De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE PREDIKING VAN CALVIJN 5

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE PREDIKING VAN CALVIJN 5

10 minuten leestijd

5. Hoe moeten wij Gods Woord prediken?

Bij de bestudering van de preken van Calvijn is het mij opgevallen, hoe vaak hij spreekt over de goedheid Gods, over God als „de goede Vader". Verschillende mensen, die menen, dat zij voluit Gereformeerd zijn, zouden dit nooit zo willen. Dat woord komt in hun geesrtelijk woordenboek nog niet of nooit voor. Dit doet bij mij de vraag oprijzen, of de liefde Gods dan wel in hun hart uitgestort is door de Heilige Geest (Rom. 5:5). Kennen en proefden zij zelf wel de goedheid Gods in Christus Jezus? Er is zoveel geestelijke verarming, ook onder ons, die zich met leerbegrippen zoekt te handhaven, maar vreemd is aan de levensgemeenschap met God, door het geloof. Wie dit wel kent, heeft geen harde gedachten over God, maar prijst Zijn goedheid.

Calvijn heet een dogmaticus; is ten onrechte vaak bestreden als een intellectualist, maar wie zijn Institutie leest, zijn commentaren en zijn preken, merkt wel iets anders. Calvijn is allereerst een levend gelovige, die de zonde en de zondaar ontmaskert tot op zijn merg, maar die even voluit en even onvoorwaardelijk predikt het aanbod van Gods genade in Christus. Calvijn wordt meermalen getekend als de man van het , , decretum horribile", het huiveringwekkende besluit, namelijk van Gods eeuwige verkiezing, maar dezelfde eerlijkheid, die hem dwingt de Schrift voluit recht te doen inzake de uitverkiezing, dwingt hem ook om even voluit de Heilige Schrift recht te doen in de verkondiging van genade.

In zijn Institutie waarschuwt hij reeds, dat men zich niet in de uitverkiezing Gods moet verdiepen los van Christus. Wie dat doet, stort zich in een diepe, onontkoombare afgrond. Gods uitverkiezing komt ons tegemoet in het Evangelie, in Jezus Christus, in Wie ons het aangezicht Gods tegen straalt. Hij noemt het daar ook een onvergeeflijke dwaling, waneer iemand in de preek zou zeggen: , , Gij kunt niet geloven, als gij niet uitverkoren zijt". Zulke predikers moeten van de kansel geweerd worden. Wij moeten het Evangelie van Gods genade in Christus verkondigen. Wanneer een predikant in zijn prediking zich bewust of heimelijk tegen kritiek uit de gemeente wil veilig stellen, door te zeggen, dat Jezus alleen voor Zijn uitverkorenen gekomen is, dan is dat wel dogmatisch zuiver, maar zielszorgerlijk onzuiver. Wij hebben niet bij voorbaat de prediking af te grenzen tot de uitverkorenen. Wij hebben het Evangelie te prediken aan zondaren; zó zal God de Zijnen wel aanspreken en afzonderen.

Calvijn predikt inderdaad voluit het Evangelie van Christus als aanbod van genade. In verband met de Schriftwoorden: , , Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Joh, 3 : 14, 15), wijst Calvijn er op, dat Christus moet verhoogd worden in de prediking. Hij moet aan het volk getoond worden, opdat het in geloof tot Hem opzie en zo genezen, dat is wedergeboren worden.

In zijn commentaar op de Hebreeënbrief schrijft hij, dat wanneer het Evangelie gepredikt wordt, dit zo moet geschieden, dat de hoorders het bloed van Christus op zich voelen druppelen! Om nog een paar uitspraken door te geven: , , Wij mogen verzekerd zijn, dat Jezus Christus ons tot Zich roept en als met uitgebreide armen ons wil ontvangen, telkens wanneer het Evangelie gepredikt wordt". „Wij moeten geen lange omwegen maken, om tot Hem te komen, want door het Evangelie spreekt Hij uit, dat Hij nog heden de onze is". „Christus is de onze, uit kracht van het feit, dat Hij ons van God Zijn Vader gegeven is en Zichzelf dagelijks in het Evangelie aanbiedt". , , De deur staat voor ons open, als wij maar aannemen de beloften, die Hij ons doet".

Deze citaten heb ik niet na veel moeite hier en daar verspreid gevonden, zoals iemand zou kunnen denken, neen, deze gedachtengang is schering en inslag in zijn preken en commentaren. Sommige predikanten blijven in hun Christus' prediking steken in het prediken, dat Hij zo noodzakelijk is, maar zij durven Hem niet aanbieden, aanprijzen. Zij prediken wel de noodzaak, maar.... verder moet God het doen. Ja broeders. God moet het doen, maar door uw prediking, door uw aanbieding van het heil als verkondiger van Zijn Woord. De prediking is de staf, waarmede Christus Zijn schapen weidt; die staf heeft Hij u als. dienaar des Woords in handen gelegd. U moet niet stoppen bij wat God doen moet, maar prediken ook wat God eist en belooft. Want door die prediking deelt God Zijn genade mede.

Maar, al is Calvijn Christus-prediker, hij stelt de mensen ook radicaal onder het oordeel. Dat is iets, wat wij in de hedendaagse midden-orthodoxe prediking doorgaans missen. Zij menen Calvijn na te volgen in de prediking van een , , ruim Evangelie", maar de mens naakt voor God stellen, hem dagen voor het gericht Gods, wat Calvijn alle predikers op het hart bindt, ontbreekt ten enenmale. Zulk een prediking is oppervlakkig en raakt de gewetens niet.

Nooit ben ik bij Calvijn tegen gekomen iets, dat zweemt naar de toonaard van veel tegenwoordige prediking: , , U bent met God verzoend; dat hebt u maar aan te nemen". Jaren geleden hoorde ik dr. Bout in een lezing eens ongeveer het volgende zeggen: , , De ware profeten hebben het verbond Gods- gepredikt met de volle eis van bekering; de valse profeten hebben zich ook op het verbond beroepen, om de bekering overbodig te maken". Hun verbondsprediking schakelde dus de oproep van geloof en bekering uit. Dat doen ook vele middenorthodoxe predikers. De eis van geloof en bekering komt daar veel te weinig naar voren. Paulus heeft ook van Godswege niet geleerd om te prediken: , , U bent met God verzoend" maar: „Laat u met God verzoenen" (2 Cor. 5 : 20). We zagen reeds, dat Calvijn als normale eis stelt, dat de predikers de gemeente voor het gericht Gods moeten dagen, , , vanwaar wij een zekere verdoemenis kuruien halen". Wij hebben een gerechtigheid nodig, waarmede wij in het gericht van God kunnen bestaan. Deze gerechtigheid is alleen in Christus te vinden; daarom moet de mens leren geheel en al af te zien van zichzelf en al zijn hoop op Christus te stellen.

Hij zegt b.v.: , , In Gods tegenwoordigheid is het noodzakelijk, dat wij verslagen zijn en onze toestand recht kennen, namelijk, dat wij stof zijn en dat al onze deugden niet meer zijn dan rook, die zich verspreidt en verdwijnt. Dit is ons allen gemeen, zowel bozen als goeden".

, , Wij kunnen onmogelijk Gods goedheid aannemen, totdat wij geleerd hebben onszelf vanwege onze zonde te mishagen; maar dan komt de blijdschap, de blijdschap namelijk, dat God ons wil genadig zijn".

, , De mensen moeten wel van hun verstand beroofd zijn, wanneer zij enig betrouwen stellen op hun verdiensten. Wanneer wij ons verbeelden met een half ons Hem tevreden te stellen, zal Hij een centenaarsgewicht vinden om ons te verdoemen." (Een centenaar is een oude gewichtsmaat van 100 pond).

Een diepe kennis van onze zonden is noodzakelijk, want , , wanneer wij onze eigen rechters zullen zijn, zullen wij door God worden vrijgesproken". Zie maar de gelijkenis van de tollenaar (Lukas 18). De tollenaar , , ziende op zichzelf is beschaamd, buigt het hoofd en vraagt niets anders dan vergeving. En Jezus zegt, dat hij op dat ene woord gerechtvaardigd is". Met andere woorden: , , de tollenaar, die eenvoudig en oprecht belijdt, dat hij een arme verdoemde is, is rechtvaardig voor God".

Voor God blijft de mens zondaar al zijn leven door. God moet ons niet alleen rechtvaardigen in Christus, maar ook daarna gedurig weer onze werken rechtvaardigen, opdat deze Hem mogen welbehagelijk zijn. En de werken der gelovigen zijn Hem aangenaam, omdat zij allen door Zijn genade geheiligd zijn. Maar , , indien God onze werken met gestrengheid beoordelen zou, is alles bedorven. Wanneer de beste wijn van de wereld zich in een stinkend vat bevindt, of in een onreine fles gebotteld wordt, is de wijn bedorven. Zo staat het ook met onze werken, want in zoverre God ons daarbij door Zijn Geest bestuurt, zijn zij goed en prijzenswaardig, maar wij moeten aanmerken welke vaten wij zijn. Daarom zijn onze werken bedorven; God moet ze reinigen. Hoe doet Hij dit? Door uit loutere genade ons de gebreken en onvolkomenheden te vergeven." Zo blijft de rechtvaardiging altijd uit genade, zonder verdienste.

Daarom leert het geloof geheel op Christus zien. Het geloof stelt de mens ledig voor God, opdat Hij ons met Christus' goederen zal vervullen. Christus alleen. „Alles wat wij in Adam verloren hebben, ontvangen wij in Christus terug". Buitengewoon scherp is de volgende uitspraak van Calvijn in een van zijn preken: , , Er zijn twee soorten verachters van het heil door Christus verworven:

1e De beoefenaars der devotie en dergelijken, die een grote en als het ware engelachtige heiligheid nabootsen. Zij sluiten zich de toegang tot Christus toe.

2e De lichtzinnigen en goddelozen.

God ontneemt ons elke gedachte, dat onze werken enige waardigheid hebben. Zij, die evenals de papisten zich Gods medewerkers noemen, maken zich schuldig aan een afschuwelijker misdaad dan alle dieven der wereld. God de eer Zijner onverdiende genade ontroven, is erger dan wanneer men een mens berooft van goud of zilver en zijn gehele have".

Men heeft wel eens van Calvijn gezegd, dat nooit iemand de mens zo vernederd heeft als Calvijn. Inderdaad, maar deze grondtoon van de prediking is volkomen Bijbels. De Heilige Geest bereidt in de brief aan de Romeinen de prediking van de rechtvaardiging door het geloof ook voor, door de gehele wereld voor God verdoemelijk te stellen. Zolang wij een aasje gerechtigheid in onszelf vinden, kunnen wij niet werkelijk uit Christus leven. Daarom zijn er zoveel totobende en sukkelende zielen. Het is bij hen meermalen geen gezonde bekommering over hun zonden, maar veeleer een min of meer ziekelijke bekommering door ongeloof, kleinmoedigheid, klein denken van de Here. Men sukkelt langdurig met toestanden en een hoopje nu en dan, maar wordt nooit grondig afgesneden om geheel ontledigd neer te zinken op de rots des behouds Jezus Christus.

Ik vrees dat de prediking hier ook meermalen schuld aan heeft. De prediking is zwak, de weerstanden in de gemeente zijn vaak groot. Menig prediker loopt vast in die weerstanden en kan er niet meer tegenop of slaat door in een ander uiterste.

Calvijn kan ons helpen weer door te boren tot de Schriftuurlijke diepte in de prediking, namelijk de prediking van zonde en- genade, beiden voluit. Zo kan de schijnvrome worden ontdekt — misschien eerst geërgerd en daarna pas overtuigd; zo wordt de oprechte arm, verarmd, ontledigd, om het Evangelie in te drinken als water en levend gemaakt te worden door de kracht van Christus.

Alleen waar plaats, is voor Christus, daar kan de Heilige Geest ons overstromen met geloof, liefde, vertrouwen en zekerheid.

Daar wordt het verstaan en ervaren, wat God eenmaal Kohlbrugge deed verstaan en omhelzen: „Als gij vergenoegd zijt met Mijn Lam, dan ben Ik vergenoegd met u".

Christus alleen en Hij volkomen. „Ik zal Mijn eer aan geen andere geven".

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE PREDIKING VAN CALVIJN 5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's