendeel wel , , moderne mensen" zijn geweest. Nu kan het zijn, dat de aanwezigheid van meerdere excellenties met hun dames, o.w. de minister-president en zijn echtgenote, die volle schouwburg heeft veroorzaakt, maar de mensen waren er toch maar, met of zonder vrees voor , , massaliteit".

Ik geef toe, er is, moet er althans zijn, groot verschil tussen schouwburg en kerk. Reeds wat de gebouwen betreft. Ook anders. En dat verschil blijve er. Goethe heeft al waarschuwend gezegd : , , Wenn nur der Pfarrer kein Komediant sei". In de kerk, het huis Gods, moet het gaan om , , het naakte Woord".

Maar dr. Brongersma had het over , , kleine groepen" : Maar dan het, , groothuisbezoek? " „Kleine groepen", dat tendeert voor mijn besef naar intimiteit. Die kon bij het oude huisbezoek der Kerk, gelijk het vanouds was, meer bevorderd worden dan bij het , , groothuisbezoek". Zeker, met dit laatste schiet men meer op dan bij het ouderwetse. Maar „vader Brakel" naar ik meen, waarschuwde reeds tegen te veel haast en wraakte „het draven" langs de huizen.

Hoe dit zij, voor het waarheidselement in wat ds. Brongersma zeide, zij niemand onzer blind. Rest dan nog onze grote kerkgebouwen, want die zijn zo maar niet uitgeschakeld door te bouwen kleine kerken en kapellen, ook al zou de overheid kerkbouw subsidiëren.

In „Woord en Dienst" d.d. 30-ll-'57 trof ik het volgende bericht aan:

„De Centrale Kerkeraad van De Bilt- Bilthoven heeft besloten de ene centrale gemeente te splitsen in twee afzonderlijke gemeenten. Deze splitsing zal 1 jan. 1958 ingaan. Elk van beide gemeenten zal in de toekomst 3 wijkgemeenten tellen. De diaconale samenwerking zal echter blijven bestaan inzake het maatschappelijk werk in het rusthuis. Daarvoor zal een aparte stichting in het leven geroepen worden. De kerkeraad van Bilthoven zal de verantwoordelijkheid voor de prediking en pastorale zorg der Geref. Bondsmodaliteit in dit gemeente ten volle op zich nemen."

Is dat misschien een stap in de richting die dr. Brongersma aanwees ? Ik -weet het niet zo precies. Het een staat natuurlijk los van het ander.

Het motief van dit besluit kan geweest zijn, nauwer contact krijgen met de gemeenten. Met dat doel voor ogen gaat men meer decentraliseren. Ik denk aan de steden, waar de wijk meer en meer naar voren komt, de wijk rondom de wijkpredikant, die dan ook meerdere beurten, zo niet bijkans alle, in zijn wijkkerk heeft te vervullen.

„Rouleren" lis voor de predikanten gemakkelijker. Wie onder de predikanten „werk van de preek maakt", en er , , werk mee heeft" weet dit. Nu is meer werk niet erg, indien het de gemeente ten -goede komt. En dat zal zeer zeker. Want bij het „rouleren" bloeit het gemeentelijk leven gemeenlijk niet. Er dreigt gevaar dat de kerk een „gehoorzaal" wordt en men samenkomt, soms samenstroomt om een fenomenaal talent te beluisteren of om andere niet te noemen redenen. Maar het naar de eis der Schrift „vissen en weiden" vooral dit laatste, komt in de regel bij voortgezette en doorgezette •centralisatie niet tot zijn rust, en de re- •gelmatige behandeling van de catechismus komt ook licht in de knel.

Maar, om tot de zaak terug te keren. De Bilt-Bilthoven decentraliseerde. En dergelijke gemeenten, waar men zou menen, dat, , , decentraliseren" door de K.O. zou zijn verboden, kunnen hierin zien, dat zulks niet het geval is. Het staat met de feiten, zwart op wit in „Woord en Dienst".

Ik moet nog even het geval „De Bilt- Bilthoven" in het oog vallen. Als motief van die „decentralisatie", veronderstelde ik: „pastorale bewogenheid". Zulks mede, doordat de mogelijkheid van verdere „decentralisatie" in „meerdere wijken" werd geopend. Er staat in het bericht ook nog iets over de diaconie. Er ontbreekt een vermelding, wat de kerkvoogdij zal doen, centraal blijven of decentraal worden. Het laatste zou m.i. het verbeteren van de financiële positie van een kerkvoogdij bevorderen. Dat ligt eigenlijk voor de hand.

Hoe dit zij, over deze zaak werd niet gesproken.

Het kan ook zijn, dat , , richtingsmoeilijkheden" mede oorzaak waren voor bovenvermeld besluit. Er wordt immers in het slot gesproken van een „ten volle op zich nemen van de verantwoordelijkheid van de prediking en pastorale zorg der Geref. Bondsmodaliteit". Dat gaf mij te denken. Mij kwam even in de gedachte het latijnse gezegde : „in cauda venenum", in de staart zit het vergif. Maar dat was ondeugend. Want, laat het zijn, dat , , richtingsmoeilijkheden" meewerkten in dat besluit, dan is het altijd beter in vrede gescheiden, dan in wrijving en vechterij bijeen.

Maar tekent zich in het geval „De Bilt-Bilthoven" misschien iets af van een „sympathie-gemeente ? " Wat daarmede bedoeld is ? Dat weet ik niet precies. Ds. Tukker schreef daarover in I.D.D.K. Men weet, kan althans weten, dat zo het blad heet van de „mannenorganisatie" van Synodale of semi-Synodale structuurs.

Die organisatie — zij heet ook „In dienst der Kerk" — bereidt haar derde toogdag voor. Die zal D.V. gehouden worden te Deventer, maart 1958. Men zal dan het vraagstuk der volkskerk behandelen. Ik las daarover een bericht in een der laatste nummers van „Woord en Dienst" En daar stond onder meerderen, die ter oriëntering van het onderwerp in het orgaan I.D.D.K. schrijven, ook ds. Tukker met als onderwerp , , Sympathie-gemeente" Ik vermeld dit uit mijn geheugen omdat ik het betreffende nr. „Woord en Dienst" niet bij de hand heb. Ook heb ik niet 't nr. I.D.D.K..; waarin het artikel van ds. Tukker verscheen.

Daarom vroeg ik gissend — maar gissen doet missen — of men in De Bilt- Bilthoven bezig is met de figuren van de , , sympathie-gemeente". We zullen er wel meer van te weten komen en kunnen er dan nog wel eens op terugkomen.

Tenslotte nog iets over „zendingsperikelen".

Neen, ik zal het niet hebben over de gevaren, welke de Zending in het algemeen bedreigen, tengevolge van de maatregelen thans door het bevel van Soekamo ingegaan, de man die in '44 in een radiorede Kerstfeest '44 zeide, , , dat „alle Nederlanders, ook kinderen, moesten gedood worden". Gevaren zijn er wellicht, doch men laat naar het schijnt tot nu toe de zending en haar arbeiders ongemoeid.

Ik trof het woord, hiervóór genoemd, als titel aan boven een artikel van W. S. in , , Herv. Weekblad de Ger. Kerk" dd. 2-l-'58. Het werd geschreven naar aanleiding van de mededeling, dat in , , Elsevier" te lezen stond, dat , , Oegstgeest een zendeling naar Nieuw-Guinea zond die vóór de overdracht van dit halve eiland van Soekarno is". Een ouderling vroeg hem : „Wat moet ik hier nu mee? " W.S. blijft nog het antwoord schuldig.

Hij waarschuwt echter, — en het is wel aan het adres van Oegstgeest, dat , , in het belang van de zending het bitter nodig is, dat wij Nederlanders, van Oegstgeest meer en anders horen dan over , , ongekende mogelijkheden en prachtig optreden van Indonesische christenen !"

De zending heeft uit de aard der zaak een open oog te hebben voor de politiek van een land, waarin zij werkt. Maar ik ben het eens met W. S. als hij zegt: , , De zending is de zending, En laat zij in politiek opzicht niet super snugger zijn". De zending zij als een ambassade in een vreemd land. De ambassadeur moet alles van dat land weten, ook van de politiek daar gevoerd. Maar hij moet in heel zijn •gedrag tonen van een ander land te zijn, en niet willen influenceren en partij zijn in de eigen aangelegenheden van 't land, waarin hij geplaatst is en als een vreemdeling is. Zo zij de zending ambassade van dat Rijk, welks Koning ongekende mogelijkheden geeft, maar ook de overwinning wegdraagt, want: , ', de heerschappij is op Zijn schouder". (Jes. 11 VS, 5).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's