De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De blijvende TROOSTER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De blijvende TROOSTER

9 minuten leestijd

Met Pinksteren mag de gemeente des Heren gedenken, dat niet alleen haar Here en Zaligmaker uitermate verhoogd is, maar ook, dat Hij de Heilige Geest heeft nedergezonden tot haar. Pinksteren is het sluitstuk der heilige vierdagen van Gods Kerk hier op aarde. Christus heeft Zijn Middelaarswerk hier op aarde volbracht en heeft Zijn verdiensten ingedragen in de hemel, waar Hij immer tegenwoordig is als de grote Paracleet, de Voorspraak Zijner duur gekochte gemeente. Maar de Geest des Vaders en des Zoons, gegeven van de Vader op de verdiensten des Zoons, is door onze verheerlijkte Immanuël nedergezonden om hier op aarde Paracleet, Zaakwaarnemer des hemels te zijn in het hart van Gods kinderen en hen aan te doen met kracht uit de hoogte om getuigen des Heren te zijn.

Pinksteren spreekt ons daarom van tweeërlei, enerzijds van woning, anderzijds van drijving. De Heilige Geest heeft woning genomen in Gods Kerk. Nu Christus als Middelaar verheerlijkt is: in de hemel, kan de Heilige Geest tot rust komen in het volbrachte werk van de Zoon in het hart der Kerk om daar beiden, de Vader en de Zoon, te verheerlijken. , , Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen", sprak de Here Jezus, en „Al wat de Vader heeft, is het Mijne". Het wonen van de Heilige Geest in het hart der Kerk betekent daarom niet een ledig niets-doen, maar integendeel een vol werkdadig zijn, een Zich verlustigen in de verheerlijking van God Drieënig door Zijn kennis te geven en te verzegelen. Waarin kan de Paracleet, de Zaakwaarnemer des hemels. Die de diepten Gods doorzoekt, meer vermaak hebben, dan om te doen wassen in de kennis van Christus en God te verzegelen in het hart van Zijn arme zondaren als hun liefdevolle Vader. — Maar Hij, Die alzo woning heeft genomen in Zijn gemeente, drijft ook uit naar de wereld. De Kerk wordt een en al actie in de Heilige Geest, opdat tot aan de einden der aarde de roep des Konings gehoord zal worden en zonen en dochters worden toevergaderd tot de gemeente, die zalig wordt.

Wat brengt Pinksteren een rijkdom van gedachten. Het is het oogstfeest bij uitnemendheid. In de hemel zijn de voorraadschuren vol geoogst, toen Christus Zijn middelaarswerk indroeg. Hij had — alleen — in het bloedig zweet Zijns aanschijns geoogst in Zijn lijden en sterven. De volle oogst van Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid droeg Hij binnen. Een overvloed van genade-weldaden vult de voorraadschuren van de hemel tot de nok: genade der verzoening, genade des geloofs, genade der rechtvaardiging van de goddeloze, genade der wederbaring en vernieuwing, genade der verheerlijking. — Op aarde sloeg het uur van het oogstfeest, toen , , zij allen vervuld werden met de Heilige Geest" en de Heilige Geest dus kwam om Gods gemeente van dat volbrachte werk, uit die vervulde oogst te doen leven. Uit Zijn volheid ontvangen we genade voor genade. 

Doch dan slaat ook tegelijk het oogstuur van de wereldzending. De verheerlijkte Christus gordt in Zijn Geest Zijn gemeente aan om het Evangelie des kruises uit te dragen, opdat de uitverkorenen worden toegebracht en gaan leven van het vervulde heil in Christus. Straks komt op de grote dag des Heren de grote oogstdag van de Zoon des mensen, als Hij namelijk Zijn bruidsgemeente bij Zich stelt aan Zijn rechterhand. En dan.. . dan zal door de bruid des Lams het vervulde Pinksterfeest worden gevierd, als zij door het Lam — haar Bruidegom — eeuwig geleid zal worden tot de levende fonteinen der wateren.

Zo liggen er in Pinksteren voor het geloof allerlei verbanden en uitzichten. Voor ditmaal wilden wij het vooral hebben over de Heilige Geest als inwonende Trooster, Die Gods gemeente in alle Waarheid leidt. Dienaangaande zijn we op en rond de Pinksterdagen bij een trooststuk bepaald, waarover we graag iets willen schrijven. Het kan mogelijk deze of gene in aanvechting en duisternis tot enig licht strekken.

We zullen het dan hebben over de Heilige Geest in Zijn ambt en bediening als Trooster-Geest. Wij lezen van Hem, dat Hij bij Gods kinderen blijft en in hen zal zijn (Joh. 14 : 17). Juist dat woord van de Here Jezus tot Zijn discipelen in de Paaszaal heeft me vast gehouden. Het viel me op, dat de Here dit met nadruk gezegd heeft, terwijl we enkele verzen verder lezen, dat de Trooster, de Heilige Geest, alles zal indachtig maken, wat de Here gezegd heeft. Ook dit dus: Hij blijit bij ulieden en zal in u zijn. Daarom is trouwens dit woord ook in de Heilige Schrift gekomen.

Waarom zou de Here bij Zijn afscheid deze belofte van de blijvende en inwonende Trooster-Geest gegeven hebben? — Hij heeft daarvoor een goede reden gehad. Hij kende Zijn discipelen. Zij zouden deze belofte nodig hebben, als zij midden in de wereld zouden staan tegenover de krachten van satan, dood en hel. Dan zouden ze niet allereerst uit de ervaring van het zicht- en tastbare aflezen, dat Christus naar Zijn genade, majesteit en Geest nimmermeer van Zijn gemeente wijkt, doch uit het woord der belofte.

Hierin ligt onderwijs voor Gods Kerk van alle eeuwen. Juist Gods kinderen staan telkens weer arm en verlegen te kijken. We bedoelen hen, die in hun zonde en schuld oog voor Christus ontvangen hebben en aan Hem verhouden werden in geloof en liefde. Zij worstelen toch met tal van vragen, die hen benauwen en menigmaal al het licht uit hun ogen nemen. Het moest bij hen zo heel anders zijn. Zij kunnen hun hart niet meekrijgen. Hun verdorven natuur speelt hen parten. Hoe weinig komt er van hun getuigenis en liefde jegens de naaste terecht. Daarbij zien ze de overmacht van de dood, wereld en de vorst der duisternis in en rondom zich. Ze menen menigmaal in het geheel geen kentekenen van de werkingen van de Heilige Geest in zich te kunnen ontdekken. Ze trekken daaruit de conclusie, dat de Geest van hen geweken is, of dat zij zich vroeger iets hebben ingebeeld. Zij zinken al dieper in een moerassige bodem en alle zekerheid en uitzicht wijken weg. Of ze komen ook nimmer tot die blijde zekerheid, hoewel ze toch wel Christus als hun Zaligmaker in het geloof hebben ontmoet.

Nu heb ik liever met dergelijke bekommerden te doen dan met degenen, die slechts stenen op hen kunnen werpen of over hen meesteren kunnen met de roem in het vervulde heil zonder dat ze blijk geven werkelijk afhankelijk te leven van vrijmachtige bediening van de Heilige Geest. Nochthans moeten we deze bekommerden, die tenslotte toch naar zekerheid dorsten, zeggen, dat ze de verkeerde kant uitkijken. Juist daarom heeft de Here de belofte van de blijvende en inwonende Trooster nagelaten, opdat we niet naar de ervaringen van inleving allereerst zouden zien voor bewijs daarvan, maar op Zijn Woord en ons daaraan zouden houden. Onze verheerlijkte Immanuël staat er voor in, dat het zo is en blijven zal. Alleen in Zijn Woord ligt de verzekering en vastheid. Daarom is de hoogste wijsheid, die de Here Zijn kinderen op Zijn leerschool leert om bij Zijn Woord te blijven en tegen alles in zich daaraan te houden. Juist de Heilige Geest als Leermeester verwijst ons naar het Woord. Hij wil, dat we allereerst aan het Woord genoeg hebben als een vaste grond, die niet wankelt. *

Er is hier zoveel misverstand, waardoor alle uitzicht verduisterd wordt. In plaats van , , Ik geloof in de Heilige Geest" stelt men als voorwaarde en norm voor zekerheid: „Ik ervaar de Heilige Geest".

Hierin ligt een grote dwaling. Ook de belofte aangaande de Trooster-Geest is voorwerp des geloofs. Daarom hebben de discipelen des Heren van zichzelf af te zien en op het Woord het te laten aankomen. Daarom houdt juist de Heilige Geest u zo arm, opdat gij van alles in en rondom u afziende, alleen het , Woord uit Jezus' mond zult laten gelden: Hij zal bij u blijven en in u zijn.

Daar komt vastheid en breekt zekerheid door in een belijden met het hart en een roepen met de mond tegen alles, ook onszelf, in: Ik geloof in de Heilige Geest; ik geloof, dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus én al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en eeuwig bij mij zal blijven.

Niet vanuit het gedurig ervaren van de werking en de bediening van de Heilige Geest, maar vanuit het kleven der ziel aan het Woord. Dat is intussen juist zegening van de Heilige Geest, omdat Hij de Geest des Woords is. Daarom zal Hij ook, juist op deze wijze, ons hart telkens weer bij verrassing voor Zijn Woord ontsluiten en heilgeheimen openleggen.

Wie als armen van Christus dit geheim des levens leren verstaan, gaan arm, zwak, onkundig, terwijl verwachting van henzelf telkens weer te niet gedaan wordt, hun weg. Doch intussen zal de Tooster-Geest telkens weer Zijn tegenwoordigheid bewijïzen. Hij doet opwassen in de kennis der genade van Christus, Hij doet toenemen in de kennis van de liefdevolle en getrouwe Vader in de hemel, en zal Zichzelf doen kennen als het zegel op de verlossing en als onderpand onzer erfenis, die in de hemelen bewaard wordt. Hij opent ons hart voor het Woord en brengt ons bij het altaar: Wij hebben een altaar... Hij brengt ons bij onze enige Hogepriester: Dewijl wij een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, n.l. Jezus de Zoon van God; ... indien wij gezondigd hebben, wij hebben een voorspraak bij de Vader. Als duivel, wereld en eigen vleesi niet ophouden aan te vechten, zal de Trooster-Geest weer ons hart openen voor het Woord en ons doen zinken op de sterke Held, Die ons er door heen draagt.

Dat alles geschiedt in onze heenwending naar het Woord. De Heilige Geest is de Geest des Woords. Daarom wil de Heilige Geest juist Gods kinderen van het eerste begin af aan de Heilige Schrift binden. Zij bedroeven de Heilige Geest, als zij hierin nalatig zijn, of van ergens elders verkwikking van de Heilige Geest verwachten. Daarom is het biddend bezig zijn met de Heilige Schrift zo vruchtbaar en gezegend. Juist zo zijn we onder de bediening van de Heilige Geest, Die bij Zijn gemeente blijft en in haar zal zijn. Heeft de Here Jezus ook niet telkens, juist in diezelfde afscheidsrede, waarin Hij zo heerlijk van de Trooster-Geest gewaagt, gesproken van het houden van Zijn geboden, het 'blijven bij Zijn Woord?

De Heilige Geest legt ook zelf het gebed op onze lippen: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast.

Zo alleen kunnen de verbanden en uitzichten, waarover we het in het begin van dit artikel hadden, voor ons gaan leven en worden we vruchtbaar voor onze omgeving, ondanks onszelf.

De troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest zij met ons.

P. v. SI.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De blijvende TROOSTER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's