Het godsdienstgesprek
8
Wanneer we de daden en geschriften van Zwingli nog eens overzien, dan gevoelen we, dat we een hoogtepunt naderen. Zwingli ondermijnt het vastengebod, hij bestrijdt het celibaat der priesters, hij keurt de Mariavergoding af, hij bestrijdt het monnikenwezen, hij stelt als enige norm de H. Schrift voor de prediking. Daarbij valt te letten op de rol, die de burgerlijke overheid hierbij een en andermaal speelt.
Eind 1522 wendt Zwingli zich tot de Raad van Zurich en zet voor deze uiteen, dat het noodzakelijk is, dat er een godsdienstgesprek zal worden gehouden, opdat daar de geschilpunten besproken zullen kunnen worden, ook gezanten van de bisschop zullen worden uitgenodigd, zodat de Raad een beslissing zal kunnen nemen. Hij verlangde, dat als bleek, dat zijn leer met het evangelie overeenkwam, de Raad niet mocht toelaten, dat de leugen langer in plaats der waarheid verkondigd zou worden.
De Raad van Zurich besluit tot het houden van een godsdienstgesprek op 29 januari 1523 en nodigt daartoe de gehele geestelijkheid in het kanton uit dan aanwezig te zijn. In dit merkwaardige rondschrijven maakte de Raad er de Kerkvoogden een verwijt van, dat zij zwijgen of slechts vruchteloze vermaningen uiten. , , Wij zien daarom ons genodigd, zelve voor het welzijn van onze onderdanen zorg te dragen, en aan de verdeeldheden een einde te maken. Te dien einde ontbieden wij al de leden onzer geestelijkheid, om op 29 januari op het raadhuis onzer stad te verschijnen. Het is onze begeerte, dat aldaar ieder die stellingen, die hij voor ketters houdt, onbeschroomd aanwijze en met het evangelie in de hand bestrijde."
De burgerlijke overheid zal dus nu gaan beslissen, wat de rechte leer is en wat er gepredikt mag worden. Het is nu al duidelijk, dat de Raad in beginsel reeds het standpunt van Zwingli heeft geaccepteerd, want en het feit, dat het Evangelie het richtsnoer zal zijn en dat zij zelven de beslissing zullen nemen, bewijzen, dat zij nu al in strijd zijn met Rome.
Om dit godsdienstgesprek voor te bereiden schrijft Zwingli zijn 67 artikelen, waarin hij een overzicht geeft van zijn geloofsleer. Later schrijft hij er nog een uitlegging bij, die voor de theologen een overzicht geeft van zijn theologie. Om enig inzicht in zijn gedachtenwereld te geven zal ik hier enige artikelen weergeven-
1. Al wie zegt, dat het evangelie geen gezag heeft zonder het gezag der kerk, dwaalt en lastert God. (Dit is regelrecht tegen de R.K. Kerk gericht).
2. De hoofdsom des evangelies is, dat onze Heer Christus Jezus, de waarachtige Zoon van God, ons de wil Zijns hemelsen Vaders bekend gemaakt heeft, en ons door Zijn onschuld van de dood verlost en met God verzoend heeft.
3. Christus is alzo de enige weg tot zaligheid voor allen, die er geweest zijn, nog zijn of komen zullen.
15. Wie het Evangelie gelooft, wordt behouden; wie niet gelooft, wordt verdoemd.
17. Christus is de enige eeuwige Hogepriester; daaruit volgt, dat wie zich voor Opperpriester uitgegeven hebben, Zijn eer en macht weerstreven en ter zijde stellen.
18. Christus, Die eenmaal Zich aan de dood des kruises overgegeven heeft, is het offer, dat in eeuwigheid voor de zonden aller mensen genoeg doet. Daaruit volgt, dat de mis geen offer is, maar de herinnering van het door Christus gebrachte offer, en een onderpand der verlossing, welke Christus ons bewezen heeft.
36. Alles wat de zogenaamde geestelijke stand zegt te bezitten, behoort aan de wereldlijke overheid, wanneer deze christelijk ig.
37 en 38. Haar zijn zonder uitzondering alle christenen gehoorzaamheid schuldig, in zo ver zij namelijk niets gebiedt, dat tegen Gods wil is.
39. Wanneer de overheid zich in strijd met Christus geboden verdraagt, mag zij met God van haar ambt ontzet worden-
50. God alleen vergeeft de zonde en dat alleen om de wil van Jezus Christus, onze Heer.
57. De ware H.S. kent geen vagevuur.
61. De H.S. weet niets van een priesterlijke stand zo als die in later tijden is opgekomen-
Wie deze stellingen leest en overweegt, vraagt zich wel af, hoe ter wereld een links-vrij zinnige groep zich kan noemen naar deze hervormer. Ten principale zijn zijn opvattingen orthodox en niet vrijzinnig. Of om het met de woorden van prof. Bakhuizen van den Brink te zeggen: Zwingli's theologie, Christologie en verzoeningsleer zijn zuiver orthodox en zijn biblicisme volstrekt, zodat het niet aangaat hem een door humanisme gewijzigd, of wil men, verzwakt christendom toe te dichten.
Op 29 januari 1523 stroomde het Raadhuis van Zurich vol; meer dan 600 personen hadden aan de oproep gehoor gegeven. De vergaderzaal kon alle belangstellenden niet bevatten, zodat er ook nog velen buiten moesten blijven.
In het midden van de zaal zit Zwingli alleen achter een tafel, waarop de bijbel in de latijnse, de griekse en de hebreeuwse talen. Een gezantschap van de bisschop zit afzonderlijk. 180 leden van de Raad van Zurich zitten op gereserveerde plaatsen, die wat hoger geplaatst zijn.
De burgemeester Roist opent de samenkomst met een toespraak, waarin hij een ieder oproept uiteen te zetten, wat hij tegen de leer en de prediking van Zwingli heeft in te brengen.
De Vicaris-generaal Faber betuigt, dat zulke discussies tot niets dienen, dan om verwarring te veroorzaken, dat de beslissing over leergeschillen niet aan deze vergadering toekomt, maar thuis hoort in een algemene kerkvergadering, dat de verschilpunten onderworpen moeten worden aan het oordeel van de universiteiten te Parijs, te Keulen en te Leuven.
„En waarom", viel Zwingli spottend in, , , waarom niet te Erfurt en te Wittenberg? " Dit waren nl. Lutherse hoge- .scholen. En dan vervolgt hij aldus :
„Aan een algemene kerkvergadering hebben wij geen behoefte. Zie hier een christelijke vergadering, die uit zucht voor de waarheid is bijeen gekomen, en 'die daarom, op grond van de beloften des evangelies, hopen mag, dat de Heer haar op haar gebed zal nabij zijn. Om de waarheid te leren kennen is het niet nodig een bisschop te zijn; het is genoeg, indien iemand een gelovige is".
Niemand wilde daarop verder de strijd met Zwingli aanbinden- Maar toen klonk er plotseling 'n stem door de vergaderzaal: , , Waar zijn nu die grootsprekers, die zich op de straten zo dapper betonen ? Komt nu te voorschijn ! Hier is uw man ! Bij de volle beker zijt ge welsprekend; hier zijt ge stom !"
Daarna werd Faber toch weer uit zijn tent gelokt en kwam de voorbidding van de heiligen en Maria aan de orde, Zwingli vraagt hem dit uit de H. Schrift te bewijzen, maar dit gelukt uiteraard niet-
Na afloop van de discussies blijft de Raad bijeen en na de middagmaaltijd wordt in de volle vergadering het volgende raadsbesluit voorgelezen:
„Het is dan onze ernstige mening, dat mr. Hulrich Zwingli voortaan even als tot hiertoe het H. Evangelie en het zuivere Woord Gods naar den Geest Gods overeenkomstig zijn vermogen verkondigt. Desgelijks zullen alle priesters, zielzorgers en predikers in onze stad, landschap en onderhorigheden niets prediken, dan wat zij met de H.S. bewijzen kunnen. Maar het zal niemand vrijstaan anderen te beschimpen en te verketteren".
Toen dit besluit voorgelezen was, sprak Zwingli met vreugde op het gelaat: , , U dank ik, , o Heer, dat het Uw wil en welbehagen is, Uw woord te doen heersen zowel op aarde, als in de hemel! En gij, achtbare Raad, de Heer zal u zegenen en bevestigen, opdat gij Zijn woord in uw gebied zult kunnen beschermen en handhaven! Amen".
Met de hier beschreven gebeurtenissen had de hervorming in Zurich in principe de overwinning behaald.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's