De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BIJ DE BEESTEN AF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BIJ DE BEESTEN AF

7 minuten leestijd

De mens, (die) in waarde is en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten (die) vergaan. ' Psalm 49 : 21

In het boelhuis dezer wereld is men vandaag aan de dag bezig de mens te taxeren. Zonder Gods Woord, zonder de verlichting van Gods Geest daagt geen ware kennis. De Waarheid leert ons, dat de mens, zonder verstand wordt gelijk de beesten die vergaan. De mens verlaagt zichzelf tot in het diepe graf. Het Hebreeuws leest: Adam in aanzien zonder verstand wordt gelijk de beesten, die vergaan. Toen Adam de dieren benaamde, heeft hij nimmer kunnen bevroeden, hoezeer hij tot het peil der beesten zou afzakken. Door te luisteren naar een beest en het Beest, werd de mens de beesten gelijk, terwijl hij waande Gode te evenaren. Deze verborgen wijsheid predikt de dichter van Psalm 49 iedereen. Op zijn wijze roept de profetische zanger: Zie de mens! Neemt dit ter harte. De heilige man tekent ons ten voeten uit de rijke dwaas; Nabai gefortuneerd maar verdwaasd. Van de kerk geldt: als niets hebbende en nochtans alles bezittende; maar van de wereld mag gezegd: alles hebbende en niets bezittende.

De mens heeft wat zijn hart begeert. Hij is ér op uit om alles te hebben, want hij wil de gehele wereld gewinnen. De mens in waarde, in eer, in aanzien. U vindt hetzelfde woord, hier door waarde weergegeven, in Esther 6. , , Wat zal men die man doen, in wiens eer (waarde, aanzien) de koning een welbehagen heeft". Haman zette de deur van zijn hart wijd open en gaf een diepe blik in de begeerten van zijn ziel, toen hij zeide: , , De man, in wiens eer de koning een welbehagen heeft, zal men een koninklijk kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard waar de koning op pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde". We zijn uiteraard zulke droomkoninkjes! De mens dat is naar eigen dunk de ongevallen mens. De meeste mensen, zelfs al hebben ze meermalen de ganse bijbel gelezen, zijn nimmer aan Genesis 3 toegekomen. Dit is de tragedie van het menselijk geslacht, dat ze, hoewel gevallen, nimmer gevallen willen zijn. We willen het niet weten. De mens waant zich nog in het paradijs en daarom omringt hij zich met weelde. Hun binnenste gedachte is dat hunne huizen zullen zijn in eeuwigheid, hunne woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hunne namen. In het uur van de dood moeten we alles inleveren. Die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft. Rijkdom is een illusie. Hun gouden ketting, waarmee ze zich sieren, is welbeschouwd hun waan, die hen boeit. Die bezit is bezeten. Bezeten door de dwaze gedachte, dat hij gelukkig is. Immers hij zegent zijn ziel. Als de Here ons niet zegent doen we het zelf. Hij zegent zijn ziel: , , ZieI, gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren; neem rust, eet, drink, wees vrolijk". De mens op zijn best, , , gezegend" met aardse goederen is nog diep te beklagen. Ze gaan als schapen in het graf en de dood is schaapherder. We lezen in het Evangelie: de rijke man stierf ook en werd begraven. Is het geen ontroerende wereldbeschouwing; de mensheid een kudde en voorop de dood al schaapherderende? Is hiermee in strijd, dat Christus vol gadeloos erbarmen de schare ziet zonder herder? Allerminst, want de kwade herder namelijk de dood is geen herder. Hoogstens een huurling-herder. De mens, die in waarde, in eer en aanzien staat, en die mens zijn wij allen, want we zijn rijk en machtig of we zijn er door geïmponeerd en begeren het te worden, ondanks de waarschuwing van de Schrift voor talloze strikken.

Alles hebbende en niets bezittende. Rijk en onuitsprekelijk arm. Want de mens verheugt zich in de naglans van het paradijs, de uiterlijke schijn, terwijl de kracht en het bestand van de gelukzaligheid verdwenen zijn. Materieel gewin is een snijbloem, die dra verdort. In waarde, maar zonder verstand. Daarom heeft hij niet en wat hij heeft gaat met het sterven teloor. Alles wordt afgenomen uitgezonderd het ene nodige, maar dat mist hij. Het inzicht in de bevrijdende waarheid, verstand van God en goddelijke zaken, verstand met goddelijk licht bestraald. Natuurlijke mensen, rijk met aardse goederen bedeeld menigmaal, maar de Geest niet hebbende. Want alleen Gods Geest leert ons ware wijsheid. Ze noemen zich het denkend deel der natie en uitgerekend zij zijn het die geen verstand hebben. Die niet heeft zal ontberen wat hij heeft, want vroeg — en dat is nog gelukkig — of laat zal de Here het verstand van de verstandige te niet doen. Die geen verstand heeft en het ongelukkigste is, dat hij meent zoveel verstand te hebben. Maar hij heeft ten enemale geen verstand van God Zijn Schepper, die hem zo heerlijk geformeerd heeft met een goed verstand om Hem te kermen en te eren. Hij weet niet dat hij ellendig is en arm en blind en naakt. Hij weet niet dat Christus, en Hij alleen, de Weg is, de Waarheid en het Leven. Hij weet niet dat er maar weinigen en zelfs van de godsdienstige mensen, ja zelfs van de zeer rechtzinnige mensen nauwelijks zalig worden en dat de mens door schromelijke onkunde en dwaze verbeelding verloren gaat, ook al meent hij in te gaan. Hij weet niet van de onuitsprekelijke waardij van zijn arme ziel. Hij is niet overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij weet niet, zelfs als leraar in Israël, dat hij moet wedergeboren en bekeerd worden. Hij heeft geen flauwe notie van de uitnemendheid der kennis van onze Here Jezus Christus om Wiens wil alle dingen schade en drek zijn. Hij heeft geen verstand van de groothandel om alles te verkopen opdat we de parel van eindeloze waardij gewinnen. De mens, die in waarde, in eer en aanzien is. Ja hij weet niet dat hij nog veel meer in eer en aanzien staat dan hij meent door af te gaan alleen op de uiterlijkheden. Want heeft de Koning der Koningen geen welbehagen in de eer van deze man? Hij wil hem plaatsen naast prinsen en groten. Wat een eer, dat Christus kwam naar de boze wereld en dat hij de menselijke natuur aannam. Hij kan zalig worden en hij weet het niet. Is dat niet erg? Hij kan zalig worden, want de Here roept welgemeend zondaren tot zaligheid en al is het waar, dat allen die komen allergenadigst zijn uitverkoren, dat neemt toch niet weg, dat allen die de roep verwaarlozen door eigen schuld verloren gaan. Het woord hier door , , waarde" vertaald lezen we ook in Zacharia II. „De dertig zilverlingen", een heerlijke prijs welke Ik waard geacht ben geweest door hen. Christus heeft Zich de waardeloosheid laten welgevallen om een mens tot toppunt van eer en heerlijkheid te verheffen. Hoe aangrijpend wanneer een mens al deze dingen niet weet. .

We worden gelijk de beesten, die vergaan. Als schapen gezet in het graf. Door te luisteren naar een beest en het Beest de beesten gelijk. Van de top van eer in eeuwige verwoesting. Geen inzicht. Het beetje werelds verstand achten we het hoogste. Stuivers geven we voor guldens uit. Maar de dichter kreeg verstand. De overdenking van zijn hart gevoed door de Geest was vol verstand. We mogen wel eindigen door u zeer nadrukkelijk aan te bevelen het gebed om verstand met goddelijk licht bestraald en om Gods Geest, die ware wijsheid leert. Opdat we in de morgenstond, die grote morgenstond mogen triumferen — en niet in vleselijk leedvermaak — over de rijke dwazen. In waarde: dat is rijk. Geen verstand: dat is dwaas. De Here behoede ons voor zelfbedrog, want we menen dat onze rechtzinnigheid en onze hervormde gereformeerdheid reeds inzicht is. Wat een treurige vergissing! Asaf werd een dwaas en een groot beest, toen hem het verstand gewerd. Door dwaas te worden voor God worden we de grootste wijzen. Deze psalm spreekt over , , hun binnenste gedachte". Daar gaat het om. Bij veel verschil tussen godsdienstlgen en goddelozen is het niet uitgesloten, dat de binnenste gedachte gelijkluidend is. Dat dringt tot nauw, zeer nauw zelfonderzoek. Misschien zullen we zeggen: ik ben van dezelfde gedachte als die u in deze overdenking uiteenzette, terwijl toch onze binnenste gedachte eenandere is.Laat ons daarom nu scheiden ieder de overdenking voort zetten door zich af te vragen: welke is mijn allerintiemste gedachte? Dat kan nare gevolgen hebben en uiteindelijk toch zeer heilzame. Want we zijn in hoge waarde. We kunnen nog zalig worden zolang het heden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BIJ DE BEESTEN AF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's