De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De catechismuspreek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De catechismuspreek

8 minuten leestijd

III

R. BARTLEMA

De catechismuspreek is een preek over de catechismus. Joh. Hoornbeek, een der gereformeerde homileten uit de 17e eeuw, zou het met deze uitspraak zonder meer niet eens zijn. Hij zou ze aangevuld hebben met de opmerking: „niet over de catechismus, maar over de Schrift", en dan wel over die Schriftwaarheid, waarvan de catechismus in een bepaalde afdeling belijdenis doet (men zie Hoekstra Homiletiek, blz. 228- 230). Dat is inderdaad juist. Want zonder deze aanvulling zou het kunnen schijnen alsof de catechismus een onfeilbaar stuk was, gelijkgesteld met de Waarheid Gods in de Heilige Schrift geopenbaard. Oudtijds, en ook later, was het dan ook wel gebruik, „een of meer Schriftuurplaatsen voor de catechismus te lezen als grondslag van de bediening des Woords".

in de vroegere Chr. Geref. Kerk bestond deze gewoonte eveneens, en hoewel dit gebruik in de Geref. Kerken in Nederland vrijwel uitgesleten is, kan men nog in enkele kerken des namiddags na het voorlezen van een Schriftuurplaats voor de proclectuur van de zondagsafdeling van de catechismus horen: „Op deze en meer andere plaatsen van Gods Woord is de waarheid gegrond, die we beschreven vinden in de Heidelbergsche Catechismus, zondag zooveel" (Hoekstra a.w. blz. 229).

Misschien is in sommige kerken bij ons ook nog wel dit gebruik in zwang. Ik meen, dat er wel predikanten zijn, die boven hun catechismuspreek een tekst plaatsen en die min of meer ten grondslag leggen aan hun catechismuspreek. Dat is dan, bewust of ook onbewust een verdediging tegen de beschuldiging vanouds reeds door Libertijnen en Remonstranten tegen de catechismusprediking ingebracht, als zou n.l. daarmede een mensenwoord met het Schriftwoord gelijk gesteld worden.

Nu lijkt mij een dergelijke methode bij de catechismusprediking niet noodzakelijk. Ik voel er meer voor, de tekst weg te laten, maar uit de Schrift te doen voorlezen een gedeelte, waarin een samenvatting ligt besloten — in hoofdzaak dan — van wat , , aan de orde van behandeling" is.

In de prediking over de zondagsafdeling zal men de voornaamste Schriftuurplaatsen, waaruit het in de betreffende zondag beleden geloofsstuk is ge- -groeid, in de prediking kunnen noemen en kort toelichten, opdat de gemeente telkens weer beluistere, hoe haar geloof in alles „conform des Woords Gods" is.

Zo kan ze gefundeerd en opgebouwd worden in het „geloof eenmaal den heiligen overgeleverd" (Judas 3).

Zo wordt ze gewapend uit het arsenaal des Woords voor en in de , , schone dienst" Gods en de strijd des geloofs, die ze heeft te voeren in het „heden" waarin ze leeft.

Ik meen, dat het , , heden", waarin de gemeente van alle tijden leeft, bij de catechismusprediking niet uit het oog mag worden verloren. Zo zal de gemeente ook ontdekken, dat de verschijnselen van de tijd in welke ze leeft, vaak oude vijanden zijn in een moderne aankleding.

Want ook in dezen geldt: „Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn". (Pred. 1:9).

De catechismuspreek, als preek over de catechismus, is alzo bediening des Woords. Hoekstra in z'n Homiletiek (zie blz. 227-231) stelt het zo, en dr. K. Dijk in zijn werk : , , De dienst der Prediking" (blz. 406), is eveneens van dit gevoelen.

Ik leg hierop de nadruk, omdat al of niet uitgesproken de mening wel heerst alsof het in de prediking over de catechismus begonnen zou zijn om een voordracht over of een uiteenzetting van de leer der kerk te geven. In hoeverre aan een dergelijke uiteenzetting gedacht zij bij de opstelling van Art- XI, 2 van de , , Kerkorde der Nederlandse Hervormde Kerk", kan ik uit het artikel, zoals het is geformuleerd, niet opmaken. Het luidt aldus : , , Bij de tekstkeuze voor de predikdienst wordt rekening gehouden met het kerkelijk jaar ; in de leerdiensten kan ook gehandeld worden over de belijdenisgeschriften, in het bijzonder de Heidelbergse Catechismus". Deze woorden zijn wel allereerst een nadere uitwerking van het voorafgaande, waar sub 1 wordt gezegd : , , ln haar kerkdiensten komt de gemeente samen tot de dienst des Woords, de dienst der sacramenten etc .. ..". Nu geeft Art. XI, 2 bij de uitwerking van , , dienst des Woords" de omschrijving : , , predikdienst en leerdienst". Deze onderscheiding houdt natuurlijk in genen dele in, dat , , de leerdienst" ook uitwerking kan zijn als , , dienst des Woords". Integendeel. In de , , leerdienst" kan ook gehandeld worden over , , de belijdenisschriften, in 't bijzonder over de Heidelbergse Catechismus". Wel ligt er in opgesloten dat , , de leerdienst" ook uitwerking kan zijn van een Schriftwoord, een dogmatische tekst dan.

Juist door de onderscheiding , , predikdienst" en , , leerdienst" met de verdere uitwerking van dit begrip, wil het mij voorkomen, dat bij de opstelling al te zeer is gedacht aan wat de Duitsers noemen „Lehrvortrag", een woord, dat ik weergaf met: uiteenzetting van de leer. Dat element mag in de catechismuspreek zeer zeker niet ontbreken. Het kan echter ook in wat de Kerkorde „predikdienst" noemt, een integrerend deel zijn. Men denke slechts aan het genre , , dogmatische preken". Zo vind ik de onderscheiding, welke de Kerkorde geeft, niet gelukkig. Mij was liever geweest, dat zij de catechismus in de , , namiddachse predikatiën", om met deDordtse Kerkenorde te spreken, had voorgeschreven, imperatief had gesteld. Dan waren we in het officieel kerkelijk stuk bevrijd van het nogal belaste woord , , leer", waaraan men helaas dergelijke min juiste voorstellingen heeft gekoppeld, dat velen wars zijn geworden van de catechismuspreek, als zou deze uit den aard der zaak een dorre uiteenzetting moeten zijn van de leer. .,

Intussen ben ik nochtans erkentelijk, dat de Kerkorde de catechismuspreek niet de eer ontneemt van dienst des Woords te zijn.

De vraag kan rijzen en is ook meermalen gesteld, waarom in de , , namiddachse predikatiën" nu uitsluitend de catechismus moet gepreekt worden. Is het ook niet wenselijk in die diensten te prediken uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Vijf artikelen tegen de Remonstranten; , , de belijdenisgeschriften", gelijk de Kerkorde in het artikel over , , de leerdienst" als materie aangeeft ? Men wijst er in dit verband meermalen op, dat de kennis van de beide andere der drie formulieren van Enigheid in de gemeente waarlijk niet op peil is, om niet in dit verband van onkunde te spreken. Bovendien, zo wordt er dan wel bijgevoegd, zou het, nadat meerdere jaren door dezelfde predikant de catechismus is gepreekt, voor hem zelf alsmede voor de gemeente een zeer gewenste afwisseling en verfrissing zijn.

Nu zal ik de laatste zijn om te beweren, dat in het hiervóór weergegevene niet veel waarheid schuilt. Inderdaad, de gemeente kent in haar grote meerderheid de inhoud van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels veel te weinig. Nadere uitleg en bespreking is waarlijk geen overbodige weelde. Want een kerk, die haar belijdenis niet kent, is geen echte reformatorische kerk, omdat zij daarin blijk geeft, dat de kennis van de Waarheid der Schriften haar lauw laat. Waar nu de stand van zaken alzo is, zal men goed doen op de gewone catechisatie — met name op de belijdeniscatechisatie en in voortgezette lidmaten-kringen of hoe men ze belieft te noemen — deze lacune door gezette bespreking aan te vullen. Daarvoor zijn deze beide formulieren uitermate geschikt. Het wil mij echter voorkomen, dat zij als stof voor de prediking niet zijn aan te bevelen. Allereerst niet, omdat zij- daartoe geenszins zijn opgesteld. De Ned. Geloofsbelijdenis is bedoeld, in de eerste plaats althans, bekend te maken aan degenen, die niet tot de gereformeerde kerk behoorden — ze werd met een begeleidend schrijven geadresseerd aan Koning Philips II — wat de korte samenvatting van de geloofsinhoud der tot reformatie gekomen kerken is. Ze is te zien als het vaandel van het leger des Konings, het vaandel, waarin aangegeven is, waarvoor de kerk uittrekt. Ze is dus allereerst voor wie , .buiten de kerk" zijn, al moet ze eveneens — ook die werking gaat immers van het vaandel uit — dienen om het leger zelf te bezielen en aan te vuren tot en in de strijd. Datzelfde kan ook gelden van de Dordtse Leerregels, die eigenlijk een uitbreiding — op bepaalde punten dan — van de Ned. Geloofsbelijdenis zijn, een nadere precisiëring inzake de praedestinatie, de verdorvenheid van de menselijke natuur en de bekering tot God.

De catechismus is voor, wie binnen de kerk zijn, de huisgenoten dus. Hij moet dienen om de kerk, haar leden, jongeren en ouderen, te onderwijzen in de geestelijke wapenhandel. Daartoe is hij opgesteld, daarvoor is hij ingericht, in het bijzonder door de indeling in , , zondagen".

Hier komt nog iets bij. De catechismus bevat niet uitsluitend wat wij gemeenlijk onder , , leer" verstaan, ook al luidt de titel: , , onderwijzing in de christelijke leer".

Hier wordt , , leer" bedoeld, gelijk dat woord ook in de Heilige Schrift voorkomt (zie o.m. Deut, 32 : 2 en Jes. 42 : 2) en omvat ze de dogmatiek en de ethiek, de geloofswaarheid en haar practische toepassing.

In de catechismus worden dogmatiek en ethiek, gelijk het in de tijd van zijn ontstaan algemeen werd aanvaard, nog samen gezien, als een eenheid aanvaard.

Er is niet de tegenstelling van leer en leven, gelijk die later is aanvaard en gepropageerd. De ganse leer der dankbaarheid is ethiek, practijk der godzaligheid.

En juist, omdat de zaken zo staan, meen ik, dat de catechismus, en hij alleen, moet gepreekt worden. Men kan hem toelichten uit de andere belijdenissen. Men kan hem ook, als dat voor het kerkelijk leven nodig is, een tijd in morgendiensten preken, opdat wie alleen des middags kunnen komen, niet uitsluitend de catechismus horen, terwijl anderen in hem nimmer zouden onderwezen worden — de kerkeraden hebben hier te beslissen naar de behoeften der gemeente —. Doch regel zij en blijve dat de tweede dienst, de , , namiddachse predikatie", is bestemd voor de prediking van het Heidelbergse leerboek en dat de dienst, welke de Kerkorde , , leerdienst" noemt, zij prediking van de catechismus!

Daardoor wordt, als de , , Geest in de raderen" mag zijn, de gemeente gefundeerd en opgebouwd in het allerheiligst geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De catechismuspreek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's