De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PREDIKING VAN CALVIJN 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PREDIKING VAN CALVIJN 3

8 minuten leestijd

3. De betekenis van de prediking.

Bijzonder groot is de waardering, die Calvijn heeft voor de prediking des Woords als heilsmiddel, waardoor God in het midden van de gemeente aanwezig is en in haar werkt. Ook hier treedt weer duidelijk naar voren het onderscheid met Rome.

In de Roomse kerk was toen ter tijd de prediking nog veel meer verwaarloosd dan nu. Niet alleen was de prediking practisch verwaarloosd, maar ook principieel laag getaxeerd. Volgens Rome geschiedt eigenlijk de genade-mededeling niet door de prediking des Woords, maar door de sacramenten.

Herhaaldelijk verwijt Calvijn in zijn preken en in zijn Bijbelverklaring Rome, dat Gods Woord er begraven is, ja als het ware uitgewist, terwijl het toch het voedsel is, waarop de arme wereld is aangewezen. , , Er is in het pausdom geen leer, die kan dienen om de mensen tot God terug te leiden; veeleer om hen van Hem te vervreemden".

In een veelheid van treffende vergelijkingen heeft Calvijn dé waarde van Gods Woord voor ons verklaard. Gods Woord is , , het enige voedsel der ziel". Het is de sleutel, die ons het koninkrijk Gods opent; het is de spiegel, waarin wij Gods aangezicht aanschouwen, het is de regel om tussen goed en kwaad te onderscheiden; de lamp die ons in de duis­ternis van deze wereld beschijnt; de school van alle wijsheid; de koninklijke scepter, waarmede God Zijn volk regeert, de enige weide voor onze zielen; om ons ten eeuwige leven te voeden.

Wat hier gezegd wordt van de Heilige Schrift, geldt ook van de prediking. De prediking van het Evangelie is de scepter, waarmede de hemelse koning Zijn volk regeert; de staf, waarmede Hij Zijn kudde weidt. Geen wonder, dat Calvijn grote aandacht heeft besteed aan de prediking des Woords. Zij is het eerste genademiddel, waardoor de Heilige Geest ons deel schenkt aan Christus en aan al Zijn weldaden.

Herhaaldelijk spreekt hij hierover. De kerk wordt genoemd de moeder der gelovigen, de moeder van Gods kinderen, maar dat is zij door de prediking des Woords, want , , werkelijk wij worden niet anders tot het eeuwige leven wedergeboren, dan door de dienst en langs de weg der kerk". , , De kerk baart ons door het onvergankelijke zaad", namelijk het zaad des Woords.

Uit het Woord Gods komt ons geestelijk leven voort en, zoals God ons daardoor wederbaard heeft, zo voedt Hij ons daarmede tot het einde toe, daar het het enige voedsel onzer zielen is".

Rome beweert, dat de priester in de mis Gods Zoon schept. Immers op het ogenblik, dat de priester Gods Woord uitspreekt: „Dit is Mijn lichaam" voltrekt zich in zijn handen het wonder der wezensverandering: het brood wordt veranderd in lichaam en bloed van Christus, zodat het brood veranderd is in Christus Zelf en daarom aangebeden moet worden.

Tegen deze achtergrond komt heerlijk uit de grote schat, die God ons in de prediking van Zijn Woord geschonken heeft. Wij weten niet van een scheppen van Gods Zoon, maar wel is waar, dat God, door middel van de prediking Zich Zijn kinderen schept.

Rome leert, dat Christus' verzoening ons persoonlijk geen nut doet, tenzij Hij in de mis zichtbaar opnieuw geofferd en ons medegedeeld wordt. Zo wordt het kruisoffer geactualiseerd, toegepast. Calvijn weet, dat God ons deze weldaad, deze toepassing en toeëigening van de Christus, schenkt door de prediking van het Evangelie. Hoort maar wat hij zegt:

, , Het betekent niets, dat Jezus Christus persoonlijk in de wereld gekomen is, tenzij wij verplicht worden door de leer, die ons in Zijn Naam en op Zijn gezag gepredikt wordt, opdat wij tot Hem komen". , , Door de prediking van het Evangelie verschijnt Gods Zoon ons elke dag". „God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. Ook heden gaat God daar nog mede voort, wanneer ons het Evangelie verkondigd , wordt". , , In het Evangelie biedt Hij Zich bestendig aan, opdat wij Hem zullen bezitten en zullen genieten van Zijn goederen". , , Waar het Evangelie ons verkondigd wordt, daar hebben wij een getuigenis, dat Gods Zoon aan ons wil krachtig maken, de verlossing, die Hij eenmaal volbracht heeft". In het Evangelie, dat is in de prediking van het Evangelie, komt God tot ons , , Als wij dat niet verstaan", zegt Calvijn, , , zullen wij nooit veranderd worden". Telkens weer legt hij er de nadruk op, dat wij de prediking moeten aanhoren als Gods Woord, als Gods stem. Op de predikers rust dan ook de taak, niets anders dan Gods Woord te verkondigen en het niet te vermengen met eigen dromerijen.

In het bovenstaande hebben wij dus gezien, dat volgens Calvijn Christus in het Evangelie Zich bestendig aanbiedt. In de Gereformeerde Gemeenten is indertijd een hele discussie geweest over de vraag, of wij dat zo mogen zeggen. Dat Christus  Zich in de prediking aanbiedt, opdat wij Hem zouden leren aannemen, dat klonk velen veel te remonstrants. Dat Christus Zich in de prediking aan de gehele gemeente zou aanbieden, dat leek veel te veel op de leer der algemene verzoening.

Vergeleken bij Calvijn is dit een verarming zonder weerga. Doorlopend spreekt Calvijn er van, dat Christus Zich ons aanbiedt. Meermalen spreekt hij in deze trant, dat Christus Zich ons in de beloften aanbiedt, maar dat wij deze beloften door ongeloof krachteloos maken. Calvijn weet ook wel, dat God Zelf het Woord aan onze zielen moet toepassen, maar dat ontslaat de predikers niet van hun roeping, om dat Woord voluit te verkondigen. Ergens zegt hij, dat wij, al weten wij dat Gods genade alleen zal rusten op de mensen van Zijn welbehagen, toch zo gezind moeten zijn, dat wij het een ieder wel zouden willen geven.

Veel prediking die doorgaat voor Ge­reformeerde prediking is juist in dit onderdeel, dus inzake het aanbod van genade, zo arm. Geen wonder, dat er zo weinig leven gebaard wordt, want dit is onze eerste taak: „Predik het Evangelie".

Omdat God in het Evangelie tot ons komt, spreekt Calvijn herhaaldelijk ook van Gods beloften. Daarop mogen wij in het gebed pleiten, daarin vindt het geloof troost en stem, ja zijn enigst fundament, tegen alle aanvechtingen in. In verband met Genesis 32 : 10, waar Jakob in het gebed worstelt met God, pleitend op wat God hem beloofd heeft, schrijft Calvijn, dat God in Zijn beloften Zich aan ons verbonden heeft, en , , door Zich vrijwillig aan ons te verbinden is Hij als het ware uit eigen beweging onze schuldenaar geworden". Hij drukt zich eerbiedig uit: God deed het vrijwillig en uit eigen beweging, maar Hij is onze schuldenaar geworden. Hij heeft Zich in Zijn Woord aan ons verplicht; verplicht Zijn beloften na te komen.

Uit alles wat gezegd is, zal duidelijk zijn, dat de man, die zo sprak over de prediking des Woords, ook aan de prediking een grote plaats in het kerkelijke leven toekende. Inderdaad. Rome kende de dagelijkse misbediening; de Reformatie, zowel Luther als Calvijn, kenden, ook de dagelijkse kerkgang, namelijk de dagelijkse prediking. In een van zijn preken deelt hij mede, dat er te Geneve dagelijks gepredikt werd — een dagelijkse avonddienst — en dat de gemeente des zondags vier keer geroepen werd.

Kwamen zij dan ook allen? Welneen. , , De grootste helft", zo .klaagt hij, brengt het oude spreekwoord in praktijk: , , Hoe dichter bij de kerk, hoe verder van God". Wel gaat de klok iedere dag, maar velen is het voldoende te verschijnen, wanneer de week voorbij is. Zondags worden zij vier keer geroepen. maar het is al mooi, wanneer zij één keer gevonden worden, ja er zijn er genoeg, die zo vrij zijn slechts eenmaal in de veertien dagen te verschijnen. Dieren, die geen verstand en rede hebben, schreeuwen nog om voedsel en zij, die zeggen Gods kinderen te zijn, zullen zij zich geen zorg maken, om wat hun geloof kan voeden en onderhouden? "

Ook zij die thuis blijven, omdat zij toch zelf de Bijbel hebben en het niet nodig oordelen, altijd naar de dominees te luisteren, vinden geen genade in de ogen van Calvijn. God, die het geloof werkt, heeft het zo verordend en Zijn bevel moet ons genoeg zijn. Juist door deze weg der middelen beproeft God onze gehoorzaamheid. En geloof en gehoorzaamheid zijn toch onlosmakelijk aan elkander verbonden.

Het geloof kan niet zonder het Woord. Het geloof wordt door het geloof verwekt en wordt ook door het geloof gedurig gevoed en onderhouden. Wij moeten er dagelijks in lezen. In dit verband gebruikt Calvijn ergens het beeld van een lekkend dak. Als op een dak een dakpan stuk is, sijpelt er iedere keer wat water door en tenslotte zal het gehele dak wegrotten. Zo is het nu met de onkunde. ledere onkunde, die er bij ons is, zal satan benutten om er zijn dwaling in te laten sijpelen en ons zo van de Schrift, dat is van God doen vervreemden.

Toch heeft Calvijns geloofsleven niets wettisch. Het is bij hem geen kwestie van gebod op gebod. Maar hij bindt ons — naar de Schrift — zeer nauw aan de geboden en inzettingen des Heren. Maar dat is geen zaak van onze bestdoeningen, neen, het is een kwestie van gehoorzaamheid, omdat God het voorschrijft en omdat wij zo zwak zijn.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PREDIKING VAN CALVIJN 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's