HET GEZIN IN DE MODERNE SAMENLEVING
IV
DR. H. JONKER
Nieuwe wegen van gemeentevorming.
Ie. Door de differentiatie van de samenleving diene meer aandacht gevestigd te worden op de sociologisch mentale gerichtheden in de gemeente, niet door instelling van mentale parochies zoals dr. van Veen wil, maar wel door de gerichtheden tot hun recht te laten komen in het midden der gemeente. Dit kan geschieden door een variabele predikantenkeuze, door oprichten van gesprekskringen, door opneming in kerkelijke functies. Te veel worden bepaalde, sociologische groepen in het kerkewerk uitgeschakeld.
2e Een appèl op de verantwoordelijkheid van ieder gemeentelid voor en deelname in de eredienst. Het Verbond kent gehoorzaamheid, dienst, offer en discipline. De kerkelijke arbeid berust nog te veel bij predikanten en kerkeraadsleden, het gemeentelid heeft slechts een passieve rol. Ieder gemeentelid moet ingeschakeld worden. Zijn er geen taken, dan moeten nieuwe taken gecreëerd worden. In vele Amerikaanse gemeenten, die de strijd tegen de seecularisatie reeds veel eerder hebben aangebonden, krijgt ieder lidmaat door de kerkeraad een taak aangewezen, waarvoor men niet mag bedanken, (kinderkerk, evangelisatie, materiële zorg voor kerkgebouw, opvangen nieuw ingekomenen, enz.). Een der oorzaken van de achteruitgang der kerkelijke meelevendheid is de vrijblijvendheid in onze kerk.
De overbelasting van predikanten en kerkeraadsleden in deze tijd kan tevens verlicht worden door de overdracht van eenvoudige taken aan gemeenteleden. Rondom de kerkeraad een krans van verbanden ! Door deze verbanden onderhoudt het gezin op actieve wijze het contact met de kerk.
3e. Uit dit appèl op de verantwoordelijkheid vloeit voort een discipline. Tekenend is dat het woord discipline ons zeer onkerkelijk in de oren klinkt, terwijl het woord is afgeleid van het bijbelse discipel. Ik noem enige taken, die eventueel opgedragen kunnen worden : Het instellen van een crèche onder leiding van meisjes 5), zodat de ouders van kleine kinderen beiden ter kerke kunnen gaan, het instellen van de kinderkerk met klassen van 4-6, 7-9 en 10-12 jaar, geleid door gemeenteleden, die een kadercursus volgen bij de predikant. Op 12 jarige leeftijd wordt de jongen en het meisje meegenomen naar de officiële eredienst. Daar krijgt ieder een taak, bv. kerkbodes rondbrengen met een kerkbusje á 10 cent tot 14, 15-jarige leeftijd. Daarna worden de jongeren ingeschakeld in een ontvangstcommissie, om gasten de beste plaats in de kerk aan te bieden, of een collectecommissie, die de gaven tijdens de eredienst, onder toeziend oog van diakenen en kerkvoogden, inzamelt, of een technische commissie, die tot taak heeft met een wire-recorder de kerkdienst te doen herleven bij zieken en ouden van dagen, of commissies voor oogstdienstacties en feestdienstacties : zieken ontvangen een attentie met de gehouden preek van de dominé, of evangelisatie-commissie, commissie voor lectuurverspreiding, commissie voor het opvangen van nieuw-ingekomenen, bezoek-assistent, kerkeraadslid. Uit ervaring weet ik, dat bepaalde acties door thuiszittenden ontzaglijk op prijs worden gesteld. De kerkeraden dienen naast oude ook jonge kerkeraadsleden in hun midden op te nemen, die bezoeken brengen bij jonge gezinnen. Denk aan het generatieverschil..
4e. In onze diensten moet wat meer bezieling komen. De eredienst moet een gebeuren zijn, waarvan iets uitstraalt haar buiten. Juist ter wille van de bezieling in de eredienst kwam Calvijn op voor de rythmische zang. De Franse kerkdiensten kennen nog steeds iets van het élan van de oude reformatorische tijd.
5e. Door de verhoging van het algemeen ontwikkelingspeil en de verfijning van de kunstzinnige smaak moet er meer aandacht geschonken worden aan de vorm van de eredienst. We moeten oppassen, dat wij uit vrees voor de liturgische experimenten niet in de houding van een negatieve krampachtigheid terugvallen, zodat we geen aandacht meer durven schenken aan de vorm van de eredienst. Wij doen niets om de liturgische beweging, maar laten er oök niets om, wij blijven vrij en onszelf. Naast het herstel van een zinvolle plaats van de wet in de eredienst, zou ik willen pleiten voor meer aandacht voor de gemeentezang. Een goede kerkelijke zang oefent een positieve invloed uit op de gezinnen, waar de traditie van de zang in de huiskamer weer hersteld moet worden. Als er iets geestelijk bindt dan is het wel de zang in de huisgodsdienstoefeningen. Op verschillende middelbare scholen ontvangen de jongeren reeds muzieklessen, waarbij ook het kerkelijk lied wordt onderwezen. Als de kerk hiermee niet enigermate rekening houdt, zal de verzuchting der jongeren over onze diensten zijn: het is daar een verouderd zaakje. Jongeren oordelen eerst formeel, later pas materieel. Ik zou dus willen pleiten voor steun en medewerking aan een nieuwe psalmberijming, waardoor hopelijk ook vele onbekende psalmen, die wij nooit zingen, hun plaats in de eredienst ontvangen. Uit onze kringen zijn verschillende musici heengegaan, predikantszonen, die in de andere groeperingen met open armen werden ontvangen, bij ons hadden ze niets te doen. Ik betreur dit nog altijd, te meer ook daar ik weet, dat er verschillenden nog steeds grote eerbied hebben voor de kernen van de gereformeerde waarheid.
En aangezien wij als gereformeerde christenen opkomen voor de primaire plaats van de psalmen in de eredienst, zou ik gaarne enige liturgische wensen aan de orde willen stellen, die verband houden met deze aangelegenheid.
De gemeentezang oefent een gemeentevormend en gezinopbouwende functie uit en verbindt gemeente en gezin meer dan wij ons bewust zijn. Daarom zfal ook de gemeentezang onze grootste aandacht moeten hebben.
De predikanten.
Ten slotte nog iets over ons als predikanten, die in de gereformeerde religie wel een uitermate grote plaats innemen wat betreft de relatie van het gezin met de gemeente. Enkele opmerkingen over de persoon, het pastoraat, de studie en de prediking van de predikant.
Wat de persoon van de predikant betreft is het noodzakelijk te streven naar het evenwicht van mens en ambtsdrager. Gezien het feit dat het ambtelijk gezag qualitate qua verminderd is, valt tegenwoordig een groot accent op de persoon. De figuur van de predikant, vroeger met gezag omringd, wordt thans in de maatschappij met een zekere ironie omgeven. Hier ligt iets van de smaadheid van Christus in, mits die ironie wordt opgewekt door de Waarheid Gods en niet door een levensvreemde krampachtigheid of neurotische geladenheid. Wordt het gewone mens-zijn geabsorbeerd door het ambt, verbergt de ambtsdrager zich achter zijn ambt, dan geeft hij zelf aanleiding tot spot en ironie. Wordt het ambt geabsorbeerd door het mens-zijn, wil de ambtsdrager de zeer vlotte dominee uithangen, dan geeft hij zelf aanleiding tot minachting bij kerkelijken en buitenkerkelijken. Vooral de buitenkerkelijken willen in de predikant zowel de mens als de ambtsdrager zien.
Pastoraat. De predikant houde door huisbezoek en ziekenbezoek contact met de gezinnen. Wij spraken over de inschakeling van allerlei gemeentekringen. De predikant loopt nu het gevaar een soort manager te worden. Dit moet tegengegaan worden. De predikant heeft de visie, hij stippelt de lijnen uit, de kerkeraadsleden zijn verantwoordelijk voor de gemeente-kringen, zij beschermen de predikant en zorgen er zoveel mogelijk voor dat hij niet een manusje van alles wordt.
Voor de studie dient daarom veel tijd gereserveerd te worden. Vergeleken met Amerika en Z.-Afrika mogen wij zeggen, dat wij theoretisch en exegetisch een prachtige opleiding hebben gehad, die wij o.i. te weinig vruchtbaar maken in onze prediking. Kittel geeft ons machtige preekstof, waar de zin van bijbelse grondwoorden als gerechtigheid, genade, koninkrijk enz. op een — voorzover ik kan beoordelen — verantwoorde wijze wordt uitgediept. Het beperken van de studie tot preekvoorbereiding is in deze tijd onverantwoordelijk. Naast interne studie van de theologische en dogmatische problematiek is externe studie van de hedendaagse situatie, het klimaat van denken en de levensproblematiek van de huidige generatie onontkoombaar, willen wij de hedendaagse mens en jongere nog iets te zeggen hebben. Jongeren en buitenkerkelijken hebben onze zwakheden van ons staan in de wereld beter door dan wij vermoeden. Studietijd is gemeentetijd. De tijdsquantiteit van studie en preekvoorbereiding gaat parallel aan de preekqualiteit des zondags.
De preek. Wij moeten niet preken wat de gemeente al weet, maar wat ze nog niet weten 7). De prediking zij pregnant, niet lang door herhalingen, zij bevatte de sofia, de zuivere leer van de exegetische en dogmatische diepe zin van het Woord Gods, zij kenmerke zich door een existentiële concretisering der Waarheid voor de mens van nu, daar de Waarheid actueel is voor het heden, zij worde gedragen door de exousia, de volmacht Gods in het diep getroffen zijn van de prediker door de Waarheid van het Woord, zij openbare zich In een dynamische bewogenheid voor de zielen, die ons zijn toevertrouwd.
Zo binden wij vanuit het krachtcentrum van het Woord Gods de strijd aan tegen de machten van de voortgaande saecularisatie van, het gezin. Wij trekken ons terug op en gaan uit van de heiligheid van Gods huis, waarvan wij in die prachtige Psalm 93 zingen : , , De heiligheid is voor Uw huis, o Heer, eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer". Wij gaven slechts enkele formele aanwijzingen. Met onze kracht is niets gedaan. De overwinning ligt bij Christus, de Koning der Kerk, Die Zijn gemeente door Zijn Woord en Geest in stand houdt. Deze geloofszekerheid verdiepe onze verantwoordelijkheid om met onze zwakke vermogens en beperkte inzichten vanuit het Woord Gods onze gezinnen te bewaren, te steunen, te bemoedigen en te bouwen te midden van de benauwende dreigingen van de moderne samenleving.
Toen de Horoniet Sanballat en de Ammonitische slaaf Tobia en de Arabier Gesem het hoorden, bespotten en verachtten zij ons en zeiden: Wat doet gij daar ?
Maar Nehemia diende hen van antwoord en zeide tot hen : De God des hemels. Hij zal het ons doen gelukken, en wij. Zijn knechten, zullen ons gereedmaken en bouwen. (Nehemia 2 : 19, 20).
H. Jonker.
5) Een crèche, een kinderbewaarplaats tijdens de kerkdienst in een zaal of kamer van de kerk.
6) In de discussie werd gevraagd wat ik hiermee wilde zeggen. Ik bedoel geen goedkope „originaliteit", om nu eens plotseling wat anders te zeggen dan wat de kerk door de eeuwen heen gezegd heeft, zoals nog al eens gebeurt. De substantie van de belijdenis der kerk dient gepredikt te worden, maar zo, dat ze in het licht van een bepaald Schriftwoord voor de gemeente weer nieuw wordt. „Zo heb ik het nog nooit gezien". De woorden Gods geven, na wetenschappelijke uitdieping in de voorbereiding, steeds een nieuwe zin aan de oude substantie. Dogmatische termen geven slechts een algemene zin, ze zijn wel noodzakelijk, maar niet genoeg. Woorden met een algemene zin lopen kans te „verkalken", het leven gaat er uit. Daarom meer nadruk op het specifieke van een tekstwoord tot verlevendiging van de prediking.
7) Niet actualistisch. Preken over fiimopschriften als „Simson en Delila)" zijn verwerpelijk, moeten bioscoopdirecteuren ons de onderwerpen van onze prediking aan de hand doen ? De Waarheid is actueel, d.w.z. handelend werkzaam, echt waar in ons leven van nu. Wij prediken geen verouderde religieuze opvattingen, maar de waarheid die tegelijk stokoud en hypermodem. is. Het hypermoderne moet ook in de prediking blijken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's