KRONIEK
De 1e en 2e week na Pasen — Traditionele schoolweek — „De Unie een school met den Bijbel" — 1958 en 1878 — Van het „Smeekschrift" — „Dirigisme" en chaos op schoolgebied — „Voeden met vergif" — „Der dritte im Bunde" — Jaarvergadering van de „Zwinglibond" — Uitslag der classicale stemmingen — „Tussen hoop en vrees" — Geen tijd en moed meer voor bidstonden ? ? — Nood voor Gods aangezicht — Psalm 81 : 7 (berijmd) — Onze Bondsdag. '
Elk jaar in de eerste week na Pasen vergaderen in Utrecht — traditionele stad onzer bijeenkomsten — de „Unie een school met de Bijbel" en de „Schoolraad", verenigingen ontstaan in de zegenrijke strijd voor het christelijk onderwijs. De week daarop trekken, in grote menigte vaak, de herv. predikanten op naar de oude bisschopsstad om er bijeen te zijn in „Predikanten-vergaderingen". Dit is in de loop der jaren op de terreinen van School en Kerk , , tot een inzetting" geworden, welke ook dit jaar, der traditie getrouw, haar beslag heeft gehad.
Slnds zijn oprichting pleegt ook de „hervormde raad voor kerk en school" z'n jaarvergaderingen wel in de 1e week na Pasen te houden, zodat met recht die week de traditionele schoolweek zou kunnen genoemd worden. Het lijkt mij op zijn plaats uit de gehouden schoolvergaderingen iets te memoreren en bij het verhandelde een enkele aantekening te plaatsen. Er is immers tussen kerk en school een te nauwe band, dan dat wij ook in de Kroniek niet met recht ervan zouden mogen en moeten gewagen. Dit klemt temeer, wijl men tot herdenking van een bijzonder gebeuren zich geroepen zag.
Ik begin met de , , Unie, een school met de Bijbel". Ze is de oudste der drie. Haar geboorte hangt nauw samen met een wondere zegen in bange tijden, toen voor het christelijk onderwijs de dreiging kwam van de schoolwet Kappeyne van de Coppello, de minister van binnenlandse zaken in het jaar 1878. Wie ook maar enigszins bekend is met de geschiedenis van het christelijk onderwijs, voegt hier direct aan toe: , , het jaar van het volkspetitionnement. Zo is het inderdaad. Dit , , volkspetitionnement", een „Smeekschrift aan den Koning om een school met den Bijbel" was- de reactie van de verenigde voorstanders der vrije christelijke school op de wet Kappeyne, het wetsontwerp tot herziening der wet op het Lager onderwijs, dat door de Tweede Kamer, juni 1878, was aangenomen. .
Dit wetsontwerp stelde voor de scholen, wat inrichting en bouw betreft, eisen, die voor de voorstanders schier niet te dragen financiële lasten betekenden, zonder dat de Staat een cent subsidie gaf.
Daarom was het plan gerijpt — het was ontworpen door de h.h. dr. Kuyper, de Savornin Lohman en de Geer van Jutphaas — om een massa-actie op te roepen, op grote schaal een „Smeekschrift" ter ondertekening te leggen, waarin aan de Koning werd verzocht dit wetsontwerp niet met zijn ondertekening te bekrachtigen. Een zeldzame eenheid openbaarde zich onder de voorstanders van de school met de Bijbel, hoezeer ook kerkelijk verdeeld. De lijsten waarop het „Smeekschrift", dat door dr. Kuyper was opgesteld, werden door 304.000 gezinshoofden en daarmede gelijkgestelden, ondertekend. De 3e augustus 1878 werd dit , , Smeekschrift" de Koning op het Loo aangeboden door een deputatie wier hoofd de grijze Jhr. Elout v. Soeterwoude was, die een zeldzaam indrukwekkende rede hield: één smeking en pleidooi om , , scholen te mogen hebben, waarin wij onze kinderen kunnen opvoeden naar de eis van hun doop". De wet is ondanks dit alles aangenomen. Het volk, dat het petionnement getekend had, is niet bitter tegen de Koning geworden. Het heeft in gebed en worsteling volhard en zijn actie onverdroten voortgezet. Tien jaren later kwam de eerste subsidiëring van staatswege voor de vrije chr. school tot stand onder het ministerie-Mackay.
In die bewogen tijden rondom de wet Kappeyne ontstond , , De unie, een school met den Bijbel", welke de voortzetting van de strijd voor recht met gebed en voorlichting steunde en stimuleerde tot wat is verkregen in de financiële gelijkstelling. Thans werkt zij om met Gods hulp te behouden, wat de Heere gaf.
Daarom is het te verstaan, dat „De Unie" in 1928 zeer actief optrad om te herdenken, dat 50 jaar geleden de actie van het , .volkspetitionnement", die zoveel zegen had afgeworpen, was ingezet.
Was het wonder, dat op de jl. gehouden jaarvergadering van 'die vereniging, de voorzitter, prof dr. K. Dijk, aanving met zijn hoorders te herinneren, wat voor 80 jaar plaats greep ? Hij heeft het blijkens het verslag in , , Trouw" dd. 4 april jl. treffend gedaan.
Hij deed meer. Hij wees op gevaren in het heden, welke de vrijheid van ons chr. onderwijs bedreigen. Men spreekt ook op schoolgebied van een , , dirigisme", dat in de , , vernieuwingen" zich doet gelden, een dirigisme, dat onze vrijheden bedreigt. Daarom riep hij op tot trouw blijven en pal staan. Sprekend over wat dreigt, zei hij letterlijk : , , Men wil een vernieuwing, die het tegenwoordig stelsel helemaal moet vervangen, maar ons een koers uitdrijft, waarover de geest van Kappeyne, als ik dit wat ketters mag zeggen, zich met intense vreugde verblijdt".
Op de vergadering van de Schoolraad, woensdag 9 april jl. gehouden, heeft de voorzitter, dr. van Itterzon, niet gesproken over Kappeyne's wetsvoorstel en alles wat daarmee aan veranderingen in uitzicht werd gesteld, — Kuyper betitelde de voorstellen in 1875 reeds met de namen: , , Scherpe resolutie" en , , Decretum horribile" (afgrijselijk decreet) — maar wel heeft hij gewaarschuwd tegen het , , dirigisme", dat men van overheidswege wil doorvoeren. In hoeverre hiermede de „vernieuwing", waarover in onderwijskringen nogal het een en ander te doen is, — men sprak zelfs van , , Chaos groter bij ruimer onderwijsmethoden" (Trouw dd. 10-2-'58) — doet nu minder ter zake. Uit wat ter vergadering van , , De Unie" en de Schoolraad werd in het licht gesteld, blijkt wel, dat er voor ons christelijk onderwijs gevaren dreigen.
Van buiten. Ja, maar ook van andere zijde. Onlangs vermeldde mr. Roosjen in de , , Omroepgids", hoe geklaagd wordt, dat de leerlingen op school suf en slaperig blijken te zijn, doordat ze niet tijdig naar bed gaan, maar laat opblijven om het televisieprogramma te zien. Hier zijn de ouders de schuldigen. Of de klacht, hiervóór vermeld, ook onze scholen geldt ? Ik vrees van wel. Want de televisie dreigt ook onze gezinnen te vergiftigen.
Een kras woord ! Zeker, maar ik neem het niet terug. In „Trouw" dd. 11-4-'58 lees ik in een artikel van mevr. Lever- Brouwer getiteld : , , Televisie en jeugdmentaliteit" een aanhaling uit een artikel dat gepubliceerd werd in het Amerikaans blad: , , De Wachter", welke aldus luidt: , , Wij voeden onze kinderen met vergif". De schrijfster van dat „Wachter-artikel", heeft het over de televisie-programma's in de V. S., met hun , , smerige voorstellingen". Ze zegt dan verder : , , Kinderen zien tegenwoordig in de huiskamer, dat mensen worden vermoord. Als onze kleine kinderen de gruwelijkste misdaden zien bedrijven tussen de stoelen van vader en moeder in, dan zal het zesde gebod wel nooit meer vat op hen krijgen, dan zijn ze met recht met vergif gevoed". Nu kan men zeggen, dat wij hier in Nederland zover nog niet zijn. Neen, gelukkig niet. Wie waarborgt ons echter dat het straks deze kant niet op zal gaan? Hebben de ouders voldoende gezag over hun kinderen, om paal en perk te stellen en schadelijke programma's te weren ? En ook om hun kinderen de televisie te verbieden? Dat heeft hier niets te maken met vrees voor aanvaarding van 'het , , nieuwe". Uitvindingen kunnen gezien worden als , , geschenken Gods". Maar wij zijn verantwoordelijk voor het gebruik, dat wij er van maken. En als ik nog weer even refereer aan het artikel van mr. Roosjen, heb ik niet al te veel fiducie in het gezag en de wijsheid van vele ouders. De sensatie-prikkel werkt onrustbarend. En hij is als een bloedzuiger, waarvan Spreuken spreekt, die al maar zegt : geef, geef". Wij leven teveel in de breedte en aan de oppervlakte en te weinig uit de diepten van Schrift en Belijdenis 'de Waarheid Gods.
Het Gezinsboek , , De zin van het Leven", dat onlangs verscheen, en zulke uitnemende arükelen bevat, kan daarbij als leidraad dienen. Ik hoop, dat het in onze: gezinnen veel gelezen en bestudeerd worde door jong en oud.
***
Op de jaarvergadering van de Raad voor Kerk en School is over, wat ik in het voorgaande zei, niet gehandeld. Ik vond er althans niets van in het verslag. Prof. V. Ruler heeft, heb ik het verslag goed begrepen, wel zijn bezwaren tegen een bepaalde richting of methode in het huidige onderwijs, kenbaar gemaakt en zulks op de hem eigen wijze. Maar het verslag was te summier voor een juist begrip. De voorzitter, dr. v. d. Neut, heeft nog eens weer in het licht gesteld, wat eigenlijk het doel van de Raad is. Hier volgt wat hij in dit verband zeide :
„De raad is geen schoolorganisatie, Wel wenst hij goede verstandhouding met de bestaande schoolorganisaties. De raad is geboren uit het besef van de medeverantwoordelijkheid voor het geestelijke leven van ons volk en streeft geenszins naar verkerkelijking van de school".
Zo is dus opnieuw onderstreept, dat wij in , , de Raad" niet met een schoolorganisatie als zodanig hebben te jmaken. Wij zullen dus moeten denken aan een organisatie, welke een zekere , , trait d'union", een verbindingsschakel wil zijn tussen het schoolwezen en de kerk, en zulks om de cultuur te beïnvloeden. In de trant dus van het onderwerp door prof. V. Ruler behandeld, dat luidde : , , De school, het Evangelie, de cultuur". Dan heeft toch , , de school" de primeur ?
Wij waren in het voorafgaande schier uitsluitend op schoolterrein. Dat was allerminst omdat er van het kerkelijk erf in zijn engere omlijsting niets zou zijn te vermelden. Integendeel. Zaterdag 12 april hield de , , Zwinglibond" in Zwolle zijn jaarlijkse vergadering. De voorzitter, ds. van Lunzen wees in zijn openingsrede , , op de achteruitgang van het vrijzinnig element in de Ned. Herv. Kerk". Hij documenteerde dit met verschillende cijfers. En dan luidt het verslag van de N.R. Crt. d.d. 15-4-'58 als volgt :
, , Spreker memoreerde de discussie in Woord en Dienst tussen de rechtzinige dr. J. J. Buskes en de vrijzinnige dr. A. de Wilde over de betekenis van artikel X van de nieuwe Hervormde kerkorde, die over de belijdenis en de belijdenisgeschriften. Hij achtte de geloofsuiteenzetting van dr. De Wilde volledig in strijd met dit kernartikel, dat zich niet tot een vrijzinnige uitleg leent.
Spr. deelde mede, dat het moderamen van de synode in september een delegatie van de Zwinglibond zal ontvangen ter bespreking van de door de Zwinglibond voorgestelde verruiming van artikel X der Kerkorde".
Wij wachten wel af, wat de hier in uitzicht gestelde samenspreking zal uitwerken. Zal de Synode er door gedrongen worden een klare uitspraak te doen betreffende Art. X van de Kerkorde ? Kohlbrugge gebruikte in gans ander verband — het was in zijn verslag betreffende een onderhoud met dr. A. Kuyper Sr. de woorden : , , reine wijn schenken". Daaraan hebben we ook in deze zaak dringend behoefte.
En dan zijn er nog de stemmingen in diverse classes over: De vrouw en het ambt". Onlangs schreef ds. A. Vroegindeweij daarover in het G. W. Optimistisch was dat in genen dele. Hij sprak over , , hoop en vrees". Toen waren nog lang niet alle uitslagen bekend. Als ik naga, wat „Bulletin" van het Herv. Persbureau betreffende de classisstemmingen meldde, ben ik zeer pessimistisch. Preciese cijfers kan ik nog niet vermelden, doch ik meen, dat de leerderheid der classes in haar con- Jderaties vóór het Synodale voorstel was. Dat was bij de vorige , , ronde" andersom. En had men alle vóór- en tegenstemmers, in de classes in juiste cijfers gegeven — dat heeft zin, want het zijn de stemmen der verschillende gemeenten ! — dan was het tegen nog in groter tegenstelling met de stemmen vóór aan het licht gekomen. Men kan ook straks nog die becijfering maken en vermelden. Dan zal het resultaat, dat nu wel in meerderheid vóór is, in wat de tegenstemmende gemeenten betreft wel in gunstiger licht komen te staan. Maar afgaande op de classesuitslagen heb ik weinig hoop.
Doch, God is er ook nog. Ja, dat vergeten we maar al te veel. In de dagen van het , , Smeekschrift" aan den Koning om een , , School met den Bijbel" was de inzet, centraal en locaal, een bidstond. Men hield als in de jaren van nood door , , 's vijands' wreed geweld" — men denke aan verschillende perioden in ons luisterrijk verleden ! — eerst een, gemeenschappelijke , , boete- en bedestonde" en ging daarna optrekken ten strijde.
En nu? Het parool was wel alzo. Daar niet van. Maar de uitvoering? Wij hebben het zo druk met de tijdelijke, wereldse, materiële dingen, dat wij de kracht en de moed niet meer schijnen te kunnen opbrengen om in de week voor de nood in het kerkelijke een bidstond te houden. De kerk en haar ambtelijke orde zijn naar veler besef voor de zondag, zij dreigen er bij aan te hangen, indien, het alzo niet is. Ik wil het verleden in genen dele idealiseren, doch zeg wel, dat toen bij de belijders van de Christus meer Gods zaak in School en Kerk in het levenscentrum stond dan thans. Men waagde zich, zowel het volk als de leiders, men bracht offers, grote offers, men durfde zijn : , , bespotte vromen"
En wij ? Ach ja, we protesteerden en protesteren, aanvaardden veel , , onder protest" en gingen over tot de orde van de dag. Maar de daad ? God de Heere, doe wat dreigt, ons waarlijk als nood kennen voor Zijn aangezicht, persoonlijk en gemeenschappelijk. En dan? Dan zal Psalm 81 : 7 (berijmd) gaan leven:
„Op uw noodgeschrei,
Deed Ik grote wonderen"
Ja, bij alles, wat tegen schijnt, is God er nog! De jaarvergadering van de Geref. Bond met haar bijzondere karakter zij door onze God gezegend geweest voor Zijn zaak! Ook met het oog op wat in onze Kerk aan de orde is..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's