Kroniek
Bloeimaand — "hoe schoon moet God zijn" — Politieke spanningen — Von Metternich's slagzin — Van de „helmenaffaire" — Tienjarig bestaan van de staat Israël — Uit de Generale Synode der Geref. Kerken — „Een parlement? " — Personalia — Een uitzonderlijk jubileum — Adresserende studenten.
De meimaand heeft dit jaar haar naam van „bloeimaand" eer aan gedaan. Koude en guurheid hadden het leven, dat wilde verschijnen, tegengehouden. Maar ondanks die remmingen werkte het door. En zie, toen, in de overgang van april naar mei, mildere weersgesteldheden ons werden gegund, sprong het leven los. De lente kwam heersen in volle pracht van uithundige bloei. De witte rijkdom der perelaars kwam eerst het landschap sieren. Toen die verarmde en verschraalde, was er de tooi der kersenbomen. Daarna sierde de appelbloei ons schone landschap. Het was ongekend mild en verrukkend. Wie er zich in verlustigde en iets verstond van het lied der schepping, het lied, dat, ondanks , , dat het schepsel der ijdelheid onderworpen is", uit haar opklinkt, verstaan mocht, moest onwillekeurig Anna Bijns bijvallen als zij haar devote verzen onder het opschrift: , , Hoe schoon moet Godt zijn!" besluit met de uitroep: , , Och, hoe schoon moet hij zijn, diet al heeft geschepen!"
Wereld en mensheid gaan naar de grote herschepping Gods heen door diepe diepten en bange barensweeën, maar af en toe flitsen door de donkerheden en duisternissen wonderschone lichtglansen van heerlijkheid, iets van schemerende vergezichten, van wat God bezig is te bereiden en openbaar zal worden in de , , de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde". Was het zo niet in de bloeipracht van mei 1958 ?
Het wereldleven was wel in fel contrast met de serene schoonheid van deze bloeimaand. Als vanzelf denken wij hierbij aan de spanningen in Algiers, die Frankrijk's politiek- en economisch leven beroerden, zozeer, dat gesproken werd van dreigende burgeroorlog. Ja, Frankrijk kreeg het uur van zijn beproeving. En wat daaruit voor dat land en heel Europa voort zal komen, weet God alleen. , , Voor heel Europa" schreef ik. Dat is niet te boud gesproken. , , Als Frankrijk verkouden is, niest heel Europa" moet Von Metternich, de Oostenrijkse staatsman, die de Europese politiek beheerste ten tijde van het congres van Weenen, eens gezegd hebben. Daarom heeft de vraag recht, wat dit alles voor invloed op Europa, ja misschien de wereld van vandaag, zal hebben. Volgens latere berichten schijnt de toestand iets rustiger te zijn. Betekent het ontspanning?
Voorts was er de verregaande beledigende behandeling van Nixon, de vice-president der V.S., in Venezuela, wat ook de nodige reacties opriep.
In het verre Oosten rezen, mede door de Egyptisch-Syrische inmengingspogingen, onlusten in Libanon, waarbij het Westen en Oosten niet maar de rol van neutrale toeschouwer spelen, doch hun maatregelen overwogen en misschien troffen.
In ons land speelde het slotbedrijf van het debat over het wanbeheer D.M.L., — een , , Augiusstal' genoemd' in een hoofdartikel van , , Trouw" — waar'bij de heer Kranenburg, secretaris-generaal van oorlog, bedektelijk een , , consilium abeundi", een raad om te vertrekken, ontving. Hij bleef evenwél tot nu toe. In afwachting van de commissie voor onderzoek, welke werd ingesteld?1) Zo ziet men, we leefden binnen en buiten de grenzen op onrustige bodem.
Ik betrok even het Oosten in ons gezichtsveld. De Staat Israël vierde of misschien juister, herdacht zijn 10-jarig bestaan. Dat is wel zeer verwonderlijk, gezien zijn moeilijke geboorte en niet minder hachelijke en bestreden positie de jaren daarna. Zijn handhaving moet wel gezien worden als een wonder. Er zit iets in van het , , raadsel" dat Israël is in alle tijden en ook heden. Dr. Berkhof noemt in zijn jongste werk: , , Christus, de zin der geschiedenis" — het werd in , , Woord en Dienst" d.d. 17-5-'58 vrij uitvoerig besproken door dr. P. J. Roscam Abbing en het is uit die bespreking, dat ik citeer — , , de betekenis van de huidige Staat Israël nog zeer dubbelzinnig", Betreffende het volk zelf en ook het land Palestina zegt hij: , , Israël zal eens tot bekering komen. De exegese van Gereformeerde zijde die meent dat er voor het huidige Israël geen bijbelse beloften meer gelden, wordt bestreden. Zelfs het land Palestina zal een bepaalde rol hebben te vervullen. De bekering van Israël is te combineren met de komst van het duizendjarig rijk dat reëel té verwachten is. Christus' overwinning zal volop zichtbaar worden binnen het kader van de geschiedenis."
Dat is nogal een stellige uitspraak, waarover zeer zeker wel de nodige reacties zullen komen.
Met dat al blijft het probleem, dat Da Costa samenvatte in de woorden: , , Israël en de volken". En het is te begrijpen, dat het 10-jarig bestaan van de Staat Israël, aanleiding was om dit probleem weer te onderstrepen. Prof. Beek uit Amsterdam en prof. Vriezen uit Utrecht, beiden oud-testamentici van naam, wijdden er een artikel aan. Ze waren uitnemend van inhoud. Maar het meest werd ik getroffen door een stuk van de heer J. Piebemga, hoofdredacteur van de , , Leeuwarder Courant", geen theoloog, noch expert op O.T.-terrein. Uitgaande van , , het indrukwekkend gedicht over de dorre vlakte der woestijnen, die zal bloeien als een roos" (Jesaja 35), gaf hij een uitwerking daarvan, welke ontroert en waaruit ik het slot overneem — ik las het stuk in Bulletin 19 van het , , Persbureau der Ned. Herv. Kerk" — :
, , De Joden vormen geen volk van blanke engels, evenmin als de Duitsers een volk van zwarte duivels zijn. Nooit en nergens ter wereld is er een eerlijker, objectiever en zelfs onbarmhartiger , , vaderlandse geschiedenis" geschreven dan die, welke in het Oude Testament van 't volk Israël is neergelegd. Daar vindt men geen vergoelijkend spreken over eigen, nationale zonden; daar houden de profeten het hun landgenoten steeds voor, dat God Zijn aangenomen volk ook kan verwerpen. Het boek van Hosea beslaat slechts enkele bladzijden, maar ieder die over Israël spreekt of schrijft zou ze moeten lezen en herlezen. Joden en christenen raken nooit van elkaar los. Ze zijn onverbrekelijk door het boek .met elkaar verbonden. De Joden hebben van het Oude Testament hun nationale boek gemaakt, de christenen hebben vaak uit verlegenheid alleen het Nieuwe Testament tot het boek van de kerk willen maken. Maar Jezus is niet alleen uit het Volk der Joden geboren. Hij is ook de koning der Joden. Hij wordt in de lijn van Mozes geplaatst en Hij staat boven Abraham; Hij is de ontbinder en de vervuiler. In Hem is het raadsel van Israël opgelost.
Hèt probleem van de jonge. Staat Israël ligt niet in de politieke, de economische of de culturele situatie, het ligt in de religie. Er woedt in het huidige Israël een hevige godsdienststrijd en het is goed en onvermijdelijk dat die er is. Zij, die deze strijd willen bagatelliseren of doodzwijgen, merken niets: van het zo hevig kloppend hart van Israël. Of het nu gaat om de Sabbathswetten, om de dlenstplicht voor vrouwen, om het gemengd zwemmen, om de macht der rabbinale gerechtshoven, om het kerkelijke en het gemengde huwelijk, om het fokken van varkens of het uitspreken van de banvloek, het gaat altijd om de gehoorzaamheid aan het woord, dat tot het volk gespr^oken is.
Het dodelijke gevaar voor Israël ligt in de zeer reële mogelijkheid, dat de Joodse religie tot nationalisme en particularisme wordt. De rabbijn en apostel Paulus heeft dat gevaar reeds voorzien. Het volk van het Oude Verbond kan slechts met gevaar voor eigen leven doen alsof het Nieuwe Verbond niet bestaat.
Ongeveer midden mei j.l. is de Synode der Gereformeerde Kerken tot haar slotzitting gekomen. Het is een onderbroken Synode geweest. In het najaar '57 is ze verdaagd en even na Pasen '58 is men weer gaan vergaderen. , , Tien weken hebben wij er nu al opzitten. Ik hoop, dat we deze week klaar komen". Dit is wat de praeses ds. Kruyswijk aan een reporter van , , Trouw" uitliet, toen deze begin mei de Synode bezocht om enkele indrukken op te doen. Hij vertelt daarin ook, dat de Synode , , vier uur lang debatteerde over de vraag of het rapport over de positie der diakenen op de meerdere vergaderingen aan de orde moest komen of niet". Als men zo iets leest krijgt men begrip voor wat ds.. Ruitenberg, de hervormde perspredikant eens zeide: , , De Hervormde Synode is een kerkeraad. De Gereformeerde Synode is een parlement".
Nu mene niemand, dat de Synode van Assen geen belangrijke besluiten nam. De vergelijking met een parlement wil geenszins het tegendeel suggereren. Ze bedoelt immers alleen het breedvoerige en punctueel-nauwkeurige in het licht te stellen.
Het meest effectieve resultaat dezer Synode zal wel zijn, dat men met de herziening der Kerkorde in zoverre klaar kwam, dat ze 1 januari 1959 in werking zal treden. Over die herziening is dus — ze ving aan in '49, naar ik meen— lang gedokterd. Maar dat is een kerkorde wel waard. Met het bovenstaande is allerminst bedoeld, dat de Synode verder geen belangrijke zaken behandelde. Er is gehandeld over het Filmvraagstuk, over de problemen der hedendaagse oorlogsvoerinig, of juister, de problemen der moderne bewapening, de schuldbelijdenis inzake het schisma, dat leidde tot de aftakking der , , vrijgemaakte" kerken. Het is hier de plaats niet om op deze dingen dieper in te gaan. De Synlode behandelde alles op haar wijze, naar de haar eigen methode. Ze was, wat de Duitsers plegen te betitelen met het woord , , gründlich".
We hopen, dat alles de zaak des Konings bevordere, ook dat, waarover contacten gaande zijn met de Ned. Herv. Kerk. Nog zij medegedeeld, dat in het geschil over het Psalter-Hasper, de meerderheid der arbitrage-commissie uitsprak, dat de Synode niet in een schuldpositie staat. Of hiermede het laatste woord in deze zaak Is gesproken moet afgewacht worden.
Acht dagen nadat onze Bondsvoorzitter prof. Severijn zijn 75e verjaardag mocht vieren, en in de intimiteit van zijn woning en gezin Gods wondere genade over hem mocht gedenken, werd, op 16 mei j.L, aan de vooravond van zijn 70e verjaardag prof. dr. H. Kraemer gehuldigd op zeer uitzonderlijke wijze.
De huldiging had n.l. plaats in het Zendingshuis te Oegstgeest. De leider van de samenkomst, de gereformeerde zendingsman dr. W. G. Harrenstein, sprak van , , een hervormd heiligdom", met een gereformeerd man voor de leiding. De samenkomst was belegd door het Ned. Bijbelgenootschap en de Herv. Raad voor de Zending. De , , feesitrede", of zo men wil, de herdenkingsrede werd gehouden door de jubilaris zelf; zulks op verzoek van zijn vrienden. Het was een , , terugblik" of gelijk , , Trouw" (verslag in d.d. 17-5-'58), de rede noemde: , , een gesproken levensschets". Dat was alles niet gewoon.
Deze uitzonderlijke huldiging, was wel in stijl met de gehuldigde, wiens leven ook uitzonderlijk werd geleid. Zijn vader en moeder waren gegrepen 'door de , , opkomende sociale bewegingen in Europa, waardoor hij in de kring van het eerste felle socialisme werd opgevoed" (N.R.Crt.). Als kind in de wieg, scheerde over hem heen een (verdwaalde? ) kogel, afgeschoten bij het palingoproer in de hoofdstad. Na de dood zijner ouders, — z'n vader heeft hij nauwelijks gekend, — "werd hij opgevoed in het weeshuis te Amsterdam. In die tijd besloot hij christen of socialist te worden. , , Ik werd beide', zo zei hij in zijn levensschets; , , het eerste door Gods genade, het tweede omdat ik christen ben". Op de zendingsschool te Rotterdam, waar hij zou worden opgeleid tot zendeling, werd hij, , , ontdekt". Zo leidde zijn weg naar Leiden's Universiteit, waar hij een historisch-oriëntalistische vorming ontving. Aldus toegerust werd hij als taalgeleerde van het N.B.G. uitgezonden naar Java, waar wel bleek, wat hij van zijn verhouding tot de zending uitsprak in de woorden: „zij is een allesbeheersende passie voor me geweest. Haar werk vertegenwoordigt voor mij de hoogste werkelijkheid: de zaak van Jezus Christus in de ganse wereld" (N.R.Crt.).
Dan komt in zijn leven zijn arbeid voor de kerk. Hij vervolgt zijn levensschetsi:
„En dan de kerk, soms voorwerp van scherpste critiek, maar waarvoor ik mij reserveloos ter beschikking heb willen stellen. En dan de wetenschap, in het bijzonder de theologie. Ik ben een hartstochtelijk theoloog, maar het is een verloving. Wanneer mijn vrienden in India vroegen: Waarom ga je niet helemaal in de theologie door, zei ik: , , Een verloving, but I don't propose ever to marry her!" Ik ben altijd diep dankbaar, dat ik een historisch-oriëntalistische vorming heb ontvangen die mij een veel bredere en diepere kijk op de wereld en haar problemen heeft gegeven, dan de theologie, ooit had kunnen doen."
Na deze fase in zijn leven, komt de meer oecumenische, de tijd, waarin hij aan het hoofd stond van het oecumenisch centrum in Bossey (Zw.).
Nu hij weer in Nederland zich heeft gevestigd, hoopt hij zich te wijden aan wetenschappelijk werk, wat niet insluit, dat hij de interesse in meeleven met de kerk verloochent. Dat bleek reeds uit zijn spreken ter predikantenvergadering te utrecht, april j.L Wat hij daar betreffende de discussie De Wilde- Buskes zeide, — hij meende, zijn appèl tijdens de oorlogsjaren aan de kerk om Kerk. aan de gemeente om gemeente van Jezus Christus te zijn, te moeten herhalen — ontlokte. Dr. Buskes, volgens „De Kroniek" uit , , 'Kerfk en Theologie", d.d. april 1958, waaraan ik ontleende, het woord: , , Ik ben geneigd om u dit kwalijk te nemen", wat dan nader gemotiveerd werd met: , , dat z.g. theologiseren geen studeerkamerbedrijf is, maar existentieel handelen, d.i. een denken en spreken en getuigen vanuit het besef van een laatste ernst."
Dit was, zo men wil, iets van het , , spanningsvol antagonisme ten 'opzichte van de gereformeerde wereld", waarin Kraemer naar zijn zeggen: , , voortdurend verkeert" (Trouw").
Ik ben iets uitvoerig over Kraemer geweest, mede om blijk te geven, dat, al kan ik mij lang niet altijd vinden in zijn visie op het Hervormd Kerkelijk probleem en zijn oplossing, dit mij geenszins verhindert hem de waardering te geven, die hem toekomt en hem mijn gelukwensen te bieden met dit uit!zonderlijk gedenken, van de uitzonderlijke we'ldaden Gods, hem bewezen.
Theologische studenten aan de Utrechtse Universiteit hebben geadresseerd aan de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk om geen beslissing te nemen inzake de openstelling der ambten Voor de vrouw. Zij' menen juist in verband met het feit, dat de peiling van de leer van het ambt nog gaande is, uitstel van beslissing inzake de vrouw en het ambt te moeten vragen. Ziehier, wat , , Trouw" d.d. 19-5-'58 wist te 'berichten. Ik hoop, dat de Synode maar dit adres zal willen luisteren. Het komt uit de sector der jeugd en de jeugd hééft nogal eens het oor der kerk in deze tijd.
Uitstel van beslissing lijkt mij trouwens ook wel in de lijn der gehouden classis-stemmingen. Er waren ca. 1200 stemmen voor en ruim 1000 tegen , , openstelling".
De synode-vergadering van deze zomer zal spannend zijn en hare verantwoordelijkheid groot.
Wat kunnen wij beter doen dan de Synode toe te bidden de Geest der gebeden, 'Die ook de Geest 'der wijsheid is ? , , Hij zal u in al de waarheid leiden", luidt de belofte van de Here Jezus.
In die weg beware ons de God aller genade voor nog meer spanningen in ons kerkelijk leven, dan er reeds zijn. Spanningen kunnen te veel zijn. Ze kunnen zich ontladen op een wijze, en in gevolgen, die diep betreurd worden door wie ze opriepen. Daarom zij ons een afwijzend besluit gegund!
1) Hij heeft inmiddels ontslag gevraagd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's