DE VRIJGEKOCHTEN DES HEEREN
„En de vrijgekochten des Heeren zullen wederkeren". Jesaja 35 vs. 19a.
De profeet Jesaja is een bijzonder begenadigd dienstknecht des Heeren. Door inspraken en in gezichten openbaart de Heere hem hetgeen geschieden zal. Diep wordt hij ingeleid in de kennis aangaande de toekomst van het volk Gods.
En die toekomst heeft twee keerzijden : oordeel en verlossing.
Het is alsof de profeet is geleid op een hoge berg, vanwaar hij de komende tijden kan overzien tot aan de verre, verre horizon.
Met het oog des geestes ziet hij een lange weg, en op die weg de volkeren der wereld, en temidden van die allen het kleine Bondsvolk.
Jesaja ziet hetgeen in de toekomst openbaar zal komen onder de Regering Gods, Die het heelal bestuurt.
En bij het aanschouwen van die verborgenheden beeft zijn hart.
Hoe kan het anders ! Het volk Israël heeft zich van de dienst des Heeren afgewend.
Zij hebben het Heilig Verbond verbroken. Zij hebben geen lust in het volbrengen van de geboden en inzettingen des Heeren. Immers zij lopen de afgoden na en doen hetgeen de Heere een gruwel is. Recht en gerechtigheid hebben zij verre van zich gedaan.
„Het land is bevlekt vanwege zijn inwoners ! want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig Verbond".
Daarom klinkt het ook : , , Hoort gij, hemelen ! en neem ter ore, gij aarde ! Want de Heere spreekt : Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd maar zij hebben legen Mij overtreden".
Het hart der Israëlieten ligt zo verkeerd tegen de Heere in.
Zij hebben Zijn heilige toorn over zich gaande gemaakt, en het oordeel over zich gebracht.
, , Daarom heeft de Heere een geest des diepen slaaps over hen uitgegoten en hunne ogen toegesloten".
Zij hebben het hart in zich verhard en volharden in het kwaad.
De Heere zal hen overgeven in de handen hunner vijanden, en het kwaad, dat Hij over hen besloten heeft, ten uitvoer brengen.
Zlon zal verwoest en het volk in ketenen weggevoerd worden.
Dit is het oordeel, dat Jesaja ziet naderen over zijn volk.
Vanwege dit gericht beeft zijn hart.
Maar de profeet ziet toch óok nog stralen van Goddelijk licht vallen over de lange weg, de hij met z'n geestesoog volgen kan tot aan de gezichtseinder.
Immers er is in Israël nog een overblijfsel, dat de knieën voor Baal niet gebogen heeft.
Een rest, van wie gezegd kan worden, dat zij door voorkomende genade de getuigenissen des Heeren genomen hebben tot een eeuwige erve.
, , Ik heb mijne voeten geweerd van alle kwaad, opdat ik Uw Woord zou onderhouden. Ik ben niet geweken van Uwe rechten, want Gij hebt mij geleerd".
Ach, hoe weinigen zijn er dat. Zelfs in Israël.
Doch de Heere heeft hen gegraveerd in de palmen Zijner handen.
Dat is het heerlijkste getuigenis, dat van hen gegeven kan worden.
Wanneer het oordeel over Israël zal komen, zal ook hun weg wel in de diepte geleid worden. Velen van hen zullen mede in ballingschap weggevoerd worden. Harde kastijdingen zullen hen niet onthouden worden. Maar in dit alles zal de Heere hen toch niet verlaten.
Immers zij zijn voor eeuwig de Zijnen. De schapen, die Zijn hand zal weiden.
Hen wil de profeet in het bijzonder bemoedigen.
Die last legt de Heere hem op.
Ach, hoe menigmaal is het niet, dat des Heeren erfdeel moet klagen : , , Uit de diepten roep ik tot U, o Heere!
Heere! hoor naar mijn stem ; laat Uw oren opmerkzaam zijn op de stem mijner smeekingen".
Wat zijn er niet een noden en bekommernissen, die hen van tijd tot tijd terneer drukken. Dan is het: , , Mijn tranen zijn mij tot spijze dag en nacht. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt".
Het kan Gods kinderen zo bang te moede worden, als zij een kruis van ziekte of smart hebben te dragen. Zij kunnen er zo twijfelmoedlg onder worden als zij zien op de welstand der dwazen en de vrede der goddelozen. Dan zeggen zij bij zichzelf: , , Zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste? Heb ik niet tevergeefs, mijn hart gezuiverd ? "
De verdrukkingen kunnen hen zó aangrijpen, dat ze moedeloos worden en hun eerste liefde verlaten.
De zonde kan hen zó aanklagen, dat ze vrezen moeten kinderen der duisternis te zijn en verstoken van alle genade.
Kom, zegt de profeet Jesaja op Gods bevel tot hen: , , Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knieën vast. Weest sterk, en vreest niet; ziet, ulieder God zal ter wrake komen, met de vergelding Gods ; Hij zal komen en ulieden verlossen".
Na alle kastijdingen en verdrukkingen ziet de profeet Jesaja nieuwe tijden van gelukzaligheid voor Gods volk aanbreken.
In het verre verschiet ziet hij de heerlijke lichtglans van een nieuwe dag, die de Heere zal doen aanbreken voor al Zijn gunstgenoten.
Voor Israël zal de ballingschap in Babel 70 jaar duren. In die jaren van verschrikking zullen er vele zielen tot de Heere bekeerd worden.
Een deel van het volk zal nog tot inkeer komen en alle zonde en schuld voor de Heere leren belijden. Dan gaan zij nog de knieën buigen voor de Heilige Israels om Hem te erkennen als Opperheer. Zó alleen kunnen zij gebracht worden tot de begeerte, dat de Heere hen zal aannemen, alle gruwelen van hen wegdoen, zover als het Oosten verwijderd is van het Westen. Al het oude zal doen voorbijgaan en het alles nieuw maken.
In de ballingschap zal de Heere Zijn kudde nog weer vergaderen en stellen onder Zijn heilige hoede : degenen, die reeds vóór de ballingschap Hem toebehoorden en degenen, die tijdens de grote verdrukking van 70 jaar Hem zijn toegebracht in de weg van vernedering en bekering.
Die allen noemt de Heere Zijn Overblijfsel.
En Jesaja aanschouwt in het gezicht, dat de Heere hen zal bestralen met goddelijke lichtglans. Hij zal hen voeren uit de gevangenis en doen wederkeren naar Zion.
, , En aldaar zal een verhevene baan, en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor degene zijn, die deze weg bewandelt; zelfs de dwazen zullen niet dwalen".
, , En de vrijgekochten des Heeren zullen wederkeren, en tot Zion komen met gejuich, en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen ; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden".
Welke heerlijke beloften mag de profeet Jesaja doorgeven aan Gods volk. Als de dagen der beproevingen voorbij zijn, zal de Heere zich keren tegen Zijn vijanden en tegen de vijanden van Zijn volk. Dit is het, waarvan gezongen wordt :
„De Heer zal opstaan tot den strijd.
Hij zal Zijn haters wijd en zijd. Verjaagd, verstrooid, doen zuchten.
Hoe trots Zijn vijand wezen moog'
hij zal voor zijn ontzagg'lijk oog (d sidderende vluchten".
„Maar het vrome volk, in U verheugd,
zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen.
Hun blijdschap zal dan onbepaald door 't licht dat van Zijn Aanzicht straalt,
ten hoogsten toppunt stijgen".
Met gejuich zullen Gods kinderen wederkeren naar Zion. Dat is geschied aan het einde van de Babylonische ballingschap. Dat geschiedt nog dagelijks, wanneer de Heere de Zijnen opneemt in heerlijkheid.
Dat zal eenmaal geschieden in de Jongste Dag, wanneer Christus zal wederkomen op aarde om te oordelen de levenden en de doden. Welzalig degenen, die zijn op de Weg die ten Leven leidt.
Hun schreden richten zich naar Zion, naar het hemelse Jeruzalem.
De profeet noemt hen de vrijgekochten des Heeren. Immers, zij zijn gekocht door het bloed van het Lam.
Jezus Christus is gekomen en heeft voor hen de losprijs betaald, die aan Gods genoegdoening eisende gerechtigheid voldeed.
Niet door goud of zilver heeft de Heere hen gemaakt tot Zijn eigendom, maar door het Heilig Bloed van de goddelijke Zaligmaker.
Eerst waren zij vleselijk, verkocht onder de zonde. Thans : een verkregen volk, een heilig volk, verlost uit de machten der duisternis.
Lezer en lezeres, Jesaja heeft in het vizioen twee grondwaarheden aanschouwd : oordeel en verlossing.
Wat is üw deel ?
Onderzoek uzelf!
Vreselijk is het zonder Christus te zijn. Buiten Hem is er geen zaligheid.
Heerlijk is het als een vrijgekochte des Heeren te mogen wederkeren naar Zion.
De Heere wil deze genadegaven rijkelijk uitdelen aan al degenen, die Hem met een oprecht hart aanroepen.
Want Hij is nog een Beloner dergenen, die Hem zoeken.
Wie het bij ervaring kent, weet, dat het gaat om het allerhoogste goed, dat zeer aanprijzenswaardig is !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's