DE ZIELSZORG RONDOM HET HEILIG AVONDMAAL
Kort verslag van het referaat van ds. L. Blok over
Wanneer wij onze Avondmaalsviering vergelijken met de practijk van de Oude Kerk én met het beginsel en de gedeeltelijke practijk uit de tijd van de Kerkhervorming, dan zien wij, zowel wat het aantal vieringen als wat het aantal deelnemers betreft, een diep ingrijpende verarming. Het Avondmaal is practisch van zijn ereplaats beroofd, soms zelfs afgeschreven.
De grote Avondmaalsschroom is ten dele te begrijpen en te waarderen, omdat het hier gaat om een heilige en geestelijke instelling des Heeren, die niet alleen met uiterlijke eerbied, maar ook innerlijk alleen in het geloof gevierd kan worden, maar verschillende misverstanden hebben de eerbied voor het Avondmaal meermalen veranderd in vrees voor het sacrament. Christus' woord : , , Doe dat tot Mijne gedachtenis" is verdrongen door de vrees : , , Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet en de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren". Een misverstand van het Avondmaalsformulier — met name deel twee van het zelfonderzoek — een misverstaan van 1 Cor. 11 over het onwaardiglijk eten en drinken, en een verkeerd gebruik van de oude Schrijvers is oorzaak, dat de wettige schroom voor het Avondmaal bij velen geworden is een zeer hardnekkige vrees voor het sacrament. Wat de oude Schrijvers betreft, niet alleen hun ontleding van de zielservaringen van de gelovigen — een gerijpt inzicht of een sterk geloofsleven is nodig, om niet in de kenmerken verstrikt te raken, — maar ook hun ernstige waarschuwingen tegen een onwaardig aangaan, hebben diepe sporen nagelaten in het denken van de gemeenteleden. Men vergeet doorgaans, dat hun zwaargeladen waarschuwingen in heel andere omstandigheden geuit zijn, in een tijd, van een zeer veelvuldig aangaan, vaak alleen op grond van zijn lidmaat-zijn.
Tot 'n recht eerherstel van het Avondmaal is allereerst nodig een voluit Bijbelse prediking, een rechte catechese en een weer herstellen van het wettige verband tussen het belijdenis doen en het Avondmaal.
Niet alleen moet in de prediking helder uiteen gezet worden, wat een onwaardig Avondmaal vieren is — zonder een vonkje geloof en bekering, aldus Calvijn —, wat de rechte waardigheid is — alleen het geloof, dat niets in ons stelt maar alles in de Heere; het geloof, dat de onwaardige waardig maakt (Calvijn), maar allereerst is nodig, dat helder wordt gehandhaafd, wat het wezen is van het ware geloof. Het wezen van het geloof is niet, het geloofsvertrouwen, dat het met ons goed staat, dus het geloof, dat wij geloven, maar de innerlijke verzekerdheid, dat er ook voor mij, zondaar, redding is in Christus. Het is de innerlijke zekerheid: in die Middelaar komt God ook tot mij. Spreker is overtuigd, dat hieromtrent in onze gemeenten een grote onkunde en veel misverstand heersen. Het Gereformeerd Protestantisme heeft in ons land een verschuiving ondergaan, reeds begonnen in de Nadere Reformatie; nog versterkt in het 18e eeuwse „Piëtisme", welke verschuiving noodlottig heeft gewerkt. De situatie is nu vaak deze, dat men onder geloof veeleer verstaat, het geloof in eigen bekering of , , bekeerd-zijn", dan een waarachtig geloof in Christus , , dat de mens ledig voor God stelt, opdat Hij het met Christus en Zijn goederen vervulle" (Calvijn).
Ook wat de verhouding belijdenisdoen en Avondmaalsviering betreft hebben wij ons vaak neergelegd bij de geworden situatie: men doet belijdenis zonder binding aan de Avondmaalsviering, Wel tracht men dit belijdenis-doen nog zo hoog mogelijk op te voeren als een hartelijke belijdenis der Waarheid, maar dit is ook geen belijdenis des geloofs meer, geloof dan Bijbels verstaan. Voor de Oude Kerk, zowel als voor de Hervormers was deze verarming van de belijdenis tot een belijdenis van de kerkelijke leer ondenkbaar en beslist onaanvaardbaar. Ook onze Vaderen op de Dordtse Synode hebben het anders gezien. Zij hebben als eis voor het belijdenis-doen gesteld, dat men , , bekommerd moest zijn over zijne zaligheid". Dus niet rechtzinnigheid gold als maatstaf, maar op zijn minst , , heilbegeerte".
Verder behandelde de inleider verschillende punten betreffende de betekenis van het Avondmaal en de viering van het Avondmaal, die mede kunnen werken tot een beter verstaan van het Sacrament en tot een meer beleven van de ge'meenschap. Een afzonderlijk samenkomen als Avondmaalsgangers voor of na de viering kan veel nut hebben, mits men in staat is de bezwaren te zien en op te vangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's