Kroniek
Oecumenische contacten — Geestdriftig verslag — Gevaarlijke infiltratie — „Katholiek nieuws" — „Listige verdragen" — „Prentenboek of boodschap" — „De tien geboden" — Paus, Billy Graham e.a. — „Ontheiliging van de heilige dingen" — Catechismus mede oorzaak van „verschraling van het geestelijk leven"? — „Gesprekken over het geloof" — Van eigen erf — Een presidiaat van 5 jaren — „Des Pudels Kern" — In de Presbyteriale lijn?
Een delegatie van de Russisch-orthodoxe kerk heeft een samenspreking gehad met een afvaardiging van het moderamen van de Wereldraad van Kerken. Men kwam in Utrecht samen, 8 en 9 augustus j.l. Dat contact was lang voorbereid. Men was aan weerskanten blij, dat het nu eindelijk tot stand was gekomen. Uit het verslag, dat de N.R.Crt dd. ll-8-'58 gaf, neem ik het volgende over:
, , Zowel metropoliet Nikolaj als dr. F. C. Fry, voorzitter van het centraal comité van de Wereldraad van kerken, verklaarde na het einde van de conferentie tegenover het A.N.P., dat zij zeer geestdriftig waren over het gevoerde gesprek. Men is het op vele punten eens geworden. Volgens de afgevaardigden van de Wereldraad van kerken wijst alles er nu op, dat de Russisch-orthodoxe kerk zal toetreden tot de Wereldraad, nadat deze kwestie nader in Moskou bezien zal zijn aan de hand van het rapport van de metropoliet".
Niet zo geestdriftig over dit Russisch contact was dr. Bela Fabian, voorzitter van de „Federatie van voormalige Hongaarse politieke gevangenen", welke haar zetel in New-York heeft. Hij beweerde, dat „de communisten er op uit zijn geestelijken, die trouw gezworen hebben aan het communisme, in te schakelen bij infiltraties in de vrije wereld" (Trou'w dd. 9-8-'58). En het verslag weet voorts nog te melden :
, , Tot al degenen, die deel wensen te nemen in een organisatie met de Russische Orthodoxe Kerk wilde hij het verzoek richten dit slechts te doen onder de voorwaarden, dat:
1. de delegatie van de Russische Kerk afspreekt haar stem te verheffen tegen religieuze vervolgingen, onverschillig waar die plaatsvinden;
2. zij bereid is de bevrijding te vragen van de duizenden kerkelijke functionarissen, die wegkwijnen in Sowjet-concentratiekampen;
3. zij bereid is de vrije beoefening te vragen van alle religies in het Sowjet-gebied".
Wij moeten uit de aard der zaak bovenstaande mededelingen voor rekening van wie ze deden laten. Maar dat het met de godsidienstvrijheid in Rusland nog niet zo rooskleurig is gesteld, bleek wel uit de mededeling — ik beluisterde ze in een , , Radiokrant" van begin augustus j.l. — van een doopsgezind predikant op het internationaal congres, ik meen van doopsgezinden, te Warns (Fr.) gedaan, dat deze groep ergens in Rusland een kerk had gebouwd, doch ze niet mocht gebruiken, toen ze gereed was. De Russisch-orthodoxekerk moge een zekere bewegingsvrijheid hebben, niet officieel erkende religieuze gemeenschappen schijnen die geenszins te hebben.
Wie meer of minder geregeld het „Katholiek nieuws", dat de Radio geeft, volgt, hoort nogal eens van druk en vervolging door het communisme uitgeoefend jegens functionarissen van de R.K. Kerk. Nu zal zulks niet uit de lucht gegrepen zijn. Maar de R.K. Kerk weet ook van „listige verdragen" met diverse regeringen, waaronder communistische, en een zwichten voor maatregelen van die gouvernementen. Zo bijv. in Polen. Daar leeft de kerk bij accoorden met de overheid. Dat is in het belang van de kerk, maar niet minder van de staat. Polen's bevolking is voor het overgrote deel R.K. En Gromulka heeft er baat bij, dat hij met Wyszynski, de leider van de R.K. Kerk, — hij werd toen Gromulka aan de regering kwam door deze uit zijn ballingschap teruggeroepen — goede verhoudingen aanhoudt. „De staat", zo las ik in de N.R.Crt. dd. 7-8-'58, „kan geen betere bondgenoot vinden in zijn strijd tegen luiheid, zedeloosheid, verspilling en drankzucht. Hier lopen de roomse en de communistische belangen volkomen parallel. Tenslotte is de kerk als ontvangster van grote giften uit het Roomse buitenland (vooral Amerika) dikwijls in staat beter de armoede te bestrijden dan de staat. Tussen kerk en staat bestaat er dus een curieuze verhouding van concurrentie en ongewild bondgenootschap".
Natuurlijk zijn er bij een dergelijke situatie wel eens spanningen. Men herinnert zich wellicht nog , , de inval van de politie in het klooster Jasna Gora in Czestochowa, Polen's nationale heiligdom, 21 juli jl.". Daar was zo iets als een geheime drukkerij van de kerk, waar, in strijd met de afspraak, , , materiaal gedrukt werd, dat niet aan de censuur werd voorgelegd". Die daad, hetzij op bevel van Gromulka of een lagere (stalistisch gezinde? ) autoriteit verricht, gaf de nodige deining. Maar de zaak is bijgelegd, en een nieuw accoord werd opgesteld. De Poolse kerk, , , steeds vaandeldraagster van het Poolse nationalisme", gaat nu de herdenking van het feit, dat duizend jaar geleden de eerste Poolse staat werd geboren mee vieren, maar gaat die herdenking mede dienstbaar stellen aan het jubileum van de kerstening van Polen. Zo werken staat en kerk samen, doch beide met een eigen doelstelling. Het geval Polen, door allerlei oorzaken een bijzonder geval, leert wel treffend welk een aanpassingsmogelijkheid Rome's kerk heeft. Het , , Katholiek nieuws", doet goed, niet telkens weer van onderdrukking en bemoeilijking van de kerk te spreken.
Er draait in ons land deze zomer een film, een , , Bijbelse" film, onder de titel: , , De tien geboden". Ds. H. Visser uit Amsterdam schreef erover in , Hervormd Nederland" van 19 juli jl., onder het opschrift: , , Prentenboek of boodschap? " Ik zal mijn lezers niet een excerpt geven, van wat hij over die film — ze is uit Amerika hier geïmporteerd — schrijft. Ik kan u niet anders zeggen, dan dat hij ze , , kraakt" en daarover verheug ik mij. De indruk, welke ik van zijn verslag krijg, is, dat we in de , , tien geboden" te doen hebben met een absolute verdraaiing van de-feiten, een uitbeelding van de personen uit de geschiedenis, die vloekt met wat de Bijbel verhaalt, een uitbeelding van perversiteiten, die hemeltergend is. Als reactie op wat ze zag, hoorde ds. V. een meisje tot haar „vriend" zeggen: , , Wat een mieterse vent is die Mozes".
, , We werden", zo schrijft ds. V. , , in deze film niet met de Bijbelse boodschap geconfronteerd, maar met een aantal mensen, die een verkleedpartij hadden georganiseerd (een hele dure overigens: 14 millioen dollars!), waarbij ze gebruik maakten van Bijbelse gegevens".
Onbegrijpelijk is het feit, dat , , de paus en Billy Graham, de opperrabijn van Californië en de hoofdredacteur van de Christian Science Monitor eenstemmig beweren, dat , , dit een film is, die men niet kan aanschouwen zonder opnieuw te beseffen, dat God de waarborg is van onze vrijheden en do grondslag van al onze hoop".
, , Bisschop Kennedy van de Methodistenkerk zeide, dat deze film „een van de belangrijkste boodschappen aan onze generatie is". Ds. V. zegt hierna : , , Ik moet zeggen dat, als dit waar is, onze generatie er wel bekaaid afkomt. Want als er iets. in deze film ontbreekt, is 't juist de boodschap". Het is voor mij de vraag óf wel ooit de film middel kan en mag zijn voor , , de boodschap". Een andere vraag is of ze niet een aanleiding kan zijn om een bepaald stuk van „de boodschap" met alle klem op de harten aan te dringen. In dit geval denk ik aan wat de Schrift zegt van de duivel, die „zich verandert in een engel des lichts" (2 Kor. 11 : 14). En voorts: , , zij ontheiligen Mijne heilige dingen, tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid" (Ezechiël 22 vers 26). 1)
Dat het echte geestelijke leven in deze tijd schaars gevonden wordt, is een algemene klacht. Ze vindt haar oorzaak in een inzinking, welke zich in schier alle kerken aftekent. De voortgaande saecularisatie in onze tijd, zal wel een der hoofdoorzaken zijn. Maar dat deze , , verschraling", gelijk men 't verschijnsel ook wel betitelt, aan de Catechismus, de Heidelberger wel te verstaan, mede zou zijn te wijten, is het laatste, wat ik dienaangaande las. Dr. van Minnen, een der jongere doctores uit de geref. kerken, heeft deze enormiteit öp zijn naam. Om hem het volle pond te geven, neem ik hier over, wat in het „Weekbulletin" no. 31, 14e jaargang is vermeld :
, , De schrijver van dit, artikel is van mening dat de verschraling van het geestelijk leven mede te wijten is aan de Heidelberger Catechismus.
Volgens hem kan de invloed van de catechismus op het geestesmerk van de Gereformeerde Kerken niet licht worden overschat. Haar leden, aldus het artikel, zijn geheel gevormd door een leerboek, waarin de wereld niet voorkomt, althans niet op dezelfde manier voorkomt als in de Bijbel.
, , Nu onze synode haar machteloosheid moest uitspreken (let wel: vijftig jaar na Kuyper!) om te komen tot een boodschap over drankzucht, goklust, bioscoop en oorlog, dienf nu niet te worden gevraagd wat de oorzaak hiervan is? Is het de catechismusprediking? En indien deputaten binnenkort werkelijk zouden rapporteren „verschraling!" ware dan ook hier niet eens aan te denken?
In elk geval ware dan niet te denken aan het advies, dat andere deputaten gaven aan de generale synode (art. 31): „Geadviseerd wordt met de vertaling van de catechismus te beginnen, omdat deze in verband met het onderwijs aan de jeugd het meest urgent is. De deputaten zijn van oordeel, dat niet alleen bepaalde woorden door andere moeten worden vervangen, maar ook bepaalde zinsconstructies moeten worden omgezet en vereenvoudigd. Uiteraard zou door deze veranderingen de dogmatische inhoud niet mogen worden gewijzigd". Heilige onnozelheid ! Een dergelijke vertaling is o.i. onmogelijk en dwaasheid. Niet alleen om zondag 5, 6, 18, 29 en de uitleg van de geboden — maar juist om de beslissende kentering in de dogmatische inhoud, waar we — met de Bijbel in de hand — op hopen".
Erg overtuigend vind ik de bewijsvoering niet. Dat kan liggen aan het feit, dat niet het gehele artikel werd overgenomen door de redactie van het „Persbureau". Wanneer dr. van Minnen nog gesproken had van sommige catechismuspreken, of van de wijze, waarop het leerboek in meerdere preken soms wordt mishandeld, dan viel er nog te praten. Doch nu het zo gezegd werd, nu is het naar mijn idee een absurditeit. Dr. van Minnen publiceerde kort geleden een boekje: , , Gesprekken over het geloof". Het zal wel bedoeld zijn als leiddraad voor een cursus of gesprekskring. Ik vrees, afgaande op wat ik tot nu toe er van las, dat we met deze leiddraad — dr. van Minnen zal er nisschien op toepassen „met de Bïibel in de hand" — nog verder het pad der , , verschraling" op gaan.
Tenslotte nog iets van eigen kerkelijk erf. De generale Synode heeft in de zomerzitting van dit jaar besloten tot een aanvulling in de desbetreffende ordinantie van deze strekking, dat een praeses synodi 5 jaar aaneen deze functie kan vervullen. Mocht hij niet meer als lid der Synode gekozen kunnen worden, dan kan hij, wordt het voorstel aangenomen, toch praeses blijven.
Over dit voorstel hebben de classisvergaderingen in september te considereren.
Ter toelichting is o.m. het volgende opgemerkt:
, , Terwijl het moderamen van een orgaan van bijstand theoretisch gedurende 15 achtereenvolgende jaren zitting kan hebben, kunnen een praeses en assessor van de generale synode hoogstens 5 jaar deze functie bekleden, terwijl in de practijk deze zittingstijd veel korter is, omdat een lid der synode slechts zelden reeds in zijn eerste zittingsjaar tot het praesidiaat of assessoraat wordt geroepen. Trouwens niet alleen de organen van bijlstand van de synode, maar ook de generale visitatie vertoont in haar samenstelling meer continuïteit dan bij het moderamen der synode mogelijk is".
Het lijkt mij, dat wij hier wel met het meest klemmende argument der Synode tot aanvaarding van de aanvulling van doen hebben: „des Pudels Kern" zouden de Duitseris zeggen.
Het is een publiek geheim, dat op de departementen bepaalde ambtenaren wel soms zoveel invloed hebben op de minister, dat de minister moeilijk onder zijn ambtenaren uit kan komen. De ambtenaren regeren dan eigenlijk meer dan de minister.
Misschien moeten we in die richting een verklaring zoeken voor het feit, dat onlangs toestemming werd gegeven voor het militair eerbetoon bij 't Mariacongres. Misschien ligt de oorzaak ook elders. Uit des ministers antwoord op de gestelde vragen door een a.r. kamerlid, kan afgeleid worden, dat de plaats der plechtigheid — ze was in open lucht — bij aanvrage werd verzwegen.
Maar nu over de 5-jarige praesessynodi. De toelichting, het stuk, dat wij er uit overnamen, wekt sterk de indruk, dat , , de raden" een dusdanige invloed krijgen, dat een praeses, slechts een jaar fungerend, ze moeilijk aan kan. Ik zeg het heel huiselijk, maar hier ligt m.i. het motief voor het voorgestelde. Het voorstel zal er wel doorgaan. Jammer, want het is een stap verder op een weg, welke niet presbyteriaal en naar het geref. kerkrecht is. Maar , , de raden" krijgen te veel zeggenschap zal men zeggen. Ja, „de raden". Zou het niet juister zijn die van hun lange zittingstijd te ontheffen? Of een dusdanige wijziging aan te brengen, dat ze , , deputaten" werden? Maar ik heb niet te adviseren. Ik schrijf slechts ©en Kroniek.
1) Nadat het bovenstaande reeds geschreven was, las ik in „Hervormd Nederland", dd. 10-8-'58, enige reacties aan het adres van ds. V. De redactie gaf in antwoord daarop een stuk van prof. Beek, oud^testamenticus, aan de G. U. van Amsterdam, waaruit ik het volgende hier doorgeef:
„Cecil De Mille meent alles te mogen weten en ons dan grof en onbeschroomd te mogen confronteren met het produkt van zijn paeudoreligie. Hij wordt geschraagd door moderne professoren en vrome rabbijnen. Zij bevelen deze cocktail van quasi-wetenschappelijk vertoon, half-zachte sex-appeal en sacrilegie (heiligschennis) aan en zeggen in hun argeloosheid: gaat dat zien! In welk een wereld leven wij? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's