UIT DE HEMEL OF UIT DE MENSEN?
De doop van Johannes, was die uit de hemel, of uit de mensen ? (Lukas 20 : 4).
Deze vraag van de Heere Jezus Christus bracht de Overpriesters en Schriftgeleerden en ouderlingen der Joden in verlegenheid.
Wij zouden aan de hoogste vergadering van de Hervormde Kerk willen vragen : de instelling van de Dienst des Woords, is die uit de hemel of uit de mensen ?
Het is mogelijk, dat er bij sommige leden van de hoogste vergadering der kerk enige twijfel zou openbaar worden bij deze vraag. Immers, indien twijfel en zelfs ontkenning bij sommigen kan zijn aangaande de hemelse herkomst van Christus, m.a.w. omtrent Zijn Godheid, dan zal de door ons gestelde vraag in dezelfde twijfelachtige of ontkennende zin worden beantwoord. Dit zou echter geen geloofsbeslissing zijn. Trouwens, de leidslieden der Joden spraken ook niet uit geloof. Zij zouden de hemelse afkomst van de Doop van Johannes wel willen loochenen, maar de vrees voor het volk weerhield hen, want het volk hield Johannes voor een profeet.
Het merendeel der leden van de Synode zou toch, bij onze vraag bepaald zijnde, moeten beantwoorden, dat de Dienst des Woords uit de hemel is, zijnde door de Heere Jezus Christus bevolen en aan Zijn apostelen opgedragen.
En het apostelschap, het ambt der twaalf apostelen, uit de hemel of uit de mensen ?
Uit de hemel. En nu nog de orde van de Dienst des Woords, want dat is toch eigenlijk het hart van de kerk en van het Christelijk leven. Naar de eis is geheel het leven van de Christus dienst des Woords.
Het Woord uit de hemel ! De Dienst des Woords uit de hemel! Zou dan de orde van de Dienst des Woords, d.i. het verkeren in het huis Gods, aan de willekeur van de mensen zijn overgelaten, of zouden zij gebonden zijn aan het Woord, dat aan de apostelen is toebetrouwd en aan de orde ningen door de apostelen gegeven ?
Zij toch hebben naar Zijn Woord en naar Zijn voorbeeld en onderwijs gehandeld. De macht en bevoegdheid van hun apostelschap hebben zij van de Christus persoonlijk ontvangen, en Hij heeft hun woord geheiligd. , , Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelve voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen". (Joh. 17 : 18vv)
Zij die de kerk regeren, mogen dus wel weten, wat zij doen, als zij van de apostolische orde afwijken, aangezien zij dan eigenwillig gaan bazelen in het huis Gods.
De orde van het huis omvat uit de aard der zaak ook de ambten en wie die mogen bekleden. Dit wordt wel heel duidelijk uit 1 Timotheus 3, dat over de opzieners en de huisorde in één adem spreekt en bevelen geeft.
De voorstellen om de vrouw tot de kerkelijke ambten toe te laten, zijn die uit de hemel of uit de mensen ?
Als iemand nu zou willen antwoorden : uit de hemel, zou hij wel een heel bijzondere apostel, met een heel bijzondere openbaring moeten zijn en een geloofsbrief moeten tonen, die hem boven de Christus verhief, om ons te komen zeggen, dat Hij het vandaag anders zou doen en daarom de heiliging van de apostelen en van hun woord te niet doet.
Men zegt echter niet, dat de voorstellen uit de hemel zijn, maar bekent openlijk : uit de eis des tijds, dus klaar en duidelijk uit de mens.
Dat moet, dunkt ons, voor allen, die nog enige eerbied hebben voor de Koning der Kerk en voor de door Hem bevolen Dienst des Woords, een reden zijn om deze voorstellen terug te nemen, of terug te wijzen en de gehoorzaamheid te betrachten, die deze heilige dingen vragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's