Ambtsgeheim
Motieven om de verplichting tot geheimhouding in de kerkorde en de bevestigingstormulieren vast te leggen.
II
De verontrusting van de synode en de raad voor de herderlijke zorg over de schending van vertrouwen door ambtsdragers heeft er toe geleid, dat aan de classicale vergaderingen voorstellen zijn gedaan teneinde aan tuchtrechtelijk ingrijpen een hechtere grondslag te geven tegenover iemand, die zich zou misgaan.
De commissie vanwege de synode daartoe ingesteld is eenstemmig in haar oordeel, dat de verplichtingen tot geheimhouding in de kerkorde behoort vastgelegd te worden. Er zou dan een hechtere grondslag gegeven worden aan de verplichtingen tot geheimhouding dan de thans niet gecodificeerde (in een wet vastgestelde) opvattingen verschaffen.
Het leeft in de algemene begrippen aangaande eer en fatsoen, dat men vertrouwelijk vernomen mededelingen ook als geheim behoort te bewaren. De onderstelling van geheimhouding is vanzelfsprekend, wanneer aan predikanten, ouderlingen of diakenen vertrouwelijke mededelingen worden gedaan. Een geheim, dat iemand bij de waarneming van enig ambt of beroep heeft vernomen, behoort veilig bij hem te zijn. Het recht beschermt zelfs onze belangen in deze. Ons Wetboek van Strafrecht heeft een titel: Schending van geheimen. Daarin wordt strafbaar gesteld hij, die opzettelijk enig geheim, hetwelk hij, uit hoofde van zijn tegenwoordig, hetzij vroeger ambt of beroep, verplicht is te bewaren, bekend maakt. Ook de kerkelijke ambtsdragers vallen onder dit artikel. Op klacht kan een vervolging ingesteld worden. In het rechtsbewustzijn leeft derhalve de gedachte, dat een predikant ambtsgeheimen behoort te bewaren. Op overtreding kan zelfs straf volgen. En laten alle kerkeraadsleden er van doordrongen zijn, dat alles, wat op huisbezoek of op kerkeraadsvergaderingen vernomen wordt naar buiten veilig is. Loslippigheid in een kerkeraadslid is zeer te laken. Niet lang geleden heeft men in de bladen kunnen lezen, dat degenen, die blijk gegeven hadden over de behandelde zaken op de kerkeraad het zwijgen niet bewaren, van een verdere candidatuur werden uitgesloten. Het euvel, dat men vertrouwelijke mededelingen niet weet te bewaren, achtte men een reden iemand ongeschikt te verklaren een plaats in de kerkeraad te bezetten.
De plicht tot geheimhouding is evenwel niet slechts vastgelegd in de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht, waarin de belangen, van de mens in bescherming worden genomen. Deze plicht is nog dieper geworteld. Ze komt op uit het goddelijk gebod der naastenliefde. Ten aanzien van de bescherming van de naam van de naaste eist het negende gebod in negatieve zin, dat we geen vals getuigenis geven omtrent hem, doch onze Heidelbergse Catechismus wijst er op, dat we onzes naasten eer en goed gerucht naar ons vermogen voorstaan en bevorderen. De liefde leert ons in gesprekken niet lichtvaardig met de naam van de naaste om te springen, de liefde denkt geen kwa& d, zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; zij bedekt alle dingen. De liefde spreekt niet ondoordacht en onvoorzichtig over de naaste. Dit gebod der liefde geldt voor ieder, doch inzonderheid heeft een ambtsdrager dit steeds voor ogen te houden en te betrachten.
Voorts is geheimhouding van vertrouwelijke mededelingen ook een eis ter wille van het algemeen belang in het maatschappelijke leven. In 't maatschappelijke leven moet men er op kunnen rekenen, dat vertrouwen op dit gebied niet geschonden wordt. Vertrouwen is een der pijlers van het maatschappelijke leven. Hoeveel te meer zal het geestelijke leven der Kerk er onder lijden, als daar het vertrouwen geschokt is. De herderlijke zorg wordt dan minder dan schijn.
De plicht tot geheimhouding van vertrouwelijke mededelingen is dus wel op allerlei wijze verankerd: in algemene begrippen van eer en fatsoen, in ons rechtsbewustzijn, in het goddelijk gebod, in de normen voor het maatschappelijk verkeer. De vraag kan derhalve opkomen, of het nog noodzakelijk is om in kerkordelijke bepalingen een hechtere grondslag te geven aan de plicht tot geheimhouding. Voor een ambtsdrager is deze plicht vanzelfsprekend. De waarde van een kerkordelijke bepaling zou dan deze moeten zijn, dat de plicht van geheimhouding nog eens extra wordt ingescherpt. Voor loslippigen kan zulks dienstig zijn.
Het is ook mogelijk, dat achter het streven om door het invoeren van een bepaling in de kerkorde tuchtrechtelijk ingrijpen mogelijk te maken de gedachte schuilt, dat er zonder wet geen overtreding is. Hoe zal men een overtreder kunnen grijpen, indien men zich kan beroepen op een kerkordelijke bepaling ?
Het wil me voorkomen, dat er geen specifieke bepaling in onze kerkorde nodig is om tuchtrechterlijk op te treden tegen een schender van ambtsgeheim. In de ordinantie voor het opzicht wordt in art. 4, dat zeer ruim gesteld is, reeds gelegenheid tot bijzondere bemoeienis geboden voor het opzicht, indien iemands belijdenis en wandel of de vervulling van een ambt, bediening of functie daartoe aanleiding geeft. Me dunkt, dat ergerlijke gevallen van schending van ambtsgeheimen door predikanten een genoegzame aanleiding zijn om tegen zulke bedrijvers op te treden. Met onze huidige ordinantie voor het opzicht zijn er geen ispitsvondigheden nodig om ingeval van klacht een schender van ambtsgeheim tuchtrechterlijk te behandelen.
Indien de synode voort zou willen gaan op deze weg van inlassen van kerkordelijke bepalingen teneinde een grond te hebben voor tuchrechtelijke behandeling dan kan de classicale vergadering ieder jaar een reeks van nieuwe bepalingen tegemoet zien. Schending van ambtsgeheim wordt onder de mogelijke feilen van een ambtsdrager wel heel fel belicht. Er zijn gevallen, waarin een predikant zich op grover wijze misdroeg dan door schending van vertrouwen, zonder dat de synode aanleiding heeft gevonden desbetreffende kerkordelijke bepalingen in het leven te roepen. Zo blijft er een open vraag, wat de synode en de raad voor de herderlijke zorg gedreven heeft een uitzondering te maken voor schending van ambtsgeheim.
Over motieven een volgende maal verder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's