De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONTMOETING TE STRAATSBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETING TE STRAATSBURG

11 minuten leestijd

Te Straatsburg (Frankrijk) werd van 22—30 juli 1.1. een internationaal congres gehouden, uitgaande van het Internationaal Gereformeerd Verbond (I.G.V.). In het onderstaande artikel vindt u een weergave van enige indrukken van dit congres, dat als thema had: „Hoe belijden wij ons gereformeerd geloof ? "

Het is geen eenvoudige opgave in een artikel een enigszins afgeronde mededeling te geven van het zo juist te Straatsburg gehouden congres van gereformeerden. Wanneer men een dergelijke ontmoeting van personen uit vele landen meemaakt, doet men zoveel impressies op, zijn er zoveel dingen waarover iets te zeggen valt, dat men eigenlijk vele kolommen nodig zou hebben om dit alles op een bevredigende wijze door te kunnen geven. Ik moet mij echter beperken en zal daarom slechts op enkele punten in kunnen gaan.

Allereerst enkele gegevens. Het I.G.V. is geen kerkelijke organisatie Men kent uitsluitend het persoonlijk lidmaatschap, dat openstaat voor allen, die de grondslag en het doel van het verbond onderschrijven. In dit opzicht is het I.G.V. geheel anders van opzet dan de Gereformeerde oecumenische Synode, de I.C.C.C. en dergelijke internationale verbanden. Zijn leden komen voort uit vaak geheel verschillende kerken, bijv. ook uit de Anglicaanse kerk van Engeland en de Evangelische kerk in Spanje. Dit jongste congres te Straatsburg is reeds door verscheidene overeenkomstige congressen voorafgegaan. Ik noem slechts de congressen te Amsterdam (1948), Montpellier (1953) en Detmold (1955), terwijl het eerstvolgende congres waarschijnlijk in 1961 te Oxford zal plaatsvinden.

Het doel van het I.G.V. is de versterking en verdieping van het gereformeerde leven, vooral In landen waar de gereformeerden een kleine minderheid vormen, en voorts het verstevigen van het onderling contact tussen gereformeerden uit vele landen en het gezamenlijk bespreken van hetgeen de reformatie voor ons zelf heeft te betekenen.

Het is in dit verband een uitstekende gedachte, dat men deze internationale congressen bij voorkeur in verschillende steden in Europa houdt, die het middelpunt vormen van een gebied met gereformeerde (hervormde) kerken. Zo was het in Detmold' en zo was het ook nu in Straatsburg. Wij weten vaak zo bijzonder weinig van het kerkelijk leven in een bepaalde streek, dat een dergelijk congres ook in dit opzicht een waardevolle functie heeft. Daarom eerst iets over dit aspect van het congres.

Straatsburg vormt het middelpunt van de Elzas. Dit gebied vertoont de eigenaardige trekken van een grensland tussen twee taalgebieden: Duitsland en Frankrijk. Het is daarom ook eeuwenlang een twistappel tussen de genoemde landen geweest. In de 16e eeuw was Straatsburg een vrijstad en vond de hervorming ook in de Elzas weerklank. Tevens was het een toevluchtsoord van Fransen, die om des geloofs wille werden vervolgd. Met deze reformatie in Straatsburg is de naam van Martin Bucer (1491-1551) zeer nauw verbonden. Toen Calvijn uit Geneve werd verbannen, werd deze door Bucer uitgenodigd de Franse vluchtelingengemeente van Straatsburg te dienen. Zo werd Calvijn de eerste predikant (1538-1541) van deze gemeente. Bij gelegenheid van de herdenking in 1938 van het feit, dat 400 jaar geleden Calvijn zijn intrek in Straatsburg nam, is aan de gevel van het kerkgebouw van de Eglise Réformée in de Rue du Bouclier — de kerk waarin het congres vergaderde — een marmeren plaat bevestigd met het inschrift: „Aux premiers pasteurs de 1'Eglise des Réfugiés francais, Jean CALVIN (1538- 1541) et Pierre BRULLY (1541-1544). Leurs oeuvres les suivent". Men kon ons nog 't huis (in de onmiddellijke  nabijheid van deze kerk) wijzen, waar Calvijn tijdens zijn verblijf waarschijnlijk heeft gewoond.

In 1681 werd Straatsburg met de Franse kroon verbonden. De opheffing van het Edict van Nantes in 1685 betekende de terugkeer van de alleenheerschappij van de R.K. Kerk. Hoewel de vervolging in de protestantse Elzas niet zo hevig was als elders, waardoor tevens wordt verklaard, dat het percentage protestanten in dit gebied groter is dan in de andere Franse departementen, werden toch de kerken gesloten en was er van geen normaal gemeenteleven meer sprake. Eerst een eeuw later (1790) kon weer een eigen kerkgebouw in gebruik worden genomen: Dit was de genoemde kerk in de Rue du Bouclier, die in vefband met de bepalingen als schuilkerk werd gebouwd, uitwendig niet van een deftig herenhuis te onderscheiden.

Zoals reeds gezegd, ligt de Elzas op de grens van twee taalgebieden. Dit brengt met zich mee, dat er veelal zowel in het Frans als in het Duits wordt gepreekt. Het feit, dat tussen 1871 en 1918 de Elzas en Lotharingen tot Duitsland behoorden, heeft hieraan uiteraard ook medegewerkt. De gereformeerde kerken van Elzas en Lotharingen zijn met elkaar verbonden in de , , Eglise Réformeé d'Alsace et de Lorraine". Het is een merkwaardige bijzonderheid, dat haar predikanten, evenals die van de Lutherse en de Rooms-katholieke Kerk, van overheidswege worden bezoldigd. Zij vormen een permanente synode, waarvan pasteur Charles Bartholmé — die in zijn welkomstwoord bij de aanvang van het congres met enige trots het bovengenoemde feit vermeldde, dat Calvijn de eerste gereformeerde predikant van Straatsburg was — reeds meer dan 20 jaar president is. Het totale aantal gereformeerden in het gehele gebied bedraagt bijna 50.000, terwijl de Lutherse kerk ca. 250.000 leden telt. Tussen deze twee kerken bestaat een zeer goede verstandhouding en een voortdurend contact. Dit blijkt wel uit het feit, dat de genoemde president van de Eglise Réformée vroeger predikant in de Lutherse kerk is geweest, terwijl de president van de laatstgenoemde kerk — monsieur E. Jung, die mij bijzonder vriendelijk gedurende het congres heeft geherbergd — uit een gereformeerd gezin stamt.

Bedroeg het aantal deelnemers in 1955 te Detmold ca 190, deze keer waren in 'Straatsburg ca 100 personen uit vele landen verenigd. Dit kleinere aantal vond zijn oorzaak in het feit, diat veel minder Duitsers en Nederlanders aanwezig waren dan de vorige keer. Het voordeel was, dat er nu van een meer gelijkmatige vertegenwoordiging uit de verschillende landen sprake was. Vertegenwoordigd waren de landen: Frankrijk, Duitsland, België, Nederland, Engeland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje, Oost-Duitsland, Verenigde Staten, Zuid- Afrika, Libanon en Indonesië.

Dinsdag 22 juli om 17.00 uur ving het congres aan met een bidstond, waarin rev. dr. Philip E. Hughes (Londen) voorging met als tekst Joh. 20 : 28 b: „Mijn Heere en mijn God!" 's Avonds vond de officiële opening plaats, waarbij door verschillende personen het woord werd gevoerd.

De vijf beschikbare morgens werden gevuld met Bijbelstudie over in het kader van het congresthema passende gedeelten uit de H. Schrift. De inleidingen werden gehouden door prof. dr. Jean Cadder (Montpellier, Frankrijk) en prof. dr. N. B. Stonehouse (Philadelphia, U.S.A.). De besprekingen over deze Bijbelgedeelten vond plaats in 7 groepen, waarvan drie in de Engelse, 2 in de Franse en 2 in de Duitse taal.

Drie congreslezingen werden gehouden, en wel: , , Het gereformeerd geloof en het moderne mensbeeld", door prof. dr. G. C. Berkouwer (Amsterdam), , , Getuigenis in en door de Kerk", door prof. dr. P. Jacobs (Munster, Duitsland) en „De christelijke getuigenis in samenhang met de menselijke betrekkingen in de industrie", door drs. H. J. Bonda (Rotterdam). Voorts waren er oen drietal openbare lezingen: „Getuigenis door woord en daad", door pasteur Pierre Ch. Marcel (Saint-Germain-en-Laye, Frankrijk), „Belijders van het gereformeerd geloof", door prof. dr. Jean Cadier en , , De getuigenis in en door het gezin" door dr. Gwynn Walters (Wales, Engeland, tijdelijk lector te Philadelphia, U.S. A.).

Het is niet mogelijk in dit artikel nader in te gaan op de inhoud van de vijf inleidingen en zes lezingen. Het lijkt me bovendien belangrijker iets te vertellen van de geest waarin dit congres werd gehouden en van de richting waarin men de antwoorden op de aan de orde zijnde vragen wilde zoeken. Ik ben mij bewust, dat ik hierbij niet de dingen doorgeef, die voor een ieder even duidelijk waren. Echter lijkt het me met het oog op de Nederlandse situatie wel zeer waardevol ons eigen leven, ons eigen kerkelijk en maatschappelijk leven, te confronteren met hetgeen in Straatsburg naar voren werd gebracht.

Als Nederlanders hebben wij vaak de neiging ons land in geestelijk opzicht als superieur te beschouwen ten opzichte van andere landen, waar het gereformeerd protestantisme een veel geringere invloed heeft. We hebben echt de indruk, dat men in andere landen wel veel van ons kan leren.

Een dergelijke superieure houding is echter zeer gevaarlijk. Bovendien ben ik van mening, zowel het congres te Detmold als het laatste congres hebben mij hiertoe geleid, dat er voor de Nederlanders in het geheel geen reden is voor enige zelfverheffing. Er heeft in de laatste decennia in verschillende landen, ik denk hierbij met name aan Frankrijk, Engeland, Zwitserland en Duitsland, bij vooraanstaande figuren een heroriëntering op Calvijn en de reformatie plaats gevonden, die onze grootste aandacht verdient. Wat er bijv. tijdens het congres door personen als prof. Cadier, pasteur Marcel, dr. Walters en dr. Grob (Zwitserland) werd gezegd, is voor ons als Nederlanders vaak zeer beschamend.

Het valt niet te betwisten, dat in ons land, met name in kerkelijk gereformeerde kring, sprake is van een hoge intellectuele vlucht in de doordenking van allerlei vragen, die op een of andere wijze met het geloof verbonden zijn. Van hervormd-gereformeerde zijde is er, m.i. terecht, veelal een grote aarzeling onze afgescheiden broeders in deze dingen te volgen. De uiteenlopende visie op de hoedanigheden van het geloof spelen hierbij een gote rol.

Wij staan echter allen als Nederlanders aan het grote gevaar bloot, dat we de dogmatiek of het systeem laten heersen over de H. Schrift. Juist tengevolge van het feit, dat het gereformeerd-protestantisme in ons land een zoveel grotere plaats inneemt dan in bijna elk ander land, is dit gevaar bij ons veel groter dan ergens elders. Bovendien hebben wij onze talloze christelijke acties en organisaties, die het christelijk leven in vaste banen leiden.

I'n het buitenland is de situatie veelal geheel anders. Daar leeft men in een voortdurende confrontatie met andersdenkenden en kan men ook niet terugvallen op christelijke organisaties zoals wij deze ten onzent kennen. Dit heeft er toe geleid, dat men vaak veel meer zicht heeft op het oorspronkelijke en centrale van het geloof. Ik besef, dat deze typering lang niet voor allen opgaat en dat er ook in andere landen helaas veel kerkelijk leven is, dat diepgang mist.

Het genoemde congresthema: „Hoe belijden wij ons gereformeerd geloof? " gaf voor het aan de dag treden van de verschillende wijzen van aanpak alle aanleiding. Het is merkwaardig, dat de drie openbare lezingen mij — en velen met mij — veel meer aangesproken hebben dan de drie congreslezingen. De eerstgenoemde lezingen waren eenvoudig, direct op de Schrift gebaseerd en concreet. Ook verootmoedigend: en dit is juist een kenmerk van hun kwaliteit. Wanneer er werkelijk vanuit de Heilige Schrift wordt gesproken over ons belijden van het geloof, zoals bijv. prof. Cadier dit deed door het citeren van geloofsbekentenissen van Franse protestanten in de grote vervolgingen na de opheffing van het Edict van Nantes (1685), dan worden we stil onder het besef, dat ons getuigen vaak zo ontstellend tekort schiet en dat we dit het liefst delegeren aan allerlei verenigingen en organisaties.

Naar ik meen, treffen we hier het hart van de zaak. Het gaat er niet om, dat we de christelijke organisaties hebben af te schaffen, dit zeker niet. Maar het grote gevaar is wel, dat velen menen goede christenen te zijn als zij maar meehelpen aan deze organisatorische arbeid. Zoals dit vooral door pasteur Marcel in zijn lezing werd  benadrukt, gaat het bovenal om de vraag of ons hart er bij betrokken is en moet ons belijden bovenal functioneren in het persoonlijk getuigen, in ons toeroep, in ons gezin en in ons leven van alle dag.

Het feit, dat steeds de gehele morgen werd besteed aan Bijbelstudie acht ik in dit verband zeer waardevol. Steeds weer moeten wij naar de bron terug. Geen enkele dogmatiek of handleiding kan de Schrift vervangen. Ook in onze kringen zal regelmatige bestudering van Gods Woord in kleine kringen een grotere plaats moeten gaan innemen. Naast de prediking wordt juist daardoor het geloof gebouwd. En de practijk leert, dat we voor de beantwoording van vele vragen des levens beter bij de Schrift (hoe kan het ook anders? ) terecht kunnen dan bij dogmatische verhandelingen, die altijd weer het gevaar in zich dragen allerlei tijdgebonden en eenzijdige momenten voor het getuigenis der Schrift uit te geven.

Ik geloof, dat dit terugverwijzen naar de Schrift en het benadrukken van het persoonlijk geloof en het persoonlijk getuigen voor mij en vele anderen het meest waardevolle van de gehele conferentie is geweest. Wij proberen altijd weer schuil te gaan achter onze activiteiten en het is beschamend voor ons, Nederlanders, met onze eeuwenlange gereformeerde traditie, dat wij door buitenlanders hierin moeten worden wakker geschud.

Op nog een enkele aangelegenheid zou ik hier willen wijzen. Dr. J. D. Dengerink (Amsterdam), secretaris van het I.G.V., gaf tijdens het congres een verslag van het werk, dat binnen het kader van het verbond in de verschillende landen wordt verricht. Wanneer wij horen hoeveel hoogst noodzakelijke arbeid nog op uitvoering wacht — ik denk hierbij aan heruitgave van reformatorische geschriften in landen als Spanje, Portugal, Frankrijk en België, dan beseffen we, dat de steun van velen onontbeerlijk is. Het is daarom van belang, dat de Nederlandse afdeling wordt uitgebreid met een groot aantal nieuwe leden (contributie ƒ5, — per jaar). Men kan zich hiertoe opgeven bij mevr. P. Ingenhoes-de Waal, Stadhouder Willem II laan 28, Naarden.

Het congres te Straatsburg betekende veel méér dan men in een artikel kan weergeven. Het betekende óók nieuwe of hernieuwde kennismaking met gereformeerde christenen uit vele landen. Persoonlijk denk ik hieraan met grote dankbaarheid terug. Het vormde een grote geestelijke verrijking voor allen die dit meemaakten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONTMOETING TE STRAATSBURG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's