DOOR HET GELOOF ALLEEN
Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Johannes 3 : 36a.
Ieder, die in de Schrift onderwezen is en bij de Schrift leeft, weet, dat in de Heilige Schrift het geloof in het middelpunt staat en dat in de boodschap van het „geloof alleenlijk" ons de enige weg van de redding tegenklinkt. Waarom dat geloof alleen ? Waarom geen redding uit de werken, of iets van die aard, maar alleen door het geloof ? Waarom ? Omdat het heil Gods voor zondaren geheel en alleen in Christus ligt. Daarom kan het geloof alleen ons redden. Laten wij dat eens rustig gaan bezien.
Na de zondeval staat er geen andere weg meer voor ons open. Vóór de zondeval kon de mens behouden worden door de schone weg van zuivere gehoorzaamheid. Door te blijven in de weg, waarin God hem gesteld had, kon de mens het leven, hem geschonken, behouden tot in de meest volkomen mate toe. De boom des levens wees hem gedurig die weg.
Alleen door volkomen gehoorzaamheid, maar dat kon toen nog, maar ook alleen wanneer de mens bleef in de weg Gods.
Door de zondeval is deze mogelijkheid ten enenmale vervallen. De mens heeft het recht op het eeuwige leven verloren, maar ook de mogelijkheid om ooit weer tot dat leven te komen. Die ene gruwelijke zondeval heeft ons des doods schuldig gemaakt. Heeft ons reeds in de macht des doods gebracht: gevallen, ellendig, verdorven, verloren !
Gruwelijke zondeval? Ja. God heeft gezegd : „Gij zult niet doodslaan" en wij hebben de gemeenschap met God gedood. God heeft gezegd : , , Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden" en wij hebben niet des mensen bloed, maar Gods Geest , , vergoten", Gods Geest in ons uitgeblust. Zijn wij dan niet des doods schuldig? Hebben wij niet de dood tijdelijk en eeuwig verdiend? Ja, dat is het enige wat wij verdiend hebben. Al het andere is genade.
Dit is de reddeloze toestand, waarin wij: onszelf door de zonde gebracht hebben en waarin wij ons dagelijks door onze zonde houden: de dood zoekend, de dood beminnend, aan de dood — namelijk de geestelijke dood — onderworpen. Van de mens-uit is geen redding mogelijk. Alles wat de mens zou willen doen is tenslotte onrein lapwerk, en dat lapwerk kan God niet behagen, temeer omdat daarachter en daaronder ligt en zou blijven liggen de vloek der zonde. Daarom is punt één, daarom is het merg der Godzaligheid dit, dat wij, mensen, onze schuld gaan verstaan en dat wij; ons oordeel als rechtvaardig leren aanvaarden. „Alleen ken uwe ongerechtigheden, dat gij tegen de Heere uw God gezondigd hebt".
Maar hoe kan de mens dan ooit gered worden? Hoe kan hij dan ooit schuldvrij voor God staan en van het oordeel des doods vrijgesproken worden?
Die redding kan nooit aanknopen bij ons mensen zelf. Uit ons in der eeuwigheid geen vrucht meer. Maar hier ontsluit God ons in Zijn Woord dat peilloos diepe wonder, dat Hij in de Zoon een weg des behouds geschonken heeft. Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Die ontvangt recht op het eeuwige leven en die ontvangt reeds deel aan het eeuwige leven door het geloof in en de gemeenschap met de levende Christus.
God heeft in Zijn Zoon, dat hele vloekregister der zonde laten wegnemen. Door de zondeval lag Gods onkreukbaar heilige Wet geschonden en vertreden; Christus heeft de gehele Wet op Zich genomen en in een weg van levenslange, volkomen en innerlijk-oprechte gehoorzaamheid vervuld. Tegenover de zondaar kan Gods Wet als het ware alleen maar grimmig toornen, omdat wij allen overtreders zijn, iedere dag en al den dag, maar tegenover Christus kan de Wet alleen maar stil-bevredigd zijn. Aan Zijn gehoorzaamheid ontbreekt geen tittel noch jota. Christus heeft niets boven de Wet uit kunnen doen, want boven volkomenheid bestaat geen hogere trap, maar Hij heeft de Wet geheel vervuld en de straf geheel, geheel gedragen.
En dit is nu het Evangelie Gods, dat een iegelijk, die in de Zoon gelooft deelgenoot en erfgenaam van dat heil, van die kruisverdienste, wordt. Die in de Zoon gelooft, die heeft het leven. Niet die zal het eenmaal, na de dood ontvangen, neen, die heeft het nu reeds. Want door het geloof ontvangen wij niet alleen deel aan de verdiensten van Christus, maar ook deel aan Zijn leven door de Heilige Geest.
Het geloof is het einde van onze werken ; het einde van onze verblinde inbeelding en wij worden in Hem ingeleid, als de enige en volkomen Middelaar en Verzoener met God.
Geloven houdt in: innerlijk verstaan, dat er voor ons geen redding is, dan alleen in de Christus Gods ;
geloven houdt in, innerlijk verstaan, dat God redding wil schenken en schenkt in de Zoon Zijner liefde ;
geloven is, innerlijk opengaan en van harte instemmen met die enige genadeweg, en wanneer het geloof in Christus, door middel van het Evangelie, in ons hart ontstaat, dan stroomt de levendmakende kennis van Christus onze ziel binnen door de Heilige Geest, om in leven en sterven niemand anders te begeren en niemand anders nodig te hebben dan Jezus Christus en Die gekruisigd.
Geloven is Amen-zeggen op het Goddelijk Evangelie. Geloven is Amen-worden met God Drieenig.
Ongeloof maakte ons eigenwijs en houdt ons eigenwijs. Ongeloof maakte ons en houdt ons eigenzinnig, leugenachtig en verkeerd. Het geloof reinigt ons hart, zodat het onze lust wordt, ja een innerlijke gebondenheid om te doen wat Hem welbehagelijk is. Tegen de zodanigen is de wet niet. Een hond is doodsbenauwd om in een vurige kool te bijten; de duivel, het oordeel, de dood zijn doodsbenauwd om te , , bijten" in hen, die in Christus zijn. Ons kunnen zij in een ogenblik verderven, maar Christus, die ons heeft bekeerd en aangenomen, zou hun ondergang worden.
Het geloof is dus het einde van onze werken, namelijk om het daarvan te verwachten. Daarom zeggen wij doorgaans met de Heilige Schrift: Wij worden niet gerechtvaardigd uit de werken. Toch mag u gerust eens voor een keer met grote vreugde belijden, dat wij gerechtvaardigd worden door de werken. Ja, wij worden gerechtvaardigd door de werken, namelijk door de werken van Christus. Hij heeft het werk volbracht, waardoor wij behouden worden. Gode alleen zij de eer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's