De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zwingli Pastoor te Glaris

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zwingli Pastoor te Glaris

6 minuten leestijd

II

Glaris lag niet ver van de geboorteplaats van Zwingli Wildhaus. Deze gemeente had het recht, zelf haar geestelijke te kiezen. Toen door overlijden van haar pastoor Stucki de plaats vacant kwam, gaf de Paus deze wel aan een inwoner van Zurich, die reeds meerdere van deze ambten had, maar de inwoners van Glaris namen dit niet.

De Paus zag zich gedwongen toe te geven en de gemeente van Glaris deed een beroep op Zwingli. Van zijn bekwaamheid was een grote roep uitgegaan. Hij werd gewijd door de bisschop van Constans, hield in de gemeente Rappersweil van zijn vriend Leo Judae zijn eerste preek en kwam toen te Wildhaus, waar hij tot grote vreugde van zijn familie de eerste Mis bediende. Hier werd besloten, dat een van zijn zusters met hem mee zou gaan om voor zijn huishouding te zorgen.

Zo ving hij dan in 1506 op 22-jarige leeftijd zijn werk in Glaris aan. Een heilige schroom, ja vreze beving hem bij de gedachte aan het gewicht van het Opzienersambt, „omdat", zeide hij, , .indien ook maar éen der hem toevertrouwde schapen door zijn zorgeloosheid verloren mocht gaan, diens bloed eens van zijn hand zou geëist worden".

Hij begreep, dat boven alles de Heilige Schrift verstaan moest worden. Hij bestudeerde daarom de Latijnse en de Criekse taal. Hij las vele klassieke schrijvers en nam ook het Nieuwe Testament ter hand.

In 1512 werd hij in de strijd betrokken. In dat jaar huurde de Paus twintig duizend Zwitsers om de Fransen uit Milaan te verdrijven. Zwingli had deze vergezeld. Hij was getuige geweest van de heldendaden en zegepralen zijner landgenoten. Want de Fransen waren teruggedrongen en Milaan was heroverd. De Zwitsers waren overal als bevrijders der Kerk begroet, en in alle steden, die zij doortrokken, onder klokgelui en trompetgeschal ontvangen ge­worden. Zwingli zelf had van de Nuntius de vererende last ontvangen, om de geschenken van de Paus onder zijn landgenoten uit te reiken. Thuis gekomen, geeft hij een beschrijving van deze tocht in het Latijn. Hij beschouwt daarin de Paus als een heilig persoon, het gezegende Hoofd der Christenen en de Roomse Kerk, welke hij het schip van Petrus noemt, vervult hem met diepe eerbied. Wel had hij open oog voor de zedelijke gevaren aan deze veldtochten verbonden.

Hiermede was de strijd echter niet beëindigd. In 1515 trachtten de Fransen zich opnieuw van Milaan meester te maken, maar voordien onderhandelden zij met de Zwitsers om hun troepen uit Italië terug te trekken. De meeste kantons geven hieraan gehoor. Alleen die van Uri, Schwytz, Unterwalden en Glaris bleven aan hun woord getrouw. Maar van hun landgenoten verlaten, worden zij gedwongen op Monza terug te trekken. Zwingli predikt daar voor hen voor het Raadhuis. Hij waarschuwt hen, niet roekeloos te zijn. De strijd duurt twee dagen, de Zwitsers worden verslagen. Van die van Glaris blijven er vierhonderd op het slagveld, zijnde het vierde deel van hen, die waren uitgetrokken. Deze schrikkelijke nederlaag verwekte door geheel Zwitserland een groot jammergeschrei.

Zwingli stond, zoveel in zijn vermogen was, de moedeloze benden met raad en daad bij. Maar meer dan ooit gruwde hij van nu afaan van deze oorlogen, en hij beklaagde een volk, dat, door geldzucht gedreven, zich aan de Vorsten als slachtvee liet verkopen.

Door het verkeer onder vreemde volken, waarvan de Italianen de zedeloosten waren, werd het oorspronkelijke Zwitserse karakter zeer verbasterd. Gewoon aan het ruwe krijgsleven, gaven na hun terugkomst in het vaderland, mannen en jongelingen zich aan het lediglopen, lichtzinnigheid en brooddronkenheid over. De akkers werden woest gelaten; de huisgezinnen gingen ten gronde. Terwijl de buitenlandse Vorsten onder de Zwitsers grote geldsommen verspilden, en aan lieden van invloed jaarlijkse bezoldigingen (pensioenen) betaalden, om hun belangen te bevorderen, werd er lage geldzucht gekweekt en klom de weelde en het zedenbederf tot een schrikbarende hoogte.

Hoe meer Zwingli de Heilige Schrift onderzocht, des te meer omhelsde hij het denkbeeld, dat de ware godgeleerdheid uit de bijbel alléén en niet uit menselijke leerstelsels moet geput worden. „Toen ik" — dus schreef hij in 1522 — „nog een jongeling was, had ik in menselijke wetenschappen zó grote vorderingen gemaakt, als iemand van mijn leeftijd ; en, als ik nu zeven of acht jaar geleden (dus in 1514 of 1515) mij voornam om mij geheel op de beoefening der Heilige Schrift toe te leggen, bevond ik mij door hetgeen ik van de wijsgeren en die zich voor godgeleerden uitgaven, ingezogen had, daarin zozeer belemmerd, dat ik, door het gezag der Heilige Schrift hiertoe gedrongen, bij mij zelven dacht , , gij moet alles laten liggen en de .mening Gods uit Zijn eigen eenvoudig Woord leren verstaan". Toen ving ik aan, God te bidden, dat Hij mij met Zijn licht mocht verwaardigen. Van nu af begon mij het lezen der Heilige Schrift een genot te worden, en zij werd mij veel duidelijker, dan wanneer ik daarbij vele uitleggers gelezen had. Hierin heb Ik het'zekerste bewijs, dat ik van God zelven onderwezen ben.Want ik ken de zwakheid van mijn eigen verstand, dat uit zichzelf nooit de dingen Gods zou begrepen hebben".

In zijn preken noemde Zwingli de zonden, waaraan de hogere en lagere standen zich schuldig maakten, zonder schroom en met name. Hij zeide, dat het de vrije Zwitser voegde, zijn akkers te bebouwen, en niet de onzalige oorlog na te jagen. Bovenal prees hij de godsvrucht, aangekweekt door een betere kennis van Gods Woord, als het enige midel van behoud, met ernst en liefde aan.

Nu komt Zwingi in contact met Erasmus ; hij leest zijn geschriften.

Op zekere dag las Zwingli een gedicht van Erasmus, dat een bijzonder diepe indruk op hem maakte. Daarin werd namelijk Christus voorgesteld, sprekende tot een zondaar, die zijn verderf tegenijlt. De Heiland béklaagt zich, dat men zijn zaligheid overal zoekt, behalve bij Hem alléén, die toch de enige oorzaak van behoudenis is". , Ja" — riep Zwingli — „dat is het! De énige! Niemand anders dan Hij !" Deze gedachte hield hem van nu af uitsluitend bezig.

Toch was Zwingli ook kritisch, want hij kon zich niet begrijpen hoe een man, die Christus als de enige troost der ziel roemde, tegelijk gedichten ter ere van St. Anna, St. Michael en anderen had kunnen vervaardigen en de heiligen als zijn voorsprekers aanroepen.

, , Dit" — schrijft Zwingli — , , heeft mij niet kunnen afbrengen van mijn overtuiging, dat Christus de enige schat voor onze arme zielen is - , maar ik hield mij vast aan hetgeen mij de Heilige Schrift en de kerkvaders leerden".

De Fransgezinde partij kan het niet verdragen, dat Zwingli waarschuwt zich met Frankrijk te verbinden. Men verspreidt kwade geruchten omtrent hem, De Fransgezinde partij behaalt de overhand en de Zwitsers worden ontrouw aan het verbond met Milaan. Dit krenkte Zwingli zeer, en zijn vijanden, stout op hun overwinning, smaadden hem boven mate, zodat het verblijf in Glaris hem onaangenaam werd. Hij schreef later aan een vriend: „Ik ben van verblijfplaats veranderd, geeszins uit zucht naar verandering, maar de hatelijkheden, waaraan ik van de Fransgezinden bloot stond, hebben mij er toe gedwongen. Ik heb veel verdriet geleden, en lijdzaamheid moeten leren".

Hij ontving een roeping, om in het klooster Einsiedlen het ambt van prediker en zielzorger te komen vervullen.

Daarheen ging hij in 1516.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zwingli Pastoor te Glaris

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's