De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

Hoofdstuk II, Artikel 2

10 minuten leestijd

Hoofdstuk II, Artikel2

Maar alzo wij zelve niet kunnen genoegdoen, en ons van de toorn Gods bevrijden, zo heeft God uit oneindige barmhartigheid Zijn eniggeboren Zoon ons tot een borg gegeven, die, opdat Hij voor ons zou genoegdoen, voor ons of in onze plaats, zonde en vervloeking aan het kruis geworden is.

Moeten genoegdoen en niet kunnen genoegdoen, dat is de achtergrond van de gave van Christus. Daar is een toorn Gods tegen de zonde. Rom. 1 : 18 zegt: , , Want de toorn Gods wordt geopenbaard van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid des mensen". Daarom is het vreselijk te vallen in de handen van een levend God (Höbr. 10 : 31). Hij heeft immers macht om niet alleen te doden, maar ook om ziel en lichaam te verderven in de hel. (Matth. 10 : 28). Uit die toorn komt het gerlicht.

In menige tekst, waar we in de Bijbel toorn geschreven vinden, is de straf en het gericht bedoeld.-Johannes de Doper vroeg: Gij adderengebroedsel! wie heeft u aangewezen te ontvlieden de toekomende toorn? (Matth. 3:7). De Apostel spreekt in Rom. 2:5: , , Maar naar uw hardigheid en onbekeerlijk hart vergadert gij uzelve toorn als een schat in de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods". In Rom. 3 : 5 lezen we de vraag: , , Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? " Daar is een grote toorn bij God, die zich uit in zware straffen en deze zullen ieder treffen, tenzij er genoegdoening voor hem gegeven wordt.

Het is in strijd met de Schrift als men alleen maar van de liefde Gods wil gesproken hebben. Jezus en Johannes de Doper brachten een evangelie, waarin de verkondiging van de toorn Gods begrepen is. Zo is het niet minder in de overige gedeelten der Heilige Schrift. Voorts rust op ieder de toorn Gods, zoals in Joh. 3 : 36 staat. Hoe komen wij daar van onder?

Het begin van artikel 2 snijdt alvast een uitweg af. Wij kunnen zelf niet genoeg doen. Dat niet kunnen strekt zich naar twee kanten uit. Wij zijn onbekwaam tot enig goed. De Here eist van ons, dat wij Zijn wet houden. Maar daarvan komt niets terecht. En de Here eist, dat wij betalen, wat we schuldig zijn. En dat kan ook niet. Daar loopt en zit en werkt de mens. Hij ligt onder de vloek en de toorn van de Almachtige. Hij is op weg naar het verderf, naar de buitenste duisternis. Zo staat het in de Bijhel. Wat een verschrikkelijke zaak. Daar mag ieder wel bij herhaling voor gewaarschuwd worden, zou men zeggen. Maar wat heb ik nu gelezen in , , Woord en Dienst" van 14 juni j.l. Daar onderwijst de ene ouderling de andere, hoe men moet handelen bij het leiden van een begrafenis van een buitenkerkelijke b.v. En dan krijgt de leerlingouderling de volgende waarschuwing te horen: , , Hij wake er echter vooral voor, de misschien plotselinge, in ieder geval huiveringwekkende confrontatie met de dood te misbruiken door de mensen angst in te boezemen voor het laatste oordeel en de hel...". Men zegt we. eens: in welke tijd leven we toch? Men mag ook wel vragen: in welke kerk Ieven we toch? De Apostel Paulus spreekt over de schrik des Heren, die hem doet arbeiden om de mensen te bewegen tot het geloof. De Here Jezus heeft op bijna • elke bladzijde van de Evangeliën schrik en angst trachten in te boezemen voor het laatste oordeel. Maar de ene ouderling waarschuwt de andere vooral daar niet over te spreken. Men vraagt zich af, wat deze ouderling toch tegen de buitenkerkelijken heeft, dat zij niet gewaarschuwd mogen worden, in zo'n ernstige zaak? Die buiten Christus zijn, liggen immers allemaal verloren en gaan voor eeuwig verloren. Zij zullen gaan in de eeuwige pijn, tenzij er aan Gods gerechtigheid genoeg gedaan worde voor hen. Het mocht elke predilkant en elke ouderling gegeven worden, daar met zo'n oprecht medelijden en mét zo'n indruk over te spreken, dat iedere aanwezige een grote angst werd ingeboezemd voor het laatste oordeel en de hel.

Ik héb er al op gewezen, hoe de Here Jezus voor het laatste oordeel en de hel gewaarschuwd heeft. En als men vervolgens over dit onderwerp de reformatoren leest, ziet men hoe schriftgetrouw zij spreken en hoe zij in de geest en naar de letter van de woorden van de Christus prediken. Ik denk aan de woorden van Calvijn uit zijn Institutie boek III, 12, 1, dat wij een rechtvaardigheid moeten hebben, die voor de hemelse Rechterstoel bestaan kan , Herwaarts, herwaarts moeten wij ons verstand wenden zo wij van de ware gerechtigheid met vrucht willen onderzoeken, hoe wij, n.l. de hemelse Rechter zullen antwoorden en genoeg doen, wanneer Hij ons zal roepen om rekening in te leveren. Laat ons die Richter onszelf voor ogen stellen, niet zodanig als Hem onze verstanden gaarne afbeelden, maar zodanig als Hij. ons in de Schriftuur wordt afgeschilderd.

Maar als wij vol angst zijn, wat dan te doen? Kunnen wij door onszelf betalen? Ons artikel zegt: , , Maar alzo wij zelve niet kunnen genoegdoen en ons van de toorn Gods bevrijden. ..". De berijming van Ps. 49 zegt: „Hij kan die prijs der ziele dat rantsoen. Aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen". De Apostel zegt, dat de gehele wereld voor God verdoemelijk is. Wij kunnen God niet lïefhebben, eren en vrezen. Wij verstaan niet eens wie en wat God is -en-wat het betekent, dat wij van God zijn afgevallen. , , De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn. Alle hoop voor de mens wordt afgesneden met de woorden uit Romeinen 3 : 20: , , Daarom zal uit de werken der wet geen vlees, gerechtvaardigd worden voor Hem, want door de wet is de kennds der zonde". Daar is geen mogelijkheid aan 's mensen kant om aan Gods gerechtigheid te voldoen, want het bedenken des vleses is vijandschap tegen God, zegt Rom. 8. Het onderwerpt zich der wet Gods niet en het kan ook niet. Deze onmogelijkheid nu om zich van de toorn Gods te bevrijden moet bevonden worden, moet persoonlijk door ieder geleerd worden. Dat is de genade van de H. Geest, die God schenkt zo dikwijls het Hem behaagt en altijd aan hen, die er om vragen. , , De Heer' betoont Zijn welbehagen. Aan hen die nedrig naar Hem vragen".

Hoe leert men die onmogelijkheid om zichzelf van de toorn Gods te bevrijden? Doordat God de wet doet inkomen in ons hart door de H. Geest. Dan zien wij, wat de wet eist op een bepaald punt b.v. en vandaar op andere punten. Dan zien we oók in welk opzicht wij aan dit of dat gebod schuldig staan. En als deze ontdekking doorwerkt krijgen wij een onnoemelijk getal zonden te zien, zowel zonden van nalatigheid als van bedrijf. Bij bepaalde zonden, die wij in andere verfoeien, zegt de H. Geest, terwijl Hij ons de spiegel der wet voorhoudt: Gij zijt die man. Dan wordt het ook vervuld wat de Here tot Ezechiël sprak: Kom, mensenkind. Ik zal u nog meer gruwelen doen zien.

Het echte geloof aan onze verlorenheid wordt gegrond op een innerlijk zien, waardoor we van zonde tot zonde geleid worden. Daar schijnen predikers te zijn, die dit algemeen verderf loochenen of als van weinig betekenis achten. Dat komt daar vandaan, dat zij nooit zelf aan hun diep bederf zijn ontdekt en nooit de heiligheid en gerechtigheid Gods hebben gevoeld. Daarom vrezen zij niet voor de toorn Gods en prediken ook de waarheid niet over God. Zij kennen de waarheid immers niet. Ons geweten en ons geheugen worden met elk gebod geconfronteerd en dan komt er een verschrikkelijke hoeveelheid zonden openbaar. Wij leren ook de zonde zien in haar aard en natuur. Zij is Godonterend, strafwaardig en doemwaardig. Het erge van onze dagen is, dat de zonde in haar eigen aard weinig gekend wordt. Daarom spotten sommigen met die mensen, die zo in druk zitten. Maar nu denke men niet, dat de veelheid der zonden iets van de eis Gods afdoet. Rechte ontdekking betekent ook, dat de eis der wet bijzonder op de ziel gebonden wordt en daarom spannen wij ons in om de ongerechtigheid uit te roeien. Sommige werken daarom ontzettend hard om het verderf te ontvlieden. Dit is de kortste weg om te leren, dat wij ons. nooit van. de toorn Gods bevrijden kunnen.

De wet is een bijzonder harde meester, want zij eist de volle honderd procent en als de mens de wet niet volmaakt houdt, vervloekt zij hem. De wet zet ons onder hevige druk en geeft niets toe. Zij veroordeelt niet alleen onze boze werken, doch ook onze schijnbaar goede. Want van onze gebeden en tranen en oefeningen wijst zij de onvolkomenheid aan. Wie nog met de wet getrouwd is, zoals Rom. 7 dat noemt gaat zich nog meer inspannen en werkt zich dood. De Apostel Paulis zegt in Rom. 7: , , Toen de wet ingekomen is ben ik gestorven". Daar blijft voor de mens ook geen leefruimte meer over. Want de H. Geest openbaart ook de geestelijkheid van de wet. De zondaar leert de harteloosheid zien van 's mensen beste ogenblikken. Hij ziet zijn bij-oogmerken en verkeerde bedoelingen. Al zouden iemands daden goed zijn, dan deugt toch zijn hart nog niet. En dan is daar die grote begeerlijkheid. Een mens begeert alles wat van de naaste is. Nacht en dag leeft de zonde in hem. En dan eist de wet, dat er niet de minste lust of gedachte tegen enig gebod Gods in ons hart opkome! Zulken beginnen heilig te wanhopen ooit door de wet in Gods gunst te zullen komen. Maar dan is er ook nog de erfzonde. Wij zijn zonde. David zegt: , , Ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen".

Waartoe dient deze ontdekking? Opdat wij rechte voorwerpen mogen worden voor Gods vrije genade in Christus. Wat doet de H. Geest nog meer? Hij legt de zonde als een last of pak op de schouders van onze ziel. 't Is toch zo benauwd: al de schuld der zonde! Job zegt: , , Mijn overtreding is in een bundel verzegeld en Gij pakt mijn orugerechtigheid opeen". Lichaam en ziel worden er door beroerd. Van deze zondaar eist God betaling. Voor deze mens is het volkomen duidelijk: God zou geen God meer zijn als Hij ergens in van Zijn recht zou afgaan. En dan staat er: , , de wet werkt toorn". Deze mens begint het ongenoegen Gods te gevoelen. David zegt: , , Mijn sap werd veranderd in zomerdroogten".

En hoe is het nu? Wordt door deze ontdekkingen en angsten de verzoeking weggenomen? Wordt deze mens dood voor de zonde? De bewegingen der zonde werken vuriger in de mens.. Door het inkomen der wet wordt de zonde levender, de strijd zwaarder, de benauwdheid groter. Minder zonde doen, doch meer zonde zien en tot meer verzocht worden.

Zo, nu wordt het voor deze mens bij bevinding onmogelijk om aan het recht Gods te voldoen en zich zelf van de toorn Gods te bevrijden. Daar zal ieder wat van moeten kennen om in waarheid met Christus verenigd te worden. Dit is geen kwestie van redenering doch van ondervinding. In deze weg moet de mens aan de wet sterven, dus aan alle recht of aanspraak op leven en vrijheid en vrede. In deze weg moet hij verloren gaan, want ieder gaat verloren tenzij hij verloren gaat. Het is zo als iemand het zei: , , Ik zou verloren gegaan zijn, als ik niet verloren gegaan was". Het is niet de hoofdzaak dat iemand de gereformeerd bijbelse prediking toestemt, doch dat hij zijn verlorenheid en rampzaligheid ondervindt, waar hij niets tegen doen kan.

Maar wat heeft God nu gedaan? Daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's