De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De catechismuspreek V

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De catechismuspreek V

11 minuten leestijd

V

Volgens belofte in het vorig artikel gegeven, heb ik thans te handelen over wat ik noemde de „gesplitste" catechismusprediking.  De naam, ik geef dat grif toe, is niet elegant. Misschien is het nog juister te spreken van de , , gesplitste" methode. Maar al moge de naam dan niet in alle delen fraai zijn, het gaat om de zaak en die hier te bespreken en te benaderen.

De , , gesplitste" methode wordt toegepast door hen, die de catechismus behandelen vraag voor vraag. Zij wijden aan iedere vraag met het er bij behorende antwoord telkens één preek. Er zijn er ook, die de vraag en bijbehorende antwoord weer apart nemen. Of ze dat consequent doorvoeren betwijfel ik. Maar ze doen het zoveel mogelijk.

Bij de toepassing van deze methode komt ook voor, dat het 1e antwoord in meerdere delen gesplitst wordt. Zo wordt het een splitsen bijkans zonder eind. Eenmaal de catechismus , , rondpreken" vordert dan nog aanmerkelijk meer dan 129 preken — het aantal vragen dat de catechismus rijk is — en van het ideaal van de Dordtse Kerkenorde om in één jaar het leerboek voor de gemeente uiteen te zetten (art. 68), komt op deze wijze niets terecht. Er is groot gevaar, dat men eindelijk tot de laatste vraag gekomen, de  verleiding geen weerstand biedt om dezelfde schetsen te gebruiken; men heeft zo ongeveer alles, wat men kon geven, daarin geboekstaafd en de gemeente is allang, zo meent men, het begin vergeten.

De boven uiteengezette preekmethode van de Heidelberger gaat wel rechtsdraads in tegen de opzet van het leerboek. Niet voor niets hebben de opstellers de catechismus gevat in het kader van 52 zondagsafdelingen. Onze kerk in haar bloeitijd, getuige art. 68 van de Dordtse kerkenorde, was het met de opstellers van de catechismus eens, en peinsde niet over een „gesplitste" prediking.

Gereformeerde homileten, die over de catechismuspreek handelen, verwerpen meer of minder kras de hier besproken methode. Prof. T. Hoekstra zegt ervan, dat „dit uitloopt op homiletische accrobatentoeren". Hij voegt daar nog aan toe: , , Niet des predikers virtuositeit moet schitteren, maar de rijke Waarheid Gods, Eén preek over één vraag zonder antwoord, kan geen bediening van het heilig Evangelie zijn", (a.a.w. blz. 375).

In wezen evenzeer een afwijzing van de , , gesplitste" methode; — hij drukt zich wat minder kras uit dan prof Hoekstra — is wat prof. dr. Th. L. Haitjema in dezen schrijft in zijn artikel: „De prediking als catechismusprediking" („Handboek voor de prediking", deel II, blz. 301-302). Hij doet zulks als hij het heeft over jonge predikanten, die nogal eens gevaar lopen bij het bewerken hunner eerste schetsen , , zo uitvoerig in de behandeling van iedere vraag en ieder antwoord apart, dat zij al spoedig afgaan van het principe om op één zondag een gehele afdeling van de catechismus te behandelen". Hij veronderstelt tijdnood als de oorzaak van de aanvaarde methode, tijdnood, doordat men met de eerste preek te lang moest bezig zijn en nu voor de catechismuspreek in tijd te kort schoot. Hij zegt dan verder, dat , , in de grond der zaak de fout van menige jonge prediker toch eigenlijk is, dat hij met zijn catechismuspreek begon, voordat hij zich de bouw ervan bij één bepaald gezichtspunt ernstig had ingedacht". Ook al is wat prof. Haitjema hier zegt, in wat milder vorm gegoten dan wat ik uit Hoekstra citeerde, hij spreekt toch van , , fout"; en zijn hele betoog bedoelt de methode als zodanig af te wijzen.

Ook prof. K. Dijk is niet enthousiast over de , , splitsings"-'methode. Hij zegt er van: , , Voorts spreke men niet over een vraag alleen, dit is eigenlijk half werk; zoveel mogelijk neme men de gehele afdeling, al kan men combineren, ('b.v. zondag 28, 29 en zondag 36, 37) — en splitsen, b.v. zondag 7 vrg. 20 en de volgende; . .. voor de eerste maal wage men zich aan de splitsing niet; dan preke men rustig over de gehele afdeling". (, , Dienst der prediking" blz. 414). Prof. Dijk wijst de , , gesplitste" methode wel af, al laat hij' in bij'zondere gevallen ruimte voor een bepaalde splitsing.

Wat de nieuwere bundels catechismuspreken betreft ken ik er slechts één, welke de , , gesplitste" methode heeft, al wordt ze niet consequent doorgevoerd. Het is de bundel van dr. H. A. van Andel, die de preken over de catechismus te Solo gehouden, deed verschijnen bij T. Wever te Franeker, 1955. De ouderen hielden zich, voor zover mij bekend, aan de methode, voorgeschreven door de D.K.O.

Welke zijn de motieven voor deze , , gesplitste" methode? Die kunnen nogal verschillend zijn.

Prof. Haitjema meent, dat de factor tijdnood, vooral bij jonge predikanten, een rol speelt. De tijd om de stof rustig in te denken en te ordenen was er niet, men had die niet gevonden, men was te laat begonnen. En toen men eenmaal op die weg was aangeland, bleef men er op. Men vond het gemakkelijker iedere vraag met het bijbehorende antwoord apart te behandelen. Zo bleef men op die weg. , , Het gemak dient de mensen", zegt het spreekwoord. En niets menselijks is ook de predikanten, jonge en oude, vreemd. Het is misschien wat straf, maar alles in dit verband gezegd nog weer samenvattend, meen ik te moeten constateren, dat gemakzucht, zowel bij jongeren als ouderen, hier een grote rol speelt.

Prof. Hoekstra noemde in zijn afwijzen van de , , gesplitste" methode het woord „virtuositeit". Dat is geen mooi woord. En evenmin een mooie zaak in het verband, waarin hij de uitdrukking bezigde. Het doet denken aan willen schitteren, willen tonen wat men kan, laten zien, dat men in staat is over een kleine fractie van het leerboek veel te zeggen. Als „virtuositeit" de drangreden is tot de „gesplitste" prediking, komt eigen eer in het spel. Dan gaat het niet om de gemeente Gods en in haar de eer van God en Zijn Christus te dienen, maar zich zelf. En bij deze gesteldheid is de „aparte" prediking te veroordelen. Ze is af te wijzen, ze is zonde.

Edeler is de instelling, wanneer wordt overgegaan tot de , .gesplitste" methode, om op deze wijze, rustiger op de inhoud te kunnen ingaan, de gemeente dieper te kunnen inleiden in de schatten des Heils, en de Waaitieid van het Evangelie rijker te kunnen prediken en op de harten aan te dringen. Hier komt dan nog bij, , dat men denkt op deze wijze de prediking van de catechismus aantrekkelijker te kunnen maken, en hem tot meerdere vrucht voor de hoorders te doen zijn. Men kan, zo de dingen stellend, inderdaad van , , edeler" motieven spreken. Moet bij een dergelijke instelling de , , gesplitste" methode niet een kans gegeven worden? Daarover straks. Eerst één opmerking in dit verband.

Zie, het is zeer goed mogelijk, dat alle drie hier genoemde motieven een prediker er toe brengen tot de aparte methode over te gaan. Ons hart is van een wondere gecompliceerdheid, dit woord nu bedoeld in de zin van wat de Schrift noemt , , arglistig". De aanvang zal dan wel zijn, het dieper graven in de stof, en zulks met de bedoeling om de catechismus: actueler en aantrekkelijker te prediken. Dan lokt verder, dat men het iets makkelijker heeft en daardoor tijid voor nog ander werk. Men vraagt tegenwoordig zoveel van een dominee. Hij moet meester op alle wapens zijn en wordt, aan die drang toegevend, een „manusje van alles", behalve een dienaar des Woords. En wanneer het nu op deze manier gaat met de preek en sommigen of meerderen daarover hem een compliment maken, dan komt de virtuositeit ook nog het hare doen, zodat we de ingeslagen weg tot het bittere einde aflopen, om daarna weer bij A te beginnen. Tenzij ... tenzij we inzien, dat het zo tenslotte toch niet moet.

Ik ben onwillekeurig reeds aan het beoordelen geslagen, en liet al wel doorschemeren, dat ik van de methode, hiervóór besproken, geen voorstander ben; ik moet eigenlijk zeggen: niet meer ben. Want ik heb ze zelf toegepast, maar heb er mij van bekeerd. Allerlei ervaringen, welke hier niet terzake dienen, hebben er toe meegewerkt. Hoe dat ook zij, wij moeten naar mijn overtuiging de , , gesplitste" methode niet gebruiken. Allereerst hierom niet : ze is tegen opzet en bedoeling van de opstellers van ons leerboek en tegen het inzicht en bedoeling van de kerk in haar beste tijden, (art. 68 van de D.K.O.).

Misschien oppert iemand hier de tegenwerping; , , Zweren bij de traditie". Och neen, dat bedoel ik niet, hoewel we ook met de traditie waar het geldt de , , heilige dienst" met eerbied' moeten te werk gaan.

Daar is meer. Het , , gesplitste" preken zal op de duur de hoorders vermoeien, vooral door noodzakelijke herhalingen. Men moet telkens de gemeente weer in het verband brengen, het voorafgaande moet schier bij elke nieuwe preek gememoreerd om , , aan de draad te kunnen voortspinnen", of in welke bewoordingen men het wil gieten. Op deze wijze verliest de gemeente de hoofdgedachten, om welke het in een Zondagsafdeling begonnen is.

Het kost toch al moeite in deze tijd, die door de ontwikkeling aandacht voor vele dingen vraagt, zodat het een het ander verdringt, de aandacht der gemeente te concentreren op de waarheid der Schriften. Men gebruikt allerlei nieuwe dingen om de hoorders te trekken: muzikale omlijsting, speculeren op het visuele, zich uitsloven om de dingen anders, nieuw, vaak allerdwaast — voorheen moest het woord paradox telkens de dienst van aandachtvanger verrichten — te zeggen; men spitst zich er op alle mogelijke „treffende" opschriften, als onderwerp van een tekst te geven en uit te denken, terwijl de verdieping in de tekst zelf ver te zoeken is. Laat men op deze weg toch niet verder gaan door ook de catechisimus in brokstukjes te geven, maar hem te preken zo, dat de gemeente merkt om welk stuk het gaat in de te behandelen zondagsafdeling. Zo kan ze bij de dingen gehouden worden, een indruk krijgen van het troostvolle van Gods Waarlheid en, als de wind des Geestes in de snaren grijpt, het lied der goedertierenheden Gods beluisteren er door verrukt worden tot medezingen. Als het waar is, wat prof. Haitjema zegt, — en het is waar — dat de gemeente heden broodnodig heeft in het reformatorisch belijden ingeleid te worden, laat men dan geen experimenten uithalen, maar degelijk, grondig, in eenvoudige maar verzorgde taal de oude waarheid in een nieuw kleed preken, zonder , , splitsing" maar naar eis van de indeling. Men zal de gemeente onder de zegen des Geestes, opbouwen, stichten en boeien.

En vooral wanneer men met meerdere predikanten in één gemeente staat, moet de „gesplitste" methode gebannen zijn. Dan moet als regel, de predikant die de dienst heeft, de aan de orde zijnde zondags afdeling preken. En wanneer de predikanten de classieke methode volgden, zou het weinig bezwaar geven een verzoek van een vacante gemeente of evangelisatie om een bepaalde zon­dag te behandelen, gehoor te geven. Nu wordt het wel eens afgewezen met het motief, dat men iedere vraag apart behandelt en dus onmogelijk aan het verzoek kan voldoen. Alle vrijbuiterij in dezen, want dat is het vaak, worde gebannen door terugkeer tot de classieke orde.

Een enkele keer een splitsing zou onder bepaalde omstandigheden getolereerd kunnen. Zo, om dit ene te noemen, als men in de lijdensweken aan Z. 15 of Z, 16 toe is. Dan zou het op wens van of in overleg met de kerkeraad kunnen. Doch overleg met de kerkeraad acht ik dan geboden.

Prof. Hoekstra en Prof. Dijk bevelen ook aan een zékere combinatie, bij een tweede of derde cyclus : bijv. Z. 28, 29 en 30 in eens ; evenzo Z. 36 en 37. Ook voelen ze voor een cyclus, een rondpreken, van behandeling onder een bepaalde belichting, bijv. het troostelement, 'of in veAand met vroegere en hedendaagse dwalingen, de hedendaagse problematiek en zo maar meer. (a.a.w. blz. 376).

In alle bescheidenheid moet ik zeggen, dat dit mij niet ligt. Het gevaar van schematisme, de dingen in een bepaald kader drukken, lijkt me hier zeer groot.

Ik ben hiermede aan het eind van dit stuk, dat ik, met de vorige, niet los zie van de artikelen over , , preekstijl'.

Zeer hoop ik, dat wat ik schreef over de catechismuspreek een bijdrage moge zijn om bij de gemeente de liefde voor 'dit leerboek te verinnigen en iets te 'doen kennen van zijn ..eeuwige jeugd".

Ik eindig met het gebed van Calvijn, dat Prof. Haitjema geeft aan het slot van zijn meer genoemde studie.

, , Almachtige God, maak ons leergierig, waar Gij ons Uw Woord geschonken hebt en waar wij kunnen horen over de dingen van Uw Koninkrijk. Laat ons toch geen stenen hart en een ijzeren hoofd hebben. Leer ons, ons te onderwerpen. Laat ons ervaren, dat Gij onze Vader zijt en sterk ons in het vertrouwen, dat Gij ons tot Uwe kinderen hebt aangenomen. Schenk ons dat, zolang Gij nog door het Woord met ons spreekt, tot wij eindelijk niet alleen Uw stem horen, maar ook Uw heerlijkheid aanschouwen mogen in het hemelse rijk, dat Uw eniggeboren Zoon ons verworven heeft door Zijn bloed. Amen".

R.B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De catechismuspreek V

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's