De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

27 stemmen tegen 24

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

27 stemmen tegen 24

6 minuten leestijd

De gevreesde beslissing is gevallen. Met 27 stemmen vóór en 24 tegen zijn de ambten voor de vrouw toegankelijk gemaakt.

Uit een oogpunt van regeringsbeleid een onverantwoordelijke beslissing, aangezien zij niet getuigt van wijsheid. Alle voorstemmers kunnen toch weten en het moderamen, dat in deze de leiding heeft gehad, weet het zeker, dat achter de 24 tegenstemmers 'n menigte van medelevende leden en trouwe kerkgangers staat, welke beduidend groter is dan de achterban van de 27 voorstemmers, voor zover die naar dezelfde kwaliteiten mag worden benoemd medelevende leden en trouwe kerkgangers. 

Deze wetenschap en het geringe verschil in stemmenaantal, gelet ook op de duidelijke uitspraken der Heilige Schrift, waarop de orthodoxie voortdurend heeft gewezen, hadden voor het moderamen aanleiding moeten zijn om deze zaak van de agenda der Synode af te voeren, in ieder geval maatregelen te treffen om de afwijzing dezer vooi'stellen te bevorderen.

Thans heeft de leiding der kerk geen deugdzaam argument tegen de voorstelling, dat de orthodoxie dupe is geworden van het drijven der heersende groepen, dat zelfs tyraniek van aard wordt, als men bedenkt, dat zij, zoals gezegd, de facto een minderheid vertegenwoordigen.

Dit wordt nog ernstiger, als men bedenkt, dat de vrijzinnigheid, die dit heeft doorgedreven zich in de Hervormde Kerk slechts op historische rechten kan beroepen, zowel onder de organisatie van 1816, als onder de werkorde van 1945 en de kerkorde van 1951, doch kerkrechterlijk beschouwd geen aanspraak kan maken op erkenning, aangezien zij, indien zij al-aan enige confessie gebonden zou willen zijn, zeker de belijdenis, vervat in de belijdenisgeschriften, die in artikel X worden genoemd, niet zou aanvaarden en daaraan niet kerkelijk gebonden zou willen zijn.

Wij spreken van vrijzinnigheid en begrijpen daaronder tevens de z.g. midden-orthodoxen, die de drang van de Schriftuurlijke argumentatie negerend, hun stem hebben gegeven aan voorstellen, die tegen de duidelijke uitspraken der Schrift ingaan.

Daar staat tegenover, dat de orthodoxe tegenstemmers, als het om historische rechten gaat, niet alleen niet kunnen worden achtergesteld, maar kerkrechtelijk en dus krachtens hun belijdenis aanspraak mogen maken op de erkenning van de legitieme leden der kerk te zijn. Zolang art. X nog luidt, zoals het Inidt, zal niemand dit met recht kunnen weerspreken.

Wij staan nu voor het feit, dat de Synode een beslissing genomen heeft, die als zodanig in strijd is met zeer fundamentele artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Men denke slechts aan de belijdenis aangaande de Heilige Schrift in art. 3-7. Immers, wie de waarheid en kracht van deze artikelen door het geloof verstaat, zal met de vaderen het goddelijk gezag der Heilige Schrift erkennen en zich daaraan in gehoorzaamheid onderwerpen.

Volgens de dagbladen moet één der sprekers in de vergadering der Synode beweerd hebben, dat de Heilige Schrift buiten de Schrift om openbaringen geeft, of iets in die voege. Deze openbaringen kunnen klaarblijkelijk ook tegen de Schrift ingaan.

Met zulke drogredenen kan men toch de kerk niet regeren, die uit de Schrift leeft. Wie zo over de Heilige Geest spreekt, heeft het toch over een andere geest dan die Geest, van Wie de Christus heeft gezegd, dat Hij van zichzelf niet spreken zal. (Joh. 16 : 13).

Tenslotte ligt het fundamentele stuk van het goddelijk gezag der Heilige Schrift tussen vóór- en tegenstemmers. Zij, die in deze principiële geloofszaak geen gemeenschap hebben met de belijdenis der vaderen, kunnen blijkbaar de diepe ernst van de eis der gehoorzaamheid des geloofs niet gevoelen en verstaan wellicht ook niet, hoe krenkend hun beslissing is voor degenen, die de Heilige Schrift als Gods Woord ontvangen en daaruit leven, en hoe die tegen hun heilige overtuiging indruist.

Indien zij daarvan ook maar enig gevoel en begrip hadden, zouden zij de onrechtmatigheid hebben ingezien van een drijven, dat aan.de aanhangers van de officiële kerkelijke belijdenis in de kerkelijke samenleving dingen zou opleggen, waardoor, tegen die belijdenis in, het goddelijk gezag van de Heilige Schrift wordt genegeerd.

Thans wordt de orthodoxie voor het dilemma gezet zich aan menselijke inzettingen te onderwerpen op straffe van ongehoorzaamheid aan de H. Schrift, of in gehoorzaamheid aan de enige regel des geloofs weerstand te bieden aan wat met die regel duidelijk in strijd is.

Het ligt voor de hand, dat de regering der kerk verantwoordelijk is voor alle conflicten en moeilijkheden, die zij door dergelijke beslissingen uitlokt en veroorzaakt, mitsdien voor de gevolgen daarvan.

Het komt ons voor, dat er symptomen zijn, die er op wijzen, dat men, zij het niet overeenkomstig de diepe ernst, dan toch wel iets er van gevoelt en naar verzachtende maatregelen uitziet. Daarmede oordeelt men tegelijkertijd zich zelf en miskent de ernst van de orthodoxe geloofsovertuiging.

Onder degenen, die de beslissing van de Synode hebben bevorderd en toegejuicht, zijn er velen, die hoog opgeven van de vrijheid, vrijheid van het geweten, vrijheid van overtuiging.

Zij mogen dan voor zich zelf de vrijheid willen opeisen om met het kerkelijk ambt naar eigen verkiezing te handelen, niemand zou hun belet hebben een , , kerk", of wat zij daarvoor willen houden, naar eigen smaak in te richten, maar dan buiten de Hervormde Kerk.

Nu hebben zij in strijd met art. X, in strijd met de belijdenis der vaderen, in de Hervormde Kerk over het kerkelijk ambt beschikt. Hoe moet men zulk een handeling kerkrechterlijk beschouwd kwalificeren?

Hébben de mannen, die daarvoor verantwoordelijk zijn en een vrijheid in de kerk voor zich opeisen, die ver buiten de maat is, ook gedacht aan het onmiskenbaar recht der orthodoxie op de vrijheid om kerkelijk naar haar belijdenis te kunnen leven, omdat die belijdenis nog altoos de confessie der kerk is?

Ook zich zelf hebben die mannen voor een dilemma gezet, n.l. van de orthodoxie een gehoorzaamheid aan hun bepalingen in deze zaak te eisen, die zij voor God en haar geweten niet brengen mag en niét brengen kan, of haar recht te beschermen om kerkelijk naar haar confessie te kunnen leven.

Het eerste zal de verwarring steeds groter maken, het laatste zou een gewichtige stap kunnen zijn in de richting van een vreedzame oplossing der kerkelijke vragen, die thans moeilijker lig­gen dan ooit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

27 stemmen tegen 24

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's