De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONZE GELOOFSBELIJDENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE GELOOFSBELIJDENIS

4 minuten leestijd

Woord en Belijdenis, door dr. A. D. R. Polman. Uitgave T. Wever, Franeker, 2 delen (360 en 340 pag.).

Na het uitnemende vierdelige werk over de Nederlandse Geloofsbelijdenis, dat van de hand van prof. Polman eveneens hij Wever uitkwam, verscheen dezer dagen „Een eenvoudige verklaring van de Ned. Geloofsbelijdenis". Het is geen samenvatting van het vorige, maar een nieuw werk, waarin de belichting niet vanuit het verleden, maar vanuit de Heilige Schrift is gegeven.

Het is een mooi boek, in heldere stijl geschreven, overzichtelijk en populair van karakter. Ook uiterlijk is het goed verzorgd : een fijne band en een prettig te lezen lettertype.

Verscheidene uren heb ik met dit boek doorgehracht. In een bijzondere inleiding zegt schr. iets over de Ned. Geloofsbelijdenis en haar ontwerper. Het ontroert altijd weer, de geloofsgetuigenissen van de Brés te lezen : , , De laatste uren van zijn leven gebruikt hij om zijn medegevangenen te troosten en te vermanen. Hij verlaat hen met een gezicht, dat van blijdschap straalt. Het komt mij voor, zo getuigt hij, dat mijn ziel vleugelen heeft om ten hemel op te varen, want ik ben heden genodigd ter bruiloft van mijn Heer, de Zoon van God". Daarmede heeft de Brés zijn belijdenis met bloed ondertekend. Ook in die bewogen dagen heeft de Here waargemaakt, dat de poorten der hel de gemeente niet zullen overmeesteren.

Ik haal enige dingen aan, die mij bijzonder troffen: Over de enige Middelaar en Voorspraak (art. 26) handelende, zegt schr. : Alle heiligen wijken hier. Alle hemelse voorsprekers vallen weg. Het is voor ons geen verarming. Wij hebben de grote Liturg in het hemelse Heiligdom en Zijn voorbede en voorspraak is ons meer dan genoeg".

In art. 27 haalt schr. het gebed aan van Balthasar Lydius bij de aanvang van de Dordtse Synode in 1618 : , , Geef, dat wij steeds mogen bedenken, dat beter is zulk een strijd, die ons dichter bij God, die de waarheid is, brengt dan een vrede, die ons van God zou scheiden".

Als wij de belijdenis bestuderen, dan zien wij, dat eigenlijk alle leerstukken in deze tijd op enigerlei wijze aan critiek onderhevig zijn. Er bestaat het grote gevaar voor iedere uitlegger, dat hij zijn eigen gedachten in de belijdenis inleest. Kuyper in zijn inleiding op de vernieuwde uitgave van de verklaring van de Ned. Geloofsbelijdenis van ds. A. Rotterdam wijst er op, dat men in 1652 met de verklaring van de Belijdenis van Maresitis wéinig was ingenomen. Men oordeelde, dat zulk een verklaring eigenlijk'aan niemand toekwam, overmits een confessie van allen was en niemand het recht zich mocht aanmatigen, om zijn bijzonder inzicht in de confessie' als een verklaring van de Confessie te laten uitgaan, (pag. VIII). Ik dacht daarbij aan het probleem van art. 36. Voor ons staat het vast, dat hier in gegeven kerkelijke situatie geen verandering kan worden aangebracht, omdat de belijdenis van de Kerken is, of anders gezegd, van heel de gereformeerde Christenheid. Op een bezonnen wijze spreekt schr. hiervan. Hij erkent, dat door de amputatie van dit artikel op de Synode der Geref. Kerken in 1905 ook de rest van het artikel van karakter is veranderd : „men kan niet enkele stenen wegbreken en de rest, die in dedezelfde stijl was opgetrokken, laten staan". Dat heeft men ingezien en vandaar, dat men in 1952 met een ander voorstel kwam. De conclusie, die schr. trekt, is, dat de oude formulering van art. 36 verder gaat dan de Nieuw Testamentische gegevens.

Over de art. van de Kerk ware heel wat te schrijven. Wij kunnen nu eenmaal niet 1886 in één adem noemen met de reformatie. Het probleem zelf is door schr. m.i. niet voldoende belicht; ik denk aan de verantwoordelijkheid voor wie achterblijven, aan de solidariteit in de schuld der gedeformeerde Kerk. Bovendien voltrok zich na '86 een voortgaande scheiding in de Gereformeerde gezindte.

Met belangstelling namen wij kennis van wat schr. over de Hervormde Kerk zegt: Veel is er binnen de Hervormde Kerk geschiedt, dat ons. met grote dankbaarheid vervult. Veel is er ook in haar optreden en koers, dat ons ernstige zorgen baart". Zo is het. Dat is onze strijd en onze nood.

Wat schr. in een aantekening op pag. 22 over modaliteiten zegt is, althans officieel, niet juist.

Het verheugt ons, dat schr. bij elk art. zoveel schriftuurplaatsen noemt en bespreekt. Het is een goed ding, op deze wijze te laten zien, dat de Confessie op de H. Schrift rust.

Hier en daar verschil ik met schr.: b.v. de naam Jehova is wel van oudere datum dan de 16e eeuw. Schr. kan zich wel o.a. op E. König beroepen, maar ik geloof ten onrechte.

Met een gevoel van dankbaarheid heb ik dit werk uit handen gelegd. Ik hoop dat velen deze verklaring zullen bestuderen ; ik denk ook aan onze cursisten en aan onze jeugdverenigingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONZE GELOOFSBELIJDENIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's