De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Diës ater — Geen kerkelijke stijl — Handelingen 15 — Montgomery's uitspraak — Persconferentie — Apostelconvent en dwangpositie — Schrik bij de vrijzinnigheid — Conferentie op Woudschoten — „De werkers van het elfde uur" — Van vier promoties — Uit een open brief — „Overschrijding van de grenzen".

Diës ater, een zwarte dag, met geen andere naam kan ik de 23 juni 1958, de dag waarop de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk de beslissing nam om de ambten voor de vrouw open te stellen, benoemen. Allereerst om die beslissing zelve. Ik acht die niet in overeenstemming met de Heilige Schrift. Maar dan voorts om het karakter van die beslissing, 27 tegen 24 stemmen. Als in commissies en comités op zakelijk terrein, in aangelegenheden van ingrijpende aard meerderheid en minderheid in een dergelijke verhouding staan, neemt men geen beslissing, zet men de zaak niet door. Men is dan te wellevend om de zaak zo op de spits te drijven.

In het parlement, waar naar het hedendaagse democratische klimaat de helft plus één het te zeggen heeft, kan een meerderheid van slechts drie of minder het doen, maar daarvoor is het dan ook een parlement.

Doch in een kerk, waarin enigszins besef is, van wat de Schrift in dezen eist en ons voorhoudt, waar toch een zekere eenstemmigheid moet zijn over zo ingrijpende kwesties, waar het toch moet zijn: „het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht " (Hand. 15 : 28) daar moest een dergelijke uitspraak uitgesloten zijn. Temeer, wijl men telkens nog spreekt van een pogen, , , om kerk te worden". Hier is geen schaduw van kerkelijke stijl. Dit is een beslissing, welke „democratisch" kan genoemd worden, maar dan , , democratisch" op z'n smalst.

Het moderamen der Synode, dat oorspronkelijk, naar verluidt, tegen het nemen van een beslissing scheen, is dan helaas niet bij machte geweest dat wijs beleid door te zetten. Hoe dat falen precies in zijn werk is gegaan ? Er zijn verschillende lezingen, waarin we ons nu maar niet zullen verdiepen, 't Geeft niets meer. Wij hebben met de feiten te doen, het feit, dat 23 juni 1958 tot een diës ater maakte voor heel onze kerk. De vóórstemmers, zo heb ik gelezen, hebben elkaar gefeliciteerd na deze uitslag. Begrijpelijk in de eerste roes na een campagne, waarin men alles op alles zette. Maar het ontwaken kan wel eens een bittere bijsmaak hebben meegebracht. Het kan ook hier gaan — natuurlijk dan met de nodige wijzigingen — naar wat veldmaarschalk Montgomery, de scheidende plaatsvervanger-opperbevelhebber der Atlantische strijdkrachten In Europa, met het oog op de 2e wereldoorlog onlangs uitsprak : , , Wij hebben de oorlog militair gewonnen, politiek verloren". (N.R.Crt dd. 5-7-'58).

Tot een communis opinio is de synode niet gekomen. Een principieel gefundeerd getuigenis kan daarom van haar niet uitgaan. Dit zal zich wreken.

Naar aanleiding van de genomen beslissing op 23 juni jl. heeft het moderamen van de Generale Synode in Utrecht een persconferentie gehouden, 27 juni jl. om precies te zijn.

Uit wat „Trouw" dd. i28-6-'58 daarover mededeelde, neem ik het volgende over:

„Dr. Koolhaas zei, dat de uitslag der stemming geen verwijdering tussen de voor- en tegenstanders ter synode ten gevolge heeft gehad: men wilde elkaar blijven vasthouden en samen voortwerken.

Ter synode zag men het zo, aldus ging dr. Koolhaas op een vraag in, dat men terzake elkaar vrij wilde laten — en hij riep als voorbeeld het apostelenconvent in herinnering. Inmiddels is men niet voorbijgegaan aan de gevoelens van dankbaarheid en vreugde enerzijds en die van grote teleurstelling en beklemming aan de andere kant: deze werden zeker beleefd.

Juist omdat men deze ter synode ervoer, wordt aan de kerkeraden verzocht dezelfde houding als de synode aan te nemen en elkander te blijven vasthouden. Tevens vraagt men de kerkeraden niet dan met grote wijsheid van de nieuwe mogelijkheden, welke de synodale beslissingen meebrengen, gebruik te maken en de tegenstanders te ontzien. De brief roept tenslotte op tot liefde en begrip voor elkaar.

Als voorbeeld noemde dr. Koolhaas, dat men goed zal doen een predikant, die uitgesproken tegenstander is, niet naar de kansel te laten geleiden door een vrouwelijke ouderling.

Op een andere vraag gaf dr. Koolhaas ten antwoord, dat men verkeerd oordeelt indien men de tegenstander van een soort van conservatisme beschuldigt; zij zijn er evenzeer van overtuigd, dat de vrouw een plaats in de gemeente hoort in te nemen: het vraagstuk ligt niet in het vlak van de emancipatie".

In hoofdzaak is hier hetzelfde te vinden wat ook het , , Herderlijk schrijven", aan de kerkeraden gericht, bevat. Ik kan dit hele bedrijf niet bewonderen. Het maakt op mij de indruk, dat de Synode de consequenties van haar overwinning niet durft trekken. Ontdaan van alle stichtelijke frases van „elkaar willen blijven vasthouden" en dergelijke, komt het er eigenlijk op neer, dat men tot de vrouwen zegt, de weg tot het ambt ligt in de gehele kerk voor u open, maar het is wijs beleid, als ge uw rechten, daar, waar men het liever niet heeft, niet uitoefent. Ik hoorde iemand deze tactiek, deze weg van „een listig verdrag" signaleren met het woord „farizees". Ik laat dat voor wat het is, en zeg alleen, dat hier blijkt, dat men ter Synode niet zich geruggesteund voelt, door een beslissing, waarop men durft toepassen, wat Handelingen 15 zegt van de leiding des Heiligen Geestes (zie boven). En wat de vergelijking met het Apostelconvent aangaat, die is er naast. Ja zeker, men „liet elkander vrij", maar niet, na door een rigoureuze beslissing, de jonge kerken in een dwangpositie gedrongen te hebben, doch door juist die dwangpositie niet gesteld, en eenstemmig besloten te hebben het , , juk, dat noch wij, noch onze vaderen hebben kunnen dragen", niet op te leggen, doch de gemeenten te zeggen zich van met name genoemde zaken te onthouden.

Al met al is een trieste bladzijde in de historie onzer kerk geschreven. En .. , , scripta manent" 't geschrevene blijft, tenzij — dat geve God — er een weg gezocht worde om op deze beslissing terug te komen. Ook van een Synode geldt zich van de dwaling haars wegs te moeten bekeren.

Voorshands zullen de „bezwaarden", die in de steden dienen, er de meeste last van hebben. Moge uit dit onheil het goede geboren worden, dat wie om des beginsels wille de weg van de meerderheid niet kunnen gaan, pal staan en in meerdere saamhorigheid en eenheid leven in onze gemeenten naar wat o.i. eis des Woords is. 't Kan een weg zijn, waarin de Here een verwerkelijking geeft van de oude spreuk: victi victores vicerunt, de overwonnenen overwonnen de overwinnaars.

De Generale Synode deed ook een schrijven uitgaan aan de kerkeraden. Het draagt de titel: , , Verklaring inzake vragen van geloof en kerkorde", dat er kan zijn en o.m. een nadere uiteenzetting is van Art. 10 der kerkorde. Er staan ook krasse uitspraken in over de eisen der prediking, waarin wel een reactie is te beluisteren op de briefwisseling De Wilde—Buskes. Ik citeer ten bewijze — ik kan om de maat der Kroniek niet te overschrijden er niet aan denken het gehele stuk over te nemen — slechts deze zin: „Bij het lezen van het Nieuwe Testament wordt het ons duidelijk, dat wij, indien wij stellen dat Jezus gestorven is, Christus echter opgewekt, het geheimenis der verkondiging miskennen en de hartader van het getuigenis der apostelen aantasten".

Vooral deze uitspraak schijnt de vrijzinnigheid, voor zover zij georganiseerd is in de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden, de schrik op het lijf te hebben gejaagd. In haar jaarvergadering te Assen op 2 en 3 juli j.l., heeft de voorzitter, de heer Remmelts, er in zijn openingsrede op gereageerd en o.m. er van gezegd heeft naar het verslag :

, , Nadrukkelijk waardeerde hij de honorering van de drang, die o.m. ook steeds van vrijzinnige zijde op de synode is uitgeoefend, om een duidelijke uitspraak over de bedoeling van Art. 10 van de kerkorde (over het belijden der kerk) te geven, ter bevordering van het kerkelijk gesprek. Doch de wijze waarop dit thans door de synode gedaan is, noemde hij niet alleen teleurstellend, maar zelfs onvoorzichtig en gevaarlijk. In deze verklaring wordt n.l. op apodictische wijze een niet met name genoemd getuigenis (van dr. A. de Wilde), verschenen in de pers van de vrijz. hervormden, afgewezen op een wijze die moeilijk anders dan als judiciële leeruitspraak is te verstaan. Is de synode, aldus vroeg spreker, zich wel voldoende bewust geweest van haar kerkrechtelijke positie? Haar , , getuigenis" is in feite, judiciële leertucht. En dat in improviserende vorm, zonder toepassing van de zorgvuldige en langdurige procedure in ordinantie 11 van de kerkorde hiervoor gesteld. Het hoofdbestuur der vrijz. hervormden, dat hiermede, geheel tegen de opzet der kerkorde in, de deur geopend ziet voor alle mogelijke overrompelende en ondoordachte uitspraken, zal niet nalaten over deze aangelegenheid nader contact met de synode op te nemen."

De tijd zal leren, wat dit nader overleg met de Synode zal uitwerken. Wij wachten met belangstelling.

De Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending op Geref. Grondslag heeft op 23 en 24 juni j.l. op Woudschoten een conferentie gehouden, waarin ook behandeld is het onderwerp: „De Kerk in de moderne wereld". Inleider van dit onderwerp was de heer D. Broeren, cand. t.d.h.d.. te Slikkerveer. De inleider, die op zeer instructieve en boeiende wijze dit onderwerp inleidde, smaakte de voldoening, dat na zijn lezing het probleem, dat hij had gesteld, in de discussie dusdanig werd doorgesproken, dat er van een vruchtdragende gedachtenwisseling kan gesproken worden. Dat is te verstaan. Onze evangelisten toch komen m.et de vragen, welke dit onderwerp oproept, in hun moeilijk werk schier dagelijks in aanraking, zij staan er eigenlijk steeds midden in.

Misschien is het samenvallen van deze conferentie met de zomerzitting onzer Synode wel de oorzaak dat ik moest denken aan het boek van de Schot Bruce Marshall, getiteld: , , De werkers van het elfde uur". In dit werk is er een doorgaande tegenstelling tussen de hogere en de lagere geestelijkheid in Frankrijk en het werk dier beide groepen. De kardinalen en bisschoppen en welke prelaten er meer zijn, discussiëren eindeloos en met de nodige acribie of nauwkeurigheid over de problemen en hun oplossing. Het wordt met bijtend sarcasme getekend. Maar de abbe's, de kapelaans en hoe men ze meer betitelt, gaan dag in dag uit de gewone kerkleden, die in de maalstroom der vele verleidingen dreigen meegesleurd te worden, in pastorale bewogenheid bewerken, pogend door dit werk te voorkomen, dat nog meerderen de kerk de rug toekeren en het getal der afvalligen vergroten.

Neen, ik bedoel niet de Synode, haar leden, haar raden en adviseurs te vergelijken met de prelaten der r.k. hiërarchie, noch onze evangelisten te stempelen met de naam, , , werkers van het elfde uur". De milde waardering, welke de auteur heeft voor die mannen uit de keiharde practijk, was in mijn herinnering, toen ik in , , Trouw (d.d. 25-6-'58) las van de conferentie op Woudschoten. Het parool gaat vaak uit, de Synode in de gebeden niet te vergeten Het is wel. Maar er zij wat dit betreft een , , Benjaminsdeel" voor hen, die met het Evangelie worstelen om 't , , weggedrevene", en de roep des Konings uitdragen in de sloppen en stegen der samenleving en (mensen, die, volgens het verslag van het referaat „functioneren in een onpersoonlijke door de dictatuur van de welstand geregeerde gemeenschap", te bekeren tot de gemeenschap met God in de Here Jezus. Hun werk zij onder de zegeningen des Geestes. Ons gebed zij hun tot steun en sterkte in de solidariteit des geloofs.

In deze tijd van examens, van welker uitslag de couranten mild melding maken, zijn er ook meerdere universitaire promoties. Een viertal trok mijn aandacht. Daaronder allereerst die van dr. K. F. Proost, em, herv. predikant tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. De promotie geschiedde aan de Gem. Universiteit van Amsterdam, 24 juni, op de zelfde dag, dat hij 44 jaar geleden tot doctor in de theologie promoveerde aan de Leidse Universiteit. Dit was voorwaar geen alledaags voorkomend gebeuren.

In diezelfde week verdedigde onder leiding van prof. Van Rhijn ds. Strijd zijn proefschrift over „Structuur en inhoud van Anselmus' Cur deus homo". Dr. Strijd ontving het praedicaat „cum laude". Hij is de twintigste en laatste die onder prof. Van Rhijn de doctorsbul verwierf, zo meldde De Rotterdammer d.d. 27-6-'58.

Diezelfde dag promoveerde ds. H. v. Vliet onder prof. Van Unnik. Zijn dissertatie, in 't Engels geschreven, had onder de stellingen ook deze: , , Wanneer de Hervormde Kerk er toe zou besluiten vrouwen toe te laten tot de amibten zou zij blijk geven van een roomse Schriftbeschouwing. Zij zou dan namelijk de geest die in de kerk leeft laten heersen over het Woord". Of die stelling werd aangevallen, meldt het verslag niet.

De laatste van het viertal was op 3 juli en had plaats aan de Gem. Universiteit van Amsterdam. De gouvemementsarts, arts O. M. J. Kranendonk, promoveerde op een proefschrift over , , een massale serologische behandeling van de bevolking op Nederlands Nieuw- Guinea tegen de daar heersende volksziekte framboesia". De jonge doctor promoveerde cum laude. De promotie werd bijgewoond door de minister van zaken overzee, die de jonge doctor en zijn vrouw complimenteerde en betreffende het vele werk door hen verricht in Nieuw-Guinea zeide: , , Deze campagne is meer geweest dan een avontuur. Hier is in goede harmonie getoond wat idealisme, mensenliefde en zelfopoffering vermag.

Door mijn aanwezigheid hier wil ik gaarne hulde brengen aan alle werkers in dat rijksdeel, die hun taak vaak met de grootste onzelfzuchtigheid vervullen" (N. R. Crt. d.d. 4-7-'58).

Waarom ik ook van deze promotie melding maakte? Ik ontving omstreeks begin juli een open brief van ds. Anker uit Charlois, gericht aan , , De Raad voor de Zending van de Ned. Herv. Kerk te Oegstgeest". Hij vraagt daarin die Raad , , zijn secretaris dringend te verzoeken op te houden met het zenden van , , vertrouwelijke" en , , striktvertrouwelijke" brieven, aangezien hij zich dan genoodzaakt zal zien deze vertrouwelijke brieven te gaan publiceren met zijn critiek op de overschrijding van de grenzen, waaraan uw Raad op deze wijze zich voortdurend schuldig maakt". Ds. Anker schrijft dan voorts dat gesuggereerd wordt , , opheffing van Kolonialisme e.d.", en besluit: , .Tenslotte kan ik de sluwheid van het inleidende briefje , , niet publiceren maar er graag zelfs over spreken" helemaal niet waarderen".

Ik ken die „geheime briefjes" niet. Tot oordelen ben ik dus helemaal niet bevoegd. Maar, afgaande op wat ds, Anker schrijft, is dit wel een zeer bedenkelijk bedrijf. Wat steekt dit schril af tegen het werk van medici als dr. Kranendonk, die alles doen tot leniging van de noden der bevolking en die geëerd werden namens de regering, tegen welker streven en beleid .dergelijke , , vertrouwelijke brieven" rechtsdraads ingaan.

En wordt door de bewuste brieven de Zending gediend, waarvoor zeer velen in het geloof hun offer brengen ? " (Ds. Anker). Het wordt waarlijk tijd dat aan deze, het gezag ondermijnende actie, waarbij de Zending niet wel vaart, paal en perk gesteld worde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's