De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DOOD - 0pstanding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DOOD - 0pstanding

6 minuten leestijd

Het verderflijke onverderflijk

Een paar jaar geleden werd aan de Vrije Universiteit een reeks interfacultatieve voordrachten gehouden over de „aspecten van de dood in de wetenschappen".

Op zich zelf zeer interessant. Het theologisch aspect ontbrak.

Hoe denken wij intussen over de dood ? En hoe onderricht de Heilige Schrift ons daaromtrent? Zonder twijfel zullen er velen zijn, die de dood als een „gewoon", „natuurlijk" verschijnsel beschouwen.

Mogelijk denken zij over de geboorte ook zo.

Wat dat woord , , natuurlijk" dan betekent? Vraag het die mensen zelf, en gij zult opmerken, dat zij de ordeningen des hemels, de opvolging der jaargetijden, ja alle leven, dat zich op aarde in een veelvuldige verscheidenheid beweegt, , , natuurlijke" verschijnselen noemen. Het is alles natuur en natuurlijk. In de grond der zaak is dit een bevroren begrip. Men denkt er niet eens meer bij. Hoe komt dit alles? Wel, dat is de natuur!

Heel anders ziet het geloof deze dingen. Door het geloof verstaan wij, dat het Woord de wereld heeft toebereid (Hebr. 11 : 3). Heel de wereld verschijnt als een toebereid werk van het Woord. En wij leren dat Woord in het geloof kennen als de tweede Persoon van het goddelijk Wezen, die in het werk der schepping gestalte geeft aan de wil des Vaders, Wij leren het Woord kennen, als de Middelaar Gods en der mensen, die ons vlees en bloed heeft aangenomen, opdat Hij onze dood kon sterven en overwinnen tot vernieuwing in heerlijkheid.

In het licht des geloofs verschijnt de ganse schepping als wonder Gods. Alles wonder, de gehele wereld met al wat er in is, met al de veelheid van leven en goddelijke heerlijkheid.

Niets is gewoon, niets is natuurlijk, maar van het onaanzienlijkste spruitje tot de machtige, ceders van de Libanon, het spreekt al van de wonderen Gods.

Maar het ging over de dood. Als iemand die voor een natuurlijk verschijnsel houdt, bedoelt hij dan niet, dat de dood gewoon is, tot de orde des levens behoort, mogelijk een phase van het leven is, of een in de orde des levens gegronde afwisseling van ontstaan en vergaan?

Ja, zo is dat. En misschien bedoelt zo iemand ook nog, dat hij die wisseling van ontstaan en vergaan immers overal in —• wat hij noemt — de natuur waarneemt.

De Schrift leert ons toch anders. Althans met betrekking tot onze dood, de dood van de mens!

Wij hebben daar juist vernomen, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid. Let wel toebereid. Daar ligt een bestemming in. De wereld werd door het Woord toebereid tot... . tot datgene wat God met die wereld voor had. En juist daarin heeft de Heere aan de naar Zijn beeld geschapen mens zulk 'n hoge plaats en bestemming toegewezen. De wereld toebereid voor de mens, opdat de 'mens God zou dienen in de heerlijkheid van zijn naar Gods beeld geschapen staat.

Bij de toebereiding der wereld heeft God op de mens gezien. God maakt onderscheid tussen de toebereiding der wereld en de toebereiding van een volk tot Zijn lof.

Het geloof verstaat het werk van het Woord Gods in deze dingen, in de toebereiding der wereld en in het Middelaarswerk der verzoening.

De Schrift spreekt niet over de dood in de wereld, die Hij heeft toebereid. Of in de wereld de dood een daartoe behorend verschijnsel was, is, is geweest, weten wij niet.

Maar zeker is, dat de dood van de mens dat niet is geweest. De dood hoort niet bij de naar Gods beeld geschapen mens. De dood is voor ons mensen naar de reinheid onzer schepping niet een , , gewoon", een , .natuurlijk" verschijnsel.

De mensen zouden dat wel willen, maar het is niet zo.

De dood is ingekomen in onze mensenwereld. (Rom. 5 : 12). De dood is een vreemdeling in onze menselijke geschiedenis. Daarom kan de dood ook niet het laatste zijn. Hij is een vreemdeling en een vreemde vijand, maar zijn heerschappij is die van een oordeel over ons. Wij liggen onder het oordeel des doods. Doch Hij, die dat oordeel beeft geveld, die de straf heeft bevolen, is machtiger dan de dood.

Omdat de dood niet natuurlijk verschijnsel, maar een straf Gods is over onze ongehoorzaamheid, is de dood in de hand van de Rechter der ganse aarde.

En, omdat de dood niet bij de reinheid van de naar Gods beeld geschapen mens behoort, is er een opstanding der doden.

De apostel Paulus heeft dat zo klaar gezien, dat hij van uit de opstanding der doden van de opwekking van Christus getuigt. (Zie 1 Cor. 15 : 12-19).

De wil Gods omtrent de heerlijkheid van de naar Zijn beeld geschapen mens heeft in Zijn voorzienige genade de opstanding der doden gesteld, zodat hij niet zonder hope zou. zijn, indien de dood als een vreemdeling over hem zou komen vanwege zijn ongehoorzaamheid.

Zo kunnen wij de Schrift nazeggen : Er is een opstanding der doden en zij geeft ons daarmede een getuigenis, ., dat de dood niet bij de reinheid onzer schepping hoort.

De val van ons geslacht bewijst intussen wel, dat wij, ondanks de schepping naar Gods beeld, vatbaar waren voor de verderfelijkheid. Vatbaar voor het verderf, en daarom vatbaar voor de dood.

Wij spraken boven over de toebereiding der wereld.

Doch welk een toebereiding heeft datzelfde Woord van het werk der verzoening door de eeuwen heen gewrocht, als onze hoogste Profeet en Leraar, als de overste Leidsman des geloofs, als de Herder Israels en ten laatste in de vervulling van alles wat voor God te doen ware als de eeuwige Hogepriester, Die Zichzelf gegeven heeft tot een rantsoen voor onze zonde.

En — die de prijs Zijner gerechtigheid en barmhartigheid verkreeg in de opstanding als de Eersteling onder vele broederen ! Het heilig Kind Jezus, dat de dood niet houden kon.

Dat alles was nodig voor de verzoe­ning van een in zonde verloren volk.

En welk een heerlijkheid heeft Zijn Werk teweeggebracht voor allen, die Hem als hun Middelaar en Borg omhelzen mogen. Want dit verderfelijke moet onverderfelijk aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid. (1 Cor. 15 : 53).

De mens uit de eerste Adam was vatbaar voor verderf en dood, maar die in Christus gestorven zijn, zullen in der eeuwigheid geen verderf of dood meer zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DOOD - 0pstanding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's