De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zorg en eerbied voor het geweten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zorg en eerbied voor het geweten

5 minuten leestijd

PROF. DR. J. SEVERIJN

Onlangs was er iemand, die zijn bezorgdheid te kennen gaf over het geweten van de voorstanders van de voorstellen van de Synode om de vrouw tot de kerkelijke ambten toe te laten, indien deze voorstellen worden afgewezen.

Dit is uit de aard van de zaak absurd, tenzij men hen het geweten het vermogen toekent om de Godsopenbaring te onderkennen en uit te maken, wat in deze tijd al of niet met de wil van God overeenkomt, zelfs tegen het duidelijk getuigenis van de Heilige Schrift.

In dat geval wordt het geweten boven het gezag van de Heilige Schrift verheven en eigenlijk tot zelfstandig orgaan van Godsopenbaring gemaakt. Ook dat is absurd.

Als dat de bedoeling, of de eigenlijke grondonderstelling van dit beroep op het geweten is, kunnen wij er geen moment aan denken, zulk een vermogen aan het geweten toe te kennen, of enig recht te erkennen om alzo te spreken.

Een andere zaak is, dat het geweten zeker iets met de wil Gods te maken heeft. Niet, en zeker niet in de eerste plaats, om aan te geven wat met die wil overeenkomt, maar, omdat het geweten gaat spreken, zodra de overleggingen des harten met de geopenbaarde wil Gods in strijd komen en tegen die wil wordt gehandeld.

Tenzij het geweten is toegeschroeid, spreekt het, zodra wij in conflict komen met de wil Gods, met Zijn Woord en met Zijn gebod.

Daarom kunnen wij niet aannemen, dat een gewetensconflict kan ontstaan, als de kerk een beslissing, die klaar en duidelijk tegen Gods getuigenis ingaat, afwijst.

Wij zijn er n.l. van overtuigd, dat de voorstanders om de ambten voor de vrouw open te stellen, in zoverre zij de argumenten der tegenstanders ernstig bestudeerd hebben en nota hebben genomen van de verwijzingen naar de Heilige Schrift, moeten erkennen, dat deze afwijzend staat tegenover die voorstellen. Ze zijn in strijd met wat de Heilige Schrift dienaangaande leert.

De voorstanders moeten hun toevlucht nemen tot redeneringen, die geweld doen aan de duidelijke leer en uitspraak van de Heilige Schrift, om zich aan de drang daarvan te onttrekken. Zo moet men breken met het getuigenis van de Heere Jezus Christus en van Zijn apostelen omtrent het goddelijk gezag der Schrift, breken met het geloof van de kerk der eeuwen, die haar als Gods Woord ontvangt, om haar voorts door een eigenwillige maatstaf van gezag te onderwerpen.

Wat naar zulk een maatstaf als goddelijk en gezagvol kan gelden, wordt in genade aangenomen, maar wat daaraan gemeten niet voldoet, wordt hoogmoedig verworpen.

Nu de voorstanders van de openstelling der ambten voor de vrouw op het voorbeeld van de Heere Jezus en Zijn apostelen en op zo menige uitspraak van de Schrift stuiten, hebben zij de idee der tijdgebondenheid aangegrepen en maken ten aanzien van de onderhavige vraag uit, dat Christus en de apostelen weliswaar zó hebben gehandeld en gesproken vanwege de situatie van hun tijd, maar, dat zij heden naar de situatie van onze tijd anders zouden hebben gehandeld en gesproken.

Dit betekent, dat deze mensen op hun standpunt, tegen het getuigenis der Schrift in, aanspraak willen maken op goddelijk gezag voor hun zienswijze en zouden willen eisen, dat zij, die dat getuigenis eren, hen op deze dwaalweg zouden volgen, ja, op straffe van hun die weg op te dringen en hun geloof in Gods Woord geweld aan te doen.

De mensen, die de Schriftgelovige en alzo legitieme leden der gemeente in zulk een gewetensconflict willen drijven, behoorden door hun geweten weerhouden te worden van zulk een wederrechtelijke handeling, instede van voor te wenden, dat zij in hun geweten gekrenkt zouden worden, als de kerk gehoorzaamheid brengt aan de Schrift.

Indien wij nog willen vasthouden aan de goede trouw van zulke mensen, die feitelijk geen ander. argument hebben tegenover de onbetwistbaar afwijzende uitspraken van de Heilige Schrift dan , , dat is uit de tijd", dan moeten zij toch ten aanzien van deze dingen met blindheid geslagen zijn.

Of zijn dat niet dezelfde geesten, die zich bekommeren om gewetensconflicten van dienstweigeraars en anti-militairisten en zich zelf in de weer stellen als er sprake van is ? Zij spreken van het geweten, indien hun eigenwillige inzichten omtrent de ordeningen in het huis Gods zullen worden afgewezen, maar om het gewetensconflict bij degenen, die opkomen voor hun geloof in het goddelijk gezag der Heilige Schrift, als hun tegen dat gezag in dingen worden opgedrongen, schijnt men zich geen zorg te maken.

En, wat doet nu de synode, onze hoogste kerkvergadering, ten aanzien van het gewetensconflict bij de legitieme leden der kerk, dat zij met haar voorstellen bezig is uit te lokken ?

Zal zij ook zeggen, dat het uit de tijd is om zich met zulke ouderwetse dingen bezig te houden ?

Of zal zij eerbied tonen voor het geweten, dat ook en met name in het huis Gods geleid wil zijn door het apostoli­sche Woord ?

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zorg en eerbied voor het geweten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's