De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ambtsgeheim

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ambtsgeheim

6 minuten leestijd

De voorstanders van gecodificeerde geheimhoudingsplicht willen ten slotte zo ver gaan, dat men deze ook wil opnemen in de bevestigingsvragen, die bij de bevestiging in een ambt gesteld worden. Men acht het gewenst, dat deze plicht ten aanhore van de gemeente nog eens ingescherpt wordt en dat de ambtsdrager openlijk belooft, deze plicht in de waarneming van zijn ambt na te zullen komen. Zulk een belofte, bij de bevestiging afgelegd, zal het vertrouwen moeten sterken en een vruchtbare zielszorg ten goede komen. De ambtsdrager van zijn zijde zal door zijn afgelegde belofte te meer op zijn hoede zijn en waken tegen schending van zijn ambtsgeheim.

Is deze gedachte nu niet te naïef ? Gelooft men werkelijk, dat door een openlijk afgelegde belofte een ambtsdrager als een soort biechtvader zal aanvaard worden in allerlei zielestrijd ook buiten het religieuze leven om ? Zal een belofte van geheimhouding een predikant de poort openen naar de intiemste gebieden van ons zieleleven? De ervaringen op huisbezoek door predikant en ouderling gezamenlijk leren wel anders. Het is moeilijk om door te stoten tot het verborgen zieleleven. De hartedeuren worden voor een vreemde eerder gegrendeld dan geopend. En als men zich begeeft op het religieuze terrein, wapent men zich gaarne met algemeenheden, niettegenstaande juist over dit gebied de zielszorg van de predikant gaat.

Nu zijn er behalve de verhouding der ziel tot God nog zoveel andere gebieden van verborgen zieleleven, haar begeerten en haar strijd. Zelden wordt op dit intieme terrein des harten en ander toegelaten. Dit gebied blijft terra incognita, onbekend land, voor de ander. En indien het er al toekomt, dat men een ander toelaat daarvan kennis te nemen, dan is dat vaak niet meer dan een blik uit de verte. Men mene niet, dat door een belofte van geheimhouding de hartedeuren onmiddellijk openzwaaien. Gelukkig is het in vele gemeenten met de waardering van de predikant nog zo, dat de deuren der huizen nog gaarne en wijd opengezet worden. Daarin mag men een bewijs zien, dat de godsdienst, de kerk en de prediking nog een ruime plaats in de harten innemen. Doch in weerwil van alle vriendelijkheid bij de ontvangst blijven de deuren van het intiemer leven vaak gesloten. De nazaten der Hervorming zijn niet opgevoed bij de biecht. En het kan misschien strelend zijn voor sommigen zich aan de gemeente aan te bieden als een soort biechtvader of geestelijk raadsman in allerlei verlegenheid, waarin het leven ons kan leiden, een predikant moet toch boven alles voor ogen houden, dat hij bedienaar van het goddelijke Woord is met de aanklevende herderlijke zorg en bediening der sacrarnenten.

Voor het wekken van vertrouwen in een ambtsdrager door de gemeente is niét vereist een openlijk afgelegde verklaring van geheimhouding. Dat ver-trouwen zal verworven moeten worden door zijn arbeid en omgang met de gemeente, door zijn prediking en werk als zieleherder, En dan is het mogelijk, dat men als prediker in een gemeente slaagt, zelfs een gevierd man wordt, terwijl men als herder der zielen gesloten deuren vindt. Daarentegen zal het voorkomen, dat een minder boeiend prediker de geestelijke raadsman van jong en oud wordt. Zonder het te zoeken wordt men dan in vertrouwen genomen, men wordt deelgenoot van innerlijke zielestrijd, van gezins- en familiemoeilijkheden, van verborgen levensleed. Het is soms geenszins de bedoeling om raad te bekomen, maar men wil zijn leed wel eens uiten tegenover iemand, waarvan men weet, dat hij zwijgen kan en zal. Zelfs de sterken onder de mensen zijn wel eens zwak en hebben behoefte aan medeleven. Onze Heere Jezus zocht voor de dodelijke droefheid, die Hem overviel in Gethsemané, zelfs steun bij Zijn discipelen. Laat een predikant dan als een goed zieleherder mede waken en bidden.

Bij' de overweging dezer voorstellen tot opneming van geheimhoudingsplicht voor ambtsdragers in de kerkorde en de bevestigingsformulieren rijst onwillekeurig de vraag, welke motieven daartoe hebben gedrongen.

De aanleiding is geweest ergerlijke schendingen van vertrouwen door ambtsdragers, zodat er grote schade werd gedaan aan de goede verhouding tussen gemeenteleden en predikant. Doch ook zonder een specifiek voorschrift en belofte van geheimhouding is tuchtrechterlijk  optreden tegen iemand, die zich alzo misdraagt, mogelijk op grond van de huidige kerkorde.

Men dwaalt ook, indien men in de mening zou verkeren, dat een ambtsdrager als getuige voor de rechter geroepen sterker zou staan door zich te beroepen op een kerkordelijk vastgelegd ambtsgeheim. Trouwens het burgerlijk wetboek kent reeds een zwijgrecht voor de rechter voor predikant en ouderling. Men maakt het gewetensconliflict voor een ambtsdrager maar moeilijker, indien men ook in de kerkorde nog eens van hem eist een zwijgrecht voor de rechter. Een kerkordelijke bepaling voor zulke gevallen is volkomen overbodig.

Het wil me voorkomen, dat het eveneens overbodig is de zwijgplicht in te scherpen, want ook het strafrecht voorziet hierin. Een verzwijging naar deze titel van het strafrecht ware genoegzaam, waartoe dan ook dienstig zou kunnen zijn te wijzen op de maximale straf, die daarin wordt genoemd.

Enig licht op de drijfveren voor deze voorstellen geeft de toelichting, die er aan toegevoegd werd.

Er werd op gewezen, dat er landen zijn, waar men met zijn geestelijke moeilijkheden eerder naar de psychiater stapt dan naar de predikant. Ook de priester heeft door het biechtgeheim een voordeel boven de predikant. Bij de psychiater en de priester zijn de geheimen veilig. Met zekere afgunst ziet men naar zulk een vermeend voordeel. Doch men verliest dan toch uit het oog, dat bij een predikant, die doordrongen is van de ernst van zijn ambt, geheimen eveneens veilig zijn.

Het wil me ook voorkomen, dat pa­tiënten, die bij de psychiater ter behandeling behoren daarheen ook verwezen moeten worden. De predikant moet niet op diens terrein zich gaan begeven. Dan gebeuren er gemakkelijk ongelukken. Omgekeerd eveneens. Toegegeven zal moeten worden, dat het moeilijk is om grensgevallen te distribueren tussen psychiater en predikant.

Het heeft er wel de schijn van, dat men de stroom der mensen, die heil zoekt bij' een psychiater Avil afbuigen naar de predikant. Geheimhoudingsplicht moet dan een dam vormen in deze stroom.

Schuilt hierachter nu niet een verschuiving van de opvatting van het ambt, zoals we die kennen uit Gods Woord en uit de belijdenis en de formulieren? Dreigt de arbeid met het Woord Gods niet op de achtergrond te raken en het ambt scheef getrokken? Waarom anders zulk een overmatig groot gewicht gehecht aan de geheimhoudingsplicht?

We hebben aan onze schone klassieke formulieren genoeg. Laat ieder, die in een ambt bevestigd staat te worden deze met aandacht lezen en overwegen. Dan komt hij onder beslag van Gods Woord en Geest. Dat is de beste preventie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ambtsgeheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's