Welke gebeden verhoort God?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u; Al wat gij de Vader zult bidden in Mijnen naam, dat zal Hij u geven. Joh. 16: 23b.
Welke gebeden verhoort God? Wel, volgens de tekst: alle, 't Staat er toch: Al wat gij de Vader bidt. Er wordt geen enkel voorbehoud gemaakt.
Maar de werkelijkheid klopt hier toch helemaal niet mee, die kent veel meer onverhoorde dan verhoorde gebeden.
Hier ligt een zieke al maanden lang aan bed gebonden. Er wordt geen gebed opgezonden of er wordt ook gevraagd om genezing. Maar ondanks al die vurige en innige gebeden, toch geen beterschap, eer het tegendeel n.l. verslechtering van de toestand.
Een ander bidt om wedergeboorte en bekering. Geen gebed kan God toch meer behagen. Dit zou Hij toch meteen moeten verhoren en toch blijft alles maar bij hetzelfde.
Neen, bidden helpt ook al niet, hoe dikwijls hebben wij niet gemeend tot deze slotsom te moeten komen. Wat wonder, dat we zo 't geloof in Gods beloften dreigen te verliezen en de lust ons bekruipt de Bijbel maar voorgoed dicht te doen.
Voordat u dat echter gaat doen, moet u toch nog eens goed de tekst lezen. U hebt alleen nog maar het woordje , , al wat" gelezen, maar er staat nog meer in. Daar staat bij dat woordje al wat nog iets, , nl. in Mijn Naam.
We krijgen dus alleen maar verhoring van onze gebeden, als wij ze opzenden in Christus' naam.
Nu ja, zegt u, alsof ik dat niet steeds doe. Er is geen gebed in mijn leven of ik besluit het met de woorden: om Christus' wil. En ondanks dat, toch geen verhoring.
Ja, maar hebt u dan wel echt tot God gesproken in de naam van de Zaligmaker? Dat is nog wat anders dan die naam er nog even aan het einde aan toevoegen. Die naam is geen toverformule, die u maar behoeft te noemen en u krijgt wat u wenst en vraagt.
Vergeet niet, dat de naam allereerst is naar bijbelse opvatting, een samenvatting, van het werk van Christus.
Bidden in de naam van Christus dat houdt dus in: een pleiten op Zijn volbracht werk en Zijn volbracht werk alleen.
Dit sluit dus de erkentenis in: Here wij hebben geen recht om iets van U te vragen, wij bezitten geen enkele verdienste, wij hebben alles, ja alles verbeurd door onze zonde.
Zo moet het echte gebed waarnaar God luistert, een recht ootmoedig gebed zijn, waarin we ons diep vernederen.
Is het nu nog een wonder, dat veel van onze gebeden niet worden verhoord? , want o wat wordt die rechte ootmoedigheid vaak bij ons gemist. Zeker, in onze woorden wordt zij, nog wel uitgesproken, maar het hart staat er niet achter.
Want waarom zijn we dan toch z0 ongeduldig als de Here ons gebed niet meteen verhoort en worden we opstandig als wij 't echt meenden; Here, we hebben nergens recht op, zouden we dat niet kunnen wetzen.
Maar hoezeer verslagenheid over onze zonden er zijn moet, daarmee komen wij er alleen nog niet.
Ons bidden moet niet minder een gelovig bidden zijn.
Als Christus zegt: Al wat gij de Vader bidden zult in Mijn naam, dat zal Hij u geven, dan mogen we daaraan niet twijfelen. Wanneer wij, neen, niet bouwende op eigen verdiensten, maar alleen vertrouwende op Christus' naam, op Christus' verdienste, kan ik ook zeggen, tot God komen, dan moet er in ons hart ook de zekerheid zijn: God hoort en Hij verhoort, dat heeft Christus beloofd.
Niet voor niets hamert Christus het er steeds maar in: u geschiede naar uw geloof, en geloof dat gij ontvangen zult. Altijd die vermaning om te geloven.
Een ongelovig gebed kan God niet behagen.
Is het dan een wonder, dat we zo weinig kunnen spreken over verhoorde gebeden, als er zo weinig geloof bij ons wordt gevonden? Er is vaak alles bij ons, behalve geloof.
Zeker, er wordt nog wel veel gepraat om niet te zeggen gediscussieerd over het geloof, hoe het wel en hoe het niet ontstaat, maar verder komen we gewoonlijk niet, We moeten tot geloof komen. Zeker, dat geloof is het werk van de Geest, maar de Geest werkt het geloof door Gods beloften en daarom hébben wij: op die beloften acht te geven en naar die toezeggingen te luisteren.
Een gebed, dat zal worden aangenomen, moet dus een ootmoedig en gelovig gebed zijn, maar dan zijn wij er nog niet.
Daar zit in dat , , in Mijn naam" nog iets anders besloten wat een geweldige beperking van dat woordje , , al wat" behelst, waardoor het ons onmogelijk ge maakt wordt maar alles aan God te vragen.
Wist u, wat dat , , in Mijn naam" ook betekent? In Mijn Geest, in overeenstemming met Mijn wil of wel: zoals Ik, Christus, bid.
En waarom bad de Zaligmaker ? Ging het er Hem alleen maar om veel van God te krijgen? Dat weet u wel beter. Hij vroeg slechts om dat, wat strekken kon tot verheerlijking , van de Vader. Daarvoor was Hij bereid alles en alles te offeren, zelfs Zijn leven.
En hoe staat het nu met ons bidden? Och, wat wordt er weinig in de naam d.w.z. in de geest, in overeenstemming met de wil van Christus, gebeden, maar wat een bidden in eigen naam, in eigen geest en in overeenstemming met eigen wil niet Uw wil, maar de mijne geschiede. Als wij smeken om genezing is het er ons dan om te doen om dan des te beter God te dienen of alleen maar om eigen gang weer te gaan ?
Is dit laatste gewoonlijk niet het geval? En als we vragen om bekering en wedergeboorte, willen we dan zo bekeerd en wedergeboren worden, dat we ook bereid zijn voortaan een leven van dienende liefde te leiden of gaat het er alleen maar om, dat God ons bekeert zonder dat het ons enige moeite kost? Komt dit laatste niet veel voor? Ons bidden is gemeenlijk zo door en door zelfzuchtig. Bevreemdt het ons dan nog, dat God ons niet geeft wat we vragen? Jacobus zegt: Gij bidt en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt.
Wij moeten weer leren bidden in de naam van Christus en dat vraagt drie dingen: ootmoed, geloof en ook een leven naar Godsi wil. Dat bidden in Christus' naam dat is dus niet zo eenvoudig als het lijkt. Dan kunnen we niet meer vragen o'm alles wat we graag wensen, maar alleen om hetgeen dient ter ere van God.
Als we dan smeken om genezing van ziekte, dan zullen we zeggen: Here, herstel mij, maar alleen opdat ik U vreze en als ik U beter kan dienen door mijn ziekte, dan is het ook goed.
En als we dan vragen om bekering en wedergeboorte, dan zal het ons er niet enkel om gaan, dat de Here dit maar even voor ons in orde maakt en wij er dan ook nog mee kunnen pronken; maar dat we bereid zijn een Gode welgevallig leven te leiden en daarvoor ook te strijden.
Ons gebedsleven zal op een heel andere leest geschoeid moeten worden dan wij gewend zijn; niet langer op die van ons maar op die van Christus. Maar dan zal God ook zeker verhoren. Niet voor niets begint Christus de tekst met de woorden: amen, amen d.i. voorwaar, het staat vast.
Neen, God luistert dan niet naar ons, omdat we nu op de rechte wijze bidden. Geen denken aan, maar ook alleen om Christus' wil. De woorden , , in Mijn naam" behoren niet alleen bij vragen, maar ook bij geven. Wij hebben te vragen in Christus' naam en God schenkt dan in Christus' naam. Maar dat is dan ook gewis. En geen wonder. Als wij in de naam van Christus tot God roepen, dan is het alsof Christus zelf achter ons staat en voor ons bidt op grond van Zijn lijden. Daarom kan God zulk een bidden dan niet meer onverhoord laten, want dan zou God naar Zijn eigen Zoon niet horen en dat zou ongerijmd zijn.
En als de Here om Christus' wil naar ons luistert, dan zal dat, zoals er in vers 24 staat, ons tot grote blijdschap zijn, zodat, zoals er staat, onze blijdschap vervuld d.i. volkomen worden.
En dan blijde niet alleen om wat we gekregen hebben, maar vooral blijdschap hierover dat we een hoorder der gebeden hébben in God door Christus. Dan is het mogelijk blijde te zijn, ook al wordt het gebed anders verhoord dan wij wensen, wij zingen dan toch van hart:
Maar in dit smartelijk verdriet
Mistrouwt mijn hart Uw goedheid niet.
Neen, 't zal zich in Uw heil verblijden, I
k zal de Heer mijn lofzang wijden.
Die mij genadig bijstand biedt.
(Ps. 13 : 5)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's