BOEKBESPREKING
Jordanië, halfbroeder van Israël door C. E. te Lintum. Uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag.
„Dan gaat de tocht naar de oude stad (Bethlehem) waar de herinneringen aan Ruth en David opkomen. In deze smalle straten zijn dus de vrouwen hun huizen uitgelopen, toen zij een niet dadelijk herkende vrouw met een jongere moeizaam naar boven zagen komen. En zij hebben tegen elkaar gezegd: Is dat Naomi ? — Nu komt men aan tussen het stadje en de Geboortekerk. De gids vertelde, dat enige jaren geleden op het plein voor de kerk opgravingen werden verricht. Men had toen de muren van een oud gebouw, naar de vorm van een herberg (caravanserai) gevonden. Zij hebben, zeide de gids, in die tijd precies gedaan, wat wij ook nu doen : wanneer er een grot is, brengen wij daar onze schapen en geiten onder en bouwen ons huis er voor. Deze herberg stond buiten de stadsmuren en gebruikte de grot erachter als stal. Men kan met zekerheid zeggen, dat Jezus in déze grot geboren is."
Op deze wijze voert schrijver van dit schone boek ons dwars door Palestina heen, in vele opzichten het land onzer dromen. Als wij over dit land spreken, beperken wij ons al te gemakkelijk tot de huidige Staat Israël en wij vergeten, dat een groot deel van het oude Israël behoort tot Jordanië met haar hoofdstad Amman (het oude Rabbath Ammon, bekend o.a. uit de geschiedenis van David).
Het. is een genot door een deskundige hand langs al die plaatsen, die ons zo vertrouwd zijn door de Bijbel, te worden geleid. Schr. begint bij Beiroet, de oude stad, die reeds in de veertiende eeuw voor Christus genoemd wordt, nu een wereldhaven van de Libanon en vandaar gaat het verder, naar Sidon en Byblos en Baalbek met zijn machtiger herinneringen aan oude tijden. In de geest maken wij het vallen van de avond, mee bij de Hermon : Als de zon ondergegaan was, klonk het gehuil van de jakhalzen, voor wie de tijd van actie nu was gekomen. Met schr. wandelen wij door de straten van Damascus, stad die tegenwoordig een 400.000 inwoners telt, van wie het overgrote deel de Mohammedaanse godsdienst belijdt.
Langs een grote omweg bereikt men Jeruzalem; het kan helaas niet anders, nu er geen vrede is tussen de twee volken, die ergens broeders zijn. Het moet een merkwaardige sensatie zijn in Jeruzalem te dwalen, ook al doet men niet mee aan verering van heilige plaatsen en al weet men zeer goed, dat „vroom bedrog" heel wat gewone plaatsen heilig gemaakt heeft uit allerlei motief. En toch — daar hebben de feestpelgrims gezongen : Jeruzalem is wel gebouwd; van dat Jeruzalem zeiden de ballingen: Jeruzalem, eer ik u vergeet —; Daar heeft de gehele lijdensgeschiedenis des Heren zich voltrokken. Bij het oude Jeruzalem staat schr. dan ook lang stil; hij vertelt van de grafkerk en het tempelplein, van de klaagmuur en van Béthesda: , , een indrukwekkend stuk geschiedenis gaat aan ons voorbij.
Niet minder interressant zijn de beschrijvingen van Hebron, van Samaria, van Jericho en Sichem. Schr. vertelt o.a. hoe met Pasen de hele Samaritaanse gemeente voor veertien dagen op de Girizim gaat wonen, dichtbij de plek van hun oude tempel; men houdt een rituele maaltijd en duizenden komen van heinde en ver om deze plechtigheid gade te slaan. Het laatste hoofdstuk behandelt hedendaagse problemen. Wij weten dat Palestina in deze tijd een kruitvat is, aanrakingsvlak van de Oosterse en de Westerse wereld. Jordanië is een arm land en heel wat miljoenen ponden zijn door het Britse Rijk ter beschikking gesteld om de begrotingstekorten van Jordanië te dekken. Het vluchtelingen vraagstuk — meer dan een miljoen Arabieren vluchtte uit Israël — maakte de altijd al precaire situatie nog moeilijker. De ellende in de kampen is groot en de verwarring tussen de kleine Staten van Palestina maakt elke oplossing schier onmogelijk. Hoe veel zou er kunnen geschieden ten zegen van de bevolking, als men elkaar verstond en als de handen ineengeslagen werden b.v. ten aanzien van de uitvoering van de plannen om het Jordaanwater te benutten voor de irrigatie van het land! Maar nu komt men geen stap verder.
Hier en daar vond ik enige onjuistheden. Omri leefde niet in 929 (p. 112, 108). Niet van alle bijbelboeken vond men fragmenten in Qumran (p. 138). Het merkwaardige is, dat van Esther tot nu toe geen fragmenten zijn gevonden. In de eeuwen na.de val van Jericho is deze stad niet onbewoond gebleven (p. 119). Zo zette ik nog wel eens een vraagteken.
Ik vond dit boek belangrijk genoeg om in ons blad een iets bredere aankondiging er aan te wijden. Het mooi uitgevoerde werk is verlucht met een 16 tal pagina's met foto's, een enkele hier van vindt u hiernevens afgedrukt.
Het boek Leviticus bewerkt door ds. S. Hoekstra, 124 pag. De profeten Nahum, Mabakuk, Zefanja, Hagrgai, Saciiaria, Maleashi bewerkt door ds. J. A. Schep, ds. P. N.( Kruyswijk, ds. A. Ringnalda †, ds. R. de Vries, 124 pag. De Klaagliederen van Jeremia bewerkt door ds. K. Meima, 32 pag. Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen.
Deze deeltjes verschenen in de bekende serie De Bijbel toegelicht voor het Nederlandse volk, onder redactie van Prof. Grosheide e.a. De tekst van de Statenvertaling is in vette letter afgedrukt en daarna geeft de bewerker een korte, eenvoudige verklaring en soms een andere vertaling, die in het algemeen overeenkomt met de nieuwe vertaling van het N.B.G. Vooral vinden wij andere vertalingen en ook wel tekstveranderingen in de kleine profeten, die, dat valt niet te ontkennen, hier en daar grote moeilijkheden opleveren voor de verklaarders; dat kan men ook wel zien in de kanttekeningen van de Statenvertaling. Een korte inleiding gaat aan de behandeling van elk boek vooraf. Met genoegen nam ik deze deeltjes door en gaarne beveel ïk ze aan onze lezers aan. Het boek Lev. doorwerken aan de hand van deze serie zal het inzicht in de kennis van alles wat met de tempel en de offerdienst samenhangt zeer verdiepen. Soms denk ik er wel eens anders over dan schr. in hun uitleg. Klaagliederen 4 : 17 behoeft het auteurschap van Jeremia niet uit te sluiten. In Zef. 1 : 3 leest schr. (na tekstverandering) : ik zal de goddelozen doen struikelen, verandering, die ook Kittel in zijn crit. apparaat opgenomen heeft. De N. Vertaling houdt zich aan de Mas. tekst: de ergenissen met de goddelozen.. Daarbij verwijs ik ook naar Mattheüs 13 : 41.
Ik hoop, dat deze serie veel lezers vinden zal.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's