Kroniek
Herv. Kerk en migratie — „Theologia Reformata" — Een goed debuut — Uit „Ten geleide". Stimulus en wet van inertie — Naar aanleiding van „Uit de Kerk" — Verbond en Kerk — Wijd en summier belijden — Wolvega — Aanleiding en oorzaak — Uit de „Friese Koerier" — Geen desertie.
Herv. Kerk en migratie.
Wanneer is hervormd nog hervormd? Deze vraag, eigenaardig op het eerste gezicht (zij 't misschien in andere vorm) leeft nogal bij mensen, die door migratie uit hun vertrouwd kerkelijk milieu werden overgeplaatst op , , vreemde bodem". Ze vinden in de nieuwe gemeente een theologisch en liturgisch klimaat, dat hun niet ligt. En wanneer ze in een Bondsgemeente terecht komen, betwijfelen ze wel eens nog in een herv. gemeente te zijn. Ook leden der kerk, die uit hun , , bondsbodem" werden overgeplant in een andere, stellen misschien eveneens wel eens die vraag op een of andere wijze. Zo zijn de dingen nu eenmaal in een kerkelijke bevolking, die veel te weinig begrip heeft van ons kerkelijk leven.
„Theologia Reformata".
Maar het waren niet deze belevenissen, welke mij tot de bovengestelde vraag brachten. Dat deed de verschijning van , , Theologia Reforinata", het driemaandelijks tijdischrift, dat onder hoofdredactie van Prof. Severijn dezer dagen verscheen en waarvan ik met blijdschap en dankbaarheid kennis nam.
Wat de redactie in haar , , Ten geleide" schreef, waar ze spreekt, dat , , het welhaast een waagstuk schijnt met een nieuw tijdschrift uit te komen", kan ik meevoelen. Maar wat zij in het vervolg opmerkt, over , , het gerechtvaardigd heten de reformatorische beginselen levend te houden en nader uiteen te zetten, onder degenen, die daarvan nog niet vervreemd zijn", is mij uit het hart gegrepen.
Er zullen er onder de theologen zijn, , , outsiders", niet direct uit onze kring, die de , , rechtvaardiging" der redactie niet direct bijvallen, opmerkend, dat \ wat in „Theologia Reform'ata" verschijnt en zal verschijnen, ook in andere periodieken opgenomen kon worden. Inderdaad publiceerden ook doctores uit onze gelederen wel eens in , , Kerk en Theologie". Maar afgezien van die mogelijkheid, ben ik toch dankbaar voor de met , , Theologia Reformata" gekozen weg. Behalve om wat de redactie in , , Ten geleide" publiceerde mede om het feit, dat de uitgave tevens een prikkel kan en moet zijn voor de onzen om, wat ze kunnen geven , , tot verheldering van inzicht in de waarde en betekenis van de reformatorische theologie en tot verdieping van de kennis van haar grondslagen, om op die wijze mede te mogen werken aan de sanering van het leven der Nederlandse Hervormde Kerk" (Ten geleide), ook te geven. Wij allen hebben wel eens een stimulus nodig tegen de werking van de wet der inertie, waaraan niemand ontkomt.
Al te lang en al te veel werd uit verschillende mond de grief gehoord, dat het met het wetenschappelijk gehalte in de Bonds'kringen niet te best was gesteld. Ook om deze reden, met al het andere hiervóór genoemd, verblijd ik mij over de verschijning van , , Theologia Reformata" en wens het een goede en gezegende loop toe.
Verbond en Kerk.
Wat heeft het voorafgaande nu te maken.met de vraag: , , Wanneer is hervormd nog hervormd? " Ik las met bijzondere interesse en genoegen wat ds. Tukker in , , Theologia Reformata" schreef onder de titel : , , Uit de Kerk". Dat zal men kunnen verstaan. Het ambacht van Kroniekschrijver brengt dat nu eenmaal mee. En juist wat hij in het slot van dat stuk schreef, deed die vraag bij mij opkomen. Het gaat daar n.l. over , , De Gereformeerde Bond en de Kerk". Het is een der onderwerpen, die ter sprake zijn geweest op een conferentie, welke het hoofdbestuur van de Bond en anderen met het moderamen van de Generale Synode, hadden op Woudschoten op 21 en 22 april j.l. Na vermeld te hebben, dat op de bewuste, conferentie ter sprake is geweest de verhouding van de Geref. Bond tot het geheel der kerk; en eveneens hoe de Bond ten opzichte van de andere groepen wat de legale positie in de kerk betreft, en die andere groepen dienaangaande jegens de Bond gezind zijn, — terecht noemt ds. Tukker deze zaak , , een heet hangijzer", er aan toevoegend : , , In wederzijdse achting voor elkaar staan zo denk ik quitte", over en weer erkennen de Bond en de anderen elkander , , niet als volwaardige leden der kerk" — stelt hij de vraag: , , Is er echter iets, waardoor wij bij elkander behoren, of is er dat iets niet meer, 'of is er dat nooit geweest? En als er zo iets is, geeft dat dan de garantie, dat wij bij de belijdenis: , , Ik geloof één heilige Christelijke Kerk", ook nog, al is het in het grote geheel, aan onze Hervormde Kerk kunnen denken? Is de Hervormde Kerk nog Kerk, of is zij dat niet meer? Zijn de delen der Kerk nog Kerk, of zijn ze dat niet meer? Zijn wij voor elkander nog geloofsobject of geloven wij van elkander niets meer? " Hierna merkt ds. Tukker op, dat 't antwoord , , op deze vragen aan Gods Woord is" en poneert dan dat , , 't verbond bepaalt, wie bij de Kerk behoren en wie niet" en dat , , wij dus elkander hebben te zien naar het verbond, dat God stelde en naar de wijze waarop wij er in staan".
Wijd en summier belijden.
Na deze dingen gezegd te hebben, vervolgt hij: , , In ons kerkelijk samenleven mogen geen sympathieën of antipathieën gelden, maar alleen de vraag naar elkanders geloof. En het antwoord op die vraag is wijd te zoeken, het is ook summier te zoeken. Doen wij het wijd, dan vragen wij met de belijdenis in de hand: Gelooft ge dit? Doen wij het summier dan vragen we met de belijdenis, waarop Christus beloofd heeft Zijn Kerk te bouwen: , , Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods" in de hand: Gelooft gij dit? De wijdere belijdenis zit in de summiere, de summiere omvat de wijdere. In een kerk mag niet alles, mag men ook niet ieder aanvaarden. Onder deze beoordeling vallen de vrijziinnigen, de midden-orthodoxen, de Gereformeerde Bonders. Hebben zij deze geloofsgehoorzaamheid, gezien hun leer en leven (over de harten oordeelt de kerk niet), dan horen zij er bij, hebben zij die niet, dan horen zij er niet bij. Ik ben mij goed bewust, dat het alles ten dele is. Maar hier ergens liggen de maatstaven voor het kerkelijk leven en voor de kerkelijke erkenning van elkander".
De visie van ds. Tukker heeft alle recht op nadere bezinning, naar ik meen. Daarom gaf ik ze, afgezien ervan, dat ze aanleiding was tot mijn vraag, gaarne, zij het enigszins verkort, in deze , , Kroniek" aan onze lezers door.
Wolvega.
Mag ik de vraag, waarmede ik aanving, ook stellen in deze vorm: Wanneer is gereformeerd nog gereformeerd? Ik heb hierbij het oog op de Gereformeerde Kerken en vergeet dan geenszins, dat daar de dingen wel wat anders liggen dan in ons kerkelijk samenleven. En toch er zijn verschijnselen, welke m.i. het stellen van die vraag wettigen. Ik noem daarvan een: Wolvega. Men heeft in de dagbladen, naar ik vermoed, gelezen van een soort afscheiding daar van de Geref. Kerk. Een derde deel der gemeente, 80 á 100 belijdende leden. Het conflict schijnt zijn aanleiding te vinden in het ontslag, gegeven aan twee evangelisten-jeugdleidsters, die werkzaam waren in het evangelisatiewerk, dat onder verantwoordelijkheid van de Geref. Kerk van Wolvega te Noordwolde geschiedt, door, als ik het goed begrijp, , , d6 Stichting tot Geestelijke en Maatschappelijke opbouw" te Noordwolde. Tegen de wil van het bestuur dezer , , Stichting" zijn de dames-evangelistes ontslagen. Hoger beroep tot en met de Generale Synode bracht geen oplossing. Zo kwam het tot verbreking van het kerkverband en eigen diensten. Het vorenstaande •zegt het een en ander van de aanleiding. De oorzaak ligt dieper. Tenminste, geoordeeld naar wat Fedde Schurer er over schrijft in de , , Friese Koerier". Ik geef het hier, gelijk ik het aantrof in , , Weekbulletin, 14e jaargang no. 24. Persbur. der Ned, Herv. Kerk":
Uit de „Friese Koerier".
, , Voor zover wij hebben kunnen nagaan, is er hier geen sprake van strijd om bezit of prestige, noch ook om diepgaande dogmatische geschillen. Veel meer is in het geding de verhouding tussen kerk en wereld, een vraag, die de gereformeerde kerken in de naoorlogse jaren sterk is gaan beroeren.
Kennelijk openbaarde zich een zekere verontrusting over een oudere generatie, die zich in vooroorlogse traditie eenzijdig bleef richten op zuiverheid in de leer en op een grotendeels negatieve instelling ten opzichte van kunst, sport en kultuur. Een mijding, die de geslotenheid van de groep moest bevorderen, maar haar in wezen geestelijk verschraalde. De vereenzelviging van kerk en politiek zou men hier eveneens als een belangrijke factor kimnen noemen. Een generatie van nieuwe theologen, die aan de leer niet tornde, maar gans andere inzichten op het gebied van de ethiek huldigde, heeft gedurende enkele jaren critisch gewerkt, en de weerslag daarvan op de gemeente is niet uitgebleven. Als een der vertegenwoordigers van deze nieuwe richting kan men prof. Schippers noemen, de hoogleraar aan de Vrije Universiteit, die in zijn boek , , Gereformeerde Zede" maar weinige heilige huisjes onaangetast liet.
Deze nieuwe richting gaat uit naar 'n solidariteit met' de wereld, die nochthans geen , , wereldgelijkvormigheid" genoemd kan worden. Zij breekt slechts met verschillende taboe's, die alleen een weinig zinvol isolement in stand houden. Zij wenst het venster naar de wereld open te werpen en ook in positieve zin hét gesprek met de wereld te beginnen.
In verschillende gemeenten openbaarde zich deze geest als een vernieuwde drang tot apostolaat, tot maatschappelijk werk, tot grotere samenwerking met anderen ook dan tot dusver mogelijk was geweest. Daartoe moest veel ruimtevrees worden overwonnen en gerekend .worden op tegenkanting bij een generatie, die de oude palen niet terug wenste te zetten en al deze activiteit met een wantrouwend oog beschouwde.
Wij hebben de indruk, dat de gebeurtenissen in Wolvega tegen deze achtergrond moeten worden gezien. De spanning tussen de twee verschillende richtingen, die van het behoud en die van het avontuur, hebben tenslotte geleid tot een te betreuren scheiding, die met het nodige begrip voorkomen had kunnen worden, De gereformeerde kerken zouden, loffelijke plaatselijke uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, veel kunnen leren van de rooms-katholieke kerk, die de activiteit van haar leden op geniale wijïze in orden weet te kanaliseren en te benutten. Men ontkomt niet aan de indruk, dat in Wolvega de formele orde van kerkrecht en traditie het niet heeft verstaan ruimte te geven aan nieuw leven binnen haar gebied, waardoor tenslotte samenwerking onmogelijk was.
Het is, ook voor de volksgemeenschap, waarbinnen deze kerk leeft, te hopen dat men deze zaak niet verder formeel afmaakt met kerkelijke tucht en alle fatale gevolgen van dien. Ook al heeft de synode zich reeds een uitspraak laten ontlokken, er is ongetwijfeld nog een weg te vinden waarop deze volkomen onnodige en onvruchtbare scheiding teniet gedaan wordt. Daarvoor zijn echter meer visie en begrip vereist dan tot dusver aan de dag werden gelegd. Inmiddels is Wolvega hier in zekere zin vertegenwoordigend voor wat velen in de gereformeerde kerken van Nederland raakt en beweegt".
Geen desertie.
Indien de dingen door Schurer juist zijn gesteld — en ik heb geen reden dat vooralsnog te betwijfelen —, dan kan men mijn vraag wel enigszins verstaan. Daarmede is bedoeld noch gezegd de scheuring te verdedigen. , , Een goed soldaat blijft op zijn post", zou ik zeggen. De mensen, ook onze mensen, verlaten tegenwoordig veel te snel hun posities in kerkeraden en verenigingen. Ook jongeren lijden aan dit euvel. Het, , staan en strijden" voor een zaak, waarin Gods Koninkrijk is gemoeid, is er maar weinig. En de scheidingsbacil werkt zó door, dat men maar al te licht in kerkelijke spanningen aanleiding vindt om een nieuwe kerkgemeenischap te stichten, vergetend, dat kerkstichting de zaak is van de Koning der Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's