De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOOR DES HEREN WOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOOR DES HEREN WOORD

8 minuten leestijd

„o Land, Land, Land! hoor des HEREN Woord!" Jer. 22 : 29.

Jeremia werd gezonden met waarschuwingen voor vorst en volk. De ondergang kwam nader, Babel zou als een schrikbarend monster trachten het Joodse volk geheel en al te verslinden en het als natie te doen verdwijnen. Vandaar bij de profeet deze drievoudige uitroep, vergezeld van een dringende oproep.

De tekst is kort en krachtig. Immers hier is een noodgeroep, een alarmgeschrei. Dan is er geen behoefte aan lange redevoeringen, maar iemand die met de nood begaan is roept uit de keel, en komt met dringende taal.

Zo de profeet. Hij ziet het verderf van land en volk nader komen, hij ziet het volk zakken, zinken en... verdrinken! O, zo is zijn uitroep, zijn noodkreet. Dat is een bewogenheid, die wij onszelf niet geven kunnen, noch kan dergelijke ooit uit onszelf zijn. Van nature zijn we niet bewogen in een behoorlijke zin, maar dood door de misdaden en de zonden. Ons Avondmaalsformulier zegt het zo treffend dat wij daar bekennen dat wij midden in de dood liggen. Hoe afhankelijk zijn we dan van de werking en de leiding van de Heilige Geest, ook opdat het leven Christi, door geloofsvereniging met Hem verkregen, in ons verwakkerd worde.

De profeet dan was aangegrepen vanwege de toestand des lands. En hij had van Godswege een boodschap. Wij mogen er maar zelf niet op uittrekken om ons op te werpen als boodschapper van Godswege. Hét zijn de gezanten des Konings., wie dat toekomt. Het is een gevaarlijke onderneming om uit eigen beweging ons in al zulk een werk in te dringen, terwijl we niet van Godswege zouden geroepen zijn. Want vanwaar dan bekwaamheid en getrouwheid? Het zal buiten de gunst des HEEREN niet anders dan schijn kunnen wezen. Hoe kostelijk is het voorrecht als we met Paulus mogen ervaren dat onze bekwaamheid is uit God! Voorzeker was dat ook met Jeremia zo, het staat beschreven. In de rechte weg mocht hij spreken tot het volk van zijn dagen, geroepen en gezonden immers in de weg des HEREN. En dan blijkt: er zijn nóg bemoeienissen met het land. Want het is waarlijk het Woord des HEREN dat door Jeremia dan komt tot het volk.

Maar de nood was groot!

De nood was uiterst groot, men was bezig te verdrinken in de zonde. Het gold Staat, Kerk en Maatschappij: Land, Land, Land. Een drievoudige uitroep, het scheen alsof men horende doof was, of men ziende blind was, naar geen waarschuwingen wilde horen, geen gevaar wilde zien. Toch roept de profeet, dit zijn dus niet bemoeienissen van 's mensenwege, maar van 's HEREN wegè, een klaar blijk, dat God geen lust heeft in de dood des goddelozen. , , Want Ik heb geen lust aan de dood des stervenden, spreekt de Here HEERE; daarom bekeert u en leeft, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels? " (Ezech. 18 : 32, 31).

Jeremia tracht dus met luide uitroep nog gehoor te vinden bij het volk. Die uitroep gold dus het volk in al zijn geledingen. Want in al zijn geledingen was het begonnen God te verzaken. Dat gold de Staat, de Kerk en de maatschappij, dus mede het gezin. Staat, Kerk en maatschappij (gezin). Geldt deze droevige werkelijkheid heden ten dage ook niet onder ons? In hoeverre heeft niet de mens de boventoon in de Staat, worden er de rechten Gods van Zijn Gezalfde geëerbiedigd? Het is eigenlijk een zeldzaamheid geworden wanneer nog de Naam des HEREN eens duidelijk wordt vermeld, en mocht dat dan nog zijn in het ware geloof, want wat zou een vorm baten? Op kerkelijk terrein gaat ook de mens zijn gang. Het zij in een donker of in een licht gewaad gehuld, het humanisme vindt opgang, de mens heeft het voor het zeggen en onderwerpt zich niet aan Gods Woord om zich te houden aan Zijn inzettingen. Zichzelf willende redden door kerkstichting of nieuwe orde zakken we al dieper weg. Wat de maatschappij, uit de gezins-cellén bestaande betreft, wat een invloed van verwording en vervlakking. Het land is in nood als een zinkend schip.

Zou er nog een redding mogelijk zijn? Gods knechten hébben zich hierin vrij te maken. En dan geldt de dringende oproep in de dagen van Jeremia: hoort des HEREN Woord!

Welnu, het is zonneklaar dat ons land opkwam met het Woord des HEREN. Door de waariieid tot de vrijheid. Wij zijn opgekomen met Gods Woord. Laten we dat los, dan is onze ondergang zeker, wat we ook zouden mogen omzien naar de mogendheden der aarde.

Daarom: hoor des HEREN Woord !

Het gaat niet om het woord van een mens. Neen.  Jeremia roept er niet toe op om naar hem te komen luisteren, hij maakt geen reclame voor zichzelf.

Maar het gaat er wel om, dat we als we des Konings gezanten beluisteren, ook de boodschap van Gods Woord horen. Dat is de kanselboodsöhap: Gods Woord! Zo bracht het ons de Reformatie, en daar moest toen het kerkgezag voor wijken, opdat men weer horen zou het Woord des HEREN. Het Woord van Jehovah, het Woord van de God des Verbonds, van die God, Die het vredesverdrag, een genade-verbond, reeds in het paradijs terstond na des mensen val, tot redding des verlorenen, bekend maakte opdat de mens door genade dat verbond nu zou inwilligen, om het met die weg van 's HEREN goedheid eens te mogen zijn tot zaligheid. Wat is dan de verkondiging groot! Het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerstelijk in het paradijs heeft geopenbaard! Het zal er dus om gaan dat we alsdan des HEREN Woord mogen horen, Het woord van vrije genade, het zuivere woord der waarheid, door de dienaars van het Nieuwe Testament (genadeverbond onder de nieuwe bedeling) die ons geen werkverbond in wettische zin leren, maar het Verbondswezen ons voordragen !

Hoor des HEREN Woord !

Er is nog redding voor de diepst gezonkene! Hoor het woord van vrije, souvereine, Godverheerlijkende genade. Want het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde, en Zijn aangebrachte gerechtigheid is eeuwig!

Laat men toch niet te geringe dunk hebben van dat volbrachte werk, want het is volbracht door Gods Zoon, dus van eeuwige waarde! Als Paulus de stroom van ongerechtigheden beschrijft, die als een zondevloed over de wereld ging en gaat vanwege de miskenning van de enige en ware God, stelt hij als de inhoud des Evangelies, de blijde boodschap, dat daarin de rechtvaardigheid Gods wordt geopenbaard. Christi gerechtigheid is immers een rechtvaardigheid van Hem die God is, de tweede Persoon in het Goddelijk Wezen. Hoor des HEREN Woord! , , Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods" (Rom, 10 : 17). Het Woord des HEREN predikt ons Christus en Die gekruisigd, Christus in het totale van Zijn wetsvervulling. Zijn gerechtigheid. Die reformatorische boodschap kan ons nog redden. Indien we nog maar door genade een natie der Hervorming zouden begeren te zijn, zoals het bij Paulus in het harte verklaard lag om , , in Hem gevonden" te mogen worden, , , niet hebbende mijne rechtvaar dig'heid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof" (Philippenzen 3:9).

Dat is de tijding des Evangelies die aan de anderszins reddeloze mens mag en moet gebracht. , , Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden", gered worden, behouden zijn; , , maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden" (Mare 16 : 16).

Het is Inmers een tijding voor zondaars!

Hoor des HEREN Woord, al zijt ge nog zo diep gezonken, in gevaar van een eeuwig omkomen, gelooft ge niet, dat Gods genade souverein is om juist de voornaamste der zondaren te zaligen tot de verheerlijking van Zijn Naam ? ! Dat te verwerpen zou onze definitieve ondergang worden, de zonde des ongeloofs, Hoe bekommerd kan de zondaar wezen vanwege de wet en tegelijkertijd ongelovig ten aanzien van het Evangelie! En daar zullen we het nu juist moeten zien Liggen, zoals de Hoogste Leraar verklaarde aangaande de overtuiging door de Trooster, van zonde, „omdat zij in Mij niet geloven" (Joh 16 : 9). Waarlijk dan zien we hoe alleen de Heilige Geest Christus zal verheerlijken, want het vlees komt daar niet toe. De Geest zal de Zoon verheerlijken, zoals de Zoon de Vader verheerlijkte op de aarde, dat doet de Geest dan in de toepassing van de heerlijkheid Christi in hetgeen Hij volbracht, dan wordt gekend en erkend en ook bekend de luister van de Zon der vlekkeloze en smetteloze gerechtigheid. Ja, in die weg zal de redding worden ervaren door degenen, die de Naam des HEREN vrezen. Want zij zijn er nog, ook heden ten dage, een overblijfsel. Zij krijgen des HEREN Woord te horen. En zij danken dat niet aan zichzelf. Maar zij stemmen in met de dichter :

,Een stroom van ongerechtigheden

Had d' overhand op mij;

Maar ons weerspannig overtreden

Verzoent en zuivert Gij.

Welzalig, die Gij hebt verkoren.

Die G' uit al 't aards gedruis

Doet nad'ren, en Uw heilstem horen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOOR DES HEREN WOORD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's