De steen was zeer groot
Zij zeiden tot elkander: wie zal ons de steen van de deur van het graf afwentelen ? ......want hij was zeer groot..... Marcus 16 : 3 en 4.
Als Christus gestorven is, wordt Zijn dode lichaam door vrienden in een graf gelegd, dat is uitgehouwen in de rots. Op gebruikelijke wijze wordt er dan een grote ronde steen voor de ingang van dat graf gewenteld. Die sluit de opening helemaal af. Dat hoort zo. Voor een graf hoort een steen. Het graf moet gesloten zijn. De dode behoort tot het verleden. Blijkbaar rekenden de vrienden niet al te zeer met de mogelijkheid van opstanding. En de vijanden? Als ze al met die mogelijkheid rekenden, dan was het met vrees. De steen wordt verzegeld om een kwaad geweten wat gerust te stellen.
Christus gaat ook hierin als borg op onze plaats staan. Hij wil een volkomen Zaligmaker zijn. Daarom gaat Hij onze weg van de wieg tot het graf. Hij gaat de weg van alle vlees. Wie in een graf ligt is waarlijk gestorven. Het is voor ons aardse bestaan een absoluut einde. Het graf is de consequentie van de dood. Die twee : dood en graf, horen bij elkaar. In het graf , , keert de mens tot de aarde weder", dewijl hij daaruit genomen is. Daarom maken wij het in de grond of in een rots; a.h.w, in het binnenste der aarde.
Zo'n graf is wel het dieptepunt van ontluistering van de mens. De kroon der schepping, geschapen naar Gods beeld, wordt daar aan de ontbinding prijsgegeven. Uit het graf is geen terugkeer mogelijk. Er ligt een zéér grote steen voor.
Dat geldt ook voor ons, ook al zijn onze graven anders dan in het oosten en ontbreekt de steen voor het oog. Het kerkhof spreekt van de ontluistering van de mens. Op de duur geldt van hem: men kent en vindt zijn standplaats zelfs niet meer.
O, ja, ik weet wel: wat kunnen we verlangen dat de gestorvene die ons lief was, plotseling weer voor de deur zal staan. Dat hij altijd weg blijft, dat kunnen en willen we eerst niet aanvaarden. Maar op de duur ontdekken we de harde werkelijkheid: er ligt een grote steen voor de ingang van het graf. Wie zal ons de steen afwentelen?
Trouwens, die steen merken we niet alleen op als er iemand overleden is. Hebben we er niet allen mee te maken, ook reeds in ons leven ? Het leven is immers een gestadige dood? Het graf werpt zijn schaduwen vooruit. Millioenen mensen kwijnen langzaam weg naar het graf. Het ganse schepsel zucht. Wat kan de ziekte, de pijn, de honger, de ellende onnoemlijk zwaar zijn in deze wereld! Men kan vechten tegen de dood, die ons aan alle kanten besluipt. Het kan benauwd zijn, als de ziekte zo ontzaggelijk lang duurt, als de nood hoog wordt. Een weg terug, naar het volle leven, naar het paradijs is absoluut afgesloten. Wie zal ons de steen van het graf afwentelen? Hij is zeer groot.
Echter, de dood is erger dan we tot nu toe beschreven: méér dan alleen maar een lichamelijk verschijnsel. Dieper ligt de geestelijke kant. Dat we dood zijn in zonden en misdaden, dat de satan ons omknelt houdt in zijn graf, dat maakt de kern van alles uit. Want nu zijn we verstoken van het echte leven, van de gemeenschap met hèt Leven, met God. Nu wordt het alles angstig en benauwd, tot stikkens toe. Wie zal ons de steen afwentelen ? Wie zal de schuld voor God wegdoen? Wie zal ruimte geven en uitzicht uit het donker ? De steen is zeer groot.
Of is het zo, dat we het niet eens meer merken? Zijn we té zeer dood om te merken dat we dood zijn? Doden plegen de steen voor hun graf geen geweld meer aan te. doen. Er is een soort , , berusting" in zijn toestand, een slaap, die zo mogelijk nog erger is dan de dood. Dan neemt men gelaten zijn lichamelijke dood. Dan bekommert men zich niet om zonde of schuld. Of, als men dat nog doet, dan is het alleen maar de erkenning: geen mens is nu eenmaal volmaakt.
Dat is het erge: we , , nemen" het dat er een steen staat voor ons graf. En we praten er nog makkelijk over ook. En dat mag niet! Neen, u mag niet berusten,, in uw goddeloze toestand. Ik bezweer u: uw kwijnend bestaan, waarin uw lichamelijke nood nog slechts kinderspel is vergeleken bij uw geestelijke dood, dat mag zo niet verder gaan. Om uws levens wil! God heeft u niet het leven gegeven om in elk opzicht in een graf te wonen. In 't stille graf zingt niemand 's Heeren lof. Het zielloos lijf, gedompeld in het stof, kan Hem geen glorie geven.
Geen wonder, dat de vrome Jood van het Oude Verbond alleen maar met huivering aan een graf kon denken. Wie kennis gemaakt heeft met de God des Levens, met de Heilige, berust niet in de dood, de zonde.
Maar als we dan niet berusten, ach wie zal ons de steen afwentelen? Hij is zeer groot.
Pasen predikt ons een steen die nochtans afgewenteld was, hoewel hij groot was. God heeft niet toegelaten, dat Zijn heilige de verderving zien zou. Het was onmogelijk dat Hij van de dood gehouden werd.
Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Salome, zoekende vrouwen, wie het ondanks alles om Jezus te doen was, zij zagen dat de steen was afgewenteld. Zij konden er zelf niets aan toedoen. Zij ontdekten het met verbazing. Zij konden het alleen maar zien en geloven. Zij hadden Jezus' dood van dichtbij meegemaakt. Zij waren met Hem één geworden in de gelijkmaking Zijns doods. Want haar aardse Messiajsverwachting, haar menselijke ideeën, haar oude mens, waren met Hem in het graf gegaan. Zij mochten Hem ontmoeten als de levensvorst.
Ja, als u Hem kent, en de kracht Zijner opstanding en de gemeenschap Zijns lijdens. Zijn dood gelijkvormig wordende, dan weet u van een afgewentelde steen, ook in uw leven. Dan vangt het nieuwe leven aan.
Of die zware steen dan helemaal weg is ? Neen, zeker- niet. Slechts voorlopig, slechts in beginsel. „Ook wijzelf die, de eerstelingen des Geestes hebben, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams. Want wij zijn in- hope zalig geworden". (Rom. 8). Maar-dat beginsel, die hoop, zijn dan toch geweldig groot. Juist als we weten van een afgewentelde steen, zal dat ons des te vuriger doen verlangen naar de volkomen verlossing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's