De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

11 minuten leestijd

Een schone nazomer — Oogst-blijdschap — Oogsten op zondag — Teelinck's uitlating — Een zotte enquête — De Osbom-tournée — Over een tweetal brieven — Osborn en Billy Graham — Van Elia en de Baälspriesters — Eis van de Inspecteur Volksgezondheid — Manco in de prediking — Uit „Zeven Voetstappen" — Van de Synode van Potchefstroom — Vertegenwoordiging uit Nederland — Vele onderwerpen — De „apartheidspolitiek" — „Apartheid en eigensoortigheid" — Meerdere aspecten — „Naar aanleiding van Strijdom's heengaan" — Critiek en waardering — Vallen voor Gods Woord.

Ongekend schoon, zonnig en warm, waren over het algemeen de laatste week van augustus en de beide eerste van september. Voor de late vacantiegangers om er echt van te genieten. Een weldaad Gods. Zeker, maar vooral een bijzondere gunst des Heren voor de graanoogst, welke Hij. liet groeien en die nu door de vaste weersgesteldheid in een betrekkelijk korte tijd kon worden afgewerkt en binnen gehaald. Het was een lieve lust die arbeid op de velden, welke glansden in de zonneweelde, gade te slaan. De kolossale maaidors- en dorsmachines werkten tot de nacht inviel op volle toeren en de rappe handen repten zich met alle kracht om de buit te verzamelen en te verborgen. Er was iets in dat alles van wat de Schrift noemt: „Maaien met gejuich" ('Ps. 126) en „blijde wezen, gelijk men zich verblijdt in de oogst" (Jes. 9). Was het een , , blijde wezen voor Uw (Gods) aangezicht"? gelijk de profeet het in het laatst aangehaalde hoofdstuk noemt? Ja, dat was er in de dienst, welke ik 31 augustus in mijn vacantieoord mieemaakte. De predikant zeide in zijn gebed: , , Wij hebben U, o Here, gebeden, om dit schone weder, wij willen er U nu voor danken, dat Gij ons hebt verhoord". Het was, wat leefde in veler hart.

Helaas ronkten ook die zondag nog op vele velden in het noorden des lands, de motoren van de machinegevaarten. En nog wel op landen van kerkmensen, al waren zij het niet alleen, die hiertoe overgingen. Een loondorser, die in tweestrijd was, of hij toegeven zou aan de drang op hem uitgeoefend, — hij is lid van een geref. kerk — ging om beslissend advies naar zijn dominee. Deze antwoordde: „Daarin kunt gij God ook dienen". Dit heeft in die gemeente bij het overgrote deel der leden felle protesten verwekt. In het , , Fries Dagblad" stond over een en ander een gepeperd stuk, dat zeer ad rem was in het wraken van dit zondagsbedrijf.

Nu vergeet ik niet, dat de bekende Willem Teelinck, een der , , oudvaders" in bijzondere omstandigheden, als de oogst dreigde te verrotten, , , toestond", dat men die ook des zondags binnenhaalde. Doch zo precair was de situatie nog niet. En bovendien, meer dan Teelinck is Gods Woord. Ik ben dankbaar, dat velen onzer landbouwers niet Teelinck hebben gehoor gegeven, maar de eis des Woords. Ook moet mij van het hart, dat in de niet-agrarische sector, met name in de steden, te weinig met onze boeren en tuinders wordt meege­leefd. Dat is wel gebleken toen 't „Landbouwschap", 'n instantie naar de tegenwoordig geldende eisen, voor de landbouw in het leven geroepen, door enige ambtenaren een enquête hield en publiceerde. Men heeft bij wijze van spreken wie men tegen het lijf liep, gevraagd, hoe hij of zij over de boer dacht. Allerlei lelijks — verkropte wrok uit de hongerdagen? — is daarin gespuid. En als men dan weet, dat het , , Landbouwschap" zijn inkomsten betrekt uit contributies der boeren, wordt zulk een enquête uitermate bedenkelijk. Ze bewerkt niet de saamhorigheid tussen stad en platteland, welke broodnodig is. Nog minder: begrip over en weer. En wat de kerken aangaat? In , , het gebed voor alle nood der christenheid", is meermalen te weinig deze nood voor Gods aangezicht gebracht. Des te meer hebben wij ons te verblijden dat God de Here, ondanks alles. Zich hier een hoorder der gebeden wilde tonen. Zal Hij ook de dank ontvangen, die Hem toekomt? In woord en daad?

In de zegenrijke dagen, waarover ik het hiervóór had, viel de tournee van de Evangelist Osborn. Het optreden van deze Amerikaan is in ons land een gebeurtenis geweest. Daar kunnen voor en tegenstanders het over eens zijn. Nog meer dan indertijd Billy Graham heeft Osborn van zich doen spreken, ledere krant schier wijdde aan dit sensationele gebeuren enkele kolommen. Duizenden heeft deze man tot zich getrokken en uren weten te boeien, in stromende regen, welke aan een wolkbreuk deed denken (Den Haag) en in de zomerse avonden (Groningen). Ik ga op Osborn's prediking en zijn „gebedsgenezingen" hier niet in. In het voorvorig nr. van ons blad heeft ds. KI. onze lezers gediend door zijn oriënterend artikel. Dat ik hier toch nog iets over Osborn schrijf, vindt zijn oorzaak in het feit, dat ik als reactie op wat ik over z'n aangekondigd optreden en de „kringen" in de vorige Kroniek schreef, een tweetal brieven ontving. Daarin werd mij de vraag gesteld of ik wel iets van Osborn en zijn 'bekering had gelezen; en verder, dat zijn werk van grote zegen was. Nu in „De oogst" heb ik gelezen wat, naar ik meen, de heer Stroethof, van hem verhaalt. Ook las ik van zijn werkjes, en ben dus wel enigszins georiënteerd. De bekering is mij te weinig bijbels gefundeerd. Het „inwendige licht" speelde er een grote rol in. Wie zo gelegerd is, heeft principieel gebroken met de weg der middelen. Dit wreekt zich bij Osborn in zijn , , genezingen". Ik ga daar niet verder op in, hoewel het mij wel zeer het bijzonder geëxalteerde van heel zijn optreden verklaard heeft.

Men heeft er voorts op gewezen, dat Osborn wel sterk vertegenwoordigt de arminiaanse stroming van de Amerikaanse revival, of opwekkingsbeweging, zulks, in tegenstelling met Billy Graham, die veel meer in de gereformeerde lijn gaat. De feiten hebben dit bewezen. Ik ben sterk onder de indruk, dat Osborn een pursang, een volbloed aanhanger van de vrije wil is, en daardoor 'Gods vrije genade te kort doet.

Men heeft Osborn in zijn prediking vergeleken bij Elia op de Karmel, in zijn gebed om genezing bij de Baälspriesters. Natuurlijk geldt ook hier, dat iedere vergelijking mank gaat. Doch met die reserve, ligt in het aangegeven gezichtspunt veel waarheid, vooral wat het laatste stuk betreft.

Men weet, dat in Groningen de inspecteur van volksgezondheid heeft ingegrepen, en dat Osborn zich aan zijn wensen heeft geconformeerd. Dat getuigt niet van onwrikbaar vertrouwen in zijn zending of opdracht. Eén van mijn briefschrijvers noemt naast de naam van Osborn die van Luther. Plaats nu eens Luthers houding en spreken op de rijksdag te Worms — geboren uit een nacht van grote worsteling en strijd — naast de conformatie van Osborn, dan treft het grote verschil. Zou het niet komen doordat Luther was teruggevallen op het gewisse Woord van God? Dat vaste fundament ontbrak m.i. bij de Amerikaanse evangelist.

En dan wordt voorts in beide brieven geklaagd over een gemis in de prediking, over slapheid en ingezonkenheid bij de kerk. Ik zal de laatste zijn dit te ontkennen. In de tocht der duizenden naar de Osborn-meetings ligt een aanklacht tegen onze kerk en haar practijk, niet het minst wat de prediking aangaat. Daaraan ontbreekt meermalen het element van getuigen; en eveneens het worstelen met de gewetens, opdat de doorbraak tot geloof en bekering in begenadiging des harten gekend worde. In zijn boekje: , , Zeven stappen om genezing van Christus te ontvangen", zegt Osborn o.m.: , , De Bijbel zegt: geloof komt door het gehoor (van) het Woord van God. Heden verdwijnt geloof door het horen van de theoloog en ongeloof komt door het horen naar de man van de overleveringen". , , Meer spel dan woord, laat staan Woord Gods", zegt A. Th. Rothfusz, die dit gezegde ook aanhaalt, in een artikel over Osborn in „Herv. Weekblad" dd. ll-9-'58. Ach ja, de theologen komen er hier bij Osborn niet best af. Maar is het tenvolle onbillijk? Doch afgezien daarvan, wij hebben allen — ook mijn correspondenten — niet te vergeten: de kerk zijn wij. Ik prijs het, dat zij kerkgangers zijn, kerkelijk meeleven dus. Dan zullen zij en wij niet hebben te vergeten, de bediening van , , het ambt aller gelovigen" in de'bede om de bediening desi Geestes, naar uitwijzen der Heilige Schrift.

In augustus jl. vergaderde in Potchefstroom de Geref. Oecumenische Synode. Uit Nederland was er alleen, als ik me niet vergis, een afvaardiging van de gereformeerde kerken. Dat betreur ik. Het betekende een inkrimping van de invloed der gereformeerde gezindte in Nederland daar in Zuid- Afrika en een versmalling van de breedheid, in het woord , , oecumenisch" begrepen. Wij kunnen dit manco wijten aan de verscheurdheid van het kerkelijk leven hier te lande, aan ons aller schuld in dezen. Maar daarmede is het feit niet weggenomen, dat slechts een smaldeel van het gefeformeerd kerkelijk leven in ons land daar is verschenen en niet de gereformeerde gezindte als geheel haar visie op de vraagstukken kon geven.

Vele onderwerpen zijn in Potchefstroom ter tafel geweest. Over Schep­ping en Evolutie, over de Inspiratie der Heilige Schrift — ik doe maar een greep — werd gerapporteerd, gediscussieerd en uitspraak gedaan. Maar één der voornaamste zaken ter synode behandeld, is wel het „rassenprobleem" in verband met de in Zuid-Afrika gevoerde „apartheidspolitiek". Over de synodale uitspraken dienaangaande is „Hervormd Nederland" nogal te spreken; men zou ook kunnen zeggen, dankbaar doch niet tevreden. Men luistere slechts naar het volgende:

„De Gereformeerde Oecumenische Synode, die de vorige maand te Potchefstroom in Zuid-Afrika is gehouden, heeft eenstemmig een belangwekkende uitspraak gedaan over de verhouding tussen de rassen. Het mag wel bijna een wonder heten dat er vrijwel geen discussie aan vooraf behoefde te gaan. Hoewel de resolutie de rassendiscriminatie niet expliciet veroordeelt, geeft zij toch reden tot voldoening. De beginselen, die in de uitspraak zijn vastgelegd, zijn even zovele tijdbommen onder het apartheidsbeleid in Zuid-Afrika. We weten niet of de regering-Verwoerd — of wie dan ook maar Strijdom als premier mag opvolgen — naar de kerk zal luisteren. In aanmerking nemende dat Zuid-Afrika een christelijk land, ja zelfs een theocratie, wenst te zijn, zou men kunnen verwachten dat zulks inderdaad het geval zal zijn, maar de (verdorven) natuur zal nog wel geruime tijd sterker dan de leer zijn. Intussen hebben we goede hoop dat de vastgelegde beginselen zullen doorwerken in de Geref. Kerken van Zuid-Afrika; in de kerken dus, die tot nog toe steunpilaren voor het regeringsbeleid zijn geweest".

Waardevol was, wat in de discussie over het onderhavige punt, prof. Brillenburg Wurth namens de Nederlandse deputatie in het licht stelde over het onderscheid tussen „apartheid en eigensoortigheid". Ook daaruit een enkele aanhaling:

, , Prof. Brillenburg Wurth stelde dat er een scherp onderscheid dient te worden gemaakt tussen apartheid en eigenheid of eigensoortigheld. , , Eigenheid" heeft een plaats in de scheppingsorde, maar , , apartheid" betekent dat men de dingen of de mensen of de rassen geïsoleerd houdt. Apartheid is m.a.w. het tegendeel van de ontmoeting, van de gemeenschap, van de communicatie, waartoe wij door God worden geroepen".

Neen, het probleem, dat Zuid-Afrika door zijn bijzondere politieke situatie de synode stelde, is niet gemakkelijk. Met name is hier ook te denken aan , , de vermenging der rassen door huwelijken". Dienaangaande lezen we in het verslag:

, , Zij (de synode) heeft namelijk uitgesproken dat voor of tegen vermenging der rassen door het huwelijk geen direct Schriftuurlijk bewijs kan worden aangevoerd".

Maar het vervolgt dan aldus:

, , De conclusie van de synode is dus van de grootste betekenis. Weliswaar wordt er aan toegevoegd dat , , het welzijn van, de christelijke gemeenschap en de daarop gerichte pastorale zorg vereisen, dat hierbij aandacht wordt gegeven aan de juridische, sociale en cul­turele factoren, die zulk een huwelijk beïnvloeden", maar deze toevoeging maakt de stelling niet krachteloos".

In „Hervormd Weekblad" dd. 4-9-'58 plaatste , , Strandvonder" een artikel getiteld: , , Naar aanleiding van Strijdom's heengaan". Er wordt daarin weinig over Jan Strijdom gezegd, de „grote Afrikaner", in Nederland geboren, maar in Zuid-Afrika tot de hoogste bestuursfunctie gekomen. Zijn verscheiden viel in augustus, toen de Synode nog samen was, dacht ik. Hij was de man van de , , apartheidsbarrière". Zijn opvolger, dr. Verwoerd, is daarvan evenzeer een verdediger. Het artikel van „Strandvonder", hoezeer een felle veroordeling van de „apartheid", boeide mij vooral om het vele daarin, dat van bijzondere waardering getuigt voor het karakter en de diepe geloofskracht onzer Zuid- Afrikaanse stamgenoten. Tevens schemert er in door, dat de , , apartheidsbarrière" niet los is te zien van politieke invloeden van buiten af. Ja, aan die zaak is het verleden met zijn vrijheidsstrijd niet vreeimd.

Het is dan ook terecht, dat , , Strandvonder" in het slot van zijn beschouwingen schrijft: , , Wij moeten leren, om het denken en doen van onze Afrikaanse stamverwanten vanuit hun eigen sfeer te verstaan. Wij moeten aanvaarden, dat zij ook ten aanzien van dat allerpijnlijkste probleem van de kleur-barrière, bijbels zullen willen gaan denken en handelen zodra de politieke mist optrekt en zij deze zaak in het volle evangelische licht zien. Wij moeten het velen, dat alles wat van buitenstaanders wordt ingebracht, om te beginnen met argwaan en onwil wordt begroet, zo op de manier van: , , Wat weet jij daarvan? Jij is mos 'n uitlander en weet nie wat ons mense doen nie".

Het Woord Gods kan ook hier wonderen doen, waardoor een oplossing groeit, die weldadig kan zijn voor onze broeders in Zuid-Afrika.

Gezegend is een ieder, die leert vallen voor dat Woord, dat alleen bestaat. Het geldt hier, en in Zuid-Afrika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's