KRONIEK
Teveel kerken — Kerkelijke efficiency — Econoom in de Schrift — Heilseconomie naar Efeze 1 : 10 — Jaarverslag 1956/57 van het Seminarium — Nogmaals het ontslag van ds. Krop — Uit de Lebuïnuskerk in Deventer — Apostolaat en pastoraat — „Aaneensluiting" — Om het offer — Pasen — Zangtijd — Opening van „Gesloten deuren".
In Friesland zijn te veel kerken, herv. kerken wel te verstaan. Dat heeft men gemeend te mogen constateren op een vergadering van , , de afdeling Friesland van kerkvoogdijen in de Nederlandse Hervormde Kerk", donderdag 20 maart j.l. te Leeuwarden gehouden.
Het is de conclusie van een rapport, opgesteld door ds. F. Hoekstra, Herv. pred. te Ried, dat gaat over , , Kerkelijke sanering". Hij heeft berekend, — finesses spaar ik onze lezers, — dat er 57 kerken — kerkgebouwen dan — te veel zijn in Friesland en als die uitgeschakeld worden, zal zulks een bezuiniging van ƒ 50.000 per jaar ten gevolge hebben. Hoe het nu verder moet om deze bezuiniging in en door te voeren kunnen we lezen in het volgende, dat ik uit het bericht, te lezen in de N.R.Crt. d.d. 24-3-'58, overneem:
, , Men zal nu beginnen met het verzamelen van de gegevens die nodig zijn om te komen tot een , .gesaneerde" kaart van Friesland. Ds. Hoekstra, zelf predikant in een kleine gemeente, zal daarbij leiding geven, zonder dat hij zich geheel zal losmaken van het werk in zijn gemeente. Hij heeft dertig studenten van het herv. seminarie te Driebergen en de theologische faculteit der gemeenteuniversiteit te Amsterdam bereid gevonden he'm te helpen."
Ik weet eigenlijk niet goed wat met dit bericht aan te vangen. Want hier gaat het niet over combinering van miniatuurgemeenten, wat op zichzelf nog een geestelijk belang zou kunnen zijn. De voorgestelde „sanering" ligt op materieel terrein, kan gezien worden als een poging tot kerkelijke efficiency.
De N.R.Crt. had het bericht kunnen opnemen onder het hoofd: „Economie en Financiën".
Maar moet hiervoor nu één predikant gesecondeerd door dertig theologische studenten, in touw?
Ik gebruikte zo pas het woord „economie". Paulus heeft het in Titus 1 : 7 over een „'huisverzorger Gods". In het Grieks wordt hier het woord „oikonomos", ons woord econoom gebruikt. Dat duidt op een andere economie dan in de bedoelde „sanering" bedreven zal worden.
Het slaat op het zuiver geestelijk werk van verzorging der gemeente Gods. Daar is een dominee toch voor? Als ds. H. dat naar de apostolische opdracht verricht zal de kerk er meer bij gebaat zijn naar ik meen, dan met de in uitzicht gestelde economie.
En wat de studenten betreft, de oude kerk kent in haar dogmen-historische ontwikkeling ook een , , economie", de heilseconomie. Wat die inhoudt weten natuurlijk de dertig studenten, die voor deze „sanering" hun (vrijwillige!) diensten zullen geven. De heilseconomie is een ontwikkeling van wat Paulus in Efeze 1 : 10 noemt: „om in de bedeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel en op de aarde is." Dat is een rijk stuk. Een stuk van wondere oecumenisch perspectief. Zou het voor hen zelf en hun toekomstige dienst in de kerk niet van meer vrucht zijn, dat ze zich nog nader in dit stuk van het belijden der kerk verdiepten?
Met hetgeen ik in het voorafgaande schreef, ben ik enigszins gegaan in de lijn van wat men wel betitelt als , .Kritisch commentaar", vooral wat het laatste gedeelte betreft. Men neme het dan maar als zodanig. Er was reden voor.
Mij stond, toen ik het schreef, voor ogen iets uit het verslag, dat dr. H. Berkhof, rector van het Seminarium der Ned. Herv. Kerk in de laatste Synodezitting in zijn verslag over het afgelopen cursusjaar o.m. opmerkte. Ik las het in „Weekbulletin, 14e jaargang, no. 14, waaruit ik het hier overneem:
, , Het verslagjaar blijkt een jaar te zijn geweest met een minimum aan moeilijkheden. Toch blijft het , , een niet geringe taak om in een groep individualisten wat vorm en richting te brengen ....
Er doet zich onder de deelnemers aan het seminarium een betreurens waardig gebrek aan interesse voor het Kerkelijk gesprek voor, Eén der oorzaken, is zeker het geringe aantal vrijzinnige studenten. Men verklaart dit o.a. hieruit, dat, wat vroeger specifiek vrijzinnige interesses waren, nu geestelijk bezit van brede groepen is geworden. Het gevolg is, dat grote groepen de kerkelijke tegenstellingen voor , .verouderd" houden, met het gevolg dat men straks in de vaak harde kerkelijke verhoudingen geen leiding weet te geven en van idealisme in cynisme dreigt te vervallen. De leiding van het seminarie acht het daarom bij voortduring nodig de seminaristen te oriënteren 'op het terrein van het kerkelijk gesprek en van het verschil der modaliteiten".
Daarvóór was over het meeleven der kerk in de opleiding het volgende giememoreerd:
, , In het verslagjaar van het Theologisch Seminarium der N.H. Kerk over de periode 1 september 1956 tot 31 augustus 1957 vermeldt de rector. Dr. H. Berkhof, een bezoek, dat aan het Seminarium werd gebracht door het bekende Prediger-seminar Loccum der Lutherse Kerk van Hannover. Het bleek bij deze ontmoeting, dat de Kerk van Hannover, aanmerkelijk kleiner dan de Hervormde Kerk, vier Predigerseminare onderhoudt. , , Het herinnert ons weer pijnlijk aan het feit, dat er waarschijnlijk maar weinig kerken in de wereld zijn, die de Ned. Herv. Kerk overtreffen in gebrek aan daadwerkelijk medeleven met de opleiding harer predikanten", aldus Dr. Berkhof".
Ik heb hieraan weinig toe te voegen. Vooral het gesignaleerde , , cynisme" geeft te denken.
***
Het ontslag van ds. M. A. Krop als leraar godsdienstonderwijs aan de 2e 'Chr. H.B.S. te Groningen heeft nogal deining teweeg gebracht. Er is tenminste in meerdere verbanden nogal het een en ander daarover gezegd. Het laatste, dat ik hierover las, is uit 'n, .Herderlijk schrijven" van de Centrale kerkeraad der Herv. Gemeente van Groningen.
„Trouw" dd. 25-3-'58 gaf van dit stuk een résumé, met het opschrift: , , 'Levensstijl en chr. onderwijs", waaruit ik het volgende overneem :
, , In het herderlijk schrijven doet de kerkeraad geen uitspraak in het geschil tussen de schoolvereniging en ds. Krop, maar, zo wordt gezegd, dit geschil dreigt een probleem te worden aangaande het christelijk onderwijs en de verhouding hervormd-gereformeerd.
„Waar het verband met de predikant verbroken werd op grond van de inhoud van een preek, worden als vanzelf vragen losgewoeld aangaande het terrein, waarop de preek zich bewoog, nl. de christelijke levensstijl", aldus de kerkeraad, die er verder op wijst, dat iedere uitspraak ten aanzien van christelijke levensstijl getoetst zal moeten worden aan de vraag in hoeverre zij ons daarbij wezenlijk helpt om God te verheerlijken. , , De Ned. Hervormde Kerk kent geen levensstijl met voor ieder gelijke bijzonderheden en wil die ook niet. Men moet er zich voor hoeden eens anders verbondenheid van de gekruisigde Heer te toetsen aan eigen christelijke zede", zo schrijft de kerkeraad verder. ..Normen, die slechts van ' buiten opgelegd zijn. doch niet innerlijk zijn verwerkt en daarmee waarachtige overtuiging zijn geworden, kunnen tijdelijk een zekere bescherming geven, ouders zullen vaak langs deze weg hun priesterlijke taak aan hun jonge kinderen vervullen, maar als men slechts zo voorlopig toegerust het leven ingaat, zal blijken hoe weerloos men eigenlijk is in verleiding en verzoeking".
Veel leiding geeft dit stuk. afgaande op het verslag, m.i. niet. Het is vaag en doet denken aan het ..sparen van de kool en de geit". Datgene. waarover het ging in het conflict, de dans, wordt niet genoemd. Het gaat in de tekst, waarover ds. Krop preekte onder het motto: , .In Gods nabijheid wordt gedanst", niet over het dansen van „hij en zij". En juist daarover gaat het in de huidige situatie. En hoezeer het nu juist daarom in deze tijd begonnen is, kan blijken uit wat ik las in , , Nieuw Ruimzicht, maandblad van de Vereniging , , Hervormd opleidingscentrum" te Doorn": maartnr. van 1958.
Onder het opschrift , , van Nieuw Ruimzicht" geven , , Ruimzichtenaren" een verslag van ..het Ruimzicht-gebeuren", wat er dus alzo pleegt te geschieden op dat Chr. internaat. Daarin lees ik o.a.: , , Zaterdagmiddag na het eten begint het. Dan hult iedereen zich snel in andere kleren, zodat om 2 uur precies onze dansles, met als onze partners de meisjes van het Hernhutterinternaat te Zeist, kan beginnen".
..Nieuw Ruimzicht" is een voortzetting van de stiohting van ds. J. van Dijk, die de Doetichemse inrichtingen in het léven riep om rechtzinnige predikanten te vormen voor hun ambt in de Herv. Kerk. Hij was een markante figuur, die met grote bewogenheid dit werk begon en op energieke wijze doorzette. Onwillekeurig rijst de vraag : , , Wat zou hij. bovenstaand bericht lezend, van deze ontwikkeling gezegd hebben? Is 'dit in zijn lijn ?
En hoe zou de graaf van Zinzendorf, de stichter van de ..Broedergemeente" deze dingen hebben gewaardeerd ?
Is deze gang van zaken in de lijn van een echt christelijke levensstijl, een stijl, welke zo nauw samenhangt met het werk van de gekruiste Christus, door Wiens lijden van Zinzendorf doorleefde : „Dit deed Ik voor u, wat doet gij voor Mij? " Al te piëtistisch ? Was er maar meer van dat piëtisme bij ons, in onze gezinnen, in onze kerk. Ook in onze kringen zou dan minder geofferd worden aan de tyrannie der mode, met haar frivole uitingen van , , make up", geverfde lippen en meer dergelijks. Ook daarin — en het komt in schier elke sector van de , , gereformeerde gezindheid" voor ! —• is in wezen van wat in de , , danscultuur" zich openbaart. Het oude Schriftwoord, waarover dr. Hoedemaker eens zo zeldzaam schoon preekte — 't was vlak voor het uitbreken der doleantie—: , .Zie. dat volk zal alleen wonen en het zal onder de heidenen niet gerekend worden" (Num. 22 : 9), schijnt weinig begrip en beoefening meer te vinden. We verliezen ons, vrees ik, in de wijde vlakten der cultuur, tenkoste van het diepe leven uit de , , de fontein geopend.... tegen de zonde en de onreinheid". (Zach 13 : 1).
„Och. mocht de Kerk de hand van Jezus zijn.., die alleen maar 'slijk legt op de ogen van de blindgeborene" (Joh.' 9:6). Dat was het slot van de rede. volgens kort verslag in „Weekbulletin" 14e jaargang no. 12, door prof. van Niftrik woensdag 19 maart jl. gehouden in de Grote- of Lebuïnuskerk in Deventer op de toogdag van de herv. bond In dienst der Kerk. Het begin van die rede was niet minder pakkend: , , Het is de glorie der Kerk, lichaam van Christus te zijn".
Hij heeft de herv. kerk getekend als volkskerk, als kerk voor het volk, als kerk van. „Jan Rap en zijn maats", als kerk van het apostolaat. In zijn betoog poneerde hij ook de stelling : „De volkskerk erkent het recht der modaliteiten". Hoe deze uitspraak nader verklaard is, heb ik in het verslag niet gevonden. Jammer, want zoals de stelling hier staat, geeft zij aanleiding te concluderen, dat prof. van Niftrik in de tegenwoordige , , modaliteiten-kerk", de practische toepassing van zijn uitspraak ziet.
Hoe dit te rijmen is met Art. 27 van de Nederl. Geloofsbelijdenis, ook door hem gememoreerd, is mij een raadsel. In deze met , , machtige kanselwelsprekendheid" (verslag N.R.Crt. dd. 20-3-'58) voorgedragen rede, heb ik gemist de pastorale taak der kerk. Het apostolaat heeft zijn recht, doch omvat waarlijl^k niet ten volle de roeping der kerk."
De apostelen hebben behalve op de expansie der Kerk, evenzeer met kracht geworsteld om haar fundering en opbouw op het fundament van apostelen en profeten en geijverd voor haar zuiverheid. Dat was, althans naar de verslagen, het , , vergeten hoofdstuk".
, , Aaneensluiting eis des tijds", zo ongeveer luidt de roep, die uit een ver verleden tot ons doorklinkt. Hoe ik daarop kom? Om de nood van onze tijden, de nood van kerk en volk. Misschien mede door de uitslag der Statenverkiezingen, waarvan de winst is voor V.V.D. en K.V.P., welke uitslag echter voor de prot.-christelijke groeperingen niet is om te roemen. Zal men in die groeperingen er uit leren om tot aaneensluiting te komen? Zeker, dat is geen geringe zaak. Er zijn in dezen enkele moedgevende verschijnselen. , , Een wolkje als eens mans hand ? ". Ze vraagt het offer van heel wat heilige huisjes. Maar is die samenbinding, en dat verenigd strijden voor de zaak des Konings — want daarom moet het gaan ! — dit offer niet tenvolle waard?
Ik sprak van offer en offerbereidheid. Ze zal er komen als het offer van Christus, Zijn verzoenend sterven aan het schandhout, machtig in ons doorwerkt, als we waarlijk leren leven uit Zijn offer.
Ja, wij vierden het Paasfeest, het feest van de opgestane Christus, Dien het graf niet houden kon. Pasen spreekt ook van Zijn komst tot de zijnen, ondanks „gesloten deuren".
De Paaskoning kome ook in ons leven, ons persoonlijk, ons kerkelijk, ons volksleven, ' gesloten deuren van ongeloof en twijfel, en misverstand en verzet openen tot de heerlijkheid van het geven van onszelf, het offer van ons leven. Dan komt er offerbereidheid voor God en de medemens, het volk en Christus' Kerk.
Zahgtijd ! , , Des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich". (Psalm 30 : 6).
, , Zo klimt uw lof naar boven;
Mijn God, U zal ik eeuwig loven".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's