VERKLARING 1
1
Zoals gemeld in ons nummer dd. 10 juli, komen wij terug op de daarin afgedrukte verklaring van de Synode.
Onze lezers zijn destijds in kennis gesteld met de briefwisseling tussen dr. Buskes en dr. De Wilde onder de titel: „Over vrijzinnigheid en rechtzinnigheid".
Deze briefwisseling, welke werd opgenomen in , , Woord en Dienst" van 19 okt., 2, 15, 13 nov. en 14 dec. 1957, gaf een sprekend beeld voor de gehele kerkelijke en buitenkerkelijke wereld van de onverzoenlijke controversen, die er zijn tussen de midden-orthodoxe woordvoerder dr. Buskes en zijn vrijzinnige , , tegenstander" — ik mag dat misschien naar de smaak der Synode niet eens zo uitdrukken —.
In die briefwisseling kwamen o.a. ook de heilsfeiten in het geding, voor welker erkennen en belijden dr. Buskes opkwam.
Let wel in een officieel kerkelijk orgaan werd de kerkelijk onmogelijke situatie in een soort vrije discussie ten toon gesteld, welke de kerkelijke vergaderingen en wel in de eerste plaats de Synode sedert de invoering van de kerkorde rustig aanschouwen, en men zou haast kunnen zeggen, werkeloos aanvaarden, alsof dit alles binnen de strekking van artikel X kon vallen.
Geen wonder, dat er stemmen opgingen, hoe het nu eigenlijk met de strekking van artikel X staat.
Aangedrongen werd op een duidelijke uitspraak der Synode dienaangaande.
Het is de vraag, of dat uit een oogpunt van kerkregering de weg is, immers de Synode is geroepen te weren, wat in strijd is met het belijden der kerk. Hoe het ook zij, een en ander is aanleiding geworden voor de Synode om een , , verklaring" te geven. Dit beleid is uit een oogpunt van kerkregering in ieder geval vreemd en wat de inhoud van de , , verklaring" betreft niet zonder bezwaar.
Op verschillende punten geeft de Synode hier een verklaring aangaande stukken van belijden en omtrent, de grenzen van kerk en belijdenis.
Niemand zal ons tegenspreken, dat zulk 'n, , verklaring" rechtens geen kracht van belijdenis heeft, maar zij geeft wel heel duidelijk te kennen, dat de Synode, die deze verklaring — wie deze ook moge hebben opgesteld — tot de hare heeft gemaakt, zich op verre afstand van de kerkelijke belijdenisgeschriften houdt, ook al worden zij in punt 5 naar aanleiding van art. X even genoemd en dat met tot op zekere hoogte bedenkelijke reserve niet onder een beroep op het artikel, — want daar staat zo iets niet in —, maar op de discussie, die aan de vaststelling van art. X voorafging. De Synode handelend over de strekking van art. X verklaart nl. dat dit artikel „onder afwijzing van een wettische gebondenheid aan de woorden der klassieke belijdenisgeschriften een leervrijheid wil voorkomen, die de fundamenten der kerk aantast, zoals deze in de Heilige Schrift en in de saamvatting en uitleg daarvan in de belijdenisgeschriften aan onze kerk en aan onze vaderen, aan ons en aan onze kinderen gegeven zijn".
Komende tot punt 1 der , , verklaring". mogen wij wel vragen, of de in deze omschrijving van de genoemde discussie geopenlbaarde vrees voor „wettische" gebondenheid aan de woorden der klassieke belijdenisgeschriften, op haar beurt oorzaak is geweest, dat deze , , verklaring" aangaande de persoon van Jezus Christus, zo maar buiten de officiële belijdenis der kerk om en zelfs buiten de apostolische belijdenis om en zonder ze ook maar te noemen, werd gegeven?
Of ware het niet de weg der Synode geweest om — zich gedrongen gevoelende deze dingen aan de orde te stellen —, vóór alles op de confessie der kerk te wijzen. Hoeveel wordt omtrent de persoon van de Christus in de belijdenis niet gesproken: art. IX over de Drieëenheid, X over Zijn Godheid, art. XII over de schepping, XVI over de verkiezing Gods, art. XVIII over de vleeswording, art. XIX over de vereniging der twee naturen, enz. enz. Dan hébben wij de Catechismus nog niet genoemd.
Geen woord over deze dingen, zelfs niet de twaalf artikelen des geloofs, die de heilsfeiten — en daar moest het toch in de eerste plaats om gaan — zo kort en bondig noemen.
Neen, een eigen vrijblijvende verklaring, waarin de heilsfeiten onder de namen: vereniging van God en mens zijn gebracht en de heilsgeschiedenis wordt aangeduid door de woorden vernedering en verhoging.
Deze verklaring kan in geen enkel opzicht voortreffelijker genoemd worden dan de formulering van de belijdenisgeschriften der kerk en munt alleen uit door een vaagheid, welke de strengen van het Evangelie laat vieren. De hier gegeven omschrijving van , , het fundament der kerk" wordt bovendien gedrukt door een expressie, welke zacht uitgedrukt tot misverstand aanleiding geeft. Wij bedoelen de woorden: , , dezelfde, die het lijden en de verwerping droeg". De indruk wordt gewekt, dat het woord verwerping een uitvloeisel is van de theologie van Barth. Het kan althans zo zijn. Daarom is het niet overbodig er op te wijzen, dat herhaalde malen in het Nieuwe Testament sprake is van de verwerping van Christus, doch altijd ziet dit op een verwerping door de mensen en niet op een verwerping van Godszijde. Dat zou ook in strijd zijn met de zondeloosheid van Christus en met Zijn middelaarsschap. Hij trad als Middelaar in de plaats van de verworpenen en nam hun schuld en oordeel op Zich, maar Hij was onschuldig.
Bepaald weersproken wordt in deze verklaring het stellen, dat Jezus gestorven is, Christus opgewekt. Dit wordt als een miskennen van het geheimenis der verkondiging en een aantasten van het getuigenis der apostelen gewezen van de hand. Of eigenlijk nog niet eens. Er wordt alleen gezegd, dat dit bij het lezen van het Nieuwe Testament duidelijk wordt.
Ook iedere vermaning om zich te wachten dergelijke dwalingen te verspreiden, ontbreekt.
En hoe staat het nu met de heilsfeiten der belijdenis?
De bedoelde verklaring aangaande de persoon van Jezus Christus als zodanig kan weinig vertrouwen geven, dat de Synode zich geroepen gevoelt over de prediking daarvan te willen waken.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's