De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET GEZIN IN IN DE MODERNE SAMENLEVING

Bekijk het origineel

HET GEZIN IN IN DE MODERNE SAMENLEVING

9 minuten leestijd

III

DR. H. JONKER

Onze verantwoordelijkheid.

De vraag komt op, wat doen wij als predikanten tegenover deze voortgaande saecularisatie in onze prot. christelijke, gezinnen ?

Na de diagnose moet de therapie komen.

In de voorbereiding van deze lezing heb ik wel eens gedacht aan een vloed, aan een oerwoud en aan Lodewijk XVI.

Aan een vloed, omdat ik op een gegeven ogenblik dacht in de overvloed van stof te zullen verdrinken. Het was wel een moeilijke opgave uit de grote hoeveelheid gegevens het wezenlijke te grijpen en de hoofdlijnen aan te duiden.

Nu staan we in een oerwoud, waarin geen wegen zijn. Aan drie predikanten en drie gemeenteleden stelde ik de vraag naar de therapie. Het enige wat ik als antwoord kreeg, was een zuchtend ja, ja, maar de therapeutische weg werd niet gewezen. Het vraagstuk is ook wel uitermate moeilijk. ,

Ook aan Lodewijk XVI heb ik gedacht. Bij Thomas Carlyle las, ik dezer dagen, hoe de vlucht van de ongelukkige koning Lodewijk XVI met zijn gezin in juni 1791 uit Parijs naar het buitenland had kunnen gelukken. Op de grenzen van Champagne en Lotharingen lagen escortes van huzaren en dragonders te wachten, door royalisten samengebracht. Echter de tocht ging te langzaam, in 22 uur legde de nieuwe Berline slechts 69 Engelse mijlen af. Zelfs steeg koning Lodewijk eenmaal uit om op een heuvel van de heerlijke zonneschijn te genieten. Hij had de ernst van het ogenblik niet door en dat werd zijn ondergang. De postmeester Drouet herkent de koning naar een beeltenis van een nieuw assignaat en jaagt hem achterna. Te Varennes moest de terugtocht aanvaard worden.

Wij zijn niet op de vlucht, maar wel met de arbeid van het evangelie op reis naar het land van de geestelijke vrijheid der kinderen Gods. En op deze reis hebben wij te letten op de tekenen der tijden, op de concrete situatie, waarin wij ons bevinden. Wij worden achterna gezeten door de macht van een voortgaande saecularisatie en we hebben de urgentie van deze macht te zien, willen wij niet op dood spoor worden gerangeerd. Wij hebben ook geen tijd ons te verlustigen in de zonneschijn van eigen volle kerken, welk optimisme verdwijnt als we letten op de verhouding tussen het aantal kerkelijk meelevendeh en de toename van de gehele bevolking in de eigen gemeente.

In de geestelijke arbeid van het Evangelie mogen wij van God uit nooit van een Varennes spreken, omdat Christus de overwinning heeft behaald. Hij realiseert deze overwinning op Zijn wijze. Toch kunnen wij, menselijker wijze gesproken, het bange vermoeden niet van ons afzetten, dat Varennes in bepaalde gebieden en gemeenten van onze Kerk reeds is bereikt. In vele Geref. Bondsgemeenten is het Gode zij dank nog niet zo ver gekomen, men leeft daar nog grotendeels onder het beslag van Gods Woord. Maar externe en interne gevaren dreigen ook hier.

In 1899 telde Nederland 2, 2 % buitenkerkelijken ; in 1920 7, 7 %, in 1947 17 % nominaal. In de realiteit van de kerkelijke practijk liggen de procenten vooral in de grote steden veel hoger. De sfeer van het corpus christianum, die hier en daar in onze gemeenten nog wordt aangetroffen, verdwijnt steeds meer. Het kerklidmaatschap, de kerkgang en het ambtelijk gezag van de geestelijke leidslieden wordt steeds minder een vanzelfsprekende zaak geacht. 

Tegenover deze veranderende wereld- en gezinssituatie staan wij als Geref. Bondspredikanten. Dit is een gunstige positie. Dit worde zonder zelfgenoegzaamheid; maar krachtens diepe overtuiging geponeerd. Een gunstige positie om drie redenen. Materieel komen wij op voor de gereformeerde waarheid, die, om het met prof. Hendrik Bavinck te zeggen, naar onze overtuiging de relatief zuiverste waarheid van de H. Schrift vertolkt en die, om het met Calvijn te zeggen, het geweten van de mensen mee heeft. Juist in de arbeid onder buitenkerkelijken is mij dat meer dan eens gebleken. In de tweede plaats omdat wij, formeel gezien, opkomen voor de bevinding des geloofs tegenover een intellectualistisch gereformeerd objectivisme, dat m.i. het moderne levensgevoel veel moeilijker kan doordringen, doordat het de contactpunten met het existentiële levensgevoel mist en te zelfverzekerd is. En wanneer, zoals De Waarheidsvriend laatst mededeelde, vrijzinnigen zich zetten onder de Geref. bondsprediking, dan verwondert mij dit niet, omdat de existentiële spanning in de prediking juist vrijzinnigen kan aanspreken, die zich verzetten tegen de vanzelfsprekende geloofszekerheid in andere groeperingen. In de derde plaats is het bij alle moeilijkheden toch verheugend, in de Hervormde Kerk te mogen arbeiden, omdat zij het contact nog het meest van alle kerken met ons volksleven onderhoudt. En ook omdat naar mijn vermoeden de jongere generatie in de toekomst zich steeds meer van kerkscheiding en kerksplitsing zal afwenden en de ene grote protestantse kerk zal zoeken.

Echter hoe staan wij vanuit deze positie tegenover een saeculariserende maatschappij-ontwikkeling, die onze gezinnen bedreigt ? Deze maatschappelijke ontwikkeling kunnen wij niet tegenhouden. Wel zijn twee houdingen tegenover deze ontwikkeling mogelijk: De houding van het isolement: we trekken ons op onze getrouwen terug, of de houding van een critische solidariteit midden in deze ontwikkeling met al haar moeilijkheden en spanningen.

In Amerika bestaat een doopsgezinde sekte, die radicaal neen heeft gezegd en nog zegt tegen de moderne cultuur. De mannen en vrouwen dragen nog de klederdracht van hun voorouders uit de 18e eeuw met grote hoeden en jassen zonder knopen. Deze radicaliteit is bewonderingswaardig, maar ze kan onze weg niet zijn, omdat wij gereformeerd zijn. Het gereformeerde élan heeft steeds het volksleven op het oog gehad, zowel in de reformatie als in de nadere reformatie. Wij hebben kerk te zijn en ons te wachten dat wij, uitgerangeerd in de samenleving, afzakken tot een sekte.

Te midden van de maatschappelijke en culturele ontwikkeling hebben wij te staan, onze eigen weg te zoeken en onze eigen stijl te scheppen. Bij alle experimenten, die als remedie tegen een voortgaande saecularisatie zijn toegepast, zie ik na acht-jarige arbeid in Amsterdam geen betere weg dan die van de hernieuwde binding van de gezinnen aan de kerkelijke eredienst van Woord en Sacramenten, als het centrum van een gezin opbouwend gemeenteleven. Wij vallen terug op de verkondiging van het Woord Gods als het enige wapen, dat ons gelaten is. Wij hebben betoogd, dat de saecularisatie in de gezinnen intrad waar de ontkerkelijking een feit is geworden. De remedie is derhalve: terug naar de eredienst. Wij hebben betoogd, dat de individualisatie leidde tot gesloten gezinnen. Wij moeten pogen deze gezinnen in hun geheel weer te verbinden met onze eredienst. Wij sturen dus aan op zgn. gezinsgemeènten.

Deze weg is een andere dan die dr. Van Veen aanwijst in zijn diesrede ter gelegenheid van de 12e jaardag van Kerk en Wereld (Dies 1957).

Dr. Van Veen gaat in deze rede uit van Efeze 4 : 12 , , De toerusting van de gemeente door de ambtsdragers tot dienstbetoon" in het midden van de wereld. Het is opmerkelijk, dat door hem de oude structuur van de reformatorische volkskerk met de plaatselijke en territoriaal bepaalde gemeenten losgelaten wordt. Hiervoor in de plaats dienen, volgens dr. Van Veen, de pluriforme huisgemeenten en mentale parochies te komen waarin de ambtsdragers slechts als , , helpers der leken" deze laatste in hün toerusting tot dienstbetoon in de wereld bijstaan.

In 1954 verdedigde ik, zij het om andere redenen, een zekere doorbraak van de strakke territoriale grenzen der wijkgemeenten*). Hierop werd toen door niemand gereageerd behalve door ds. Abma in De Waarheids riend (24 juni 1954).

Mijn grote bezwaar tegen de visie van dr. Van Veen is dat ook hier, evenals zo dikwijls in de apostolaatstheologie, de essentie van het corpus Christi omgezet wordt in de functie van het apostolaat. In Efeze 4 : 12, 13 wordt echter bij de uitspraak „Toerusting tot dienstbetoon" de wereld zelf niet genoemd, maar wel de nadruk gelegd op , , de opbouw van het lichaam van Christus". Wij lezen in de nieuwe vertaling: „Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, 'die het hoofd is, Christus".

Paulus heeft in deze pericoop met , , dienstbetoon" meer introvert de opbouw van het lichaam van Christus in de Waarheid op het oog dan apostolair het uitgaan in de wereld. Om de apostolaire opdracht, die ook wij erkennen, op verantwoordelijke wijze te vervullen is de opbouw van het Lichaam van Christus door de dienst des Woords en der Sacramenten eerste vereiste. Er dient ongetwijfeld aandacht te zijn voor de mentale en sociologische gerichtheden in de gemeente, maar om vanwege deze mentale verschillen over te gaan tot de versplintering der gemeente in mentale parochies acht ik een gevaarlijke weg, die zou kunnen leiden tot sectevorming. In de eerste Christengemeenten zetten slaven en heren zich gezamenlijk rondom de ene Avondmaalstafel. Ook de opvatting van de ambtsdrager als „helper der leken" doet m.i. vanuit de Corpus-Christi-gedachte geen recht aan het onbewuste maar legitieme verlangen van het gemeentelid in de ambtsdrager een priesterlijke gestalte te zien, die de gemeente door het Woord Gods beschermt, beschut en koestert.

Voorts vrezen wij, dat de overaccentuering van het dienstbetoon in de wereld als het wezenlijk aspect van het gemeente-zijn zal leiden tot een „sociaal-gospel"-activiteit, die na de eerste wereldoorlog in Amerika door Niebuhr werd ingevoerd en die lege kerken ten gevolge had. 

Het behoeft ons dan ook niet te verwonderen, dat in deze functionele opvatting van het Lichaam van Christus het Schriftuurlijk beginsel van de verbondsgedachte en de plaats van het gezin in de gemeente niet tot uitdrukking komt, weshalve wij tegenover het pleidooi voor mentale parochies stellen de verdediging van gezinsgemeenten als een aanbevelenswaardiger weg in deze tijd van een veranderende wereld en een veranderend gezin.

Vanuit het verbond dienen wij dit oude beginsel op een nieuwe wijze conform de huidige situatie te bewaren en te bevorderen. Wij zullen 'hier en daar nieuwe wegen hebben te bewandelen.

De oude beproefde wegen van gezinskerkdiensten en huisbezoek van pastor en presbyters blijven wij volgen. Daarnaast zou ik enkele formele opmerkingen willen maken ter bevordering van een hernieuwde functionnering der gezinsgemeenten, opmerkingen, die misschien overbodig zijn in bepaalde gemeenten of waarvan de realisering in andere gemeenten niet of nog niet mogelijk is. Deze opmerkingen gelden eerst de gemeentevorming, tenslotte, als een soort toepassing, ons, predikanten.

(Wordt vervolgd)

H. Jonker.


4) „Het wijkgemeentestelsel in de Hervormde gemeenten der grote steden blijkt in de practijk voordelen te bezitten. Nadelen kunnen worden voorkomen, indien men overeenkwam, dat iemand om principiële redenen zich zou kunnen voegen bij een wijkgemeente zijner keuze". Stelling XVI toegevoegd aaa diss. „Over Jaspers' metamorphose der bijbelse religie".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET GEZIN IN IN DE MODERNE SAMENLEVING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's