werk aan de kerk
Dezer dagen verscheen een vertaling van een werkje van Tom Allan, oorspronkelijke titel: „Het gelaat van mijn gemeente", waarin deze predikant rapport uitbrengt van zijn gemeente of parochie, zoals hij die vond, en van zijn ervaringen in zijn toegewijde arbeid en strijd tegen de verwereldlijking der kerk en haar ontkerstening^).
Het was hem alzo te doen om een methode van evangelisatie, die vrucht zou kunnen dragen, de mensen naar de kerk trekken en voor haar behouden, zodat de kerk zelf ook uit de sluimering van een doods Christendom ontwaakt.
Wij bedoelen niet het boeiend verhaal van de schrijver in zijn geheel te volgen. Het is trouwens de moeite waard voor allen, die zich met het werk der Evangelisatie bezighouden of daarbij betrokken worden dit relaas geheel te lezen. Men komt daarbij ook enigszins op de hoogte van de stand van za-. ken in Frankrijk en Engeland, zodat men een vergelijking kan maken. In hoofdzaak is de situatie echter overal dezelfde.
Toch willen wij gaarne de aandacht vestigen op een enkel punt, dat ons bijzonder trof. Vooreerst de grote nadruk, die de schrijver legt op het persoonlijk geloof, als eerste eis voor het Evangelisatie-werk. Het gaat nl. over het z.g. lekenapostolaat, d.w.z. evangeliseren door de gemeenteleden. Men kan maar niet iedereen er op uitsturen, omdat alleen hij, die persoonlijk gelooft in de Christus en de Schriften, wat te zeggen heeft, of liever getuige kan zijn.
Hoe die te vinden ?
Er zijn mensen, ook theologen van naam — Allan citeert o.a. Brunner — die weten, dat het niet alles Israël is, wat Israël genoemd wordt, zodat men met recht kan spreken van een kerkje in de kerk. Velen, die in onze tijd ook ijveren voor het z.g. apostolaat, willen daarvan niet horen en worden boos.
De auteur van dit boekje heeft begrepen, dat de opbouw der kerk slechts met behulp van dat kerkje in de kerk kan plaats vinden en daarvan moet uitgaan. Hij ziet klaar in, dat de gemeenschap in Christus, voor een gezond kerkelijk leven even nodig is als het persoonlijk geloof. Zo alleen kan de kerk een getuige van Christus in de wereld zijn en kunnen haar leden de strijd in de frontlinie d.i. in de ontmoeting van en de aanraking met de wereld voeren.
, , Het eerste beginsel, waarvan wij bij het ontwerpen van plannen voor evangelisatiewerk moeten uitgaan, moet de overtuiging zijn, dat de sleutel tot evangelisatiearbeid voor de kerk vandaag te vinden is in de parochie of de plaatselijke gemeente".
En dan gaat hij verder: , , Ik denk hierbij niet aan de parochie als een geografische of territoriale begrensdheid, maar als gemeenschap van Christenen in eredienst en werk en getuigenis in de ontkerstende wereld", (blz. 92)
Dat is een ander geluid dan bij ons. Men heeft de mond vol over apostolaat en noemt dat zelfs het wezen der kerk, maar brengt allerlei conflict en moeite in de kerk, omdat men tot alle prijs de geografische wijkkerk wil handhaven. Op die manier staat men in de weg aan het leven en de opbloei der plaatselijke gemeente als door hetzelfde geloof gebonden gemeenschap in Christus. Zo kan de gemeente ook geen evangeliserende gemeente worden, hoewel daarin toch eigenlijk de kracht moet worden gezocht. Het wordt nog pijnlijker, als men aan midden-orthodoxie en vrijzinnigheid in Herv.-Gereformeerde gemeenten tegemoetkomt door 238 om in feite een sympathie-gemeente te kunnen vormen.
Evangeliseren moet niet worden beschouwd als een aparte taak, waaraan men ook iets moet doen, maar het levend geloof getuigt, inzonderheid door de levensstijl, welke het medebrengt, en spreekt, daar, waar de naam van Christus wordt onteerd. De levende Christen wordt vanzelf een evangelist in zijn werk, in zijn beroep, op de fabriek en in de werkplaats, overal waar d'e kerk de wereld ontmoet.
Alleen de christenen moeten daarin worden opgevoed, opdat zij geoefend worden in een goede ijver met verstand, en mogen winnen, die van de kerk vervreemd zijn. Zij moeten het leren, zich als een roeping des geloofs, welke ook beoefend moet worden. Dat sluit ook in, dat wij sommige ingeroeste gedachten en gewoonten moeten doorbreken. Wij zijn gewoon de gemeente als in zichzelf gekeerde gemeente te zien. De domlné preekt, de ouderling doet huisbezoek. Die zijn voor de geestelijke dingen. Wij geven onze gaven voor de zending. De mensen, die zich daarvoor hebben gegeven, moeten dit weer verzorgen. In de week zijn wij bezig in ons beroep. Zondags gaan wij naar de kerk.
Dezelfde omstandigheden heeft de schrijver van ons boekje ook aangetroffen. Vandaar zijn grote nadruk op persoonlijk geloof, dat gedragen wordt door de gemeenschap in Christus, laat ik zeggen, de kerk in de kerk. En deze kerk in de kerk, wil hij krachtens de eis des geloofs opwekken en opleiden tot een evangeliserende kerk.. •
Gij ziet, een fris boek, dat de moeite waard is gelezen te worden. Er is werk aan de kerk. En als dat gebeurt, is er werk voor de kerk.
1) Tom Allan „Er is werk aan de kerk". Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's