De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE VER KAN DAT GAAN?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE VER KAN DAT GAAN?

5 minuten leestijd

PROF. DR. J. SEVERIJN

Wij zijn. langzamerhand aan. heel wat verschijnselen, en uitlatingen van officiële en niet-officiële zijde in de Hervormde Kerk gewoon geraakt, die op zijn minst genomen de ernstige vrees moeten wekken, dat het met de ontwikkeling van het kerkelijk leven niét goed gaat. Niet goed, omdat het allengs duidelijker wordt, dat daar niet gevraagd wordt hoe men overeenkomstig Gods Woord in het huis Gods zal verkeren, maar hoe men het huis Gods naar, wat men noemt, de eisen van deze tegenwoordige tijd zal inrichten met voorbijgang en negatie van dat Woord, zoals ons dat in de Heilige Schrift is geschonken.

Ook al contrabande. Gods Woord ons in de Heilige Schrift geschonken? Wij beschikken over Gods Woord?

Ja, volmondig ja, de Heilige Schrift Gods Woord. Dat is ons geloof in gemeenschap met de vaderen. Zij geloofden dat ook.

En wat dat beschikken aangaat, het is best mogelijk, dat mensen beschikken en oordelen over Gods Woord. En dat gebeurt ook. Maar dat is uit, zodra dat Woord heerschappij over ons neemt, want dan buigen wij voor dat Woord.

Zij, die de gemeenschap met het geloof der vaderen zó toch niet willen opvatten, geven als bezwaar op, dat het zo verstarrend werkt, n.l. dat geloof in het goddelijk gezag der Heilige Schrift. Fundamentalisme noemt men dat tegenwoordig.

Niet zo heel vreemd, want het Schriftgeloof is fundamenteel. Dat blijkt wel uit de , , dynamische" geesten, die dit geloof verwerpen, omdat het zo verstarrend zou werken. Deze mensen komen tengevolge van allerlei critische omzwervingen, waarvan zij wel eens gehoord hebben, in de practijk tot een opvatting omtrent de Heilige Schrift, welke er op neer komt, dat zij alleen goddelijk gezag toekennen aan die woorden, welke hun als van Godswege tot hen gericht voorkomen.

Dat leidt niet tot verstarring, maar tot hopeloze verwarring, ondermijning van het kerkelijk leven, en uitholling van de Christelijke religie.

Uit de aard der zaak is de verwerping van het echt Christelijk Schriftgeloof, een ernstige bedreiging voor het kerkelijk leven, v.n. wanneer de leiding gevende organen er opvattingen op na houden, die in de practijk met negatie van de letter der Schrift op één lijn blijken te staan.

De ontwikkeling van het kerkelijk leven in de Middeleeuwen laat ons zien, waar het heengaat, als de Heilige Schrift onder de mensen een vergeten boek is geworden en de Reformatie heeft aangetoond, hoe de herleving van de kennis der Schrift en van het Schriftgeloof niet alleen hernieuwing van het kerkelijk leven, maar ook van het leven der natiën ten gevolge had, in wier midden het ingang en doorwerking vond.

Zo is er geen goeds, noch voor het kerkelijke, noch voor het nationale leven te wachten, als men voortgaat met te bevorderen, dat de kerk wordt afgetrokken van de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, zijnde het Woord Gods, dat haar is toevertrouwd en dat zij geroepen is te bewaren.

Het moet toch voor ieder, die er enigermate over kan oordelen, duidelijk zijn, dat er, om maar een voornaam punt te noemen, niet de minste behoefte kan zijn om op de functionering van de belijdenis der kerk aan te dringen bij degenen, die haar, wat het Schriftgeloof aangaat, hebben prijsgegeven.

Toch zou een ernstig streven naar de gezondmaking van het kerkelijk leven alle aandacht voor dit punt opeisen.

Men snijdt die weg echter af, indien men begint met het Schriftgeloof der confessie los te laten en te verwerpen, omdat daarmede niet alleen heel de belijdenis als in het fundament wordt ontwricht, maar men heeft daarmede het kerkelijk leven van zijn normerende maatstaf, (de Heilige Schrift) en van zijn practische maatstaf (de confessie) ontdaan.

Vroeger kon men van confessionele voormannen de termen norma normans en norma normata nog al eens vernemen, doch dit schijnt ook uit de tijd te zijn.

Wat moet men bij zulk een stand van zaken nog van de kerkelijke tucht verwachten?

Wel, zo willekeurig, als men over de Schrift oordeelt, zo willekeurig men deze hanteert, zo willekeurig zal men ook daarbij te werk gaan. Men zal weren, of althans trachten te weren, wat met zijn persoonlijk geloof of gevoelen niet overeenkomt.

Hoe ver kan dat gaan?

Wie zal het zeggen? Onder het pausdom is de kerk diep gezonken. Edoch, maakt Calvijn er ons opmerkzaam op, dat God ook onder het pausdom Zijn Kerk heeft bewaard.

Maar, gij bedoelt, waar ligt de grens voor de legitieme belijder, als het zo voortgaat. En gij denkt b.v. aan de voorstellen, om d.e ambten open te stellen voor de vrouw.

Wij hebben voortdurend en ook nu weer op de grondfout en de oorzaak van alle kerkelijke ellende gewezen: het prijs geven van de belijdenis aangaande het goddelijk gezag van de Heilige Schrift. Dat euvel treedt nu heel sterk aan de dag in de voorstellen, maar het is niet van vandaag of gisteren.

Als wij daarbij stilstaan, gaat het ook ons raken, want dan komt de vraag: hebben wij wel genoeg gewaakt? de wacht betrokken? geprotesteerd en geijverd? En dan klinkt weer het woord beschuldigend: wij en onze vaderen hebben gezondigd. De hand in de boezem!

Toegegeven, zegt gij, maar als het nu eens komt, de vrouw op de kansel, de vrouw ouderling, dan zal iedere ambtsdrager, die dit niet anders dan in strijd met de Heilige Schrift en mibsdien in strijd met de door Christus en Zijn apostelen bevolen orde kan vinden, voor grote moeilijkheden komen en in conflict met zijn geweten.

De zaak is dus wel heel ernstig en daarom verdient het lof en erkenning, dat de kerkeraad van Veenendaal en de classis Harderwijk zich tot de kerk hebben gericht met de vermaning zich wel te bezinnen en te bidden, dat dit onheil mag worden afgewend.

Laat dan een ieder, die de ernst van deze dingen inziet, zich benaarstigen om ook anderen daarvan te overtuigen en het aangezicht des Heeren zoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE VER KAN DAT GAAN?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's