De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEDENDAAGSE LITURGIE (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEDENDAAGSE LITURGIE (2)

6 minuten leestijd

(2)

Wij hebben al meermalen het woord liturgie genoemd, alsof 't vanzelfsprekend is, wat dit eigenlijk betekent. Het woord is eenvoudig genoeg. Het betekent: dienst, maar dan in een bijzondere zin; afkomstig uit de Griekse taal, waarin het oorspronkelijk weergaf, naar Cremer's Wörterbuch, een op eigen kosten, vrijwillig bedienen van een openbaar staatsambt, zoals het dan later ook geldt van priesterlijke dienst aan het heiligdom.

De Griekse vertaling van het Oude Testament, de z.g. Septuagint (LXX, 2e eeuw vóór Chr.), neemt 't woord over voor de dienst van priesters en levieten in de Joodse tempeldienst.

Sinds is het van wijder betekenis geworden en kreeg daarom in het Nieuwe Testament algemeen geestelijke betekenis  1), het dienen om Gods wil; zo 2 Cor. 9 : 12 zelfs in de zin van „ondersteuning" (zoals de nieuwe vertaling N.B.G. dit uitdrukt). Toch staat het woord ook niet los van de ambtelijke bediening, als die van de apostelen, profeten en leraars der kerk (Hand. 13 : 2, Rom. 15 : 16, Phil. 2 : 17). Noordmans echter, in navolging van Cremer, beweert, dat het geen betrekking heeft op een kerkelijk ambt in het N.T.; een ander, R. Ch. French evenwel, dat dit wel zo is 2), zelfs Hebr. 8 : 2, wordt Christus Zelf genoemd een Leitoergos, , , een Bedienaar des heiligdoms en des waren tabernakels". Hoe het zij, we zijn hier op het terrein van de dienst en de dienstknechten des Heren.

De Griekse (Oosterse kerk) heeft op het woord leitoergia (liturgie) al heel spoedig beslag gelegd, betrok 't eerst op de dienst met Avondmaalsviering, daarna op de ambtelijke dienst, en ten slotte op de godsdienstoefening als zodanig.

In het Westen bleek men er minder van gediend. Men was daar ook niet zo ontvankelijk voor mystische opvattingen als in het Oosten. Met nuchterheid van geest bevond men zich hier meer in de sfeer van het Romeinse imperium, n.l. van officium (ambt) ordo (orde), ministerium (dienst). Eerst langs de omweg der Renaissance heen, kwam de term („liturgie") bij de Roomsen, daarna bij de Protestanten schoorvoetend in gebruik 3). Later heeft de Engelse kerk, die in haar belijdenis naar het Westen wijst, maar in haar liturgie naar het Oosten, zich daaraan gehecht.

De kerkhervormers hebben, , , toen ze de mis afschaften en het altaar met de grond gelijk maakten, hun heil niet gezocht in een of andere liturgische aanvulling" 4); ze hebben gezegd, dat de kerk daar is, waar men Gods Woord recht predikt en de Sacramenten worden bediend naar de instelling van Christus. Van de wir-war van alle ceremoniën ontdaan, heeft men , , het Woord, dat ingesponnen was in dat weefsel, aan God teruggegeven" 5) , , Van Straatsburg begint de victorie. Dat de kerkelijke tucht als derde kenmerk van de ware kerk wordt opgesteld, toont duidelijker dan iets anders, dat men de Godsverering niet tot een liturgisch stelsel maakt" 6).

Micronius stelde in 1554 op zijn „Christelijcke Ordinanciën der Ned. Ghemeynten" (die der vluchtelingen). In de voorrede zegt hij: , , Die uit Gods Woord leven, hebben alle puerichheyt (zuiverheid) gezocht in alle oefeningen. Misklederen, altaren, kaarsen, beelden, des duivels sacramentshuyskens, bellen, biechten, orgelen, knielen, uitzweren der duivelen, latijns gezang en andere overgebleven superstitiën (bijgelovigheden) zijn in de ban gedaan" 7).

Hier is dan wel een man aan 't woord, die beu is van al het (Roomse) liturgiebedrijf van zijn tijd. Achter hem staat een volk, dat God vreest. Wij voelen ons met dezen verbonden, in tegenstelling met de liturgisten van onze tijd.

Merkwaardig is, dat Marten Micron hier iets geeft uit een (gedeeltelijke) Ned vertaling van een kerkorde, die Joh. á Lasco had opgesteld voor de Ned. vluchtelingengemeente te Londen. Deze anti-liturgie (want dat is het) viel dus onder de kerkorde. Zover was de naam liturgie nog uit het gezichtsveld. Die naam, zegt Noordmans, is , , eeuwen bij ons in het vergeetboek geweest" 8); eerst in de moderne tijd met nadruk opgerakeld. Eer dat wij ons hier zouden laten vervoeren, integendeel, afkerig betonen, is wel nodig te staan op de vaste bodem, waarop het geloof der Reformatie zich stelde.

Van Straatsburg gesproken, Calvijn is daar geweest van 1538-'41, wegens zijn verbanning uit Geneve, waarheen men hem toen weer heeft teruggeroepen. Hier vond hij o.a. ook al liturgische hervormingen, door Bucer in het leven geroepen. , , Hier werd de liturgische vorm van het gereformeerd protestantisme geboren". „Straatsburg is ook de bakermat van het gereformeerde kerkgezang. Calvijn wilde in de kerk psalmen laten zingen" 9). Hij berijmde er zelf een aantal, andere nam hij over van de Franse psalmdichter Clément Marot. Zo was er al in 1539, als bloemlezing, het eerste Franse psalmboekje. Later vertaalde Marot, in opdracht van Calvijn, 't gehele psalmboek. Wat hij niet af kreeg, voltooide Theodoras Beza, Calvijn's opvolger. Wat de melodieën betreft, Calvijn nam eerst een aantal over van de Straatsburger Matthias Greiter (o.a. Ps. 68). Later liet Calvijn, in Geneve, de geniale musicus Louis Bourgeois melodieën maken bij de berijmingen van Marot; 104 van onze psalm-wijzen zijn van deze afkomstig. Toen Bourgeois, wegens conflict met Calvijn, vertrok, zijn de nog resterende Psalmen door Maistre Pierre van wijzen voorzien. (Aldus dr. Berkhof.)

In 1541 gaf Calvijn zijn , , Kerkelijke Verordeningen", waarin de 4 ambten werden geregeld en de taak van de kerkeraad; tevens de predikdiensten: driemaal 's zondags, en weekdienst op elke werkdag. Daarbij, vier Avondmaalsvieringen per jaar. In 1542 deed hij verschijnen: , , De vorm van kerkelijke gebeden en gezangen (dat zijn de Psalmen), alsmede de wijze van bediening der Sacramenten". Dat is dan, zo te zeggen, Calvijn's liturgie. Hij kent dus buiten de prediking en bediening der Sacramenten, slechts het gebed, èn het gezang der gemeente. Hiervan zegt een Duits geschiedschrijver 10): „In langgerekte tonen gingen de eenvoudige melodieën der nagedichte Psalmen daarheen; de blijde zangjubel, die zich uitstortte in de liederen der Lutherse Kerk, ontbrak hier volkomen". Dit is dan wellicht wat al te Luthers gezegd. Maar wij weten althans dat het kerkgezang toen geen „aangenomen werk" was, en dan zijn we in nog niet zo'n slecht gezelschap, tegenover het , , huppelzingen" van vandaag.

Wat nu ons vaderland betreft, de Geref. gemeenten onder het kruis misten gelegenheid en behoefte, om zich over een liturgie te beraden. Alles kwam aan op de rechte prediking. Er was honger naar het Woord, en niet naar liturgische franje. Men kwam op voor de souvereiniteit Gods in alles, en was daarom tegen alle mensenwerk en vormendienst. In 1540 verschenen de z.g. . Souterliedekens (souter = psalm), een berijming van een aantal psalmen, maar die ook voor de Roomsen scheen bestemd; de melodieën waren niet bepaald stichtelijk. Men behielp zich er mee onder het volk, tot het Kerkboek van Datheen kwam (1566), vertaling der psalmlberijming van Cl. Marot en Th. Beza van 1562"). Zij was gebrekkig, maar verkreeg de gunst van het volk, tegenover de veel uitnemender berijming van Mamix van St. Aldegonde.


11) Noordmans, a.w., blz. 20, 21

2) Synonyma des N.T., 1907, blz. 7S.

3) Noordmans, a.h.w., blz. 22, 23.

4)id. a.h.w., blz. 32.

5) id. a.h.w., blz. 35.,

6) id. a; h.w., blz. 37.

7) id. a.w., blz. 43

8) id. a.w. blz. 23.

9)   Dr. H. Berkhof, Geschiedenis der Kerk, 1941, blz. 183.

10) Erwin Preuschen, Kirchengeschichte für das christliche Haus, 1922, blz. 313.

11) Dr. W. J. Aalders, Bijb. Kerk. W.boek, blz. 245.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEDENDAAGSE LITURGIE (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's