De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE BIJBEL EN HET LOUVRE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BIJBEL EN HET LOUVRE

9 minuten leestijd

Het is geen wonder, dat iedere Fransman trots is op het Musée du Louvre. Dit museum, in verschillende tijdperken gebouwd, is misschien wel het grootste en schoonste ter wereld. Vanaf het eerste ogenblik, dat de bezoeker het paleis betreedt, totdat het sluitingsuur daar is, als de beeldengroepen door de invallende schemering zware silhouetten van zich werpen, en het geheel in een mystiek waas hullen, wordt de bezoeker gefascineerd door wat hij ziet en al heeft hij van vele voorstellingen en vondsten afbeeldingen en foto's gezien, de indrukken, die hij krijgt te verwerken zijn zovele, dat onwllekeurig een opmerking als: , , wat is dit geweldig", hem ontvalt.

Het is weer enige tijd geleden, dat ik ongeveer een hele dag in dit grootse geheel doorbracht en dwaalde van zaal tot zaal; natuurlijk zag ik vele schilderijen, waaronder ettelijke van Rembrandt: een hele afdeling is gewijd aan de , , Hollandse school" en stille eerbied vervult het hart voor het geniale kunstenaarschap, dat eeuwen later nog bewondering afdwingt. Hoevelen hebben vroeger en later, als kunstenaars bij de gratie Gods, het leven uitgebeeld in zijn hoogten en diepten, in zijn naakte armoede en zijn weelderige rijkdom. Calvijn, hoezeer hij ook wist, dat onder de handen des mensen alles bezoedeld wordt, erkende de kunst als een gave Gods en sprak van kunstenaars als van mensen, die onderricht waren en aangedaan door de Geest Gods.

De afdelingen van het Oude Oosten waren het eigenlijke doel van mijn bezoek. Daar gingen duizenden jaren beschavingsgeschiedenis aan ons voorbij: overblijfselen van een primitieve beschaving van prehistorische tijden en resten van de eerste eeuwen van onze christelijke aera; wij zien daar vele, vele sculpturen van de Grieks-Romeinse tijd: zaal na zaal is vol beelden van goden en halfgoden, van keizers en burgers, van bekenden en onbekenden; beelden van Apollos, de handhaver van recht en orde, de beschermer van het schone en het goede en van mannen als Tiberius de Keizer en van Augustus; levensgrote beelden als van Ares, de oorlogsgod, maar ook borststukken als van Antinous, lieveling van keizer Hadrianus, die in de Nijl verdronk (+/- 130 n. C.) In Griekenland en Rome staat de mens in het middelpunt, de mens met zijn krachten en gaven, zelfs ook in zijn godsdienst is het de mens, om wie alles cirkelt.

Zeer veel spreekt ook van Egypte: van ouds de erfvijand van Israël. Dwalende tussen de kunstschatten, die in de loop der eeuwen in overvloedige mate uit Egypte naar Parijs zijn overgebracht, moest ik denken aan Mozes en aan zijn geloofskeuze. Wat heeft deze man heerlijkheid gezien in de dienst des Heren, als hij de schatten van Egypte verwerpt en weigert een zoon van Farao's dochter genaamd te worden. Maar niet slechts de rijkdom van Egypte, maar ook de macht van dit volk wordt duidelijk gedemonstreerd; wij begrijpen, dat meer dan menselijke macht nodig is geweest om het slavenvolk van Israël te verlossen. De machtige faraonen hebben hun gedachtenis zoeken te vereeuwigen; van Amenemhet I (uit de tijd van de twaalfde dynastie, ongeveer 2000 jaar voor Christus), zien wij hier een prachtig uitgevoerd kalkstenen beeld, van Amenophis III, het hoofd van een kolossaal beeld van rose' graniet.

Van de honderden brieven uit de Amenophis III (1408-1372 en Amenophis verspreid, vindt men er in het Louvre zeven. Zij dateren uit de dagen van Amenophis III (1408-1372) en Amenophis IV (1372-1354). Ik zag o.a. de brief (een kleitablet van ong. 5 bij 4 cm), waarin Shuwadartu aan de farao vertelt van de hevige strijd, die hij met de Habiru voert en waarin hij spreekt van de hulp, die hij van de gouverneur van Jerusalem ontvangt. Diens naam wordt zeer verschillend gelezen, meestal Abdi-Hepa. Of met de Habiru de Hebreen bedoeld worden, daarover zijn de geleerden het verre van eens, al ligt het voor de hand bij de Habiru aan de Israëlieten te denken en deze brief in verband te brengen met de intocht van Jozua.

Diep komt de bezoeker ook onder de indruk van de vele sarcophagen; opgesteld is hier de sarcophaag van Ramses III (hij leefde in de tijd van de 20ste dynastie, ong. 1175), een enorme kuip van rose graniet ongeveer 1.80 m hoog, rijk voorzien van inscriptie's.

Het is voor ons soms onbegrijpelijk, hoe men dit alles heeft vervaardigd met de voor ons bewustzijn primitieve middelen, waarover men beschikte en niet minder, hoe men deze gevaarten op hun plaats heeft weten te krijgen. Men kent en vindt zijn standplaats zelfs niet meer. 'k Moest denken aan het gedicht van een franse Jood, die onderweg was naar Auschwitz; hij heeft zijn gedicht, waarboven Exodus staat, niet kunnen afmaken. Eens zullen voorbijgangers brandnetels zien bloeien op zijn graf: Weet dan, zegt hij, dat ik een gezicht had als gij, een mond die bad als gij, een gezicht als iedere andere sterveling. Alles voorbij — geslacht na geslacht; alleen het eeuwig licht Gods blijft We zien de goden van Egypte; tijd noch geld heeft men gespaard om hen uit te beelden. Vele goden zijn in graniet uitgehouwen, vooral Semhet (met leeuwenkop).

Tenslotte en deze afdeling is voor ons wel de belangrijkste: Assyrië en Babylonië. Welk een verschil met de beschaving van het Oude Hellas! Het ging in AsBur en Babel niet om uitbeelding van schoonheid en gratie, maax om het .vastleggen en dat tot meerdere heerlijkheid van de koning — van de werkelijkheid van het harde, wrede leven van dit oorlogszuchtige volk. Het grootste deel van wat in de Assyrische afdeling bewaard wordt, komt van Ninevé, dat in 1842 door de Franse consul van Mossul, Botta, werd ontdekt. Bij de ingang van de Assyrische hal staan machtige gevleugelde stieren, zoals zij eens met hun aangezichten naar de bezoekers gekeerd, als wachters stonden in voorhallen van het paleis van koning Sargon (722-705), stieren met het hoofd van een mens, de borst van een leeuw, en vleugelen van een arend. Ik vroeg aan een bewaker: Hoe hoog zijn ze wel? Dat weet ik niet, monsieur. Maar wat dacht u? Zouden zij wel vijf of zes meter hoog zijn? Peut-être, was het antwoord, misschien. In zulke machtige gebouwen zie ik geen kans nauwkeurig te schatten. Het Louvre heeft vier van deze cherubsgestalten, , , getuigenis bij uitnemendheid van assyrische kunst". Een van deze is niet oorspronkelijk; het is een afgietsel, gemaakt om een symmetrisch geheel in het Museum te kunnen vormen. Reeds eeuwen voordat Sargon deze wezens in zijn paleis liet opstellen, hadden de Sumeriers hun cherubs. Een wij denken aan de voorstellingen van de troonwagen Gods: in Ezechiël en aan de kerkvaders die de vier Evangelisten tekenden onder het beeld van de mens (Mattheüs), de leeuw (Marcus), het rund (Lucas) en de arend (Johannes).

Onmetelijke schatten werden uit de overwonnen gebieden naar de hoofdstad aan de Tigris gebracht, jaren en jaren achtereen. De profeet Nahum spreekt terecht van Ninevé als een bloedstad, die zonder ophouden rooft. Door de op de muren van de paleizen aangebrachte reliefs krijgen wij een beeld van het leven van de koningen en hier door van het volk. Sargon, de overwinnaar van Samaria en Israël zien wij vele malen; zelf mengt hij zich in de strijd: wij zien hem staan in zijn ijzeren wagen. Onbewogen geeft hij leiding; schatplichtigen komen; de buit wordt verzameld en geteld, de gevangenen gedood of begenadigd tot slaaf; voor de Assyriërs waren de onderworpen volken niet anders dan een groot airsenaal van slaven-werkkrachten.

De koning ontvangt de hulde van zijn ministers, die hem rapport komen uitbrengen; elders zien wij in steen vastgelegd, hoe de Assyriërs bezig zijn hout te kappen in de Libanon en hoe zij de machtige boomstammen op schepen aan de Syrische kust laden en wij herinneren ons het woord van de profeet: Als de koning van Babel dood zal zijn en de schepter der heersers zal zijn gebroken, dan zullen , , , de dennen zich over u verheugen en de cederen van Libanon zeggende: Sinds gij daar neerligt komt niemand tegen ons op om ons af te houwen". (Jes.. 14:8). Of wij denken aan het pochende woord van de koning van Assyrië: Ik heb met de menigte mijner wagenen de hoogte der bergen beklommen tot ver in de Libanon; ik vel de statige ceders en zijn uitgelezen cypressen. (Jes. 37:24). 

Naar het paleis van Assurbanipal (in Ezr. 4:10 Asnapper genoemd), dat 16km verwijderd is van het paleis van Sargon, die een eigen hoofdstad had gebouwd Dur-Sjarrukeen (Chorsabad) worden wij geleid door een meters groot relief, dat diep ontroert. Hier hebben wij Nihive (Kujunjdsik). Uitgebeeld is op de muur 'n stoet van gevangenen, mannen, vrouwen en kinderen, een lange karavaan, die naar een onbekende toekomst trekt. Op een kar, door een paar ossen getrokken zien We een paar vrouwen zitten; iets verder zien wij een man een wagen trekken; de bagage, die door de gedeporteerden wordt meegenomen is niet veel; sommige gevangenen zijn geketend. Niets spreekt ervan, dat hier Israëlieten worden weggevoerd of dat deze taferelen de wegvoering in beeld zouden brengen van Judea naar Babel (de verwoesting van Jerusalem geschiedde in 586!), maar wij begrijpen, dat het met die ballingschap zo toegegaan moet zijn. Een militair escorte begeleidt de stoet om ontvluchten te voorkomen: een gehelmde Assyriër met schild, lans en zweep (? ) sluit de droeve optocht. Het woord Gods ging in vervulling: De ogen des Heren zijn tegen dit zondige koninkrijk. In dit alles spreken de stenen; het is één grote illustratie van het drama, dat zich heeft voltrokken in Israël.

Slechts enkele momenten noemde ik, dingen, die mij troffen en bijbleven, en daarbij beperkte ik mij tot wat op het Oude Testament betrekking heeft.

Menigeen maakt in deze tijd allerlei plannen voor de vakantie. Men reist tegenwoordig ver; mocht Parijs op uw programma staan, trek dan beslist een dag uit voor een bezoek aan het Louvre; u zult er als ik vermoeid vandaan komen, maar het zal uw geest verrijken en verkwikken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE BIJBEL EN HET LOUVRE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's