De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MOEILIJKHEDEN MET DE BISSCHOP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MOEILIJKHEDEN MET DE BISSCHOP

7 minuten leestijd

5

De Bisschop van Constans had een bevel uitgevaardigd, dat de naam van Luther in het openbaar niet genoemd mocht worden, en dat niemand het evangelie anders zou verklaren dan overeenkomstig de uitleggingen der kerkvaders. Doch er gebeurde meer.

In het begin van 1522, in de tijd van de veertigdaagse vasten, had Zwingli in zijn preken opzettelijk aangetoond, dat het angstig onderhouden van uitwendigheden niet tot de ware godzaligheid behoorde, en dat die een christen was, die zich uitsluitend aan Gods gebod hield. Hieruit trokken sommigen de conclusie, dat zij zich dan ook niet aan de vasten behoefden te houden, voorgeschreven door de bisschop. De boekdrukker Froschauer, die bekend was met de geschriften van Luther, liet noch in zijn eigen huis, noch aan de maaltijden zijner vrienden het gebruik van vlees en zulke spijzen na, welke ook maar aan te raken anders voor zonde gehouden werd. Onstuimiger gingen een uit Bazel verbannen geestelijke en een hoofdman te werk. Niet alleen dreven zij met het vasten openlijk de spot, maar zij wilden ook iedereen dwingen het na te laten. Dit gedrag verwekte onrust in de stad. De Raad liet de overtreders gevangen nemen, na voorlichting door het kapittel liet de raad de gevangenen met een berisping vrij. De bisschop vernam het gebeurde en vaardigde een gezantschap uit drie personen bestaande af naar Zurich.

Het gezantschap hield eerst een toespraak tot alle predikers van Zurich, welke beantwoord werd door Zwingli. Daarna hielden zij een toespraak tot de kleine raad, waarna besloten werd de volgende dag een vergadering van de grote raad te houden, waarop zij aanwezig zouden zijn, echter niet de predikers van Zurich. Ofschoon Zwingli zijn uiterste best deed toch toegang te verkrijgen, dit gelukte niet. Zo schrijft Zwingli zelf: , , Ik moest dus aflaten, maar wendde mij in den gebede tot Hem, die de zuchten der gebondenen hoort, opdat Hij de waarheid niet zonder bijstand laten, en het evangelie, welks verkondiging Hij mij opgedragen had, beschermen mocht."

Op 9 april kwam de grote raad bijeen. Het is niet billijk, zeiden velen met blijkbaar misnoegen, dat men de predikers de toegang ontzegt. Ten laatste moest de kleine raad wijken en werd met meerderheid van stemmen besloten de predikers toe te laten en hun het recht te geven te antwoorden, zo dikwijls zij wilden. Het gezantschap hield een uitvoerige rede, maar wenste aanvankelijk de beantwoording door Zwingli niet aan te horen. Na een uitvoerige discussie werden zij daartoe gedrongen en ontstond een vrij heftige gedachtenwisseling.

De volgende dag nam de grote raad een besluit, dat weinig met de inzichten van Zwingli strookte. Hij vond het daarom geraden de aanhangige kwestie op de preekstoel te behandelen en deze preek, wat uitgewerkt, uit te geven. De titel is : Over het vrije gebruik der spijzen. Dit is het eerste geschrift, dat onder zijn naam uitkwam.

In dit merkwaardige stuk, dat met recht als apostolische zendbrief aan de gemeente te Zurich te beschouwen is, wordt de christelijke vrijheid tegenover het voorgeschreven vasten nadrukkelijk verdedigd. Het bevat twee delen. In het eerste wordt aan de hand van gepaste plaatsen uit de H. S. betoogd, dat het de gelovige geoorloofd is, alle spijzen te nuttigen; bijgevolg, dat er van hem niet gevorderd mag worden, enig verschil daarin te maken. In het tweede worden de bedenkingen, die daartegen aangevoerd worden, uit de Schrift beantwoord. De hoofdregel in dit stuk op de voorgrond gezet, is niet af te wijken van het Woord van God, en wat daarin niet verboden is, de mensen vrij te laten. , , Dit ene", schrijft Zwingli, , , onderzoeken wij, in dit ene stellen wij al onze zorg, dat de christenen in alle zaken der godsdienst zich aan de goddelijke voorschriften houden". Opmerkelijk is daarbij het opschrift, dat hij boven dit stuk plaatste, en dat ook vroeger reeds zijn zinspreuk geworden was, waarom wij het ook schier boven al zijn overige geschriften lezen. Het is het woord van de Zaligmaker: Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Welke woorden hij elders aldus verklaart: „Christus alleen kan de ontruste en beangstigde gewetens vertroosten en wederoprichten, de driften bedaren en vergenoegdheid geven. En dit geschiedt, wanneer wij Christus als onze Zaligmaker en als het onderpand van Gods genade door het geloof aangrijpen, waardoor wij dan onder het getal der kinderen Gods aangenomen en van de eeuwige dood verlost worden". Ook hier zien wij dat het de strekking zijner hervorming was, om uitsluitend Christus aan het hart der gelovigen weder te geven als de rechte vervuiler van al hun geestelijke behoeften.

Dit geschrift veroorzaakte een grote beweging. De bisschop van Constans begon met een herderlijk schrijven uit te vaardigen aan alle priesters en leken, inhoudende hevige klachten over de gevaarlijke nieuwigheden, en ernstige vermaningen, om zich daardoor niet te laten medesiepen. Alle predikers werd gelast dit schrijven na de predikatie voor te lezen. De bisschop richtte zich ook tot de raad van Zurich met de vermaning om voor het onderhouden der oude kerkgebruiken te waken en alle berisping daarvan te verbieden. Bovendien richtte hij zich tot het kapittel, waarbij hij melding maakte van zekere nieuwigheidszoekers, die in hun dwaze hoogmoed de kerk poogden te hervormen.

Toen deze brief in het kapittel aan de orde kwam verzocht Zwingli een schriftelijk antwoord te mogen opstellen. Dit werd het geschrift Archeteles, dat is Begin en einde. Hij volgt het herderlijk schrijven van de bischop op de voet en toont aan, hoe ver het allerwege in strijd is met de waarheid, die in Christus Jezus is. Door van Christus af te wijken was de kerk in een treurig verval gekomen. Daarvoor had God hem de ogen geopend. Daarom had hij zich tot doel zijns levens gesteld, om, met verwerping van alle lering, die geboden van mxensen zijn, door eenvoudige prediking van het evangelie, de oude waarachtige eenheid der kerk van Christus te herstellen.

„Het woord van God heeft inderdaad geen bevestiging van mensen nodig. Wat het evangelie is, blijkt genoeg uit de kracht, , die het uitoefent om de mensen te verlichten, tot zich te trekken, ''te vertroosten, het geweten tot rust te brengen, van de besmetting der zonde vrij te maken.

, , Indien niemand zalig zou kunnen worden, zonder te geloven aan de besluiten der Conciliën en aan de uitspraken van de leraars der kerk, dan zijn de apostelen en eerste christenen niet zalig geworden. Ziet eens hoe ver gij van de waarheid afdwaald".

, , Gij meent, dat de christelijke kerk niet zonder ceremoniën bestaan kan; dat alle orde in de burgerstaat verloren gaat, indien niet de dus genoemde bisschoppen de muren der tempels met water, zout en as wijden; niet de altaren met heilige olie zalven en wat dies meer zij. En toch is de christelijke kerk nooit in betere toestand geweest, dan toen er schier geen ceremoniën waren. Nooit drong de leer van Christus dieper in de gemoederen der mensen in, dan toen de godsdienstoefeningen der gelovigen zich tot het voorlezen der h.boeken, tot het gebed en tot broederlijke vermaningen bepaalden. En de orde in de burgerstaat zal nooit beter bewaard worden, dan wanneer de leer van Christus eenvoudig en zuiver gepredikt wordt".

„De gehele strijd komt hierop neer, of men aan de goddelijke geboden of aan de menselijke leringen moet gehoorzamen. Maar Christus zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Indien Hij dan de weg is, waarom bewandelt gij hem niet? Indien Hij de waarheid is, waarom gelooft gij hem niet? Indien Hij het leven is, waarom zoekt gij niet bij Hem het leven? Niemand kan Christus ooit verlaten, zonder de grootste schade aaki zijn ziel te lijden."

Aldus verdedigt Zwingli zich tegenover de bisschop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MOEILIJKHEDEN MET DE BISSCHOP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's