KERKNIEUWS
Beroepen te :
Ouddorp (Z.H.) G. M. van Dieren te Ede — Goënga ca. (toez.) vicaris J. Schipper te Lisse — Oosterwolde (Gld.) C. van Estrik te Nieuwland en Oosterwijk (Z.H.) — Groningen dr. G. van Moorsel te Ellekom — Ameide en Tienhoven J. van Wier te Putten — Oosterzee-Bantega, cand. K. Venema te Joure.
Aangenomen naar:
Twisk en Abbekerk-Lambertschaag vicaris Th. A. C. van Drunen te Soesterberg — Rijsoord H. Bossenbroek te Deil (Gr.).
Bedankt voor:
Mantegum (toez.) S. Krikke te Schingen-Slappeterp — Rheden-De Steeg W. H. den Ouden te Harlingen — Nederlangbroek (toez.) J. Wieman te Oudewater.
Benoemd:
te Boskoop (tot vicaris) candidaat J. Hilderink te Ruurlo — te Drachten (tot vicaris) cand. G. Vijf huizen te Nieuwkoop.
Korte berichten
over afscheid en intrede en over verdere belangrijke gebeurtenissen op kerkelijk terrein uit onze gemeenten zende men aan de secretaris ds. J. J. Timmer, Oostsingel 12, Woerden.
Ds. Ph. J .Vreugdenhil
herdacht 19 januari zijn 45-jarig ambtsjubileum. Hij stond te Ottoland, Sprang. Leerdam en daarna te Gorcum. In '54 ging hij met emeritaat.. Hij was lange tijd lid van de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland.
Op gevorderde leeftijd deed hij nog met goed gevolg zijn doctoraal examen in de theologie.
Ds. G. den Duyn.
Ds. G. den Duyn te Wapenveld heeft op medisch advies zijn ambtswerk weer mogen hervatten.
Ds. L. Kievit.
Zijn afscheidspreek te Woerden en de intreepreek te Putten is thans verschenen bij de firma D. G. Zuyderduyn te Woerden.
Genade voor Genade.
De eerstvolgende preek in de bundel „Genade voor Genade", die verschijnen zal, is van de hand van ds. Van Kooten te Genemuiden.
Het moderamen van de synode zond aan de kerkeraden de volgende
Kanselboodschap voor zondag 26 jan. 1958
De jongste gebeurtenissen in Indonesië hebben leed gebracht over vele Nederlanders en Indonesiërs. Zij hebben niet alleen ons, maar ook vele Indonesiërs ontsteld.
Zij hebben, vanwege de aantasting van de internationale rechtsorde, die in menig opzicht plaats vond, onze verontwaardiging gewekt. Wij kunnen nog niet voorzien waartoe de huidige gang van zaken zal leiden.
Duidelijk is slechts, dat deze gebeurtenissen, hoe wij ze overigens ook beoordelen, moeten worden gezien binnen het verband van het grote gebeuren, dat zich in geheel Azië voltrekt. Diep ingrijpende veranderingen, mede teweeg gebracht door de moderne techniek, voltrekken zich in het leven van volkeren en mensen. De geestelijke worsteling om zichzelf te zijn, leidt ook tot een streven, zowel in Azië als in Afrika, zich te bevrijden van het bewind van de West-Europese volkeren. Daarbij trachten elkander wederstrevende politieke en geestelijke machten in onze huidige wereld, de ontwikkeling van de landen, die daarin zijn betrokken, in de door hen gewenste richting te stuwen. In het conflict dat dientengevolge tussen Indonesië en Nederland ontstaan is, zijn wij geroepen ons in onze houding, gedragingen en beslissingen naar Gods beloften en geboden te richten.
Wij belijden Jezus Christus als Heer.
Hij, die de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, vernederde zichzelf (Phil. 2 : 7) en kwam in ons midden als Een, die dient (Luc. 22 : 27).
Hem is ook gegeven alle macht in hemel en op aarde (Matth. 28 : 18).
Dat Hij onze Heer is bepale onze gezindheid.
Wij mogen niet hovaardig zijn.
Wij hebben veel geoordeeld in deze weken. Hebben wij gedacht aan het woord, dat de wijsheid bij de ootmoedigen is ?
Geloven wij, dat Hij, die de Heer is en regeert, ook machtig is de volkeren van Nederland en Indonesië tot elkander te brengen, ook al schijnt daar naar menselijk inzicht nauwelijks kans toe te zijn ?
Hij, die ons het woord der verzoening toevertrouwd heeft (2 Cor. 19), vraagt onze bereidheid daartoe mede te werken.
Wij weten dat vele Christenen in ons land en in Indonesië God dagelijks om deze verzoening smeken, en in het bijzonder voor deoverheden van Indonesië en Nederland bidden.
Wij roepen ook u op tot voorbede voor de overheden, dat zij, gaande in de weg van Gods recht, die beslissingen mogen nemen, welke kunnen strekken tot het waarachtig welzijn van Indonesië en Nederland en van de samenleving der volkeren.
Bovenal vragen wij uw voorbede 'voor onze landgenoten die uit Indonesië werden verdreven en doen wij een beroep op uw bereidheid hen daadwerkelijk te steunen.
Weest blijde in de hoop. Geduldig in de verdrukking. Volhardend in het gebed. Bijdragend in de nood der heiligen. Legt u toe op de gastvrijheid. (Rom. 12 : 12-14).
Doornspijk. Bevestiging en intrede ds. R. W. Steur.
Op zondag 19 jan. j.l. werd ds. R. W. Steur, van Ouddorp gekomen, aan zijn nieuwe gemeente Doornspijk verbonden. De bevestiging vond plaats door de consulent ds. van der Wiel van Elburg, welke als tekst gekozen had : 2 Timotheüs 2 : 15 : „Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt. De bevestiger bracht verschillende zaken naar voren o.a. dat ook een predikant moet getuigen van zichzelf van tekortkomingen een altijd weer schuldig er onder vandaan komen. Maar dan te leren wat de Apostel Paulus leerde kennen ; Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Met grote belangstelling werd de boeiende predikatie van ds. van der Wiel door de grote schare aangehoord. Het was een plechtig en ontroerend moment, toen ds. Steur na het lezen van het formulier het „Ja, ik van ganser harte" uitsprak, terwijl de gemeente daarna haar eigen herder en leraar toezong de bekende zegenbede uit Psalm 134 : 3.
Ondanks wind en sneeuwbuien was 't kerkgebouw des middags bij de intrede overvol. Onder het zingen van Psalm 119 : 3 beklom ds. Steur de kansel, terwijl hij als tekst gekozen had voor zijn intrede 1 Kor. 2 : 2 „Want ik heb niet voorgenomen iets te weten dan onder u dan Jezus Christus en Dien gekruisigd".
De nieuwe predikant wilde niet zozeer een uitgewerkte predikatie houden, doch meer een woord van hart tot hart spreken en de lijnen aangeven, die zijn preken in het vervolg zouden moeten hebben. Hij noemde eerst de grondeloze goedheid van God de Vader in het zenden van Zijn Zoon Jezus Christus en dat er geen zaligheid zal wezen buiten die gekruisigde Christus.
Maar voor wie ? Ik mag dan ook niet verhelen, en dat moet ook verkondigd worden, de diepe val in het paradijs, waar de mens in een drievoudige dood gestort was, een geestetelijke, tijdelijke en eeuwige dood. Als God een mens bekeert door bewerking van de Heilige Geest, brengt Hij deze mens altijd weer terecht in het paradijs, om daar zijn snode afval van een goeddoende God te leren kennen en dat het onmogelijk is van 's mensen kant ten enenmale iets goeds te kunnen of te willen doen. De uitwendige roeping komt tot alle mensen, de inwendige roeping alleen tot de uitverkorenen. Zo is er dan een uitverkiezing, en dat zal ik moeten verkondigen. Maar nimmer zal ik dat het eerste noemen en op de voorgrond stellen ; eerst moet de mens geroepen worden om de Heere aan te roepen om van Hem bekeerd te worden. Want de verlorenen in de hel zullen zeggen : „Ik heb de zaligheid niet gewild".
Vervolgens sprak ds. Steur bemoedigende woorden tot het bekommerde volk, om het toch maar alleen van die gekruisigde Christus te verwachten. Gods volk moet het meer en meer leren, dat het eenzijdig Gods werk is, van zichzelf zouden ze hel nooit gezocht hebben.
Na het zingen van Psalm 119 vs. 17 sprak ds. Steur verschillende afgevaardigden toe, te weten : gemeentebestuur, ds. E. Mobach, van de Geref. kerk en de afgevaardigden van de Chr. Geref. kerk. Hij zeide, dat hij geen kerkmuren kende en wilde samengaan, maar alleen op grond van Schrift en belijdenis.
Daarna voerde ds. Steur het woord tot vertegenwoordigers van classis, ring en kerkeraad enz., familie, vrienden, afgevaardigden van de kerkeraad van Goedereede, waar hij met zoveel liefde gedurende zijn ambtsperiode te Ouddorp als consulent heeft mogen arbeiden ; tot zijn vriend De Reus van Ouddorp e.a.
Na het dankgebed werd ds. Steur vervolgens toegesproken door : een afgevaardigde van de kerkvoogdij, die een welkom toeriep en verblijd was reeds spoedig een zeer begeerd predikant in het midden te mogen hebben ; wethouder Van de Weg namens burgemeester en wethouders, de burgemeester was wegens vacantie afwezig ; ds. Joh. Verwelius van Oldebroek namens classis en ring ; ouderling Vinke las een brief voor van de kerkeraad uit Ouddorp, terwijl de consulent ds. Van der Wiel de rij der sprekers sloot. Ds. Van der Wiel had goede hoop, dat alles hier goed zou verlopen. Hij verzocht de nieuwe herder en leraar toe te zingen Psalm 121 vs. 4, hetgeen door de gemeente staande gedaan werd.
Ds. Steur dankte alle sprekers en legde toen voor het eerst de hogepriesterlijke zegen op zijn kudde. Uitermate verheugd en dankbaar over zijn komst, ging de gemeente van Doornspijk huiswaarts, verblijd zijnde, dat de Heere ds. Steur vrijmoedigheid gaf het beroep naar hun gemeente uit meer dan 50 beroepen, die op hem in Ouddorp werden uitgebracht, aan, te nemen.
I.C.C.C.
International Council of Christian Churches of Internationale raad van Christelijke Kerken.
Zoals de lezers weten is er ook een Nederlandse afdeling van bovengenoemde I.C.C.C.
Het moderamen van het bestuur dezer afdeling wordt gevormd door dr. L. Praamsma, ds. J. C. Maris en ds. J. J. Timmer.
In deze afdeling ontmoeten elkaar allerlei kerken, die op de grondslag der H. Schrift wensen te staan.
Op 23 januari j.l. had er een vergadering plaats te Utrecht van het bestuur en de commissie van advies.
Dr. Julius Roessle uit Wuppertal hield een belangrijke lezing over de toestand van de Evangelische Landskerk van Duitsland. Met weemoed gewaagde ook deze Duitse theoloog van achteruitgang van het kerkbezoek en van het verlaten van het reformatorische pad.
In sommige steden is het aantal kerkgangers geslonken tot 3 of 4 of 7 procent van de doopleden. De bekende gereformeerde gemeente van dr. H. Kohlbrugge in Wuppertal telt nog hoogstens 600 leden.
Met grote belangstelling werd deze lezing gevolgd. Er werd besloten D.V. 17 juni a.s. weer een toogdag te organiseren te Utrecht. Voor belangrijke onderwerpen worden bekwame sprekers gezocht.
Elders lees ik :
UKRAINE. Balans na 18 jaar bezetting.
Uit aan de redactie beschikbaar gestelde cijfers blijkt, dat de Ukrainse Grieks Katholieke Kerk, dit is een r.k. kerk met oosters ritueel sedert 1939, toen de West-Ukraine door de Sovjet Unie werd bezet, en sedert 1944, toen de Karpathen Ukraine hetzelfde lot onderging, practisch geheel gelikwideerd is.
In 1939 waren er 5 diocesen, nu zijn er geen; 2 apostolisch vicariaten, nu geen; 10 bisschoppen, nu allen van hun functie ontheven en gearresteerd of gedeporteerd (1 gedood, 4 in de gevangenis overleden) ; 2950 seculiere geestelijken, nu ongeveer 50 % gevangen (of vermoord ; 520 ordegeestelijken, nu 20 % gevlucht of verborgen ; 1090 nonnen, nu 30 % gedwongen hun geloof op te geven ; 3040 parochies, 4440 kerken en kapellen, 195 kloosters, nu het overgrote deel overgegeven aan de Russisch Orthodoxe Kerk; de kerkgebouwen voor een deel voor profane doeleinden bestemd; 9990 Ukrainse Kath. Lag. scholen, 380 idem voortgezet, lag. scholen, 56 hogere scholen, nu allen genationaliseerd of gesloten ; 35 Ukrainse kath. uitgevers, 38 idem kranten, 41 andere uier. kath. instellingen, nu allen gelikwideerd of geconfisceerd.
Verhouding van Kerk en Staat.
Onder het motto : „Ideologische coëxistentie met de kerk is niet mogelijk", wordt sedert midden november 1957 door de Socialistische Eenheidspartij Duitsland een onderzoek van partijleden uitgevoerd. Dit onderzoek geschiedt volgens tot nu toe slechts mondeling verstrekte richtlijnen van het Centrale Comité der S.E.D. Naar aanleiding hiervan moeten partijleden nu een verklaring overleggen waaruit blijkt dat zij met de kerk gebroken hebben, deze verklaring moet notarieel zijn vastgelegd, daar men geen genoegen meer wenst te nemen met een bewijs dat men zijn kerkelijke bijdrage •niet meer voldoet. Verder zullen de partijleden er bij hun familieleden op moeten aandringen, dat ook zij met de kerk breken.
Voorts zal worden nagegaan welke partijleden hun kinderen aan catechetisch en belijdenisonderricht zullen laten deelnemen en welke hun kinderen zullen laten dopen of kerkelijk laten trouwen.
Daar de aangekondigde richtlijnen op grote tegenstand stuiten, ook bij hogere funktionarissen en reeds in het Centrale Comité tot ernstige meningsverschillen hebben geleid — men vreest namelijk dat de S.E.D. hierdoor volledig in het isolement zal komen — moet worden afgewacht in hoeverre deze strijd zal worden voortgezet.
Oost-Duitsland. Voorbereiding op de „Jugendweihe".
Professor Hermann Duncker, volgens „die Leherzeitung" een der meest onvermoeide propagandisten van de marxistisch-leninistische wereldbeschouwing, heeft onlangs verklaard van mening te zijn dat men het kind reeds op de kleuterschool zekere socialistische grondregels kan bijbrengen. Ook de Staatssecretaris van het Ministerie van Volksonderwijs, de heer Laabs, is er een voorstander van op de aankomende klassen van de lagere school, voor de „Jugendweihe", zo mogelijk, vroeg beslag te leggen. Ook zou hij graag zien, dat andere jeugdige personen, o.a. studenten nog in de gelegenheid gesteld worden om in aparte groepen aan de „Jugendweihe" deel te nemen.
Vaticaan.
Een Vaticaanse hoogwaardigheidsbekleder heeft kortgeleden gezegd dat de r.k. autoriteiten overwegen een beschermheilige voor ruimtevaarders te kiezen. Gedacht wordt aan St. Jozef van Copertino, een franciscaner monnik uit de zeventiende eeuw, die meer dan zeventig keer, gedurende toestanden van religieuze extase, in de lucht moet hebben gezweefd.
Israël.
Dr. James L. Kelso, hoogleraar in de Bijbelse archeologie en Semitische talen aan het Pittsburg-Xenia Theological Seminary te Pittsburg, U.S.A. die enkele maanden geleden naar Israël vertrok op zoek naar de tempel van Jerobeam (zie ICN nr. 2), heeft bekend gemaakt, dat hij de plaats van deze tempel heeft gelocaliseerd, maar dat hij deze niet kan bereiken. Volgens opgaven van prof. Kelso moet de tempel onder de zuidkant van Bethel, twaalf mijl van Jeruzalem begraven liggen. De reden dat prof. Kelso de tempel niet kan bereiken is gelegen in het feit, dat de huizen hier zo dicht op elkaar staan, dat alle opgravingswerk onmogelijk moet worden geacht.
Correspondentie.
In de kolom Kerknieuws van De Waarheidsvriend nam ik een artikel over uit het dagblad „Trouw" over de benoeming van ds. van Ginkel als voorganger van de evangelisatie, die uitgaat van een minderheidsgroep te Huizen. Ik nam dat besluit woordelijk over uit „Trouw" doch voegde er het volgende onderschrift aan toe :
„De beroeping van ds. Bloemsma te Huizen heeft de midden-orthodoxe groep blijkbaar niet bevredigd".
Het gebeurt meer, dat er in bondsgemeenten om een confessioneel predikant wordt gevraagd. Als er dan een confessioneel predikant wordt voorgesteld of beroepen is, gelijk dat in Huizen geschied is, (ds. Bloemsma is rechts confessioneel en maakt geen gebruik van de gezangenbundel) dan is er toch weer een groep, die met zulk een confessioneel predikant niet tevreden is. Men wil een middenorthodoxpredikant, gelijk we dat nu weer in Huizen hebben gezien.
Dat er mensen zouden zijn, die zich aan de korte zin, die de secretaris aan het bericht toevoegde, zouden ergeren, heb ik niet kunnen vermoeden. Liet misschien die zin aan duidelijkheid iets te wensen over, dan zou ik toch zeker verwacht hebben, dat men mij om opheldering had verzocht.
Nu kreeg ik echter van ouderling Vos van Huizen een schrijven, waarin hij de zin van de secretaris, die aan het bericht werd toegevoegd een blamerend zinnetje vindt. Hij schrijft verder :
„Een buitenstaander moet daar wel uit opmaken dat ds. Bloemsma dicht bij de middenorthodoxie staat";
„Niets is minder waar. Ds. Bloemsma is ook nooit beroepen om de middenorthodoxie tegemoet te komen." „Er was toen alleen sprake van een rechtsconfessionele groep." „Ik hoop, dat u deze verdachtmaking in uw blad zult rechtzetten."
Tot zover de heer Vos, ouderling te Huizen.
Het zijn wel zeer zware beschuldigingen, die de heer Vos tegen de secretaris van de Geref. Bond uitspreekt: blameren is lasteren; verdachtmaking is nog veel erger. Dat zijn schrikkelijke zonden !
Ik ga er niet verder op in en acht het ook niet nodig in De Waarheidsvriend te reageren, maar doe het alleen, omdat de heer Vos dat blijkbaar nodig vinjit.
Ds secretaris, J. J. Tinamer.
Hongarije. Verklaring van dr. Mackaay over Hongarije.
De voorz. van de Internationale Zendingsraad, dr. John A. Mackay, bracht op zijn reis naar de assemble van de Int. Zendingsraad in Ghana een bezoek aan Hongarije. In Ghana gaf hij buiten het officiële gedeelte der assemble een verklaring over Hongarije uit, waarin hij verklaarde, dat de interne aangelegenheden van de kerken in Hongarije zeer gecompliceerd zijn en de verhoudingen tussen de Kerk en de Staat zeer delicaat; contacten tussen de kerken in het westen en in het oosten zullen naar zijn mening zeer moeilijk worden. „Daartegenover staat", zo zeide hij, „dat de Hongaarse regering maar al te graag goede betrekkingen met de kerken en met de Oecumenische beweging in het algemeen wil aanknopen. De regering staat open voor onderhandelingen en wil komen tot een elkaar verstaan. Het is echter volkomen duidelijk, dat de regering diep beledigd is door de'aanwending van druk van buiten Hongarije en niet van plan is voor zulke buitenlandse druk te zwichten".
„Het is van het grootste belang dat de kerken in Hongarije en de confessionele wereldbonden die in Hongarije vertegenwoordigd zijn tot overeenstemming komen over de beste gedragslijn, die in de huidige situatie moet worden gevolgd. Zulk een overeenstemming missen wij op het ogenblik".
„Maar tenminste is er één reden tot grote vreugde voor iemand van een buitenlandse kerk, die Hongarije bezoekt, namelijk, dat het gemeenteleven zeer sterk is en dat op de openbare scholen nu godsdienstonderwijs kan gegeven worden".
(The English Churchman, jan. 10, 1958).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's