WOORD EN GEEST
Het is niet onbekend, dat Calvijn grote afkeer had van alle vormen van geestdrijverij. Edoch, kan hij met gelijk recht de theoloog van de Heilige Geest als de theoloog des Woords worden genoemd. (Wie van deze dingen nader wil worden ingelicht, leze de dissertatie van prof. S. van der Linde : De leer van de Heilige Geest hi] Calvijn. Wageningen, 1943).
Dat is mogelijk n.l. dat beide titels de theoloog der Reformatie met recht mogen passen, omdat Calvijn Woord en Geest in de werken Gods altijd verbonden ziet. Wij hebben daarop reeds vaker gewezen: zij zijn als de handen Gods. Het is fout van alle geestdrijvers, dat zij die verbondenheid van Woord en Geest in de werken Gods voorbij zien, of niet kennen, omdat zij het Woord te weinig kennen. Zo is het werk der schepping een werk van Woord en Geest, en evenzo het werk der verzoeningen der herschepping. Wat de schepping aangaat zijn er vele getuigenissen in het Oude Testament. Wij noemen slechts Genesis 1 : 2 en 3 en Psalm 33 : 6. Ook omtrent het werk der verzoening en herschepping of wedergeboorte laat de Schrift zich niet onbetuigd. De Heilige Geest wordt genoemd bij de vleeswording des Woords (Lukas 1 : 35), Christus is gezalfd met de Heilige Geest, niet met mate, d.i. met de volheid des Geestes. (Lukas 3 : 22). Denk ook aan (het onderricht des Heren aan Nicodemus (Joh. 3 : 5) en aan de belofte des Heiligen. Geestes.
Maar de Trooster, de Heilige Geest, welke de Vader zenden zal in Mijn Naam, die zal u allen leren en indac'htig maken alles, wat Ik u gezegd heb (Joh. 14 : 26).
Maar wanneer die zal gekomen zijn, n.l. de Geest der Waarheid, Hij zal u in de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal géhoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. (Joh. 16 : 13).
In deze plaatsen wordt op de gebondenheid en samenwerking van Woord en Geest gewezen. , , Die zal u alles leren en indachtig maken, wat Ik u gezegd heb". De Heilige Geest heeft derhalve ook een taak ten aanzien van het door Christus gesproken Woord. Het is niet alleen zo, dat Christus is gezalfd met de Heilige Geest, zodat de tweede en de derde Persoon tegenover de werken Gods werken, maar ook ten aanzien van het door Christus gesproken Woord: , , Wat Ik u gezegd heb", heeft de Heilige Geest een taak, opdat dat Woord zijn loop hebbe in de wereld.
Dat betreft ook het profetische Woord, dat tot Israël is gekomen, zo waarlijk Christus de Middelaar Gods en der mensen is in het werk der verzoening en zo waarlijk heel de leiding Gods met Israël in het teken der verzoening staat door de belofte van de Messias. Dat volgt trouwens ook uit de waardering, welke Christus aan het Oude Testament toekent en het gebruik, dat Hij er van maakt. Hij erkent de eenheid van het profetische Woord, als Hij spreekt van de Schrift en onderwijst ons omtrent het gezag der Schrift, als Hij zegt: „er staat geschreven" en de Schrift kan niet gebroken worden (vgl. Joh. 10 : 35; 20 : 9; Matth. 4 : 10; 11 : 10; Lucas 20 : 17).
Voorts wijst Hij de inhoud en strekking aan, als Hij de Joden te kennen geeft: , , Gij meent daarin het leven te hebben en die zijn het, die van Mij getuigen! "(Joh. 5 : 39).
Het kan zijn nut hebben om op de verbondenheid van Woord en Geest de aandacht te vestigen, want er zijn nog altijd mensen, die daarmede geen rekening houden, soms geleid door een valse vroomheid. Zo worden er gevonden, die bij de pakken neer zitten, werkeloos, lusteloos, bij tijden in grote vreze, doch de weg van 'het Woord verkiezen zij niet.
Leest gij regelmatig de Bijbel? vraagt de predikant. En dan kan men het ontmoeten, dat het antwoord zonder aarzeling ontkennend luidt. Och, dominé, een mens moet licht hebben.
Dat is ook zo, maar het licht komt niet buiten het Woord om, want dat is nu juist, wat Christus ons leert. De belofte is immers, dat de Heilige Geest zal leren en indachtig maken, wat Hij gezegd heeft!
In de dagen van Calvijn waren er vele geestdrijvers, die de wereld in beroering brachten. Dat geslacht is echter nog niet uitgestorven en het kon wel eens zijn, dat sommigen zich zelf niet als zodanig ontdekken! hoewel zij er toch toe behoren.
Hoe gemakkelijk spreken velen in onze dagen over de Heilige Geest en Zijn werk, ja, alsof zij over diens Geest konden beschikken. En het moet iemand, die beter geleerd heeft, verwonderen, dat zij die zo grote vrijmoedigheid ten toon spreiden om van de leiding en verwachting des Heiligen Geestes te spreken, veeltijds niet minder vrijmoedigheid betonen in een eigenmachtige houding jegens de Heilige Schrift, met verwerping van het Schriftgeloof, dat getuigt door de Heilige Geest geleerd te zijn, z'oals ons door de belijdenis der reformatorische vaderen wordt voorgehouden.
Het is, alsof zij van mening zijn, dat de Heilige Geest nog zelfstandige openbaringen zou geven boven de Schrift uit, buiten haar om en zelfs tegen haar in, want zij vinden daarvoor in het voorbeeld der apostelen en in de Schrift zelf geen steun. Integendeel, Christus beveelt, dat zij Zijn Woord • bewaren. (Johannes 8 : 51 en 52).
Calvijn heeft dat anders geleerd : , , Maar aangezien geen dagelijkse Godsspraken uit de hemel gegeven worden, en alleen de Schriften bestaan, door welke het de Here heeft goed gedacht Zijn Waarheid tot een eeuwige gedachtenis te doen voortleven, bezit de Schrift door geen ander recht 'n volledig gezag bij de gelovigen dan wanneer ze geloven, dat zij uit de hemel is voortgekomen, evenalsof de levende stemmen Gods zelf vandaar gehoord werden". (Inst. I, 7, 1).
Let op deze onderrichting van Calvijn: er worden geen dagelijkse Godsspraken uit de hemel gegeven.
God wil door de Schrift Zijn Waarheid tot een eeuwige gedachtenis doen voortleven.
De Schrift is uit de hemel voortgekomen.
Wie aan deze waarheden vasthoudt en gelooft, dat de Schrift uit de hemel en niet zonder de Heilige Geest tot ons is gekomen, zal niet alleen verstaan, dat die Schrift niet kan gebroken worden, maar hij zal zich er toch niet over verwonderen, dat Christus diezelfde Geest aanwijst om ons in de Waarheid te leiden en te leren, wat Hij gezegd heeft.
Mogelijk zal hij. ook inzien, dat degenen, die het Woord der Schrift niet ernstig en als uit de hemel nemen, het allermeest bloot staan aan geestdrijverij en verachting van het werk van de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's