De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De laatste vijand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De laatste vijand

5 minuten leestijd

De laatste vijand die te niet gedaan wordt, is de dood. 1 Cor. 15 : 26.

De bezoldiging der zonde is de dood. En nu is niet dit het ergste, dat wij allen sterven moeten en hier geen blijvende stad hebben. Deze bezoldiging is met de lichamelijke dood niet uitgeput. Ware het dit alleen, dan zou er nog enige aantrekkelijkheid kunnen liggen in de wereldbeschouwing, dat wij van het leven moeten zien te krijgen, wat er van te krijgen is en dan verder zich maar met de gedachte verzoenen, dat dit nu eenmaal niet blijven kan.

De geestelijke dood is over alle mensen gekomen. Wat betekent dat? Is het dit, dat er aan ons allemaal wat mankeert? Neen, het betekent, dat we allen zonder één uitzondering God kwijt zijn. Misschien wel godsdienstige mensen, maar toch mensen zonder God in deze wereld. Dit sluit in, dat we geneigd zijn God en onze naasten te haten en in wezen vijanden Gods zijn.

Het ergste van deze doodstaat is, dat wij het zelf niet weten. Dat wij rustig voortleven met een beetje meer of minder godsdienst, soms een heel oppervlakkige godsdienst, soms een heel zware. Maar zonder God.

Wij kunnen ons daarom in die geestelijke dood maar al te goed vinden. Nu zegt de Apostel, dat de dood een vijand is, eigenlijk de vijand. Is dat zo? Is de dood onze vijand? Weet gij, dat de dood door onszelf de Schepping is ingedragen? Dit moeten we toch niet vergeten bij onze bloemen op een doodkist en onze op parken gelijkende kerkhoven. Ook de geestelijke dood moet ons een vijand zijn. Vooral omdat wij de Heere uit onze doodstaat niet kunnen dienen. Omdat ons leven één grote mislukking is als wij God niet leren kennen. Hij toch heeft de mens geschapen naar Zijn beeld, opdat deze mens Hem zou kennen, zou liefhebben en in de eeuwige zaligheid met Hem leven zou, om Hem te loven en te prijzen. Ontdekkend licht des Geestes hebben wij nodig om te leren, dat het eigen schuld is, dat wij niet aan dit doel meer beantwoorden. Met eigen schuld bedoel ik persoonlijke schuld. Als dit er is wordt de dood onze vijand. Dan leren we ook, dat alle vroomheid niet in staat is om deze dood te niet te doen. Hiervoor hebben wij nodig het ontdekkend licht van Gods Heilige Geest. Deze alleen kan ons onszelf doen kennen, kan onze schuld tot persoonlijke schuld maken. Niet, dat wij nu maar moeten afwachten in lijdelijkheid of dit licht ooit komen zal. Vraag daarom elke dag, want daarop heeft de Heere Zijn zegen beloofd.

Jezus is naar het kruis en door de dood gegaan. Niet omdat Hij moest, doch wilde als de Borg en Middelaar. Door Zijn dood en opstanding heeft Hij de dood te niet gedaan. De dood is onttroond, van macht beroofd. Zeker onder de toelating Gods kan de vorst des doods nog een macht ontwikkelen, maar de overwinning is niet aan hem. Er is dus verlossing aangebracht. O zeker dit betekent niet, dat wij nu niet meer behoeven te sterven. Maar er is verlossing uit de verlorenheid, waar wij allen van nature in liggen. De dood is verslonden tot overwinning. Dit is de rijke inhoud van onze tekst. Alleen het is niet voldoende als wij dit alleen maar toestemmen. Wij moeten aan deze verlossing deel hebben. Dit wordt verstaan door allen, die een levendige behoefte aan deze Borg leerden kennen. Deze behoefte zal er zijn en steeds inniger worden als wij onze schuld leerden kennen, als wij werden ontdaan van al onze vroomheden en eigengerechtigheden en van onze eigenwillige godsdienst. Ik roep tot de Heere uit mijn ellenden. Alles wat aan Christus is wordt gans begeerlijk. Want wie door de Heere wordt geleerd zal er iets van verstaan dat niets ons kan redden, dan Jezus alleen.

Gelukkig als wij er oog voor kregen, dat wij alleen bij Christus moeten zijn. Zulk een mens weet, dat het van zijn kant onmogelijk is, dat Jezus hem zou aannemen. Hij kan het zo maar niet nemen. En toch zal hij steeds duidelijker zien, dat er geen andere weg is. Het recht Gods moet hij toestemmen en billijken. Gods eer wordt hem meer waard, dan eigen behoud. Maar dit zal ook steeds meer drijven tot de Borg, omdat Die alleen kan redden.

Als ons alle hoop ontvalt, wil Christus Zich aan het hart openbaren. Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht en Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht. Deze mag in het geloof de hand leggen op het enige offer, ook voor hem gebracht en Jezus zijn gerechtigheid noemen. Vertrouwen, dat Hij ook voor mij de dood heeft overwonnen.

Door Jezus is de dood te niet gedaan. Deze vijand is onttroond. Maar het is de laatste vijand. Ook na ontvangen genade wordt de waarheid ervaren, dat wij vleselijk zijn en verkocht onder de zonden. Daarom blijft de strijd tegen de macht des doods, welke zich openbaart in de machten van de wereld, zonde en eigen vlees. Echter is deze vijand, te niet gedaan, en daarom zullen toch Gods kinderen overwinnen, overwinnen niet door eigen kracht, maar door Hem, Die dood v/as maar leeft tot in eeuwigheid en daarom de machten des doods overwon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De laatste vijand

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's