De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

HOOFDSTUK Il, ARTIKEL 1

11 minuten leestijd

God is niet alleen ten hoogste barmhartig, maar ook ten hoogste rechtvaardig. En Zijn gerechtigheid (gelijk Hij Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft) vereist, dat onze zonden, tegen Zijn oneindige majesteit begaan, niet alleen met tijdelijke, maar ook met eeuwige straffen, beide naar ziel en lichaam, gestraft worden; welke straffen wij niet kunnen ontgaan, tenzij aan de gerechtigheid Gods genoeg geschiede.

We zijn genaderd tot het tweede Hoofdstuk der Leer, dat handelt over de dood van Christus, en dé verlossing der mensen door deze. De vaderen beginnen ook dit keer in het paradijs, al noemen zij die naam niet. Zij beginnen bij de zonde d.i. bij de val. Ons wordt eerst voorgesteld, in welke toestand de mensheid en dus wij verkeren. Wij hebben zonde. Gelijk we dat in de catechismus vinden, zo is het ook hier. De opstellers spreken niet over de zonde, maar over onze zonde. Wij worden er direct allen bij betrokken. De gereformeerde leer is niet een samenstel van redeneringen. Als het een samenstel mag genoemd worden, dan is het een samenvoeging van feiten. Daar zijn eerst onze zonden. Dat zijn keiharde feiten. Niemand kan naar waarheid spreken en dan toch ontkennen, dat ook hij zonden heeft. Is dat dan zo erg? Ieder heeft ze. Ja, dat is nu de bekering, dat wij anders over de zonde gaan; denken dan de onbekeerde mens. Dat de zonde erg is, weet alleen de man, die er aan ontdekt is. De tollenaar ziet ze, de Farizeer ziet ze niet eens. Nochtans kunnen we ook uit een historisich geloof, een overtuiging bij ons meedragen, dat de zonde erg is. Het geweten spreekt er ook van. Diefstal, echtbreuk, dronkenschap, laster, wie vindt ze niet erg. Maar dan toch vooral, omdat de mens er zich zelf mee schendt of zijn medemens benadeelt of vernielt. De zonde is echter, dit zegt artikel 1 terecht, zo erg, omdat zij bedreven wordt tegen Gods majesteit. Gods deugden worden door de zonde geschonden. God zelf wordt doör de leugenaar, hoereerder, lasteraar in het gezicht geslagen. Mocht de Here ons allemaal beginnen te bekeren. Wat zouden wij het allen te kwaad hebben met onze zonden.

Wat doet God met onze zonde ? God haat ze. Er is een absolute tegenstelling tussen God en de zonde, daarin noodzakelijk uitkomende, dat Hij met al Zijn deugden er tegen reageert. God wil de zonde niet. Hij haat ze en toornt er tegen. Dat heeft Abraham door de Geest gesproken als Hij zegt: Het zij verre van u zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardige met de goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze; verre zij het van u! Zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? (Gen. 18 : 25). Door Mozes heeft de Here.gesproken: , , Want Ik de Here uw God ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen". David zegt in Psalm 5: , , Gij haat alle werkers der ongerechtigheid. Gij zult de leugensprekers verdoen? van de man des bloeds en bedrogs heeft de Here een gruwel".

Daar staan we: u en ik. God haat de zonde en de zondaar. Hij is te rein van ogen om het kwaad ook maar te kunnen aanschouwen. Hoe moet dat nu? Dat is de vraag, die eerst gesteld moet worden, die eerst bij de zondaar moet gaan leven wil er over het lijden en sterven van Christus met vrucht gesproken kunnen worden. Het gaat niet om beschouwing, het gaat om bevinding. Christus openbaart zichzelf aan geen anderen, zegt Calvijn, dan aan de ellendige en benauwde zondaren, dewelke zuchten, arbeiden beladen zijn, hongeren, dorsten en van droefheid en ellendigheid uitdrogen? Het prediken van Christus is bijzonder gunstig om het inslapen te bevorderen als de dreiging der wet niet levensgroot in die prediking voorkomt. Men denkt wel eens, dat een Calvinistische prediker niet met een krachtig appèl tot de hoorders kan komen. Dat heeft echter een man als Whitefield en als Spurgeon — om er maar niet meer te noemen — wel anders bewezen. Alleen vraag ik mij af, wat men onder appèl verstaat: alleen een appèl tot geloof of eerst een appèl tot bekering? De Here Jezus heeft zeer veel opgeroepen tot bekering en de calvinistische preek doet dat bij voorkeur. Het ene en het andere is nodig.

Maar dat is een onderwerp apart. Ik wou in dit verband alleen nog wat van Wesley vertellen, de grote opwekkingsprediker uit de 18e eeuw, die geen calvinist was. Hij kende een bijzondere betekenis aan. de prediking der wet toe. Men mag van deze prediking niet afzien, meende hij, en anders wordt de prediking van de liefde en het lijden van Christus door de gedurige eenzijdige herhaling tot een overvloed van woorden, die in slaap wiegen. Soms mag er één zijn onder duizenden, die door de prediking van de genade alleen, tot bekering komen, maar de gewone manier van God is, de zondaar door de Wet te overtuigen. De Wet is het, die tot het geweten gebracht, de rots in stukken slaat. Door de kracht der Wet wordt de zondaar aan zichzelf ontdekt. Wesley stelde daarom deze predikwijze voor. Men beginne bij evangelisatiesamenkomsten met een algemene verklaring van de liefde Gods tot zondaars en Zijn gewilligheid hen te redden. Vlak daarna predike men de wet zo krachtig, kortaf, diepindringend als men maar kan. Daarna, als meer en meer hoorders van hun zonde overtuigd zijn, menge men meer en meer het evangelie in zijn prediking, om het geloof in te planten en hen tot geestelijk leven te brengen, die door de Wet verslagen zijn.

Dus in ons artikel wordt iets gezegd over de noodtoestand van de mens. Van God. staat er ook in geschreven. Hij is ten hoogste barmhartig? Wat is het specifieke van banmhartigheid? Dat zij aan ellendigen bewezen wordt. Nu ellendig is de mens wel. Hij ligt midden in de dood en is aan allerhande ellende onderworpen. Als nu de Almachtige zo barmhartig is, zou de Here dan niet, voor allen de straf kunnen opheffen? Hoort dat wel bij een barmhartig God, dat Hij de zonde straft? Daar heeft eens iemand op een vergadering van vrijzinnige theologen gezegd, dat men eigenlijk niet van , , vergevende liefde" kan spreken, omdat liefde alle gedachte aan straf uitsluit. Een liefdevolle God kan niet straffen. Dat strijdt met Zijn barmhartigheid. Zulke woorden vinden gelukkig weinig weerklank. Met de barmhartigheid Gods hebben we ook nog niet alles gezegd. God is niet alleen barmhartig, Hij is ook rechtvaardig. Wat houdt deze rechtvaardigheid Gods in? Dat Hij de schuldige geenszins onschuldig houdt. God is de Rechter, die gehoorzaamheid eist en de ongehoorzame straft. Dat kunnen we in Genesis 3 al duidelijk zien. En wat is de straf zwaar. Neem Genesis 6 : 8 d.i. het verhaal over de zondvloed daar maar bij. En dan Genesis 19 e.v., een overvloed van verhalen over de straffen die God doet komen. Daar is over de betekenis van het woord en begrip gerechtigheid Gods, zoals dat in de Heilige Schrift voorkomt al veel te doen geweest. De gerechtigheid Gods omvat meer dan dat Hij de zonde straft. Dit begrip omvat ook, dat de Koning van Israël de onderdrukte helpt naar Zijn belofte.

Wat de gerechtigheid Gods inhoudt kunnen we samengevat vinden in Jesaja 11 : 3—5. Daar lezen we van de Messias hoe Hij de gerechtigheid zal betrachten. Gerechtigheid zal de gordel Zijnier lendenen zijn: , , En Zijn rieken zal zijn in de vreze des Heren; en Hij zal naar het gezicht Zijner ogen niet richten; Hij zal ook naar het gehoor Zijner oren niet bestraffen. Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds en met de adem Zijner lippen zal Hij de goddeloze doden. Want gerechtigheid zal de gordel Zijner lendenen zijn." De Messias heet in Jeremia 23: , , De Here is onze gerechtigheid".. Wat betekent het nu, dat God rechtvaardig is? Ten eerste zal de Messias hierin de gerechtigheid Gods kunnen uitoefenen, dat Hij niet af hoeft te gaan op wat Hij uit uitwendig hoort en ziet. God kan nog anders rechtvaardig zijn, dan een aards rechter. De Alwetende doorgrondt het hart en kent de verborgenste daden. Als Gods gerechtigheid straf eist betekent dit ook, dat er geen zonde of overtreding voor Hem verborgen is. Gezien de geweldige verslaving aan de zonde, waarin de hele wereld ligt, kan het oordeel Gods niet anders dan vreselijk wezen. Hij kent de verborgenste daden, woorden, gedachten, begeerten. De Alwetende hoeft niet af te gaan op horen en zien. Hij heeft geen menselijk getuigenis van node, want Hij weet, wat in de mens is. Daarom weegt Hij schuld en onschuld nauwkeurig af. Evenwel zegt iemand, straffen doet de Messias Gods toch maar ieder. Hij richt de armen en de zachtmoedigen toch ook. Ja zeker, maar hier is bedoeld, niet dat Hij hen straft, doch aan hun recht helpt. Wij moeten ons een land denken, waar een grote kloof is tussen machtigen en zwakken. De rechters behoren dan te zorgen, dat de machtigen geen onrecht doen. Daar kwamen koningen en rechters in Israël vaak in te kort. Maar de Messias-Koning zal de armen aan hun recht helpen en de zachtmoedigen, als zij aangeklaagd worden of beroofd of belasterd, vrijspreken en een vonnis uitspreken, dat hun recht doet. Met rechtmatigheid bestraffen, wil zeggen: als zij aangeklaagd worden of recht zoeken tegen hun onderdrukkers een rechtvaardig vonnis uitspreken. Die zachtmoedigen zijn de vromen, die in Israël niet altijd hun recht vonden. Is dat tegenwoordig wel zo? Wordt in de kerk b.v. aan hen, die niet anders begeren dan het Woord Gods te horen of te brengen naar Schrift en Belijdenis altijd recht gedaan? De zachtmoedigen hebben de belofte, dat God voor hun recht zorg zal dragen. Maar nu de anderen, die God niet vrezen en Zijn geboden niet houden? Gods rechtvaardigheid bestaat hierin, dat de Messias de aarde, d.i. de Gode-vijandige wereld, zal slaan en de goddeloze doden.

De zaak ligt zoals we de H. S. laten spreken. De hele wereld is aan de zonde verslaafd. Zij ligt in haar geheel verdoemelijk voor God. Ieder is vervloekt, die niet gebleven is in het boek der wet. Gods rechtvaardige toorn komt over een ieder. De Rechter van hemel en aarde mag niet anders. Als er geen voldoening gevonden wordt eist de rechtvaardigheid Gods, dat de ganse aarde verdelgd wordt. Van nature zijn allen goddelozen. Zo ver heeft God het ons ten slotte geopenbaard. Door de werken der wet kan geen vlees gerechtvaardigd worden voor God. In de Schrift blijft geen mogelijkheid over, dat God de zonde niet zou straffen. Daar de Wet uit­drukking van Gods wezen is, zou Hij Zichzelf moeten verloochenen, als Hij de zonde ongestraft wou laten. Zonder voldoening geschiedt geen vergeving. Dat rechterlijke Gods vindt men de hele Schrift door. De zonde roept om straf. Zo liggen dus de dingen. Wij zijn vervloekt. Wij liggen verdoemelijk voor God. Wij kunnen niet anders dan de schuld meerder maken. God kan niet anders — naar Zijn Wezen — dan de schuldige niet onschuldig houden dus straffen. U en ik, wij kunnen de straffen Gods niet ontgaan, tenzij aan de gerechtigheid Gods genoeg geschiede. Het is tegen de Schrift om God wel te denken als Vader en niet als Rechter. De gerechtigheid en de heiligheid is niet minder een deugd in God als Zijn liefde. Van genade kan niet gesproken worden, tenzij er recht gehandhaafd moet worden. De gave van Christus aan het kruis zou ook geen liefde zijn als de zonde geen straf verdient. Dan is het sterven van Christus ijdel. Wie het recht ontkent, ontkent ook de genade. God heeft ïecht op de mens en het staat niet in onze vrije keuze of wij de Here zullen dienen of de afgoden. Gods gerechtigheid is handhaving van Zijn wet. Hoe het ook ga, in elk geval moet 's Heren wet overeind blijven.

Dit tweede Hoofdstuk der Leerregels tracht ons nu te verklaren hoe God zondaren ongestraft kan laten en toch Zijn recht handhaven.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's