De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

4 minuten leestijd

In het Gereformeerd Weekblad (uitg. Kok, Kampen) d.d. 25 juli, lezen wij in de rubriek , , Van week tot week" een artikel van prof. Polman over de synodale verklaring onder de titel , , Tot de kern van de zaak? "

Uit dit artikel halen wij het volgende aan: , , Wij geloven niet, dat dit synodaal getuigenis op alle punten die hier in het geding waren tot de kern van de zaak is doorgedrongen (zoals dr. Hangman in Trouw had geconstateerd) en dat het standpunt van Buskes volledig aanvaard en dat van De Wilde radicaal afgewezen werd. Wij geloven niet, dat de Hervormde Synode hier met grote beslistheid vóór de rechtzinnigheid en tegen het wezen van het vrijzinnig protestantisme gekozen heeft.

Hoe dankbaar wij ook daarvoor zijn, dat de Synode klaar en onomwonden in de bres staat voor de volstrektheid der Godsopenbaring in Jezus Christus en elke scheiding tussen Jezus en de Christus afwijst, dit neemt toch het feit niet weg, dat zij in het diepingrijpend verschil tussen beide discussiepartners (Buskes en De Wilde) inzake de Godheid van Christus en daarmee in verband ten opzichte van de aanbiddelijke werkelijkheid der Heilige Drieënheid niet tot de kern van de zaak komt.

In dit fundamentele geschil volstaat de Synode met de verklaring, dat Jezus Christus de Zoon van de levende God is, in Wie God en mens verenigd zijn, ons ten goede. In het onderhavige geding is dit naar mijn vaste overtuiging, beneden de Katholieke en Schriftuurlijke maat. Hiermee kunnen de meeste vrijzinnigen volledig instemmen. Bij alle kritiek op deze verklaring verklaart de moderne prof. Hidding toch van deze woorden: , , Als men hier spreekt over de persoon Jezus Christus, heet Hij het fundament der kerk, in Wie God en mens één zijn en niemand, die prijs stelt op de Christennaam, zal hieraan iets willen afdoen." En wij als orthodoxe Christenen kunnen het ook onderschrijven! Een eenstemmig getuigenis van orthodoxe en vrijzinnige Christenen! Maar wij vragen, hangende dit geding, waarover de Synode een getuigenis laat uitgaan: Waar blijft hier het doorstoten tot de kern van de zaak? Waar blijft hier de kern van de grote, katholieke beslissingen van Nicea en Chalcedon, waarover hier gediscussieerd werd? Waar blijft de belijdenis van Christus' Godheid, van Zijn eeuwig voorbestaan, van Zijn eeuwig natuurlijk Zoonschap, waarvan de Schrift op tal van plaatsen en onze Catechismus en Geloofsbelijdenis onomwonden spreken? Of behoort dit soms tot een verkeerde ontologie of metaphysica? Is dit al te substantialistisch? Waar blijft het antwoord op het appèl van Buskes in de aaneenschakeling van vragen, die van de oudste tijden der kerk gesteld zijn en waaruit onweerlegbaar blijkt, dat het volstrekt handhaven van deze belijdenis volledig op het heil betrokken blijft en geen abstracte ontologische belangstelling verraadt?

Men moet hier het beroep op de Heilige Geest, die wonderen kan werken, maar laten rusten. Deze samenstemming tussen orthodoxie en vrijzinnigheid kon alleen bereikt worden, doordat men (onder de suggestie van een vals dilemma!) in dit fundamenteel geschil niet tot de kern doordrong.

En dat in dit fundamenteel geschil over de Heilige Drieënheid en de Godheid van Christus!

Hier breekt zich het notoire feit, dat men mannen van orthodoxe en vrijzinnige „modaliteit" — let op deze aanhalingstekens, want deze tegenstelling heeft niets met modaliteiten te maken — samen getuigenissen laat opstellen. En het resultaat van alles is, dat de Synode in deze centrale kwestie een , , eenstemmig" getuigenis laat uitgaan, waarin over het geschil inzake de Heilige Drieënheid geheel gezwegen en over Christus als de Zoon van God gesproken wordt op zodanige wijze, dat het eigenlijke geschil door woorden wordt toegedekt, die zowel rechtzinnig als vrijzinnig kunnen worden uitgelegd.

En is het vreemd, wanneer wij, die met intense spanning dit alles volgen, vragen: Wordt hier nu (denk aan art. X) in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen getuigd en zo beleden? "

Wij menen er goed aan te doen onze lezers dit woord van buiten onze kerk (sterk 'bekort en zonder commentaar) door te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's