Boekbespreking
Kerkgeschiedenis van Nederland in de Middeleeuwen.
Voor het hier genoemde onderwerp moet in onze kring wel levendige belangstelling bestaan. De kerk der Reformatie brak met die oude kerk en gaf er harde critiek op. Dat moet bij ons de wens wel doen opkomen, te weten, hoe het in die middeleeuwse kerk tot zo'n verwording kon komen, welke bepaalde instellingen en welke kanten van het volksgeloof dat hebben bevorderd. Bovendien weten we uit onze Vaderlandse Kerkgeschiedenis, dat de breuk die de Hervormers bedoelden te maken, zelden zo diep is gegaan, als zij dat wensten. Veel van het oude is blijven voortleven, vaak niet eens onderkend. Ook dat doet ons beseffen, dat kennis van de middeleeuwse kerk in ons land voor ons een zeer gewenst en zelfs noodzakelijk goed moet heten.
Maar de meesten van ons weten weinig van die oude kerk af. Trouwens ook van de eigen vaderlandse kerkhistorie weten weinigen iets meer dan niets. Wanneer misschien iemand eens een smakelijk belangrijk boek over deze stof schreef, zou de kans groot zijn, dat hij toebereide aarde vond.
Voor meerdere kennis van de middeleeuwse Nederlandse Kerkgeschiedenis was men tot nu toe aangewezen op het grote, vrij zeldzame werk van prof. Moll Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de Hervorming, 1864 vlg. Daarnaast bestaat een beknopt, maar weinig zelfstandig werk van H. J. A. Coppens, 1902, dat ook niet zo velen in de hand valt. Thans heeft - echter prof. Post van de Nijmeegse R.K. Universiteit een werk laten verschijnen, dat naar omvang tussen Moll en Coppens instaat, maar dat op laatste voorstudies berust en zo zeer bijzonder geschikt is, ons te oriënteren op het genoemde gebied. Daartoe wekken we niet alleen onze predikanten op, maar elk, die op de hoogte wenst te komen met wat zich in ons vaderland op kerkelijk gebied afspeelde van het begin tot ± 1559. De schrijver haalt breed en diep uit: vanuit de kerk in de tijd der Romeinen, die in de volksverhuizing onderging; dan de kerk weer oplevend in de frankische tijd; de grote zendingsmensen (Bonifacius) waardoor langzamerhand de rijkskerk tot stand komt. De uiterlijke omstandigheden, zoals kruistochten en de oorlogen worden getekend; de binnenkant krijgt goede aandacht zoals het kloosterleven, de kluizenaars en de Begijnen. Wij stellen ons het middeleeuwse kloosterleven meest zeer eenzijdig en zeer negatief voor, maar als we ons b.v. verdiepen in het kloosterleven in Diepenveen, kunnen we beter verstaan, dat van Lodenstein niet enkel juichen kon, dat dit alles verdween en door niets gelijk- of meerwaardigs werd vervangen. Daarbij vergeleken lijkt ons het leven van zeer velen der bisschoppen vaal en triest af te steken. Maar of ge nu overigens eens wilt weten, hoe een middeleeuwse parochie functioneerde, wat kapittels, wat proost en Kanunniken nu eigenlijk waren; wat men deed aan armen, ouden en zieken; hoe men zich tegen ketters te weer stelde enz. enz.: U kunt hier steeds voortreffelijk beknopte informatie verkrijgen. U zult in dit boek wel missen een uitdrukkelijk ingaan op de oorzaken van de Reformatie, omdat de auteur dit al deed in zijn werk, dat met het hier aangekondigde eigenlijk een geheel uitmaakt: Kerkelijke verhoudingen in Nederland vóór de Reformatie, van ± 1500 tot 1580, eveneens een fraaie uitgave van het Spectrum van 1954. Wanneer u daaraan begint, wordt u zeker naar het andere werk gedrongen, en wanneer u dat ter hand neemt, blijft het vervolg niet ongelezen.
Hier is een boek, dat geen bepaalde vakkennis veronderstelt. De theoloog kan er veel aan hebben, maar het kerkeraadslid evengoed en de onderwijzer niet minder. Is dat geen boek om in de school- of de kerkeraadsbibliotheek te zetten? Als die laatste ontbreekt, zouden de genoemde werken een uitstekende grondslag kunnen vormen. De prijs is voor het gebodene verantwoord: 2 delen, samen een 800 bladzijden, voor ƒ49, —. Wie zich daardoor niet te makkelijfc laat afschrikken, zal het oude. spreekwoord' zien waargemaakt: De „kost" gaat vóór de baat uit. Zo ergens, dan gaan ze hier hand in hand.
V. d. L.
De oudchristelijke wereld.
Er verscheen een prachtig werk, waarvoor we ook in deze kolommen aandacht vragen. Het is de Atlas van de oudchristelijke wereld, een uitgave van Elsevier, verzorgd door de Nijmeegse hoogleraren Van der Meer en Mohrmann, 1958, ƒ 39, 50.
De oudchristelijke wereld heeft evenzeer verband met de kerk der Reformatie, als dat met de middeleeuwse kerk het geval is. Want men brak met die middeleeuwse kerk om terug te keren tot de eenvoud en de zuiverheid van de oudchristelijke kerk. Ook later, als Roomsen en Protestanten poogden, tot hereniging te komen, was de oude kerk gedurig richtsnoer en sprak men b.v. van een hereniging op basis van de belijdenis der eerste vijf eeuwen. Daarmee is duidelijk genoeg gezegd, dat het voor de kinderen der Reformatie een zeer aangelegen zaak is, die oudchristelijke kerk goed te kennen.
Nu begrijpt u al, dat we gaan zeggen: Het hier aangekondigde boek is daartoe uitermate geschikt. Vooral om deze reden, dat het een materiaal samenbrengt, zoals we dat nergens aantreffen. Het verenigt in zich een atlas in engere zin, 42 uitstekende kaarten op allerlei gebied; het voegt daarbij, zoals atlassen dat immers meer doen, een kostelijke verzameling foto's, zoals u ze elders niet licht gezien hebt. En tenslotte geeft het daarbij een korte tekst, die niet raadselachtig kort en evenmin zo breed is, dat u ze toch niet leest. Dit alles samengesteld: eigenlijk 3 boeken in één. Een bepaald voordeel van dit werk is, dat het zich niet bepaald tot de vakman of alleen tot de theologen wendt, hoewel die wel de eersten zijn, om van dit boek te profiteren.
Maar elk en ieder, die geneigd is, zich wat in te spannen om te vorderen, kan hier terecht. We hebben meteen aan het begin de prijs maar genoemd en erkennen, dat dit een hele hand geld is. Maar wat krijgt u er dan ook voor! Alweer moet hier geopperd worden, dat een gezamelijk aanschaffen voor school of kerkeraadsbibliotheek zeker ook te overwegen moet zijn. Bovendien moet u eens aan een uitgave als deze denken, als u aan uw dominee, uw christen-dokter, uw jubilerende onderwijzer eens iets extra's wilt vereren. U hebt daarbij de zekerheid, dat dit boek nauwelijks aan verouderen is onderworpen. Hoeveel derderangs romannetjes en brochures neemt u nooit meer ter hand en hoeveel geld gaat daarmee verloren? Beter een kast met weinige werken, die stuk voor stuk hun prijs waard zijn en blijven, dan een kast vol „eensdagsvliegjes", die omtrent de soliditeit van de kennis van de eigenaar ervan een weinig vleiend getuigenis afleggen.
Het is nauwelijks doenlijk, op te sommen, wat deze atlas aan de orde stelt. De kerk der martelaren uit de keizertijd, de catacomben, de oudste kerkgebouwen, met die opvallende „doophuizen", die ons meteen vragen: Is de Heilige Doop bij ons werkelijk in ère en gelding als ze daar was? Gaandeweg ziet u de kerk uitgroeien. Het kruis gaat mee; juist dit maakt dit boek aangrijpend aanschouwelijk, hoezeer de kerk van Christus als kruiskerk heeft moeten en mogen lijden. Dat maakt dit werk tot een stichtelijk werk in een zeer hoge zin.
Alles samen: een uitzonderlijk boek. De katholiserende stroming van onze dagen heeft zich zeer beklaagd, dat de Reformatie wel zégt, de Oude kerk met zoveel genegenheid te hebben ontvangen, maar dat het in feite daarmee heel pover staat. Het beeld van de Oude kerk, dat de auteurs naar onze mening op een zeer fraaie wijze hebben getekend, is inderdaad veelkleuriger dan velen onder ons bekend is. Als we alleen maar Heilige Doop en Heilig Avondmaal (Eucharistie) aanroeren, raken we pijnlijke en zeer actuele onderwerpen aan, die met een confrontatie met die Oude kerk alleen maar gebaat kunnen zijn. Is dat dan niet iets, ook en juist voor u? Zou dit werk daartoe niet een zeer geschikt uitgangspunt zijn?
V. d. L.
Roland de Pury, Job, de mens in opstand. Uitg. W. ten Have, N.V., Amsterdam. 64 pag., prijs ing. ƒ 2, 50.
De man, die dit werkje schreef, was voorganger in Lyon, toen hij door de Duitsers gevangen genomen werd en ter dood veroordeeld. Zijn in de cel geschreven dagboek legt een aangrijpend getuigenis af van de kracht van Gods genade in het aangezicht van de dood. 'Op het laatste ogenblik werd De Pury bevrijd, doordat hij werd uitgewisseld tegen een Duits generaal.
Dit geschrift over Job geeft meer beschouwing en overdenking dan uitleg van het boek Job. De woorden „om niet" vormen de sleutel van het boek Job; ze zijn de leidraad van de hele Schrift. Zonder dat hij- deze leer uitdrukkelijk onder woorden brengt, is Job in zijn opstandigheid één van de machtigste getuigen van de rechtvaardiging door het geloof. Geen van Jobs werken bracht hem Gods gerechtigheid, maar Gods gerechtigheid had hem tot goede werken gebracht. De lofprijzing der genade is absoluut het laatste woord van het schepsel en het laatste woord van de verlossing.
In sommige opzichten kon ik schrijvers mening niet delen. Ik noem één voorbeeld. In de derde gespreksronde noemt schrijver èn in het opschrift èn in de tekst ook Zofar. Dat is niet juist; het merkwaardige is immers, dat Zofar niet als de anderen driemaal, maar twee keer het woord voert.
Weer een boekje over Job, dat is zo, maar Job is het waard om gelezen en overdacht te worden.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's