De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

12 minuten leestijd

„Zotternijenfeest" — Vastenbrief 1958 — Contrasten ? — De betekenis van „Carnaval" — Vasten naar de H. Schrift — Intermezzo — „De kloof zonder brug" — Dr. Noordenbos' advies — „Achtergronden" straks in „Het Schild" — Dr. de Gaay Fortman over de Geref. oecumenische Synode — Troebelen in Indonesië en de Zending — De Gereformeerde Zending trekt zich niet terug van Java — Somber uitzicht — Het „boek" der geschiedenis is banden van het Lam — Joh. 13 : 1.

Het verhaal wil, dat Stadhouder Willem III bij zijn kroning tot koning van Engeland het groot ceremonieel en de ritus der Anglicaanse kerk, gepaard met de kroningsdienst, taxeerde in de woorden : , , sotte, paepse superstitiën". Aan die woorden moest ik onwillekeurig denken, toen ik in de N.R.Crt dd. 17-2-'58 iets las over de Carnavalsfeesten in het Zuiden van ons land. „Zottemijenfeest" werden ze in bovenaangeduid verslag genoemd. En wie in de Carnavalsdagen en avonden wel eens was in 's-Hertogenbosch. of Breda, weet dat die naam wel typisch juist is.

In tegenstelling met dat „zottenijenfeest" schijnt de Vastenbrief van het Episcopaat, dit jaar op zondag 16 febr. in alle r.k. kerken voorgelezen, die ik verkort in hetzelfde nummer van de N.R.Crt. aantrof. De brief vraagt met het oog op de aangeduide vernieuwingsverschijnselen — het onderwerp was: , , veranderde tijden en veranderde mensen" — , , zelf discipline, het teken van de ware vrijheid der kinderen Gods".

, , Zelf discipline" — is die te zien in de Carnavalsfeesten?

Ze braken los juist die zondag, uitgerekend enkele uren na de voorlezing van de Vastenbrief. Tenminste, zo was het in Den Bosch.

Toch is die tegenstelling meer schijn dan werkelijkheid, althans naar Roomse visie.

Zie, het is niet helemaal zeker, waaraan het woord , , carnaval" ontleend is. Het meest spreekt mij aan, dat het gevormd is van de Latijnse uitdrukking: „carni vale dicere", wat betekent: het vlees vaarwel zeggen. Welnu, Carnaval viert het afscheid van het vlees, door dat vlees — ik neem nu een uitdrukking aan de volksmond ontleend — flink „onder de pekel" te zetten. Dat tolereert de kerk, dat laat ze toe, als een zekere compensatie voor de ontberingen in de , , vasten", die met „as-woensdag" aanvangen. Die vasten-ontberingen werden in de , , Vastenbrief" ook nog iets verzacht, in verband met de zwakheid der schare en , .veranderde tijden".

Zo las ik: , , De Vastenbrief noemt ten slotte enige voorbeelden van vernieuwing van de laatste tijd: de verzachting van de voorwaarden voor communiceren, de avondmis, de viering van de Paasnacht, de wijziging van de vastenwet en de enkele gevallen van dispensatie in het celibaat voor vroegere predikanten."

En voorts: „Dat men zal mogen verwachten dat ieder van hoog tot laag eerbied heeft voor hetgeen de kerk heeft vastgesteld, en wie, in welk opzicht ook, zich hier onder de hogeren mag rekenen, zal het eerste geroepen zijn om aan de anderen deze weg te wijzen."

Men ziet, de tactiek van geven en nemen, zo eigen aan de r.k. kerk. Ik zeg dit heus niet uit , , anti-papisme" ; ik bedoelde alleen een objectieve typering.

Zo wordt echter het vasten — op zichzelf waarlijk niet tegen de Heilige Schrift, niemand onzer vergete het! — wel van zijn wezenlijke betekenis beroofd. Ik denk met name aan het woord: „Is niet dit het vasten, dat Ik verkies, dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid? " (Jer. 58 : 6a).

Van de r.k. kerk overschakelen op de onze is een hele overgang. Het klimaat is bij ons immers gans anders. En toch.... is wat de N.R.Crt als samenvatting van de , , Vastenbrief" formuleerde in: , , veranderde tijden en veranderde mensen" ook niet in onze kerk een probleem? Geeft eigenlijk heel ons kerkelijk leven in zijn spanningen en „krampen" daarvan niet een trieste schilderij?

Neem, om een stukje van die triestheid aan te wijzen, nu maar de procedure rondom , , nevenpastoraat" en , , nood pastoraat".

Ik zal de zaak Slikkerveer-Bolnes, de „scheurkerk" daar in , .statu nascendi", in staat van geboorte, niet verder behandelen, ofschoon mij nadere gegevens verstrekt werden, mondeling en schriftelijk. Enkele stukken, welke ik onder ogen kreeg, werden slechts aan bepaalde leden van de P.K.V. gezonden — niet dus aan alle — naar me werd verzekerd.

In , , Irenekerk-Bode, extra editie" vertelt B. G. : , , Vlug belde ik ds. Beens" — secretaris P.K.. — , , op, die mij zeer hartelijk feliciteerde met de uitslag, die voor ons bijzonder gunstig is. Ik stond versteld, dat de P.K.V. bereid was geweest om in dezelfde vergadering het beroepingswerk af te maken door toezegging van beroep uit te brengen op onze voorganger ds. Ouwendijk".

Afgaande op deze woorden zou men op z'n minst wel kunnen spreken van een bijzondere welwillendheid bij de P.K.V. Is hier niet een stukje kerkpolitiek weggegeven, dat ik niet nader kwalificeer?

Men beschouwe het voorafgaande als intermezzo. Ik wilde een ander tafreel uit de trieste schilderij aanwijzen. Ik bedoel het kerkelijk gesprek. Twee artikelen in heel verschillende bladen zijn voor mij hier de aanleiding. Het eerste is van Prof. Berkouwer in , , Trouw" d.d. 22-2-'58. Het draagt het opschrift: , , Het moeizame gesprek". Ter typering citeer ik hier het begin: , , Voor een werkelijk gesprek is wel een van de eerst noodzakelijke dingen, dat men elkaar volgen kan in het gebruik der termen en dat men dus niet langs elkaar heen spreekt. Gebeurt dit laatste, dan is elk gesprek met onvruchtbaarheid geslagen en ieder keert terug tot de orde van zijn eigen dag, eerder gesterkt in zijn eigen standpunt dan dat er correcties zijn opgetreden. En toch is het om die correcties te doen. Daar kan men althans van uitgaan, dat een gesprek niet alleen maar bedoelt elkaar te overtuigen, maar eveneens inhoudt de bereidheid werkelijk naar de ander te luisteren en eventueel ook bereid te zijn tot correctie, waar dit mogelijk blijkt en noodzakelijk."

Het andere is van de hand van ds. A. Groot; het staat in , , Hervormd Weekblad De Geref. Kerk" d.d. 20-2-'58 en heeft tot titel: , , De Kloof zonder Brug". In dit artikel geeft ds. Groot eerst een historisch exposé van de gang van het richtingsgesprek in de Ned. Herv. Kerk de laatste anderhalve eeuw.

Hij besluit dit als volgt: , , Vrijzinnigen en orthodoxen — uitzonderingen buiten beschouwing gelaten — dachten elkaar gevonden te hebben en verder rustig naast elkaar verder te kunnen leven onder het ene dak van de Nederlandse Hervormde Kerk. De verbazing en de bezorgdheid over het prille geluk van de hervonden kerkelijke eenheid vond zijn uiting in de bepaling, dat in 1951 de nieuwe kerkorde in werking zou treden zonder dat de leertucht werd geürgeerd".

Dan wijst hij op het , , typerende voor de situatie in de Nederlandse Hervormde Kerk", dat „Woord en Dienst" , , dit initiatief (n.l. tot de briefwisseling Buskes-De Wilde) moest nemen". Hij constateert: „de waarachtige ontmoeting, dat onder de ooriog zoveel deed verwachten, is afgegleden in een houding van welwillende verdraagzaamheid" 

„Het gesprek is na enige verschuiving in de posities vastgelopen, omdat de orthodoxie en de vrijzinnigheid van zo verschillende huize bleken te zijn, dat van een gemeenschappelijke basis voor een belijdenis van de Nederlandse Hervormde Kerk geen sprake kon zijn. De ruimte in de kerk was van de andere kant zo behagelijk, dat zeker van vrijzinnige zijde geen behoefte was aan een verder gesprek. Het liefst zou men deze situatie continueren, omdat men van het gesprek geen verwachtingen meer heeft en er ook niets voor voelt om de stellingen opnieuw te gaan betrekken.

Een bekend vrijzinnig predikant heeft gezegd: , , In 1961 zal er niets gebeuren, zelfs al treedt de leertucht in werking". De wens kan een gevaarlijke vader worden van de gedachte, dat de richtingen in de Nederlandse Hervormde Kerk christelijk-onschuldige en legitieme modaliteiten zijn, waarvoor een brede marge in de leer van de kerk opengehouden moet worden. De grote vraag is wat er hierbij overblijft van de „dankbare gehoorzaamheid aan de H. Schrift" en „de gemeenschap met de belijdens der vaderen", die de" tweevoudige basis zijn van de nieuwe kerkorde. De belijdenis van de kerk mag niet berusten op een gentleman's agreement, dat terwille van de lieve en moeizaam verworven vrede zwijgt over de geloofstegenstellingen met de vooropgezette bedoeling een grootste-gemene-deler-geloof over te houden."

Hierna vervolgt ds. Groot, die de vrijzinnigen ziet staan voor , , een moeilijke beslissing — zij willen de Herv. kerk niet opgeven en kunnen hun principe niet prijsgeven —, dat zij, als de kerk haar (de vrijzinnigheid) niet aanvaardt, om Christus wil niet kan aanvaarden als , , een correctief op de kerk, toch minstens moeten begrijpen, dat de orthodoxie, althans in vraagvorm, de gedachte van de humanist dr. Noordenbos overweegt: , , Ik kan met de beste wil van de wereld niet inzien, dat men principieel mag vragen van een christelijke kerk, dat zij haar christelijke kenmerken zal prijsgeven in de zin, dat men van haar leden niet meer vraagt dan instemming met enkele opvattingen als het geloof aan God en de zin van het leven. Ik zie maar één oplossing: dat degenen die werkelijk die graad van vrijzinnigheid "hebben bereikt, dat zij op de nok van de kerk zijn komen zitten in plaats van onder haar dak, zichzelf een nieuw onderdak zoeken te verschaffen".

Dit citaat ontleende ds. Gr. aan een artikel in „de Linie" van de hand van dr. Fiolet, die meermalen blijk gaf de situatie in de Herv. Kerk juist te kunnen peilen, en die — naar ik vermoed — ook de schrijver is van een artikel over , , de achtergronden van correspondentie Buskes-De Wilde", dat naar ds. Gr. meldt, , .binnenkort in, , Het Schild'' zal verschijnen . Ds. Gr. besluit: „De briefwisseling tussen dr. A. de Wilde, voorzitter van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden, en dr. J. J. Buskes, heeft een omvangrijke discussie losgemaakt. Prof. Severijn (Ger. Bond) bestrijdt èn dr. De Wilde èn dr. Buskes, dr. P. Smids (Vrijz.) weigert voorlopig elk gesprek met de orthodoxie; prof. H. Ridderbos (Ger.) ziet voor de gereformeerden hun kardinaal en historisch bezwaar tegen de hervormde kerk aan de orde gesteld. „De kloof zonder brug ? "

Moet een R.K. theoloog ons dit zeggen, ons daarvoor de ogen openen ?

, , Vreemde ogen dwingen ? " Ziet de roomse wat velen in de hervormde kerk niet zien ? "

Wat onder , , De kloof zonder Brug" in , Herv. Weekblad" verscheen, is wel een in vele opzichten juiste situatietekening. Ook bij ons is er het probleem : , , Veranderde tijden, veranderde mensen".

Prof. de Gaay Fortman stelt in , , Centraal Weekblad" de vraag of het, gegeven de , , apartheidspolitiek" van de Zuid- Afrikaanse regering, raadzaam is de Gereformeerd Oecumenische Synode in Zuid-Afrika te houden. Dat land is wel al vastgesteld als plaats van bijeenkomst, maar prof. de G. F. zegt desondanks : , , Ik zou het wijs beleid vinden, indien men alsnog trachtte de Gereformeerde Oecumenische Synode niet in Zuid-Afrika te houden. Het zou een stukje zelfverloochening zijn, waarvoor wij dankbaar moeten wezen, indien onze zusterkerken in Zuid-Afrika hierop zelf aandrongen".

Deze suggestie vloeide voort uit verschillende overwegingen, waarvan wij de volgende hier doorgeven : , , Tijdens een der algemene vergaderingen van de Verenigde Naties, die ik in New York bijwoonde sprak een afgevaardigde van Liberia mij aan. Hij had mij horen zeggen, dat de plicht tot hulpverlening aan de minder ontwikkelde gebieden een christelijke plicht is. Zelf christen, had hij zich daarover verheugd. Hij had deugdelijk geïnformeerd, tot welke kerk ik behoorde. En hij zei mij : , , Hoe verklaart u het, dat uw geloofsgenoten in Zuid-Afrika mijn rasgenoten als minderwaardig beschouwen en behandelen, terwijl uit uw hele optreden blijkt, dat u ons als medemens aanvaardt ? Weet u, dat uw geloofsgenoten in Zuid-Afrika niet zouden dulden, dat u, daar zijnde, met uw collega in de Nederlandse delegatie uit Suriname u in het openbaar zou vertonen en met hem eten ? Weet u, dat wij daar niet samen aan het avondmaal zouden kunnen aanzitten ? "

In het bovenstaande, dat ik overnam uit, , Trouw" dd. 22-2-'58, worden de dingen scherp gesteld. Het , , rassenvraagstuk" is een brandende kwestie. De politiek van vele landen wordt er door vertroebeld. De kerk is er bij betrokken, want het rassenvraagstuk doorkruist haar.

Nu heeft het mij getroffen, dat predikanten — ik denk aan dr. Gravemeyer en dr. Jonker —, die Zuid-Afrika bezochten, betreffende , , de apartheid" zich zeer voorzichtig uitdrukten en blijk gaven, dat deze medaille nog een andere zijde heeft, dan die gemeenlijk ons wordt getoond. Van uit de verte conclusies te trekken is gevaarlijk. We wachten af, of inzake de Geref. Oecumenische Synode nog nadere beslissingen zullen genomen worden.

De chaos in Indonesië werkt door. Hoe de situatie precies is, valt met zekerheid niet te zeggen. We kunnen God de Almachtige niet vurig genoeg smeken, dat Hij Zijn Kerk daar gedenke en bevestige en de, , oorlog van allen tegen allen" daar verhindere.

Het gerucht, dat onlangs ging, als zou de Gereformeerde Zending zich van Java terugtrekken is tegengesproken. Ter Synode is onlangs verklaard, , , dat geen enkele Hervormde zendingsarbeider heeft te kennen gegeven te willen repatriëren". Ds. Marantika, secretaris van de Raad van kerken in Indonesië, verklaarde : , , De samenwerking tussen de Indonesische en Nederlandse Kerken is een toetssteen voor haar bestaan als Kerk. Bij het getuigen van haar eenheid in Christus valt al het andere weg". (Trouw dd. 6-2-'58)

Het uitzicht, nationaal en internationaal, kerkelijk en staatkundig, is triest, en somber. Triest en somber als vele dagen in februari waren; zelfs in menig opzicht stormbewogen. Wat zal uit al die bewogenheid en nood straks verschijnen ? God alleen weet het. Hij regeert dit alles door Zijn Christus, het Lam, dat het boek der wereldgeschiedenis in handen heeft en alles heenleidt naar het einde.

Hij heeft die ere verworven door Zijn lijdenen sterven, waarin Gods Kerk zich in deze passietijd verdiept en sterkt, als er zegen wordt ontvangen.

Boven het lijdensevangelie naar Johannes staat het woord : , , En voor het feest van het Pascha, Jezus wetende, dat Zijne ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgeaan tot de Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde". (Joh. 13 : 1)

Wie uit die liefde leeft, in geestesgenade, kan voort. Zij is sterker dan de dood en doet overwinnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's