EEN GLORIERIJKE REVOLUTIE?
Naar aanleiding van: Thijs Booy, „Een stille omwenteling". Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam, 302 pag., geb. ƒ 10, 90.
Thijs Booy heeft een respectabele rij van publicaties op zijn naam staan; boeken, die heel wat deining hebben gegeven in gereformeerde kringen en die heel wat stof hebben doen opwaaien. Het waren hartstochtelijke pleidooien over de jeugd, voor de jeugd, van de jeugd. En heel wat jongeren zeiden en zeggen nog: dat is het, wat wij bedoelen en wat wij zoeken.
Nu wil schrijver in dit uitvoerige werk , , een voorlopige balans opmaken van de generatie, die naar de volwassenheid reisde over de barre wegen van de tweede wereldoorlog".
Schrijver behandelt de stof in de volgende hoofdstukken: de explosieve omwenteling; balladen van de vale jaren; zelfportret der rebellen; door de gereformeerde ingang de wereld in; het volk in het volk; de werkgemeenschap van gereformeerde jongeren; de stille omwenteling en ten slotte: naar de nieuwe dag.
Schrijver ziet als marsbevel voor de jongere generatie: het gereformeerde leven losrukken uit de verstarring en het in beweging zetten naar een nieuwe wijze van leven en samenleven. Een van de oorzaken, van het gebrek aan spirit in het na-oorlogse gereformeerde leven vindt schrijver in het isolement, waarin de Gereformeerde kerken hebben geleefd. Was dat niet het geval geweest, dan was het anders gelopen met het conflict Schilder c.s., een scheuring, die de het vertrouwen in de kerkelijke leiders heeft ondermijnd en verarming bracht van het gemeenschapsleven. De gereformeerde, zegt schr., hadden een ghetto-leven; de jeugd kwam kopschuw ter wereld. Een opvoeding, die niet tot innerlijke vrijheid brengt, die innerlijke remmingen installeert, is een opvoeding tot krampachtigheid. , , Onze ogen hebben zoveel voosheid gezien in gereformeerde kring, zoveel, dat onecht was — wij zagen een kerk, die ons bar slecht voorleefde, wat zij van ons wilde". Breed tekent schr., hoe veel er veranderd is en inderdaad, er is een stille omwenteling zich aan het voltrekken; wij kunnen het goedvinden of niet, maar de levenssfeer is een andere dan die van de vorige generatie met al de gevolgen van die. Wij kunnen die revolutie niet toejuichen. Tegen ons heeft schr. ook zijn bezwaren. , , Als men een vreemde kerk inliep, was het nagenoeg steeds of een hervormde prediking met een midden-orthodoxe inslag te beluisteren of om een sterk liturgisch hervormde dienst mee te maken of om aan een oecumenische samenkomst deel te nemen".
Veel is lezenswaard in dit boek. Schr. heeft het niet gemakkelijk met de kerkelijke scheuring van '44. Ons raken deze dingen ook; al lezende veranderde ik onwillekeurig 1944 in 1886: „Wij verloren in de vrijgemaakten een heir van trouwe kerkgangers, warm meelevende leden, offervaardige broeders en zusters, gereformeerden in hart en nieren. Van de zelfkant onzer kerk ging vrijwel niemand met ze mee. Die bleef bij ons. Het bloedverlies van 1944-1945 ' was het verlies van gezond bloed ..." Ik citeer maar niet verder. Over de predikant en zijn ambt zegt schr. dingen, die de moeite waard zijn te worden overdacht: , , Het ambt moet worden verdedigd? De enige christelijke verdediging ervan is de rechte uitoefening".
Eerlijk gezegd heb ik hier en daar dit boek wel eens doorgeworsteld, niet, omdat schr. niet pakkend en soms hartstochtelijk schrijft, maar omdat hij uit de aanklacht niet loskomt en daardoor is de analyse niet geheel juist. Voor schr. is dit boek meer een oproep dan een nabetrachting, voor mij meer aanklacht dan oproep. , , Ik ga jeugdland uit met bittere klacht, dat de kerk ons in die tijd slecht heeft gediend". Ik ben de 'eerste om toe te stemmen, dat de oudere generatie te kort schoot; al handelt dit boek in het bijzonder over de verhouding in de gereformeerde kerken, het raakt ons net zo goed; hier is de critiek van de jongeren aan het woord en het eerste is, dat wij luisteren. De psalmist wist ook te getuigen, dat de vaderen fout zijn geweest en dan buigt de psalmist in ootmoed onder die zonde, waarmede hij zich solidair verbonden weet, het hoofd. Die toon miste ik wel. Elke tijd, ook elke leeftijd heeft zijn eigen zonden. Werkt schr. zelf niet te veel met schema zwart-wit? De lengte van dit artikel is een bewijs van de grote belangstelling, waarmede ik dit werk doornam.
Het was juist in deze dagen, dat ik bij Thibon las en daarmede eindig ik: „Een meester voor de jeugd? Neen, ik ben één van u; ik loop en zoek met u; ik heb geen leerlingen, ik heb vrienden, iedere waarheid is mij heilig, voorzover ik haar van buiten in mij gevoel binnendringen met algehele klaarblijkelijkheid; zij is slechts suspect in de mate, waarin zij mijn eigen goed neigt te worden, mijn fabrieksmerk te dragen. Ik geloof in de zon, niet in mijn lantaarn. Alles, wat ik u kan leren, zal voor u niets betekenen voor zover uw ervaringen en uw smart mijn woorden niet zullen hebben bevestigd. Ik wil u niet in mijn gevolg óp mijn weg trekken, ik wil u voeren op de eenzame weg, waar God u roept..."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's