De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ambtsgeheim

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ambtsgeheim

6 minuten leestijd

IV

Na voorafgaande uitwijding over de motieven, die geleid hebben tot indiening van voorstellen van gecodificeerde verplichte geheimhouding voor ambtsdragers, komt de vraag aan de orde, of en waar deze verplichting opgenomen zal worden.

De commissie, te dezer zake ingesteld, was eenstemmig van oordeel, dat een desbetreffende verplichting in de kerkorde behoorde vastgelegd te worden. Het is inderdaad een veelvuldig gebruik om de verplichting tot geheimhouding voor een of ander functionaris schriftelijk vast te leggen in diens aanstelling, een reglement of een ordening. Bij aanvaarding van een ambt of beroep wordt meermalen een eed of belofte voor geheimhouding afgelegd. Dit in aanmerking genomen zou het geen vreemde zaak zijn, indien dit ook voor kerkelijke ambten gold. Bij de behandeling in de generale synode bleek ook niemand overwegende bezwaren te hebben tegen opneming van een desbetreffende bepaling in de kerkorde. De ordinantiën der kerkorde regelen de rechten en plichten der ambtsdragers en zonodig zou ook een geheimhoudingsplicht daaraan toegevoegd kunnen worden, 't Blijft echter aan, twijfel onderhevig of geheimhoudingsplicht tot de wezenlijke kenmerken van een ambt gerekend moeten worden. Ieder mens, welk ambt of beroep hij ook bekleedt, behoort er van doordrongen te zijn, dat hij ligt onder de plicht van geheimhouding omtrent alles, wat hem vertrouwelijk ter kermis is gebracht. En trouwens, ook buiten zijn werkkring, heeft ieder een plicht van eer en fatsoen om vertrouwelijke mededelingen geheim te houden. Het is een droevig verschijnsel en een aanklacht, indien het nodig blijkt deze vanzelfsprekende plichten voor het gehele leven nog eens vast te moeten leggen in een kerkelijke ordinantie. De praatzucht en de loslippigheid moeten dan wel ergerlijke vormen hebben aangenomen.

Men mene echter niet, dat men door invoering van een kerkordelijke bepaling voor geheimhoudingsplicht de moeilijkheden ook nog maar theoretisch heeft opgelost. De bevindingen van de predikant bij zijn herderlijke zorg zullen hem wel eens nopen om het consistorium met een en ander in kennis te stellen. Aan de kerkeraad en in het bijzonder aan de ouderlingen is toch het opzicht over de gemeente toevertrouwd. Bij de tuchtoefening inzake de H. Doop en het H. Avondmaal zal bespreking plaats moeten hebben. Gezins- en huwelijksmoeilijkheden komen ter sprake. Ons Gereformeerde kerkrecht eist een bespreking en oordeel van de kerkeraad. Een open bespreking en goede behandeling en juist oordeel kan toch niet plaats hebben, indien ook dan de geheimhoudingsplicht zou moeten gelden. En nu werpe men hier niet tegen, dat alle kerkeraadsleden onder de plicht der geheimhouding staan. Er zijn zoveel gevallen, waarin men wil spreken tegenover de predikant of een bepaald ouderling, doch zwijgt als een graf, indien het vertrouwelijk meegedeelde op de kerkeraad zou komen. Wijsheid en grote voorzichtigheid zijn nodig bij de behandeling van tuchtzaken op de kerkeraad. Met een kerkordelijke bepaling omtrent geheimhoudingsplicht heeft men de wegen voor een tuchtrechterlijke behandeling waarlijk nog niet nauwkeurig afgebakend. En dezelfde bezwaren gelden bij een behandeling in een hoger instantie.

Dieper ingreep dan een aanvulling in de kerkorde is evenwel het voorstel tot wijziging van de formulieren ter bevestiging van ambtsdragers. Dit voorstel omvat zowel voor het onderwijzend gedeelte als voor de bevestigingsvragen een invoeging van een geheimhoudingsplicht. Men moet toch wel overtuigd zijn van de hoge noodzaak om een ambtsdrager een geheimhoudingsplicht op te leggen en af te eisen, dat men het aandurft om de eeuwenoude klassieke formulieren daartoe te wijzigen.

De opstellers dezer formulieren hebben een invoeging van de geheimhoudingsplicht niet nodig geacht. Toch kenden ze de biecht en de geheimhoudingsplicht daaromtrent. Het is derhalve niet denkbaar, dat men in die dagen die plicht over het hoofd gezien heeft. Men verlieze ook niet uit het oog, dat de dagen der vervolging nog vers in het geheugen lagen en zulke dagen binden de noodzaak van zwijgen wel terdege op het hart. En toch hebben de opstellers onzer formulieren de geheimhoudingsplicht niet opgenomen. Men mag deze opstellers er ook niet van verdenken, dat ze minder oog gehad hebben voor de zijde van de herderlijke zorg van het ambt. In genen dele. De herderlijke zorg wordt primair gesteld. De taak van de dienaar des Woords is volgens onze oude formulieren de bediening van dit Woord en de aanklevende herderlijke zorg en bediening der sacramenten. De herderlijke zorg wordt er zelfs genoemd vóór de bediening der sacramenten en als zeer nauw verbonden met de bediening des Woords.

Onze vaderen hebben zich bij de opstelling der formulieren alleen laten leiden door het licht van het Woord 'Gods. Dat is trouwens ook het enige licht, waardoor de Kerk zich in de duisternis dezer wereld mag laten leiden. Alleen op zulk een pad gaat men veilig. Onze vaderen wilden ook geen ander licht of beïnvloeding. Daarom horen we bij bevestiging van een ambtsdrager reeds in de aanvang van 'het formulier uit het Woord van God een korte verklaring van de inzetting en het ambt der Herderen of Dienaren des Woords. Eenzelfde zinsnede treft men aan in het formulier voor bevestiging van ouderlingen en diakenen. Bij de daarop volgende beschrijving van de inzetting en taak der ambten grondt men zich alleen op Gods Woord. Dat nu is geheel vanzelfsprekend. Het is de Heere, Die Zijn Kerk op aarde vergadert, de ambten instelt en opdrachten geeft. De Heere roept tot een bepaald ambt en geeft Zijn opdrachten. En als nu in opvolgende eeuwen in de' wrijving met de levensomstandigheden er nadere bezinning omtrent het ambt nodig blijkt dan behoort men evenals onze vaderen te rade te gaan met hetgeen het Woord van God ons dienaangaande leert. Geen invloeden buiten Gods Woord mogen ons leiden bij de bezinning omtrent de opvatting van een ambt in de Kerk. Zodoende komt men tot een verwrongen voorstelling van het ambt.

In het Woord van God nu vinden we allerlei gegevens omtrent de inzetting en de taak, die verbonden is aan een ambt. In de omschrijving van die taak zijn onze formulieren uitvoerig en daarbij zijn ze louter gegrond op Gods Woord. Een geheimhoudingsplicht nu is in onze formulieren niet opgenomen en terecht, want in Gods. Woord zoekt men tevergeefs naar een gegeven, waarop men die plicht speciaal geldend voor een ambtsdrager zou kunnen gronden. Voor een kerk, 'die beweert te willen leven in dankbare gehoorzaamheid aan Gods Woord en wil staan op de bodem der belijdenis moge dit een punt van overweging zijn.

A. Luteijn,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ambtsgeheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's